Ook in het afgelopen jaar 2004 vonden er weer veel mutaties plaats in het Friese orgelbestand. Alle hoopvolle en
verblijdende gebeurtenissen werden echter overschaduwd door een ingrijpend verlies: kort voor de Kerstdagen werd het
kerkgebouw van de vrijgemaakt gereformeerde kerk te Harlingen door brand verwoest. Daarbij ging ook het orgel verloren.
We kunnen wel stellen dat hierdoor een orgel van grote historische en muzikale betekenis verloren is gegaan.
Die historische betekenis gold in de eerste plaats het moment van de bouw van het orgel door de orgelmakers L. van Dam
& Zonen in 1864. Het orgel werd voorzien van een front, dat als meest voorkomend fronttype van het huis tot 1905
toe toegepast zou gaan worden. Bovendien werd het nog nagevolgd door drie andere Friese orgelmakers, te weten W. Hardorff,
J.F.Kruse en de firma Bakker & Timmenga. Het uit 1864 daterende front van Harlingen was hiervan het prototype.
Orgeladviseur Tjibbe Heidinga heeft het kort voor de restauratie en plaatsing van 1989 zorgvuldig opgemeten en daarbij
op baanbrekende wijze de door Van Dam toegepaste maatverhoudingen blootgelegd.
In de tweede plaats moet gewezen worden op het zeer waardevolle karakter van het binnenwerk van het orgel. Om de christelijke
afgescheiden gemeente van Leeuwarden terwille te zijn leverden de orgelmakers in 1864 een instrument op, dat maar zeer ten
dele nieuw was. De windladen waren van gesloopte orgels afkomstig, evenals het merendeel van het pijpwerk. Vooral dit pijpwerk,
grotendeels afkomstig uit het uit 1660 daterende Bader-orgel van Ternaard, bepaalde de grote historisch-muzikale waarde van
dit orgel. Een en ander was, tegelijkertijd met de plaatsing in Harlingen, in 1989 met veel vakmanschap gerestaureerd door
Orgelmakerij Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Het feit, dat dit orgel verloren is gegaan, betekent niet alleen voor de
Friese orgelwereld, maar ook nationaal, een onherstelbaar en pijnlijk verlies. Daarbij mogen we natuurlijk ook niet voorbijgaan
aan het verlies voor de Harlinger gereformeerde kerkgemeenschap, die zeer trots was op het orgel en het met liefde bespeelde
en onderhield.
Er deed zich in 2004 nog een tweede verlies voor. In de kapel van wat ooit het Sint-Bonifatiushospitaal werd genoemd,
(een veel aansprekender naam dan de latere benaming 'MCL-noord') werd in 2004 de laatste dienst gehouden. Het orgel is
inmiddels verkocht en gedemonteerd. Koper was het Pianolamuseum in Amsterdam. Dat roept misschien vragen op, maar zo
onlogisch is dat toch niet. Het bedoelde orgel was in 1909 besteld bij de Amerikaanse 'Aeolian Company' door de Amsterdamse
pianohandelaar C.C. Bender om in diens toonzaal aan het Damrak te worden opgesteld. Het was een pijporgel dat via een
rollensysteem automatisch muziek kon maken. Honderden van dit soort instrumenten zijn door deze Amerikaanse bouwer geleverd.
Toen het orgel in 1950 in de prachtige en schitterend klinkende kapel van het Leeuwarder ziekenhuis werd geplaatst, kreeg
het een tweeklaviers klaviatuur en werd het rollensysteem verwijderd. Ook de dispositie werd veranderd. Het Amsterdamse
museum dat nu eigenaar is geworden (gaat u er maar eens kijken en luisteren, zeer aanbevolen!) heeft plannen om het orgel
zijn oorspronkelijke, automatisch spelende opzet weer terug te geven.
Tegenover de verliezen staan gelukkig ook positieve berichten. In de eerste plaats gaan die over restauraties die tot
een goed einde zijn gebracht. Het Wenthin-orgel van Zweins, in 1877 verbouwd en verkleind door L. van Dam & Zonen,
werd na jarenlang verval en bijna tot zwijgen te zijn gebracht eindelijk gerestaureerd. Aan de opzet van het orgel is
niets veranderd. Bij uitzondering moest in dit geval ook de gecompliceerd gemaakte orgelkas in zijn geheel naar de
werkplaats van de restaurateur worden gebracht om alle lijmverbindingen weer te kunnen herstellen. Na herplaatsing in
de kerk is het authentieke schilderwerk, dat beschadigd en verbleekt was, zorgvuldig hersteld. In het orgel zijn
Wenthin-registers met bijzondere pijpvormen te vinden, die klanken produceren die van ongewone schoonheid genoemd kunnen
worden. Orgelmakerij Bakker & Timmenga, die deze restauratie uitvoerde, restaureerde nog drie andere eenklaviers
orgels in de provincie: het uit 1871 daterende Van Oeckelen-orgel in de hervormde kerk van Oentsjerk, het uit 1897
daterende Bakker & Timmenga-orgel van Sondel, en het uit 1912 daterende Van Dam-orgel in de doopsgezinde kerk van
Workum. Laatstgenoemd orgel was een halve eeuw geleden - min of meer gedicteerd door de kerkrestauratie die toen plaats
vond - behoorlijk verbouwd. Weliswaar is de opstelling zoals die toen ontstond gehandhaafd, maar de meest storende fouten,
gemaakt bij de verbouwing van het orgel, zijn nu ongedaan gemaakt. Hoewel dus nog steeds ietwat geschonden is het nu
toch een sprekend voorbeeld van het klankpatroon van de vierde generatie Van Dam.
In de stad Workum werd nog een tweede orgelrestauratie voltooid. Het gaat hier om een van de belangrijkste romantische
orgels, gebouwd onder internationale heroriëntatie in de 19e eeuw. De Amsterdamse orgelmakers P.J. Adema en Zoon maakten
het in 1885 voor de Sint-Werenfriduskerk. Met zijn opstelling in twee gescheiden orgelkasten en een vrijstaande speeltafel,
alles geheel met mechanische tractuur uitgevoerd, is dit orgel een kroonjuweel onder de Friese romantische orgels. Het is
voorbeeldig hersteld door de huidige firma Adema, thans gevestigd te Lisse.
In oktober van het vorig jaar werd het Van Dam-orgel (1871) in de doopsgezinde kerk van Akkrum weer in gebruik genomen.
Bij de restauratie door Hendriksen & Reitsma is zoveel mogelijk de situatie van 1871 hersteld. Het tweeklaviersorgel
met aangehangen pedaal, dat sinds het einde van de zestiger jaren in de vorige eeuw steeds meer in verval raakte en de
laatste tijd nog maar beperkt bruikbaar was, klinkt weer als herboren.
In het kerkgebouw van de verenigde christelijke gemeente Dokkum vindt in twee bouwfasen dit jaar herstel van het orgel
plaats door de firma Bakker & Timmenga. In feite gaat het hier om de uitgestelde afronding van de in 1979 uitgevoerde
restauratiewerkzaamheden. In een volgende Friese Orgelkrant zal hierover meer worden verteld.
Twee orgels ondergingen vorig jaar een verhuizing. Het uit 1894 daterende Bakker & Timmenga-orgel uit de vrijgemaakt
gereformeerde Noorderkerk te Leeuwarden vond een nieuw onderkomen in de nieuwe Vrijheidskerk aan het Vrijheidsplein in
Leeuwarden. Men mag het betreuren dat hierdoor de band tussen gebouw en orgel, beide ontworpen door architect W.C. de Groot,
verbroken is. Anderzijds moet worden gezegd dat door deze verhuizing het orgel wel weer door een actieve kerkgemeenschap
gebruikt zal worden.
In de rooms-katholieke kerk van Burgum werd een Koch-orgel geplaatst, afkomstig uit de gesloten gereformeerde kerk van
Noardburgum. Tenslotte kunnen we ook nog aanwinsten signaleren. In de rooms-katholieke kerk van Sloten werd een prachtig
huisorgel van de orgelmakers Gebr. Reil geplaatst, destijds gebouwd voor een particulier te Joure. Het is een uniek
instrument omdat het een eenmalig ontwerp is geweest. De orgelmakers Reil hebben het voorafgaand aan de plaatsing een
grote beurt gegeven. Een ander huisorgel van de orgelmakers Gebr. Reil, maar dan van een later type, van welk ontwerp er
nog steeds exemplaren worden gemaakt, kreeg onlangs een plaats in de kerk van Olterterp. Voor de vrijgemaakt gereformeerde
kerk van Franeker werd een Ypma-orgel aangekocht vanuit de gesloten rooms-katholieke kerk van Lynden, vlak onder de rook
van Haarlem. Het orgel is in later tijd weliswaar grondig verbouwd, het zal toch ongetwijfeld goede en muzikale diensten
bewijzen in de erediensten van dit kerkgenootschap.
De Friese orgelwereld blijft dus voortdurend in beweging. Ook al ziet de toekomst voor de restauratiepraktijk door dalende
budgetten en veranderende regelgeving er zorgelijk uit, nog steeds staan er restauraties op stapel en worden er restauraties
voorbereid en aangevraagd. Naar verwachting zal deze jaarlijkse rubriek dan ook nog wel even blijven bestaan.