ok2006menu


  Gesprekken met twee oudgedienden Friese Orgelkrant 2006

Karel Eringa stopt na 67 jaar als organist van Burgwerd

Op Eerste Kerstdag 2005 speelde Karel Eringa (84) in Burgwerd zijn laatste en officiële kerkdienst. Gezeten achter de speeltafel van "zijn" Schwartzburg-orgel uit 1735, stond op de gaanderij rechts van hem een zanggroep en links van hem een aantal koperblazers opgesteld. Al spelend en dirigerend voerde hij met hen en in afwisseling met de gemeente, enkele bewerkingen van eigen hand uit, over de Gezangen 146 en 137 uit het Liedboek van de Kerken. Aan het eind van de drukbezochte kerkdienst werd hij door de voorganger toegesproken en kreeg hij van de aanwezigen een staande ovatie. En dan is het voorbij! Wat gaat er dan door je heen, als je zoveel jaren zondag aan zondag, jaar in, jaar uit hebt gespeeld?

Op een zonnige vrijdagmiddag rij ik naar Burgwerd om met het echtpaar Eringa te praten over vroeger en nu en om van het gehoorde een verslag te maken voor de Friese Orgelkrant. Twee zeer vitale mensen ontvangen mij in hun vrijstaande woning aan de rand van het dorp. En onder het genot van een kop koffie gaat Karel Eringa van start. Praten, vertellen; dat kan hij! Boerenzoon Eringa is geboren te Hichtum op 15 juli 1921. Van hoofdonderwijzer Ten Hoeve, die ook dirigent van zowel het korps als het koor was, leerde hij op ongeveer 9-jarige leeftijd noten lezen. Een jaar later kocht Karel's vader een harmonium en uit de bijgeleverde boeken deed hij zijn eerste "orgelkennis" op. Ook deed hij muzikale ervaring op bij de muziekvereniging "Exelsior", waarbij hij de klarinet en de tuba bespeelde. Hij zal een jaar of 16 geweest zijn, toen hij inzag dat wanneer hij verder wilde komen, het noodzakelijk zou zijn om echt orgelles te nemen. Dat wilde hij graag bij Yme Visser in Franeker. Op de fiets ging hij van Hichtum naar Franeker. Bij Visser ging een orgelwereld voor hem open. Maar tijdens de oorlogsjaren kwamen de lessen op een laag pitje te staan. De fietsbanden raakten namelijk op. Op een gegeven moment fietste hij op één lucht- en één massieve band naar Franeker. Op den duur ging dat niet meer en bovendien werd het vanwege de bezetting te gevaarlijk op de weg. Daarom deed hij weer veel aan zelfstudie.

Conservatorium financieel niet haalbaar


Eigenlijk was Eringa graag naar het conservatorium in Amsterdam gegaan. Maar omdat zijn oudere broer al aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen studeerde, was dat financieel niet haalbaar. Bovendien kon hij niet gemist worden op de boerderij. Voor en tijdens de oorlogsjaren verving hij regelmatig de heer Meulebelt, die organist was in Burgwerd. Toen deze in 1945 naar Groningen vertrok, volgde Eringa hem automatisch op als organist. Hij is echter nooit als organist officieel aangesteld. Nu - in 2006 - kunnen we vaststellen dat Eringa ongeveer 67 jaar het orgel bespeeld heeft in Burgwerd. In 1945 getrouwd, kwamen de Eringa's op een boerderij te wonen vlakbij de Burgwerder kerk. In 1948 werd op Eringa's verzoek het Schwartzburg-orgel in de Hervormde Kerk door de Fa. Reil uitgebreid met een tweede klavier en een vrij pedaal. Door middel van een actie was het benodigde geld snel bijeengebracht. Tevens werd er een elektrische windvoorziening aangebracht. Dit had tot gevolg dat "pûstertrapper" Teunis Wynia (die zich "geestelijk windverzorger" noemde) overbodig werd. Momenteel wacht het orgel weer op een restauratie. Moet het in 1948 aangebrachte tweede klavier en het vrije pedaal gehandhaafd blijven, of moet er teruggerestaureerd worden? Eringa wil hierover geen oordeel vellen.

Niet alleen in Friesland, maar ook elders in den lande heeft Eringa veel orgels bespeeld. Na de pensioengerechtigde leeftijd zijn de Eringa's meer gaan reizen. Ook naar het buitenland. En overal waar hij komt en een kerk ziet, probeert hij het orgel van die kerken te bespelen. Hij is weinig ziek geweest, dus kon hij praktisch elke zondag op "zijn" orgel aanwezig zijn. Toen hij de boerderij nog had, was het zondags druk in huize Eringa. Twee keer melken, twee keer spelen en ze moesten altijd snel eten. 's Avonds leefden de Eringa's gescheiden; na het eten werd eerst de krant gelezen en daarna vertrok Eringa naar zijn studeerkamer, waar zijn tweeklaviers pedaalharmonium stond. Dan werd er een paar uur geoefend. Hij maakte veel werk van het voorbereiden van de diensten, want hij wilde muzikaal en technisch zo verantwoord mogelijk spelen. Zijn voorkeur ging uit naar Barokcomponisten zoals: Bach, Buxtehude, Pachelbel, Walther etc. Hij heeft ook regelmatig diensten vervangen in omliggende dorpen zoals Witmarsum, Kubaard, Arum, Makkum etc. Ook heeft hij wel eens een dienst gespeeld in de Broerekerk te Bolsward, maar dat is wel heel lang geleden.

Muzikale herinneringen


Aardig te vermelden zijn nog wat andere herinneringen van Eringa. Tijdens een zondagsdienst in de oorlog, de dienst was nauwelijks begonnen, brak er buiten een enorm kanongebulder los. Waarop de voorganger zei: "Gemeente, we zingen nog even het Wilhelmus en dan gaan we snel naar huis." In de kerk van Hichtum maakte hij eens mee dat het orgel tijdens de dienst de geest gaf. Door droogte kapot gestookt! Eringa heeft toen zijn tuba gehaald en de samenzang daar op begeleid. Een hele overschakeling was het voor hem toen hij op zekere middag eerst een trouwdienst en direct daarna een rouwdienst spelen moest. De trouwstoet was nauwelijks vertrokken of de rouwstoet stond al voor de deur. Eringa heeft in de loop der tijd regelmatig orgelconcerten bijgewoond. Hij herinnert zich Abraham Alt nog goed. Alt was van 1910-1941 organist van de Martinikerk te Bolsward. Een echte romanticus. Alt speelde zelf ook viool en trad regelmatig op met strijkers. Ook heeft Eringa wel een eens concert meegemaakt, waar werken van Ludwig van Beethoven op een orgel werden uitgevoerd en waar een toelichting van Alt aan vooraf ging. De Marche Triomphale van J. Nieland, door Alt gespeeld, is hem altijd bijgebleven. Een andere organist, waar Eringa grote bewondering voor had, was Piet van Egmond die ook regelmatig in Bolsward te beluisteren was. Vooral van zijn improvisaties heeft hij veel genoten. Eringa heeft zich altijd een gelukkig mens gevoeld met zijn passie voor de muziek en in het bijzonder voor het orgel. Nu na zoveel jaar is er een punt gezet achter zijn actieve rol als organist. Hij heeft de laatste tijd problemen met zijn gezichtsvermogen en daarom vind hij het niet meer verantwoord door te gaan met diensten spelen.
We wensen het echtpaar Eringa nog vele goede jaren toe. En we hopen elkaar nog eens tegen te komen bij orgelconcerten of andere orgelevenementen.

Jan Sterenberg


  Gerrit van Vliet zestig jaar
organist en koordirigent
Friese Orgelkrant 2006

Gerrit van Vliet werd in 1924 in Leeuwarden geboren. Zijn vader verdiende de kost als typograaf en leidde in zijn vrije tijd een koor. Na de lagere school kreeg hij zijn eerste baantje bij een kapper maar al snel kwam hij op kantoor bij een bekende Leeuwarder firma, destijds gevestigd aan de Boterhoek. In het begin van de Tweede Wereldoorlog kreeg hij een functie bij de Prijzenbeschikking. Deze instelling was in het leven geroepen om met name de zwarte handel tegen te werken. Toen bleek dat de Duitsers hem ook wel konden gebruiken in de Nederlandse arbeidsdienst is Gerrit ondergedoken om pas na de oorlog weer op te duiken. In 1946 kwam hij bij het Kantongerecht in dienst waar hij zo'n tien jaar heeft gewerkt. In 1956 werd de Griffie van de Rechtbank zijn werkplek en daar heeft hij tot zijn pensionering in 1985 gewerkt. Zijn eerste orgellessen kreeg Gerrit van Vliet van zijn vader. Moeder zag er op toe dat er gestudeerd werd. In de oorlog probeerde hij zich zelf verder te bekwamen. Na de oorlog nam hij les bij achtereenvolgens S. Schuitema, R. Beintema en Piet Post. Later volgde hij ook nog lessen in koordirectie bij Bernard Smilde en Jan Veninga.

In 1996 nam de baptistengemeente de Parkkerk over van de gereformeerde kerk in Huizum-Leeuwarden. Hier bespeelt hij sindsdien het Fonteijn-Gaalorgel uit 1957. Gerrit van Vliet heeft ook diverse koren onder zijn hoede gehad. Een wel heel bijzonder koor was het dubbelmannenkwartet Internos. Acht werknemers van de fietsenfabriek Phoenix (de sterke vogel!) te Leeuwarden traden overal in de provincie met groot succes op. Uiteraard gesponsord door het bedrijf waar zij werkzaam waren. Saillant detail: Van 1779 – 1917 werden er in hetzelfde gebouw aan de Grachtswal orgels vervaardigd door de orgelmakers van Dam! Thans is Van Vliet nog dirigent van het bekende Christelijk Bildts Mannenkoor te Sint Annaparochie en het gemengd koor Parkkerk. Ook bespeelt hij nog wekelijks het orgel tijdens de kerkdiensten. In 1994 werd hem door de burgemeester van Leeuwarden de eremedaille in goud, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau, uitgereikt. Een waardige beloning voor een man die nog steeds bezig is met muziek.

Ad Fahner


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard