ok2006menu


  Voor de vierde maal een orgelconcours
in de Koepelkerk van Leeuwarden
Friese Orgelkrant 2006

Als ik me op een dinsdagmiddag in november naar de Koepelkerk in Leeuwarden begeef, manifesteert de herfst van 2005 zich voor het eerst nadrukkelijk. Een straffe wind stuwt de striemende regen voort.

Ik neem de weg door de buurt waar vroeger mijn grootouders woonden, op een steenworp afstand van de Koepelkerk. Mijn gedachten gaan terug naar de tijd dat in die Koepelkerk nog vier diensten per zondag plaatsvonden. Als wij bij mijn grootouders logeerden, zaten we 's zondags nog aan de ontbijttafel, als de gereformeerde gezinnen zich naar de vroege ochtenddienst in de Koepelkerk begaven. Diezelfde tijd heb ik als 'hervormde jongen' de gereformeerde Koepelkerk ook regelmatig bezocht. Dat had de volgende reden: in Leeuwarden waar ik vier leerjaren van de zesjarige lagere school bezocht, had je hervormde en christelijk-nationale scholen.

Mijn ouders waren van mening dat de hervormden zich niet in 'eigen' scholen moesten afzonderen en stuurden hun kinderen daarom naar de christelijk-nationale school. Dat zou je een school voor alle protestantse denominaties kunnen noemen. In de praktijk betekende één en ander echter dat de christelijk-nationale scholen het meest door gereformeerde leerlingen werden bevolkt. Ik heb in die tijd dan ook veel gereformeerde vrienden en vriendinnen gehad. De zondagochtend trok ik gescheiden van hen op, ieder ging naar zijn eigen kerk. Op zondagmiddag kon echter weer samen gespeeld worden, maar wél met als onvermijdelijke consequentie een bezoek aan de vroege middagdienst in de Koepelkerk, want gereformeerden onderscheidden zich in die dagen van hervormden door 's zondags tweemaal ter kerke te gaan. De vroege middagdienst begon om 15.00 uur, waarna om 17.00 uur de vierde en laatste dienst volgde. Het bord naast de hoofdingang kondigde de ochtenddiensten om "8¾ uur en 10½ uur" aan. Wat ik me nog van die vroege middagdiensten herinner, is het 'uitgaanskarakter'. De jeugd nam bezit van de galerijen en benutte de dienst voor gezelligheid. Bijzondere aandacht voor liturgie of prediking kan ik me – althans wat de jeugdige bevolking van de bovenverdieping betreft – niet herinneren. Achteraf zou je kunnen concluderen, dat eind jaren vijftig begin jaren zestig de ontkerkelijking zich hier al aankondigde. Toen het van huis uit verplichte kerkbezoek voor deze generatie kwam te vervallen, was er onvoldoende intrinsieke motivatie om nog regelmatig de kerk te bezoeken, laat staan met dezelfde frequentie als tijdens de jeugdjaren. Flarden herinneringen en beschouwingen dwarrelen door mijn hoofd als ik de Koepelkerk nader. Om 14.00 uur moet ik er zijn. Er is een interview met de heren Bosselaar en Stulp van de Stichting Concerten Koepelkerk afgesproken. Aanleiding is het orgelconcours dat zaterdagavond 25 februari 2006 voor de vierde maal in de Koepelkerk – eigenlijk Wilhelminakerk geheten – te Leeuwarden zal worden gehouden. Als ik arriveer blijkt het voltallige stichtingsbestuur in vergadering bijeen te zijn. De gesloten deuren waarachter wordt vergaderd, worden voor mij geopend en ik schuif aan de vergadertafel aan. Het gesprek verloopt gelukkig een stuk minder formeel dan ik aanvankelijk even vreesde.

De Stichting Concerten Koepelkerk is in 2001 opgericht. In de ontstaansgeschiedenis van de stichting speelt de aanleg van een nieuwe vloer in de Koepelkerk een belangrijke rol. Het orgel moest daarom in 1997 worden ingepakt en kreeg na afloop van de operatie een grondige, professionele onderhoudsbeurt. Het Vermeulen-orgel klonk daarna als nooit tevoren. Zelfs volstrekte 'orgelleken' in de gemeente viel dat op. Positieve reacties over het orgel druppelden bij de kerkenraad binnen. Vervolgens gaf een commissie uit de kerkenraad enige tijd later hoofdorganist Gerrit Stulp de opdracht een stichting in het leven te roepen 'ter bevordering van het organiseren van concerten in de Koepelkerk'.

Stulp vormde ter voorbereiding van de beoogde stichting eerst een Comité van Aanbeveling, bestaande uit notabelen met uiteenlopende deskundigheden. Toen de voorbereidingen waren afgerond liep hij na afloop van een orgelconcert in de Martinikerk te Bolsward bij toeval Jan Bosselaar, voormalig wethouder van de gemeente Ferwerderadiel, tegen het lijf. Vanwege diens contacten in de wereld van de lokale overheden, vroeg Stulp hem voorzitter van de op te richten stichting te worden. Deze gaf te kennen op het verzoek te willen ingaan, waarop één en ander in een stroomversnelling raakte. Na zich ervan verzekerd te hebben dat in het kersverse stichtingsbestuur meerdere deskundigheden vertegenwoordigd zouden zijn, was de geboorte van de Stichting Concerten Koepelkerk in 2001 een feit. Goed getimed, want in 2002 zou het Hinsz-orgel van de Martinikerk in Bolsward gerestaureerd worden en bovendien zou het jaar daarop de Grote Kerk in Leeuwarden vanwege een restauratie enige tijd dicht gaan. Dat bood een gelegenheid in 2002 orgelconcerten in de Koepelkerk van Leeuwarden te beginnen. Als concertavond werd de donderdagavond gekozen. Het bestuur van de Stichting Concerten Koepelkerk bestond en bestaat uit zes bestuursleden met ieder hun eigen specifieke inbreng. Naast organist Gerrit Stulp en voorzitter Bosselaar heeft een elektrotechnicus die tevens amateur-organist en -koordirigent is, zitting in het bestuur.

Behalve een financieel-economische man traden daarenboven ook de koster van de Koepelkerk en een lid van het college van kerkrentmeesters, zoals dat tegenwoordig heet, toe tot het bestuur. Aldus is een solide organisatorische 'infrastructuur' aangebracht. In 2003 was het 25 jaar geleden, dat het Vermeulen-orgel in de Koepelkerk werd geplaatst. Het orgel was afkomstig uit de Heilig Hartkerk in Tilburg en werd in Leeuwarden in een nieuw ontworpen kas geplaatst ter vervanging van het Valckx en Van Kouteren-orgel uit 1926/27 dat op enkele onderdelen na geheel verloren is gegaan. Naar aanleiding van dit jubileum werd besloten jaarlijks een orgelconcours te organiseren. Ik vroeg de bestuursleden: 'Hoe wilde u zich van andere orgelconcoursen in den lande onderscheiden?' Een vraag die het bestuur zichzelf natuurlijk ook heeft gesteld. Twee elementen vormden de kern van het antwoord. Het doel moest zijn de zondagse begeleiding van de gemeentezang te stimuleren en te verbeteren. Daartoe moest het koraalspel tijdens het concours voorop staan en werd op de amateur-kerkorganist (eventueel nog studerend aan een conservatorium) als deelnemer gemikt. In de tweede plaats zou het Vermeulen-orgel als uitgangspunt moeten dienen. In dit orgel is gepoogd een klassieke klankopbouw met vulstemmen op alle werken te combineren met registers uit het romantisch arsenaal. Juist dat laatste geeft het orgel een bijzondere plaats in het Friese orgelbestand. Daarom zou bij romantische orgelspel aangeknoopt moeten worden.

'Is de destijds gekozen opzet nog steeds actueel of is die veranderd?'
In 2006 zal een enigszins andere weg worden ingeslagen. Zoals te doen gebruikelijk bij orgelconcoursen sturen de zich aanmeldende deelnemers enkele opnamen van hun orgelspel in. De jury van het Koepelkerkconcours beslist vervolgens welke vier kandidaten door gaan naar de finale. In de finale moest de afgelopen jaren geïmproviseerd worden op een kort tevoren opgegeven thema. In 2004 was dat psalm 93, 'De Heer is koning, Hij regeert altijd'. Hoewel de finalisten steeds goede organisten waren, viel het improvisatiespel enigszins tegen. Het ene jaar wat minder, het andere jaar wat meer, maar toch. Het stichtingsbestuur zoekt de oorzaak mede in de ondergeschikte positie die het improviseren in de orgelstudie aan de Nederlandse conservatoria inneemt. De aansluiting bij romantisch orgelspel kwam in de improvisaties onvoldoende uit de verf. Vandaar dat in 2006 voor een andere aanpak is gekozen: van improvisatie naar interpretatie. Door werken uit het romantische orgelrepertoire voor te schrijven hoopt het organiserende stichtingsbestuur een meer bij het Vermeulen-orgel passende finale te realiseren. De finalisten moeten op 25 februari twee romantische werken spelen: het Andantino van César Franck als verplicht werk en daarnaast een werk uit dezelfde tijd en in dezelfde sfeer naar keuze. Ook in andere opzichten is de opzet van het concours gewijzigd. Het concours is bekort en vindt alleen nog 's avonds plaats. Daarmee is het afsluitende orgelconcert door een jurylid komen te vervallen. In 2006 is ook voor een ruimere doelgroep gekozen. In beginsel kan iedereen zich als deelnemer aanmelden. Voor de organisatoren is het afwachten of daarmee niet op het hoge niveau van de deelnemers tot nu toe zal worden ingeleverd. De voorselectie krijgt nu meer gewicht. Door bijzonderheden van enkele finalisten te vermelden, is een indruk te vormen omtrent het niveau en de achtergrond van de deelnemers. Harmen Trimp uit Hardenberg, ten tijde van concours in 2004 organist van de gereformeerde kerk Vrijgemaakt in Heemse, student geschiedenis aan de RU Leiden en orgelstudent aan het Amsterdamse Conservatorium. Harmen won zowel in 2004 als in 2005 de eerste prijs en mocht derhalve de wisseltrofee twee keer mee naar huis nemen. Wout Bosschaart, organist in verschillende kerken op Walcheren. Woonachtig in Aagtekerke en twee jaar geleden student aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij was drie maal achtereen finalist. De eerste keer, in 2003, was hij de winnaar van het Koepelkerkconcours. VWO-scholier Peter van der Zwaag had in 2004 nog geen vaste plaats als kerkorganist en studeerde orgel bij de Leeuwarder organist Theo Jellema. In 2005 behoorde Peter van der Zwaag opnieuw tot de finalisten. Gerard van der Zijden, geboren in 1965, was in 2004 finalist. Hij studeerde orgel bij o.a. Jan Brandwijk, Henk Groeneweg, Arie J. Keijzer en Geert Bierling. Bij deze laatste rondde hij zijn orgelstudie aan het Brabants Conservatorium af. Hij is hoofdorganist van de Oude of Pelgrimvaderskerk te Rotterdam-Delfshaven.Ook J.J. van der Tol uit Blija en J. Braakman uit Vriezenveen behoorden tot de finalisten van het concours.

'Wie vormen in 2006 de jury?'
Drie vrouwelijke organisten, te weten Christine Kamp, Petra Veenswijk en Gonnie van der Maten. In het verleden vormden bekende organisten als Johan van Dommele, Bert Matter, Jaap Zwart, Dirk Out en Dirk Donker de jury. Na drie concoursen met uitsluitend mannelijke juryleden leek het een goed idee voor 2006 uitsluitend vrouwelijke organisten te vragen. Uiteraard moesten die wel aan dezelfde eisen voldoen als hun mannelijke voorgangers. De drie gevraagde organistes hebben ruime ervaring als jurylid van een concours en hebben bovendien een duidelijke affiniteit met het romantische orgelrepertoire. Christine Kamp en Petra Veenswijk kennen bovendien het Vermeulen-orgel goed, omdat zij de afgelopen jaren in de Koepelkerkserie hebben geconcerteerd.

'Hoe groot is de belangstelling voor het concours?'
Klagen hierover doen de organisatoren niet. Jaarlijks meldden zich zo'n 12 – 14 deelnemers waarvan er vier doorgingen naar de finale. De belangstelling van het toehorende publiek zou beter kunnen, zeker vanuit Friesland. In 2004 waren er veertig toehoorders aanwezig. In 2005 waren dat er zo'n vijfenveertig tot vijftig. De organiserende stichting doet er alles aan om via orgeltijdschriften en kranten de publieke belangstellen voor het orgelconcours te bevorderen. Een artikel in de Friese Orgelkrant is dan ook bijzonder welkom. De publiciteit blijft een punt van aandacht.

'Kan het concours financieel uit?'
Min of meer. Daarom is het ook zo belangrijk de publieke belangstelling te vergroten. Zonder sponsors zou het organiseren van het Koepelkerkconcours onhaalbaar zijn. Naast sponsors als de Rabobank Leeuwarden en het VSB-fonds waren de gemeente Leeuwarden en de provincie Fryslân de hoofdsponsors. Alle finalisten ontvingen in 2004 uit handen van wethouder T. van Mourik een oorkonde en in 2005 uit handen van gedeputeerde Mulder. Net als voorgaande jaren overhandigde Jan Bosselaar , voorzitter van de organiserende stichting, de finalisten van 2004 en 2005 bovendien een herinneringsfoto.

Na een uurtje is het gesprek afgelopen. We hebben besproken wat we wilden, hetgeen door de digitale voorbereiding vlot ging. Er worden nog detailafspraken gemaakt over foto's en er wordt nog even gefilosofeerd hoe we nog net iets over het verloop van het Koepelkerkconcours 2006 in de Friese orgelkrant kunnen meenemen. Eén van de bestuursleden doet me vervolgens uitgeleide. We werpen nog even een blik in de kerk en halen nog enkele herinneringen aan de Koepelkerkdiensten van vroeger op. Weer komen allerlei herinneringen aan vroeger boven. De tijd lijkt even stil te staan. Maar als ik weer buiten sta, keer ik terug naar de werkelijkheid. De realiteit in de vorm van het weer heeft een verandering ondergaan. Niets veranderlijker dan het Nederlandse weer. Dit keer gelukkig in positieve zin. Onder een heldere hemel met een nog wat waterig zonnetje kruip ik weer in mijn 'ijzeren heilige koe' en rijd ik terug naar huis.

(zaterdag 25 februari 2006 was Theo Griekspoor uit Aalsmeer de verrassende winnaar)

JSJ


  Nog een orgelconcours in Fryslân Friese Orgelkrant 2006

Friesland kent nog een orgelconcours. Het is bescheidener van opzet dan dat in de Leeuwarder Koepelkerk en richt zich op deelnemers afkomstig van de Friese muziekscholen. Vorig jaar vond het op zaterdag 12 november plaats in de gereformeerde kerk van Rinsumageest. Dat dorp ligt even ten zuiden van Dokkum. In 2004 werd dit concours voor de eerste keer georganiseerd, toen in de hervormde kerk van Rinsumageest. Hoogstwaarschijnlijk vindt het concours in 2006 wéér plaats, dan opnieuw in de hervormde kerk.

De organisatie is in handen van de orgelcommissie Rinsumageest, die concerten en ook dit concours organiseert in zowel de gereformeerde als hervormde kerk ter plaatse. Er waren twee categorieën deelnemers, allemaal amateurs uit het Noorden en Oosten van de provincie Fryslân. In de categorie 'beginners' waren er zes deelnemers, in de categorie 'gevorderden' vier. In de eerste categorie kwam de 16-jarige Jacob Adema als eerste uit de bus. Hij speelde 'Schmücke dich, o liebe Seele' van Christian Finck. Jacob Adema is leerling van het Centrum voor de Kunsten in zijn woonplaats Drachten, waar hij klassieke orgellessen bij docent Johan Koers uit Oranjewoud volgt. Jacob Adema is inmiddels organist van de gereformeerde kerk vrijgemaakt 'De Fontein' in Drachten.

In categorie B, de gevorderde 'herintreders', kwam als verrassende winnaar Jelle de Jong uit Drogeham uit de bus. Jelle de Jong (geboren in 1950), die samen met zijn broer een houtwarenfabriek in Drogeham runt, begon zijn orgellessen bij Gep Ellens, zélf oud-leerling van George Stam. Van 1963 tot medio jaren tachtig van de vorige eeuw was hij een actief organist en kerkmusicus in de omgeving van zijn woonplaats. Tijdgebrek en andere problemen noopten hem toen een punt achter zijn muziekleven te zetten. Daarmee kwam ook een einde aan zijn privé-lessen bij Arnold Feddema, eveneens oud-leerling van George Stam. In 2000, het Bachjaar, pakt hij de draad echter weer op. Sinds 2002 begeleidt hij weer regelmatig kerkdiensten in Surhuisterveen en Boelenslaan. In 2003 schrijft hij in op een cursus orgelimprovisatie van de Streekmuziekschool De Wâldsang in Buitenpost. Vervolgens schrijft hij zich definitief in als orgelleerling bij dezelfde muziekschool. Zij orgelleraar Yde Raap brengt hem met nieuwe orgelliteratuur in aanraking, waaronder de 'Reeks veranderingen I in vier secties' van Cor Kee. Jelle de Jong speelde dit moderne werk tijdens het concours in Rinsumageest. De éénhoofdige jury, bestaande uit de Kamper organist Ab Weegenaar, had niet alleen waardering voor de wijze waarop De Jong het werk – met een prominente rol voor de registranten – uitvoerde, hij prees ook de moed waarmee De Jong voor dit werk had gekozen.

Deze uitslag vormde voor Jelle de Jong in de allereerste plaats een persoonlijke triomf. De prijswinnaars in beide categorieën ontvingen een waardebon van € 50,- en een certificaat. Het concours werd afgesloten met een concert op het Steendam-orgel door Ab Weegenaar. In 2004 sloot Sietze de Vries uit Zuidhorn, die toen de jury vormde, het concours met een orgelconcert af. De belangstelling voor het concours viel het afgelopen met zo'n 20 personen wat tegen. Het concert van Ab Weegenaar trok een tiental bezoekers extra.

De gereformeerde kerk van Rinsumageest, waar het concours zich in november 2005 afspeelde, is gebouwd in 1913 naar een ontwerp van de bekende architect Tjeerd Kuipers, die ook het ontwerp voor de Koepelkerk in Leeuwarden maakte. In 1937 kreeg de kerk een orgel, gebouwd door de firma Valckx en Van Kouteren. In het huidige orgel, dat in 1993 door Sicco Steendam werd opgeleverd, is een deel van het pijpwerk uit het oude orgel verwerkt. Het orgel heeft 26 stemmen verdeeld over twee manualen en een vrij pedaal.

JSJ


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard