ok2006menu


  Van de redactie Friese Orgelkrant 2006

Wie het kleine niet eert . . . .

Hoewel de Nederlandse economie langzaam uit het dal lijkt te kruipen, is voor het historische orgelbestand in ons land nog zeker geen sprake van 'zoet na zuur'. De bezuinigingen op cultuur en ook op de zorg voor monumenten werken nog steeds merkbaar door. Ook in Fryslân is dat voelbaar. Neem het pittoreske dorpje Sandfirden aan de boorden van de Hop, een 'uitstulping' van de Ringwiel, een poel in het waterrijke gebied nabij de Oudegaaster Brekken ten Zuidwesten van IJlst. Het Van Damorgel uit 1857 in het kleine dorpskerkje wordt gerestaureerd. Het gaat om een éénklaviers instrument met een aangehangen pedaal en zeven stemmen. Kosten ruim € 82.000,-. Subsidie van rijksmonumentenzorg: geen. Gelukkig springt de provincie bij met een subsidie van iets meer dan € 20.500,-. Het dorp moet dan zelf het restant van zo'n € 61.500,- opbrengen. Het fantastische boek '419 X Friesland' waarin Peter Karstkarel 419 dorpen, vlekken, plaatsen en steden in de provincie Fryslân beschrijft, vermeldt dat Sandfirden zeven woningen en twintig inwoners telt. Bij dergelijke getallen wordt in volle omvang duidelijk wat de kosten van € 61.500,- voor zo'n dorpje betekenen. De Leeuwarder Courant meldde afgelopen zomer dat het dorp een rommelmarkt ten bate van de orgelrestauratie had georganiseerd. De verwachte netto opbrengst was € 1000,-. De ietwat ironische gedachte 'Dan moeten er nog heel wat rommelmarkten volgen' valt bij het lezen van zo'n krantenbericht moeilijk te onderdrukken. Temeer daar in 2005 ook gestart is met de uitvoering van een meerjarenplan voor het onderhoud van het dorpskerkje zelf, wat jaarlijks € 7700,- kost.

En dan is Sanfirden nog bevoorrecht: dorp en kerkje liggen op een zeer gewilde locatie. Er komen waterrecreanten en men kan er trouwen. Verder wordt er regelmatig een intiem concert – klassiek of populair – georganiseerd. Op die manier zijn er nog enige opbrengsten te genereren, temeer omdat de musici meestal belangeloos hun medewerking verlenen. Het zal echter volstrekt duidelijk zijn, dat restauratie en onderhoud van kerk en orgel desalniettemin niet zonder de bijdragen van particuliere fondsen en stichtingen kunnen. De Stichting Sânfurd is in 1978 opgericht om de sloop van de in verval geraakte kerk uit 1732 te verhinderen. Daarin is zij geslaagd. De website van deze stichting vermeldt nu, dat in 2004 en 2005 al een groot deel van de benodigde gelden voor de orgelrestauratie zijn toegezegd of ontvangen. Dit lijkt het toekomstbeeld te worden: bij een terugtredende overheid moet 'het particulier initiatief' steeds meer financieel bijspringen wanneer het gaat om het onderhoud en de restauratie van cultuurmonumenten als kerken en kerkorgels.

Groter dan Sanfirden is het dorpje Longerhouw, vlak ten westen van Bolsward. Dit dorp omvat volgens Karstkarel's boek 26 woningen en heeft 60 inwoners. Ook hier is het orgel in de historisch interessante kerk aan restauratie toe. En ook hier gaan de kosten de draagkracht van de inwoners te boven. Longerhouw is helaas niet zo’n gewilde locatie als Sandfirden, waardoor fondswerving een stuk lastiger is. Het ligt enigszins geïsoleerd en valt net buiten de prachtige Âldfaers Erf route. Momenteel wordt het orgel van L. van Dam & Zonen uit 1868 in de hervormde kerk van Longerhouw gerestaureerd. Orgelmakerij Bakker & Timmenga bv te Leeuwarden voert de restauratie uit. Ook hier geen bijdrage van monumentenzorg en bovendien geen bijdrage van de provincie Fryslân. Gelukkig springen particuliere fondsen enigszins bij, hun bijdragen kunnen niet worden gemist. Voorlopig worden alleen de claviatuur en de mechanieken gerestaureerd. Begrote kosten € 10.000,-. Een omvangrijke restauratie moet vanwege de kosten op zich laten wachten.

De Stichting Organum Frisicum heeft naar aanleiding van deze situatie in Longerhouw besloten restauratiewerkzaamheden van een beperkte omvang die plaats vinden in kleine Friese dorpen, te subsidiëren met een bedrag van € 500,-. Voorlopig keert de stichting dat bedrag tweejaarlijks uit. Op termijn zal worden bekeken of het voor de Stichting Organum Frisicum een financieel haalbare kaart is daar een jaarlijkse subsidie van te maken. Longerhouw valt dus de eer te beurt als eerste deze nieuw ingestelde subsidie te ontvangen. Concreet zal van dit bedrag herstel van het toetsbeleg en van de 'klavierbak' worden gefinancierd. Deze subsidie past in het beleid van de stichting het gebruik van kleine en weinig bekende orgels in Friesland te waarborgen en te stimuleren.

Redactie


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard