Friese organist en dirigent Balt de Vries viert 50-jarig jubileum
Friese Orgelkrant 2010
Het jubileum
Elke streek in ons land kent wel enkele kerkmusici die onmisbaar zijn voor het levend houden van de orgelcultuur en de kerkmuziek
in de regio. Dat geldt in Fryslân onder meer voor Balt de Vries, in 1944 geboren te Oosterend, destijds gemeente Hennaarderadeel.
Anno 2009 heet zijn geboortedorp Easterein, behorend tot de gemeente Littenseradiel. Sinds 1970 is hij organist van de protestantse
Martinikerk in Easterein. Deze kerk bezit een groot 'dorpsorgel' met 24 stemmen, verdeeld over twee manualen en een vrij pedaal. Het
werd in 1870 door Willem Hardorff opgeleverd. Op donderdag 30 juli 2009 gaf Balt de Vries op zijn 'eigen' orgel een jubileumconcert,
omdat hij dit jaar 50 jaar organist is. Voorafgaand aan dat concert zochten wij hem in zijn woonplaats Scharnegoutum op.
Baltazar Reinalda de Vries komt uit een typisch gereformeerd gezin, dat uit vader, moeder en drie kinderen bestond. Vader De Vries was
organist van de plaatselijke gereformeerde kerk en leidde een koor in het even verderop gelegen Kubaard. De familie behoorde tot de 'kleine
luyden'. Vader verdiende de kost als kleermaker. De gereformeerde kerk van Easterein is niet meer als kerk in gebruik. Het orgel uit 1903
werd in 2008 gerestaureerd (zie de Friese Orgelkrant 2009). Ook Balt de Vries' moeder speelde orgel. Verder speelde ze ook een beetje viool.
De belangstelling voor het orgel is Balt de Vries dus met de paplepel ingegeven.
Zondag zat Balt altijd bij zijn vader op het orgel en dat was geen verplichting. Hij wilde het graag, want hij vond het prachtig. Vader De
Vries had heel lange vingers en een zeer vaste hand in de fijne motoriek. Die aanleg was nog versterkt door het omgaan met naald en draad.
Kaarsrecht zat hij achter het orgel. Hij had orgelles gehad van Paul Gaillard, de voorganger van Rusticus als organist van de Martinikerk in
Sneek.
Moeder speelde thuis op het harmonium een licht repertoire: bijvoorbeeld walsen van Strauss. Ook haar vioolspel vond Balt heel mooi. Met Kerst
hoorde hij meester Kornelis, organist van de hervormde kerk spelen. Ook het koor van meester Kornelis hoorde hij dan zingen. Dan was hij verrukt
en dacht: 'Dat wil ik later ook, organist en koordirigent worden'. Het is ook uitgekomen, zij het als hobby want van zijn ouders moest hij naar
de kweekschool om onderwijzer te worden. Achteraf bekeken een goede zet, vindt Balt de Vries.
Wanneer kreeg u uw eerste orgellessen? En van wie?
'De Sneeker organist Y.S. Rusticus was mijn eerste orgelleraar. Ik was toen veertien. Aanvankelijk kreeg ik les bij hem thuis, later in de
Martinikerk. De eerste beginselen van het orgelspel waren me door mijn vader bijgebracht. Wat mijn vader tijdens de kerkdiensten veelal
speelde, kende ik op den duur uit het hoofd. Ik probeerde thuis steevast de voorspelen van Cor Kee na te spelen. Ik had die voorspelen
zo vaak in de kerk gehoord dat ik precies wist wat er kwam. Ik kon echter nog geen noot lezen.
Mijn vader gaf mij, toen ik hem erom vroeg, op mijn zevende een paar lessen uit de boeken van H.P. Steenhuis 'De Harmoniumspeler'.
Na een kerkdienst mocht ik daar wel eens uit spelen, toen ik een paar stukjes kende. Dat gebeurde voor de eerste keer toen ik 8 jaar
was. Ik heb maar een handjevol lessen van mijn vader gehad. Hij kon me niet regelmatig orgellessen geven, want hij had zijn werk. Mijn
vader moest voor één kostuum soms wel vier keer naar de koper toe en die woonde – voor toenmalige begrippen – vaak ver weg.
Hij had gelukkig een motor, een Adler.
Na die paar lessen op mijn zevende, achtste jaar kreeg ik geen lessen meer. Ik improviseerde thuis wat en speelde zelf uit de boeken van
Steenhuis. Daar bleef het bij. Als twaalfjarige begeleidde ik in Easterein wel eens een psalm. Mijn vader stond dan letterlijk en figuurlijk
achter me en zei: 'Ik neem het van je over als het fout gaat".
Mijn oudste zus kreeg wél orgellessen, van meester Kornelis, de organist van de hervormde kerk. Voor mij waren echter tot mijn veertiende
geen orgellessen weggelegd.
Toen ik dertien werd, verhuisden wij van Oosterend naar Oppenhuizen en niet veel later ging ik bij Rusticus orgellessen volgen. Rusticus had
veel leerlingen. Ik noem Dirk S. Donker (opvolger van Rusticus als organist van de Sneeker Martinikerk), Pieter Hoekstra, Harry Mast en Folkert
Grondsma. Daar ging je natuurlijk geregeld mee om. Folkert heb ik later nog eens opgezocht in de rooms-katholieke kerk van Leiden, waar hij
organist was.'
Hoe verliep uw opleiding?
'Na de lagere school in Oosterend bezocht ik de ULO in Wommels en – na onze verhuizing – in Sneek. Daarna ging ik naar de
kweekschool in Sneek. Ik was al jong kerkorganist, dus was er gelegenheid genoeg voor me om op kerkorgels te spelen. Naast
vaste organist in Oppenhuizen, was ik reserve-organist in de gereformeerde kerk(en) te Sneek en ik speelde vaak als vervanger in Bozum,
Wieuwerd en Britswerd.
Voor mijn orgelleraar Rusticus speelde ik later ook wel eens een trouwdienst of een gewone dienst. Toch koos ik – op aandringen van
mijn vader – voor het beroep van onderwijzer. Mijn eerste standplaats was Kubaard. Ik hield toen op met mijn orgellessen bij Rusticus
en stapte over naar Frans Tersteeg, die een heel goede pedagoog was, zeer accuraat met een prachtig toucher. Hij was organist van de
rooms-katholieke kerk in Bolsward. Bij Tersteeg haalde ik in één keer het diploma D van de muziekschool in Bolsward. Daarna moest ik
overstappen naar Dirk S. Donker, bekend concertorganist uit Sneek en opvolger van Rusticus als organist van de Martinikerk. Balt de
Vries die in het bezit is van het 'Diploma Kerkmuziek voor Organist' en van 'Diploma Kerkmuziek voor Cantor' volgde zijn eerste lessen
koordirectie eveneens bij Y.S. Rusticus in Sneek. Later waren Jan Veninga en Gerben van der Veen zijn koordocenten in Leeuwarden en
Eduard Nieland in Gorinchem.
Naast zijn orgellessen bij Dirk S. Donker volgde Balt de Vries individuele orgellessen bij onder andere bij Willem Hendrik Zwart en
Klaas Jan Mulder uit Kampen om zich breder te oriënteren en in de orgelromantiek te bekwamen. Bij Christaan Ingelse te Gouda nam hij
les om zich in de Barokmuziek te verdiepen. Improvisatielessen kreeg hij enige jaren van Jan Bonefaas in Gorinchem. Theorielessen volgde
Balt de Vries bij Dick Dijk en na diens overlijden bij Rein Ferwerda.
Waar werd u het eerst tot kerkorganist benoemd? Wanneer was dat?
'Op mijn vijftiende werd ik organist in de gereformeerde kerk te Oppenhuizen. Dat was een klein kerkje, maar het orgel klonk mooi.
Achter in de kerk was een rond raam. Als ik doordeweeks in de kerk zat te spelen en naar dat raam keek, dan verbeelde ik mij dat
ik bij Franck in Parijs in de kerk zat.
In Oppenhuizen bleef de oude organist, Anne de Jager, ook organist. We deden om de beurt een dienst. Al gauw moest ik in andere kerken
vervangen. Dat gebeurde nadat een zekere Wim Eppinga een concert in Oppenhuizen kwam geven. Na het concert raakte ik met hem in gesprek
en hij vertelde dat hij organist in Bozum was. Ik ging daar eens naar toe om een concert van hem bij te wonen en toen zei hij: 'Kom eens
op een dag door de week bij mij, dan wil ik je horen spelen'. Zo kwam het dat ik hem vaak moest vervangen, want hij had veel andere
activiteiten. Bovendien was hij organist van drie kerken: Bozum, Wieuwerd en Britwerd. Dus moet ik vaak aan de bak. Ik deed dat gratis
voor hem, want hij had geen cent te makken.
's Winters was het een koud ritje op de fiets daarheen, maar dat was voor mij geen punt, want ik mocht daar doordeweeks voorafgaand aan
de dienst waarin ik moest spelen, ook oefenen. Vooral in Bozum kwam ik graag. Als ik op het rugwerk speelde en de tremulant opengetrokken
had, waande ik me in de Oude Kerk van Amsterdam. Ook verving ik veel in Rauwerd (Raerd) en Ysbrechtum. Bij sommige kerken, zoals in Bozum,
kreeg ik zelfs van de koster voor de dienst koffie. En er was ook waardering . De predikant in Ysbrechtum zei regelmatig: "Je hebt
mooi gespeeld".
Zoals gezegd mocht ik in een kerk komen spelen om te oefenen, als ik daar 's zondags moest spelen. Dat bleef zo toen ik na vergelijkend
examen op mijn zeventiende reserve-organist van de gereformeerde gemeente (synodaal) te Sneek werd. Toen kon ik in
de drie gereformeerde kerken die Sneek rijk was, oefenen. Daarnaast bleef ik één keer per twee weken de kerkdiensten
in Oppenhuizen begeleiden.
Zodoende was ik vaak in de kerk en verzuimde ik nogal eens van school. Omdat ik wel eens een leraar van school tegenkwam, als ik weer op de
fiets naar een kerk onderweg was, moest de reden van mijn schoolverzuim wel aan het licht komen. Al gauw riep de directeur van de kweekschool
mij bij zich. Hij vroeg: 'Waarom doe je zo, Balt?' Ik antwoordde: 'Ik voel me op school opgesloten en niet vrij'. De directeur vroeg: 'Hoe denk
je dat op te lossen?' Ik vroeg: 'Vindt u het goed, dat ik als ik me opgesloten en onrustig voel, naar de kerk ga om orgel te spelen?'
Gelukkig had de directeur affiniteit met muziek. Ik had wel eens met zijn echtgenote, die mooi kon zingen, over muziek gesproken. En zo
kwam het dat ik ten antwoord kreeg: 'Dat is goed, doe dat dan maar. Als je je weer rustig voelt, moet je echter direct weer naar school
komen'. Zo kreeg ik de gelegenheid ook op werkdagen op kerkorgels te spelen. Ook heb ik wel op het carillon gespeeld als Dirk Donker naar
de Beiaardschool in Amersfoort moest'.
De kweekschool heeft Balt de Vries – met de hoofdakte – overigens zonder te doubleren gehaald. Nadat hij in een bomvolle
Noorderkerk ter herdenking van Fedde Schurer's overlijden, het orgel had bespeeld, merkte de kweekschooldirecteur op, dat Balt de Vries
één van de wonderlijkste studenten was die hij in zijn loopbaan had meegemaakt.
Benoeming tot organist van de Martinikerk in Oosterend
Dat was in 1970. Vóór zijn benoeming in Oosterend, was Balt de Vries na zijn huwelijk in 1967 eerst nog drie jaar organist van de hervormde
kerk in Wommels. Voor de functie van organist in Oosterend moesten de kandidaten een dienst proefspelen. Op uitnodiging van Bernlef Kornelis,
zoon van hoofdmeester Kornelis, heeft Balt de Vries toen ook een dienst proefgespeeld. Eerst mocht hij in aanwezigheid van kerkvoogd Reitsma
op zaterdagavond even op het Hardorfforgel oefenen. Uit de kandidaten is hij tenslotte gekozen en ter benoeming voorgedragen. Na Y.S. Rusticus
en Frans Tersteeg kreeg Balt de Vries les van Dirk S. Donker, van wie hij veel opstak. Maar na een paar jaar ging hij tevens les nemen bij de
Kamper organist Willem Hendrik Zwart, zoon van de bekende Jan Zwart.
Nieuwe wegen
'Op een keer vertrok ik weer naar Kampen om van Willem Hendrik Zwart les op het grote Hinszorgel in de Bovenkerk te krijgen. Ik zou Zwart zoals
gewoonlijk van huis halen en dan eerst een kopje koffie met hem drinken. We spraken dan over van alles en nog wat. Zwart was over een breed front
goed onderlegd. Die keer bleek Zwart niet thuis te zijn. Zijn vrouw zei: 'Wat erg Balt, mijn man heeft een opname en nu denk ik, dat hij jou
vergeten is.' Later belde Zwart op met de mededeling: 'Sorry, ik was je door de drukte vergeten. Weet je wat? Ik geef je een keer les in je
eigen kerk en je hoeft dan niet te betalen'. Zo gezegd, zo gedaan.
Na afloop van die les deed Willem Hendrik Zwart de prikkelende suggestie voortaan concerten in Oosterend te geven. 'En je speelt zelf ook'.
Balt de Vries sputterde tegen en zei: 'Ik maak vast fouten. Maar van gepraat over fouten trok Zwart zich niks aan. 'Elke organist maakt wel
eens een fout en dominees verspreken zich honderd keer.
Wij hebben de taak om het orgel bij de mensen te brengen. Je speelt aan het begin en aan het eind van je concert een koraalbewerking, dat
vinden de mensen mooi. Daarna speel je Bach en verder speel je nog iets van een Mendelssohn of Franck, dat zullen de mensen op den duur ook
waarderen. Je speelt allereerst om de mensen uit de omgeving en vakantiegangers een plezier te doen', zei Zwart.'
Na de restauratie van het Hardorfforgel in 1985 gaf Theo Jellema als eerste een orgelconcert in Oosterend. Dat was een kerstconcert op 20 december
1986. Een week later gevolgd door een concert van Balt de Vries. In 1987 begon Balt de Vries op verzoek van de hervormde kerkvoogdij elke zomer
een aantal orgelconcerten te organiseren, in het begin vier, later zes. In 1987 en 1988 verzorgde hij zelf de vier concerten. Daarna speelde hij
er twee. Voor de overige twee nodigde hij organisten als Dirk S. Donker, Jan Bonefaas en Willem Hendrik Zwart uit, kortom zijn docenten. Het afgelopen
jaar vonden in juli zes concerten plaats, te weten door Martin Mans, Sietze de Vries, Dick Sanderman, Everhard Zwart, Sander van Marion en tenslotte
door Balt de Vries zelf.
Zwart, Mulder en Bonefaas
Over zijn latere orgelleraren weet Balt de Vries enthousiast te vertellen: 'Bij Zwart thuis praatten we, voordat de orgellessen begonnen, overal
over: over muziek, over de Romeinse cultuur waar hij veel van wist; over boeken uit zijn eigen bibliotheek; over zijn vader Jan Zwart wiens
muziek ik altijd mooi gevonden heb; over koraalzettingen; over trio's, die kon hij mooi improviseren en registreren; over triosonates van Bach,
die hij vaak voorspeelde en over organisten uit de tijd van Jan Zwart. Kortom over van alles en nog wat. Die gesprekken waren van grote waarde.
Zowel thuis als op het orgel in de Bovenkerk wist hij een geweldige, stimulerende sfeer te creëren. Daarin zit voor mij vooral de waarde van zijn
lessen.'
Na Zwart wilde Balt de Vries graag Klaas Jan Mulder als orgeldocent. Na afloop van één van zijn vele concerten had Balt de Vries wel eens
met hem gesproken. Hij vond Mulder een ware virtuoos en vroeg of hij les kon nemen. 'Heb je ook een piano?', vroeg Mulder. 'Nee', antwoordde
Balt de Vries. 'Dan doe ik het niet', zei Mulder. 'Eigenlijk heb ik het ook te druk', vervolgde hij. Maar Balt de Vries wílde per se les van
Mulder hebben en dus kocht hij een piano. Vervolgens reed hij naar Mulder's huis in Kampen en zei: 'De piano heb ik inmiddels'. Dat kon Mulder
waarderen en zo begonnen de lessen bij Mulder. Hij vond piano spelen naast orgel spelen nodig voor de techniek. En dus speelde Balt de Vries
tijdens de lessen eerst piano-etudes en dan pas orgelstukken. Tot diens ziekte is Balt de Vries bij Mulder gebleven. Hij stopte met zijn lessen
bij Donker en bleef alleen nog bij Mulder lessen volgen. Mulder was bescheiden en niet zo'n prater als Zwart. Door Mulder leerde Balt de Vries
van alles over muziek en muziekopnamen. Samen beluisterden en bekeken ze diverse CD's en DVD's. Mulder was een rasmusicus, muziek was zijn leven.
Hij was ook een gedreven docent en wist van geen ophouden.
Nog tijdens de periode van Mulder's lessen ging Balt de Vries naar Jan Bonefaas om zich te bekwamen in het improviseren. 'Bonefaas had een
ongebreidelde fantasie in een klankidioom dat ik altijd prachtig gevonden heb, al in mijn jonge jaren. Enige keren per jaar reisde ik naar
Bonefaas in Gorinchem. Hij improviseerde in allerlei vormen. De vorm vond hij heel belangrijk: fuga's, passacaglia's, koraalvoorspelen in
allerlei vormen, hele symfonieën etc. Hij componeerde ook veel, koraalvoorspelen, orgelsymfonieën en grote werken voor koor en orgel. Op een
zaterdag kwamen vele van zijn improvisatieleerlingen in de kerk en zij moesten om de beurt improviseren in een vorm die 'de meester' opgaf.
Aan het eind improviseerde de meester zelf in verschillende vormen. We vonden het prachtig. Het voelde of we bij Franck waren. We vergaten
de tijd en zijn vrouw belde ongerust: 'Jan, waar blijf je?' De improvisatiemiddag werd abrupt afgebroken.
De lessen in Gorinchem verliepen volgens een vast stramien. Om half elf was Balt de Vries present. Na anderhalf uur les ging Bonefaas naar
huis om te eten. Balt de Vries kon dan twee uur lang praktiseren wat hij net geleerd had. Van de grote orgels die Balt de Vries bespeeld heeft,
werd dat van Gorinchem zijn lievelingsorgel.
Bonefaas had achter op de orgelzolder een kamer die hij kon verwarmen en waar hij ongezien kon roken. De preek kon hij daar via
een luidspreker beluisteren. Op die zolder lag in kasten gigantisch veel koormuziek, kleine en grote stukken, soms stukken van wel een half
uur voor zijn 'eigen' koor. Vaak eigen composities in heel mooi handschrift geschreven en vermenigvuldigd voor de koorleden. Die stukken vormden
een goudmijn.
Bonefaas componeerde voorspelen, symfonieën etcetera met invloeden van Bach, Reger, Franck en vooral de laatromantiek, maar toch in een eigen
stijl met veel gevoel voor harmoniek. Bonefaas wist veel van theologie, kerk- en kunstgeschiedenis. Hij was een zeer kunstzinnig man. Na de
lessen bij hem thuis toonde hij vaak wat hij gecomponeerd had en liet de muziek horen. In de lessen zelf improviseerde hij ook altijd in een
bepaalde vorm voor. Prachtig. Hij legde ook verbanden. Eens zei Bonefaas: 'De Groningers zijn echte Bachspelers'. Hij doelde op Wim van Beek
en diens leerlingen. Eén van die leerlingen was onder andere Christiaan Ingelse, organist van de Sint-Jan in Gouda. Bij hem heeft Balt de Vries
ook nog een heel seizoen lessen gevolgd. Daardoor heeft hij twee toeristenconcerten in de Sint-Jan mogen verzorgen. Een ware belevenis!
Wat is voor u het bijzondere van het orgel in Easterein?
Balt de Vries: 'Ik ben verknocht aan mijn uit 1870 daterende Hardorfforgel in Easterein en ermee vergroeid. De zachte registers zijn mooi,
maar er zit ook pit in het orgel. Spelen tijdens kerkdiensten vind ik het mooiste van mijn werk. Daarnaast heb ik altijd met veel plezier koren
begeleid. Zowel grote koren als Edoza (uit Sneek) als kamerkoren heb ik begeleid. Eén van de eerste koren die ik begeleidde was "Scheppingsgave"
uit Witmarsum onder leiding van Jan Blanksma sr.. Van Blanksma heb ik als koordirigent veel geleerd, evenals van Gerben Hofma uit Drachten trouwens.
Ook van Bonefaas en diens echtgenote heb ik op dit gebied veel geleerd, doordat ik dikwijls naar Gorinchem ging als ze 'de generale' hadden van een
groot koorwerk.
Eén koor begeleid ik als vaste organist nog steeds, namelijk het Christelijk Mannenkoor Patrimonium uit Leeuwarden. Verder ben ik dirigent van het
Groot Evangelisatiekoor Leeuwarden en van het mannenkoor Laus Deo uit Franeker. Ik ben eveneens jaren bestuurslid geweest van de KCZB, de Koninklijke
Christelijke ZangersBond, een belangenorganisatie voor koren.'
Hoe zag uw leven eruit met de tijdrovende bezigheden van het organistschap en koordirigent?
'Toen ik in 1966 in Kubaard tot onderwijzer was benoemd, trouwde ik met Roeli Fabriek. Later ben ik in Scharnegoutum en Gauw onderwijzer geweest.
In dat laatste dorp ging ik vier jaar geleden met de VUT. We kregen vier kinderen. Vijf jaar nadat we getrouwd waren, kreeg mijn vrouw kanker.
De vreselijke ziekte leek onder controle, maar later kreeg ze een andere vorm van kanker. De laatste drie jaren waren een onbeschrijflijk lijden.
Het laatste jaar van haar leven heb ik haar verpleegd. Ik heb toen buitengewoon verlof genomen. Haar dood in maart 2001 betekende voor haar een
einde aan haar lijden, maar voor mij was het een regelrechte ramp'.
Echtgenote Roeli was in de begintijd van Balt de Vries' concerten zijn accurate registrante. Toen zij dat werk niet meer vol kon houden, werd Haitze
Wiersma zijn vaste registrant. Het leven bleek voor Balt de Vries echter een 'toegift' in petto te hebben. In 2004 ontmoette hij in Nijkerk op een
vergadering van de Koninklijke Christelijke Zangersbond, waar hij toen bestuurslid van was, de lieve en charmante vrouw Dicky Kruimer uit Huizen.
Hij was weduwnaar, zij weduwe. Bij Balt de Vries sloeg de vonk meteen over. Bij haar na korte tijd ook. Na ruim een jaar, in 2005, trouwden zij.
De trouwdienst, geleid door dominee Van Goch uit Huizen, vond plaats in de Martinikerk te Oosterend. Opmerkzame kerkgangers beweerden dat Balt de
Vries sindsdien weer opgewekter in de diensten speelde.
Om het wat rustiger aan te kunnen doen, verkaste Balt de Vries in 2003 binnen dezelfde schoolvereniging van Scharnegoutum naar een kleinere school
in Gauw. Eind 2006 ging Balt de Vries met de VUT Hij bleef met zijn tweede echtgenote in Scharnegoutum wonen. Inmiddels hebben ze hun huis verkocht
en hebben ze vergaande plannen om in Sneek wat kleiner en vooral comfortabeler te gaan
wonen. Begin 2010 blijken deze plannen gerealiseerd te zijn.
Er wordt wel eens onderscheid tussen verschillende stromingen in Orgelland gemaakt: organisten als Mans en Van Marion tegenover Jellema en Jongepier.
Wat vindt u van dat onderscheid? En waar staat u?
'Dat onderscheid, daar bemoei ik me niet mee. Ik nodig voor de concertserie in Easterein organisten van iedere groepering uit, omdat ik alle mensen
wil dienen. Het is echter zo dat wij meest gewone liefhebbers krijgen en weinig kenners. Daarom organiseer ik 'voor elk wat wils'.
Wat mijzelf aangaat: ik vind het spelen in de kerkdienst het mooiste van mijn werk. In een dienst zou ik graag zo willen improviseren als Bonefaas dat kon.
Daarom ben ik ook improvisatielessen bij hem gaan volgen. In evangelisatiediensten en zangdiensten speel ik vaak zoals in het EO-programma 'Nederland Zingt'
wordt gedaan. Ik zou in dat programma niet misstaan, maar vooral Bach en Franck beschouw ik als mijn muzikale wereld. Bonefaas kon het Feike Asma-idioom,
waaruit hij zich ontwikkeld en losgemaakt had, nog perfect spelen. Over Jan Jongepier gesproken. Ik hoorde hem eens aan het slot van een concert bij mij in
de Martinikerk improviseren over "Ere zij aan God de Vader". Ik had toen tranen in de ogen, zo mooi speelde hij. Dat heb ik na afloop ook tegen hem
gezegd, dat er in 100 jaar in de kerk niet zo mooi geïmproviseerd was. Dat vond hij mooi, natuurlijk.
Nee, mijn positie in genoemd onderscheid heeft geen invloed op de concerten in n Oosterend.
Ik kies een breed scala van organisten: inderdaad voor elk wat wils'..
Dat laatste was ook het uitgangspunt voor de programmering van Balt de Vries' jublieumconcert op 30 juli van het afgelopen jaar.
Er werd begonnen en geëindigd met koraalspel over religieuze liederen in 'de' stijl van Klaas Jan Mulder. Naast bekende
orgelwerken van Bach en Mozart, kwam echter ook 'zwaarder' werk van Mendelssohn, Franck en Saint-Saëns aan bod. Registrant was Haitze Wiersma, die na 20
jaar trouwe dienst het wat kalmer aan wil gaan doen. Het concert werd door maar liefst zo'n 200 belangstellenden bijgewoond. Een volle kerk dus.
In oktober en november kreeg het julbileum van Balt de Vries nog een vervolg: op zaterdagavond 3 oktober 2009 werd in de Martinikerk van Oosterend het
50-jarig jubileum van Balt de Vries als organist gevierd. Een rij van musici en sprekers trok aan de volle kerk met belangstellenden voorbij. De jubilaris
ontving van het hoofdbestuur van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer van de PKN een draaginsigne van goud met briljant. Na afloop konden de jubilaris
en zijn echtgenote in het plaatselijke
café gefeliciteerd worden.
Op zondag 15 november speldde burgemeester Reitsma van Wymbritseradiel na afloop van de kerkdienst in Easterein Balt de Vries de versierselen, horend bij het
lidmaatschap van de Orde van Oranje-Nassau, op.
De jubilaris aan het slot van ons interview: 'Ik ben gewoon Balt de Vries, met mijn mogelijkheden en beperkingen. Ik denk dat mijn orgelspel niet op dat van
één van mijn leermeesters lijkt en dat ik niet een hokje te plaatsen ben. 'Ik doe gewoon mijn best', zeg ik altijd tegen de mensen.'