Atze Veldhuis, Fries om útens gestopt als organist op Van Dam-orgels
Friese Orgelkrant 2026
In 1959 begeleidde Atze Veldhuis uit Leeuwarden voor het eerst de gemeen tezang in een kerkdienst. Een week tevoren moest zijn orgelleraar, Wim Eppinga, de plaatselijke
organist van de Hervormde Kerk in Tzummarum wegens ziekte vervangen. Het betrof een dienst met 'muzikale omlijsting' door het orgel. Atze was mee als registrant en werd
gevraagd de dienst van de zondag daarop te begeleiden.
Vervolgens was hij tijdens de Adventstijd tijdelijk organist in de Hervormde Kerk van Tzummarum. Deze kerk bezit een Van Dam-orgel uit 1877/78 en had destijds 16 registers
(16/II/aP). Het was het eerste Van Dam-orgel dat Atze Veldhuis tijdens zijn lange loopbaan als amateur kerkorganist bespeelde.
Atze Veldhuis is geboren en getogen in Leeuwarden. In 1955 verhuisde het gezin Veldhuis naar de Lijsterstraat, naar de woning boven de garage van zijn vaders autobedrijf. Hier
groeide Atze voor een belangrijk deel op. Na de lagere school ging hij naar de MULO. In het examenjaar 1964 nodigde vader Veldhuis zoon Atze uit mee te gaan naar de auto-RAI
in Amsterdam. Atze werd op slag helemaal idolaat van auto's en dan vooral van de Oost Duitse Wartburg. De merknaam Wartburg is ontleend aan het gelijknamige kasteel bij
de bekende plaats Eisenach. Na die Wende stopte de productie.
Autobedrijf Veldhuis werd officieel dealer van het merk Wartburg en Atze kwam in de zaak werken. Hij kreeg vrijstelling van militaire dienst en ging, nadat hij zijn rijbewijs had
behaald, bij de politie in Leeuwarden een cursus volgen om rijlessen te kunnen geven. Zo werd autobedrijf Veldhuis dé Wartburgspecialist, inclusief rijlessen, van Leeuwarden. En
kele bekende organisten en predikanten uit Leeuwarden waren vaste klant.
Op zekere dag in 1957 kwam iemand met interesse voor een tweedehands auto de zaak binnenlopen. Er was er wel eentje die hij wilde kopen, maar hij had niet genoeg geld.
Hoezo? Het bleek dat hij organist Wim Eppinga was, zoon van evangelist Frits Eppinga uit Stiens. Als musicus verdiende hij te weinig om zich een auto te kunnen permitte
ren, maar hij wilde er tóch graag één hebben om zich gemakkelijk en goedkoop te kunnen verplaatsen voor orgelconcerten en koorrepetities. Vader Veldhuis vond een creatieve
oplossing: Wim kon de auto 'in natura' betalen door de vier kinderen Veldhuis les te geven op het harmonium van moeder Veldhuis. Zo kon de koop doorgaan. Atze heeft orgelles
van Wim Eppinga gehad vanaf zijn 12e tot aan Wims dood in 1973. In 1958 verhuisde Eppinga op 28-jarige leeftijd met zijn vrouw naar Britswerd (Britswert) waar Wim naast
Bozum (Boazum) en Wieuwerd (Wiuwert) organist werd. Tot dan was hij organist in Blija (Blije). Toen Atze zijn rijbewijs had gehaald, verplaatsten de orgellessen zich naar
Britswerd. Eppinga woonde direct tegenover de kerk en dus konden de orgellessen op het kerkorgel (Van Dam, 1868) aldaar plaatsvinden.
Eppinga had geen conservatoriumopleiding. Hij had een opleiding in Brussel gedaan en leerde daar zijn eerste vrouw, de Schotse Harriet Elizabeth (roepnaam Betty) Troup
kennen. Wim Eppinga was een enthousiasmerende orgelleraar en dat kwam voor Atze goed van pas want hij was wél muzikaal maar niet een groot talent. Bovendien schoot
er niet veel tijd over voor de orgelstudie, want er moest hard gewerkt worden in het bedrijf van zijn vader. Vooral stukken met veel mollen kostten Atze moeite.
In overleg werd toen besloten de lessen voortaan te concentreren op kerkliederen met voor- en naspelen. Atze bekwaamde zich daarbij in het harmoniseren, liefst zonder
moeilijkheden met mollen. In voorkomende gevallen speelde hij psalmen en gezangen in een voor hem makkelijker toonsoort.
Advent 1959 startte de orgelloopbaan van Atze in de Hervormde Kerk van Tzummarum. De predikant van Tzummarum stuurde de te zingen liederen vooraf naar Wim Eppinga die ze voor
de 14-jarige Atze 'speelklaar' maakte. Vervolgens gingen ze met de bus van Britswerd naar Leeuwarden waar Atze het pakketje oppikte om daarna één en ander te kunnen instuderen.
Een bijzonder begin van een loopbaan als kerkorganist die ruim zestig jaar zou duren.
In de jaren 1960 tot 1965 had Atze geen vaste orgelplek. Wim Eppinga nam leerling Atze echter geregeld mee om te assisteren bij zijn concerten en kerkdiensten. Verder viel Atze
regelmatig pro deo in voor zijn leraar Eppinga en elders werd Atze eveneens gevraagd. Zo ook in de Hervormde Kerk – nu Agneskerk – van Goutum voor de oudejaarsdienst
1965. De organist aldaar, Gerben Bergstra uit Drachten, had een benoeming als organist in de Doopsgezinde Kerk van Leeuwarden aanvaard en vroeg de Leeuwarder organist Piet
Post om een vervanger voor de oudjaarsavonddienst in Goutum. 'Atze Veldhuis', luidde het advies. Aldus begeleidde Atze de oudejaarsdienst in Goutum. Na afloop kwam een
afvaardiging van de kerkenraad hem vragen vaste organist in Goutum te worden. Hij ging graag op de uitnodiging in en is 40 jaar organist in Goutum geweest. Als organist was dit
na Tzummarum en Britswerd 'zijn' derde Van Dam-orgel.
De periode 1965-2005
Tijdens de veertig jaren dat Atze organist in Goutum was, voltrokken zich in Nederland en wereldwijd culturele, politieke en andere maatschappelijke veranderingen met grote
impact. Ook op muziekgebied deden zich nieuwe ontwikkelingen voor. In het kerkelijk leven van de hervormde gemeente te Goutum leidden al deze veranderingen niet tot
grote beroering. Er deden zich een drietal zaken voor die in dit portret van organist Atze Veldhuis vermelding verdienen.
Ten eerste was daar de invoering van het nieuwe Liedboek voor de Kerken (LdK) in 1973.
Er kwam in 1967/68 een definitieve proefbundel psalmen uit met lichtblauw kaft en een harpje erop. Al eerder gecomponeerde gezangen (in onderscheid van psalmen)
werden grotendeels in de hervormde bundel Psalmen en Gezangen voor den Eredienst van 1938 opgenomen. In 1964/65 verscheen een proefbundel 102 gezangen. Op 15 na
zouden deze in het LdK 1973 worden opgenomen.
Met het oog op de komst van het interkerkelijk LdK werd er in veel kerken door de gemeente met de nieuwe liederen geoefend. In Goutum werd Atze Veldhuis al snel na zijn
aantreden informeel gevraagd ook cantor te worden en als zodanig elke zondag voorafgaand aan de dienst een nieuw lied, meestal een gezang, met de gemeente in te studeren.
Atze repeteerde het lied a capella met de gemeente. Dirigent van een cantorij of koor is Atze in Goutum niet geweest.
In de tweede plaats was daar de restauratie van het Goutumer Van Dam-orgel in 1983. Deze vond plaats door orgelmakerij Bakker & Timmenga uit Leeuwarden onder advies
van Jan Jongepier.
De beide windladen werden gerestaureerd en verder vond technisch onderhoud en herstel plaats. Het instrument bleef ongewijzigd. Het pijpwerk werd bij het herplaatsen nage
lopen op intonatiegebreken maar niet geherintoneerd. Twee gereserveerde plaatsen voor een extra register (met knop 'muette') werden in 1983 niet ingevuld (zie Leeuwarder
Courant van 27 juni 1983).
Bakker & Timmenga verhielp in 1985 storingen van het orgel door droogte als gevolg van een nieuw verwarmingssysteem. De website Kerk en Orgel stelt, dat het orgel in Goutum
toen 'onbruikbaar' was. Volgens de directeur van de voormalige orgelmakerij Bakker & Timmenga was dat echter niet het geval.
Ten derde het SOW-proces dat in mei 2004 leidde tot het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). In Goutum werd doelbewust een gereformeerde kerkgemeen
te opgericht, die met de – inmiddels uitgebreide - hervormde gemeente Goutum eerst een federatie en later een fusie aanging. Deze nieuwe protestantse gemeente omvatte
ook nieuwe stadswijken in Leeuwarden-Zuid. Het SOW-proces leverde Atze een nieuwe collega-organist in Goutum op, te weten Olchert Clevering.
Intermezzo:
Orgelbouwer Wim Eppinga
Wie was Wim Eppinga, de man die Atze Veldhuis bijna zeventien jaar lang orgelles gaf? Hij was naast organist eveneens koordirigent (ook buiten Friesland) en 'prediker'. Daar
enboven was hij orgelbouwer, maar in die hoedanigheid riepen zijn werkzaamheden vraagtekens op. Twee maal kwam hij in het landelijke nieuws.
De eerste keer vanwege de dreigende verkoop van het Adema-orgel uit de Amsterdamse Sint-Willibrorduskerk buiten de veste. Ton van Eck beschrijft in zijn boek 'Het Wil
librordusorgel; van verguisd instrument tot rijksmonument' (Haarlem 2024) hoe het orgel uit deze gesloten kerk door Eppinga werd gekocht en in gedeelten doorverkocht dreigde
te worden. Dat werd voorkomen doordat een 'reddingscomité' het instrument begin 1969 van Eppinga overnam. Gelukkig kon het orgel overgeplaatst worden naar de Kathedrale
Basiliek Sint-Bavo in Haarlem, alwaar het 21 maart 1971 ingewijd werd.
In 1970 kwam Wim Eppinga voor de tweede keer als orgelbouwer in het nieuws, nu vanwege onreglementaire restauratiewerkzaamheden aan het Knol-orgel uit 1788 in de
Hervormde Kerk in Wieuwerd, waar hij organist was. In 1968 startte hij met de werkzaamheden zonder toestemming van Monumentenzorg aangevraagd te hebben. En die was wél
nodig bij orgels van vóór 1860. Toen Eppinga één en andermaal niet aan de instructies van Monumentenzorg gehoor wenste te geven, werd hem een proces aangedaan, waarbij
de kantonrechter in Leeuwarden hem onder meer veroordeelde tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk en tot een verbod van twee jaar om orgels van vóór 1860 te
restaureren. Ter terechtzitting oordeelde de getuigedeskundige hard over Eppinga's kwaliteiten als orgelbouwer. Gekwetst vanwege de uitspraak ging Eppinga in hoger beroep,
maar de rechtbank bevestigde het vonnis. Door de kosten van deze affaire werd Eppinga failliet verklaard (zie Algemeen Dagblad van 30 juni 1970).
Gelukkig kon hij als dirigent van verscheidene koren en als organist die tientallen concerten per jaar gaf, de kost verdienen. Atze Veldhuis assisteerde vanaf 1960 regelmatig
bij die concerten. In ruim 10 jaar bewaarde Atze van drieëntachtig concerten de programma's. Deze concerten, van 'gewone' orgelconcerten tot orgelconcerten met vocale of
instrumentale medewerking, vonden plaats van Hindeloopen tot Kollum en van Holwerd tot Houtigehage. Geregeld verzorgde Eppinga's vrouw Betty Troup de pianobegeleiding.
Werken van vele componisten werden ten gehore gebracht, van Bach en Mendelssohn tot Sweelinck en Reger, alsmede eigen composities. Eppinga's hart lag echter bij de
composities van Feike Asma en Jan Zwart.
Na de definitieve rechterlijke uitspraak voltooide de fa. Flentrop uit Zaandam in 1973 de orgelrestauratie in Wieuwerd.
In de periode 1962 tot 1970 heeft Eppinga aan ten minste 8 Friese kerkorgels restauratiewerkzaamheden verricht, te weten in Akkrum, Bozum (twee kerken), Driesum,
Elahuizen, Hijlaard, Kimswerd en Wieuwerd. Mogelijk werkte hij ook aan de orgels in Deinum, Oosterbierum en Duurswoude (nu Wijnjewoude). Voor de Vrije Evangelische Kerk in
Franeker leverde hij in 1969 een nieuw orgel.
Op woensdag 21 februari 1973 kwam Wim Eppinga, nog maar 43 jaar oud, door een auto-ongeluk bij het Groninger Leens om het leven. De Leeuwarder Courant en het Nieuwsblad van
het Noorden maakten op 22 februari 1973 melding van zijn dood en memoreerden dat Wim Eppinga in het Noorden des lands vooral bekend was als dirigent en
organist. Zondag 25 februari zou Eppinga in de Nicolaikerk in Appingedam de leiding hebben van een concert met vijf koren. Eppinga was eveneens voorganger van de Pinksterkerk
van de Getuigen van Jezus, die diensten hield in het CMJV-gebouw te Groningen. Eppinga liet een vrouw en vier kinderen na.
De begrafenis van Wim Eppinga vond plaats in Buitenpost, waar zijn ouders woonden en die net als Wim bij de hervormde kerk aldaar begraven zouden worden. Bij de uitvaart
dienst was Atze Veldhuis de organist.
Hoe het verder met Atze Veldhuis ging
Eén van de twee predikanten die de uitvaartdienst leidden, nam in 1974 een beroep naar Drachten aan. Hij vroeg Atze na verloop van tijd het kerkkoor in zijn nieuwe standplaats
te komen dirigeren. Atze twijfelde, maar Piet Post moedigde hem aan op het verzoek in te gaan. In deze nieuwe functie leerde hij zijn eerste vrouw, lid van het kerkkoor, kennen.
In 1979 huwden zij. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren. In 2001 kwam het tot een scheiding.
Atze woonde nog altijd in de Lijsterstraat te Leeuwarden, sinds 1975 naast de garage. Zijn echtgenote trok daar in 1979 bij hem in.
In 1971 was Atze's vader plotseling overleden, 53 jaar oud. Tijdens de rouwdienst bespeelde Wim Eppinga het orgel. Atze had als 25-jarige voortaan dus alleen de leiding van het autobedrijf,
dat drie werknemers had. Hij besloot schade- en herstelwerkzaamheden naar een ander bedrijf over te hevelen. In 1980 stopte Atze met het bedrijf en ging in loondienst buiten de autobranche werken.
Zijn moeder is tot haar dood in 2006 boven de garage blijven wonen. Het hele perceel, dat twee woningen en een garage omvatte en dat Atze in 1975 had gekocht, deed hij in 2006 van de hand.
We vertelden al dat Olchert Clevering tijdens het SOW-proces collega-organist werd van Atze in Goutum. Olchert kwam in 1976 vanuit zijn geboortestreek in Groningen naar Leeuwarden aan de Muziek
Pedagogische Academie studeren. Anco Ezinga en Jan Jongepier waren zijn belangrijkste docenten. Nog tijdens zijn MPA-studie was hij vanaf 1978 eerst cantor-organist van het studentenpastoraat
in de Friese hoofdstad en sinds 1980 was hij ook aan de gereformeerde kerk de Oase (in Huizum-Oost) verbonden, eerst alleen als cantor later ook als organist. Hier kerkten ook de gereformeerden
uit Goutum, omdat dat dorp geen eigen gereformeerde gemeente en kerk kende. Echter, door het SOW-proces gingen de meeste Goutumer gereformeerden voortaan in hun eigen dorp ter kerke. Olchert
Clevering werd toen in 1998 gevraagd eerst cantor van een nieuw op te richten cantorij en daarna ook organist in Goutum te worden.
Olchert Clevering was dus vanaf 1998 collega-organist van Atze tot diens vertrek in 2006. Tijdens een speciale afscheidsdiensten jubileumviering werd afscheid van Atze genomen. Hij was 40 jaar
organist in Goutum geweest. Dit kon niet in 2005 gevierd worden, omdat in de zomer van dat jaar een uitgebreide restauratie en herinrichting van het kerkinterieur werd gestart. Tijdelijk moesten de
kerkdiensten in het dorpshuis plaatsvinden. In 2006 waren de werkzaamheden klaar en kon Atze's afscheid gevierd worden. Zijn moeder was nog bij deze dienst aanwezig. Atze woonde toen al niet meer
in Leeuwarden. Later in 2006 volgde Broer de Witte, voormalig artistiek adviseur van Organum Frisicum die in 2021 naar Frankrijk zou verhuizen, hem op. Goutum had vanaf dat moment dus twee
professioneel opgeleide organisten.
Olchert Clevering nam het initiatief om iets aan de gereserveerde plaatsen op het Goutumer Van Dam-orgel te doen. Hij wilde beginnen met een Cornet op het Hoofdwerk en een afvaardiging uit Goutum,
waaronder de beide organisten, bracht een bezoek aan het 'zusterorgel' in Cornwerd, een Van Dam-orgel uit 1865 met 16 registers en met een Cornet III als discantregister op het Hoofdwerk. Om
een lang verhaal kort te maken: Henk Braad van de orgelmakerij Bakker & Timmenga maakte eenzelfde register na voor het orgel in Goutum. Dit kon dankzij een gift van orgelliefhebber en gemeentelid
Van Eijk. Op 5 januari 2015 werd het register feestelijk in gebruik genomen. Het hoofdwerk heeft sindsdien een discantregister Cornet III.
Momenteel wordt onderzocht of een Quintfluit 3 voet op de nog gereserveerde plaats van het bovenwerk zou kunnen worden geplaatst. Het Van Dam-orgel (1860) in de Haghakerk te Heeg dient daarbij
als voorbeeld. Na zijn scheiding in 2001 heeft Atze nog tot 2005 in de Lijsterstraat te Leeuwarden gewoond. Via een contactadvertentie in het blad Visie van de EO maakte hij kennis met
Wilhelmina (Willy) Floor uit Alkmaar en in 2005 vestigde Atze zich samen met Willy in Zuid-Scharwoude.
Het Rheinberger-project
In 2005 was Atze 40 jaar organist in Goutum, ging hij met vervroegd pensioen en verhuisde hij naar Noord-Holland. In 2009 vierde hij zijn 50-jarig jubileum als organist, niet in
Tzummarum zoals hij gewild had, maar in Goutum. Het werd een dienst met extra 'muzikale omlijsting' zoals in 1959 in Tzummarum. Daarom had Atze vier bevriende organisten uitgenodigd.
Enkele jaren eerder had hij met een paar goede orgelvrienden eens het idee besproken een cd-reeks met opnamen van Van Damorgels uit te brengen. Jan Kobus, organist in Garijp, Warten(a),
Warstiens en de Leeuwarder Koepelkerk, was net als de eveneens in Fryslân bekende Balt de Vries, organist in Oosterend (Easterein), bij de beginfase van het project betrokken en later
tevens als organist. Wim Verburg, bekend van de website www.orgelsite.nl, liet Atze met een aantal Van Dam-orgels buiten Fryslân kennis maken en deed hem de suggestie om de orgelsonates
van Rheinberger voor de opnames te kiezen. Zo ontstond het plan een serie cd's met alle orgelsonates van Joseph Gabriel Rheinberger op Van Dam-orgels uit te brengen. Het bouwjaar van
de Van Dam-orgels zou zo veel mogelijk overeen moeten komen met het jaar waarin de sonates werden gecomponeerd. Voorbeeld: de in 1868 gecomponeerde sonate nr. 1 in c werd opgenomen
in de kerk van Oosterbierum met een Van Dam-orgel uit eveneens 1868.
Atze maakte zelf de opnamen en geluidstechnicus Jacques van 't Veer uit het Friese Oosthem bewerkte die om op cd geperst te worden. Atze verzorgde voorts de teksten van
de cd-boekjes en de financiering van het geheel. Het project nam de periode 2009-2018 in beslag en omvatte 7 cd's plus een extra promotie cd. Twintig organisten namen elk
een sonate voor hun rekening. Aan de laatst uitgebrachte cd werd een opname van Rheinbergers Passacaglia, gespeeld door Wim Verburg, toegevoegd. Wim Verburg overleed, 44
jaar oud, in 2010. In datzelfde jaar kwam de eerste cd van het project uit (Voor meer informatie zie https://www.orgelnieuws.nl/twintigrheinberger-sonates-op-van-dam-orgels/).
Het einde van Atze's carrière als organist
Nu Atze in Noord-Holland woonde, werd hij ook daar kerkorganist. Van 2006 tot 2009 was hij in de Trefpuntkerk (PKN) van Alkmaar organist op een orgel van Pels & Van Leeuwen (7/I/vP).
Daarna was Atze als organist verbonden aan de remonstrantse schuilkerk in Alkmaar, aan de Hervormde Kerk van Berkhout (Van Dam, 1888), aan de Gereformeerde Kerk van Krabbendam en aan de
Doopsgezinde Kerk in Broek op Langedijk. Ten slotte was hij organist van de protestantse kerk in Egmond aan Zee. De firma Van Dam & Zn. bouwde hier in 1898 voor de Hervormde Kerk een
nieuw orgel. In 2000 gingen de gereformeerde en de hervormde gemeente samen als protestantse gemeente verder in het hervormde kerkgebouw. De sindsdien protestantse kerk kreeg – net als
in Goutum – de oude naam Agneskerk terug. Het zinde Atze niet dat het orgel zwaar bespeelbaar was. Op eigen initiatief nodigde hij een orgelbouwer uit om naar het orgel te komen kijken
en luisteren. Met de bevindingen van de orgelbouwer deed het kerkbestuur echter niets. In mei 2024 kwam er een einde aan zijn orgelloopbaan. Als gevolg van een herseninfarct kreeg hij
in een buitenwijk van Leeuwarden een eenzijdig auto-ongeval: hij reed tegen een grote bloembak aan. Gelukkig liep hij geen ernstig letsel op, zo leek het. Er traden echter toch
vervelende gevolgen aan het licht. Zijn linkerbeen en linkerhand functioneerden bijvoorbeeld niet meer naar behoren. Daardoor werd het orgel van Egmond aan Zee het laatste Van Dam-orgel
in zijn lange carrière als organist.