Het komt vaker voor dat een orgel verplaatst wordt, soms zelfs meerdere keren, maar dat een orgel uit Friesland via Drenthe
uiteindelijk in Spanje terecht komt mag zeker uniek genoemd worden. Niet zomaar ergens in Spanje, maar in de hoofdstad
Madrid, in een kerk waar de Spaanse koning geregeld ter kerke gaat. Dit overkwam het Van Gruisenorgel, dat oorspronkelijk
gebouwd werd voor de Schoterlandse Kerk te Heerenveen in 1790. En dat is niet het enige: het instrument werd twee keer
in haar geschiedenis grondig verbouwd, zodat het eigenlijk geen Van Gruisenorgel meer genoemd kan worden. Van Gruisen
moet nu zijn plaats delen met de orgelmakers Van Dam uit de 19e eeuw en Mense Ruiter uit de 20e eeuw.
Zes jaren uit de geschiedenis van dit instrument mocht ik een vaste bespeler zijn van het orgel: namelijk de laatste jaren dat
het in Assen stond. Ik wil in dit artikel dan ook vooral enkele persoonlijke ervaringen doorgeven.
Van Heerenveen naar Assen
In 1968 moest het orgel zijn plek in Heerenveen na 178 jaar trouwe dienst verlaten: de historische Schoterlandse Kerk werd afgebroken.
Iets wat we ons nu nauwelijks meer kunnen voorstellen, maar wat in de jaren ‘60 nog mogelijk was. In Assen was toen net een nieuwe
gereformeerde kerk gebouwd, de Marturiakerk. Een strak gebouw in een zakelijke vormgeving, geheel passend bij de jaren ‘60 en ook
bij de nieuwe wijk in Assen. Een kerk met een betonnen toren met daarin een luidklok en bekroond met een kruis in groene TL-verlichting.
Het gebouw was rechthoekig. Sommigen refereerden aan een gymzaal, maar als je beter keek bleek er zeker aandacht te zijn geweest voor
vormgeving, onder andere het speelse metselwerk en de kleurige ramen getuigden daarvan. De kerk had een royale hoogte en was ruim van
opzet. Een aantal orgelliefhebbers uit Assen kreeg lucht van de situatie in Heerenveen: men wist de Gereformeerde Kerk over te halen
dit orgel te kopen voor de Marturiakerk. Ze lieten het daar niet bij. Aangezien het orgel in de situatie te Heerenveen geen vrij pedaal
had gingen ze zelfstandig op zoek naar pijpen die daarvoor gebruikt zouden kunnen worden. Men kwam in het bezit van pijpen van het Van
Gelderorgel uit de Julianakerk te Scheveningen en ook pijpen uit het De Kofforgel van de Hervomde Kerk te IJsselstein. Twee orgels die
rond 1970 vervangen werden door nieuwe instrumenten. In 1972 werd het Van Gruisen-Van Damorgel door orgelbouwer Mense Ruiter uit Zuidwolde
in Assen geplaatst op de reeds bestaande galerij achterin de kerk. De architect, C. Groen uit Emmen, had geen bezwaar tegen plaatsing van
een historisch front in deze moderne kerk. Een groter contrast is haast niet denkbaar. Toch was het niet heel storend omdat het orgel
tegen de achterwand geplaatst werd en alle banken naar voren gericht waren. Niemand zag het orgel, behalve de predikant. En natuurlijk
de kerkgangers als zij de kerk verlieten. Het vrije pedaal moest nog even wachten: dat werd in 1975 achter het orgel geplaatst in een
grote, maar onopvallende pedaalkas. Daarmee kwam Assen in het bezit van een uniek historisch instrument. Volgens velen het mooiste van Assen.
Persoonlijke ervaringen
Wat was er zo mooi aan het orgel? Ik kan misschien het beste putten uit mijn eigen herinneringen, toen ik het in 1996 voor het eerst goed
leerde kennen. Ik werd een van de vaste organisten van de Maruriakerk. Het eerste wat opviel was de royale en veelzijdige dispositie van
30 registers. Ik had me toen nog niet goed verdiept in de geschiedenis van het orgel en wist niet welk register van welke orgelbouwer
afkomstig was. Ik wist dat Van Gruisen, Van Dam en Mense Ruiter een steentje hadden bijgedragen, maar wat precies ben ik pas later gaan
ontdekken. Ik hoorde de registers dus blanco zonder voorkennis. (Achteraf gezien heel vreemd voor iemand die al jaren in Assen woonde,
orgel op het conservatorium studeerde en in zijn jeugd ook nog eens een tijdlang disposities verzamelde...) Het orgel raakte me direct,
het begon met een mooie volle Prestant, gevolgd door een naadloos aansluitende Octaaf 4vt. En haast alles wat ik er later bij trok bleek
eigenlijk goed te mengen. Het orgel bleek goed in balans, ondanks de heterogene afkomst. Het instrument klonk vol en breed, maar kon ook
stralen. Het had vele kleurmogelijkheden en veel mogelijkheden voor uitkomende stemmen. Ik herinner me nog goed hoe ik onder de indruk was
van de geweldige fluiten: een prachtige Holpijp 8 vt op het Hoofdwerk en de al even mooie Fluit Dolce 8 vt van het Bovenwerk.
De karakteristieke Fluit Travers 4 vt en een prachtige Nasard 3 vt waren eveneens unieke registers. Ook de Woudfluit 2 vt was precies goed:
helder maar net niet te fel. Deze fluiten hadden allemaal de juiste mix van intimiteit en presentie. Precies zoals ik ze graag hoor.
Ook niet onvermeld kan blijven de Viola di Gamba 8 vt, die heel mooi verstild kon klinken. Toen ik mij later in de geschiedenis van het
orgel ging verdiepen bleek tot mijn verrassing dat deze mooiste registers allemaal van
Van Gruisen waren!
Anders dan in Heerenveen
Zoals ik het orgel in Assen leerde kennen heeft het in Heerenveen nooit geklonken. Ook zag het er van buiten anders uit. De orgelmaker
Mense Ruiter creëerde in 1972 in feite een geheel nieuw concept, gelukkig met gebruikmaking van veel oud materiaal. De manier waarop Ruiter
te werk ging zou vandaag de dag vast en zeker niet nagevolgd worden. Waarschijnlijk zou het niet eens worden toegestaan door de Rijksdienst
Cultureel Erfgoed. Heden ten dage had men de angetroffen toestand meer gerespecteerd en het eventueel in die geest uitgebreid. Begin jaren
‘70 was het nog veel meer de gewoonte om orgels aan te passen naar het toen heersende klankideaal; dat van de neo-barok. Vele instrumenten,
met name uit de 19e eeuw, was dat lot beschoren. Vaak ontstonden er ongelukkige huwelijken tussen een romantisch klankconcept en hoge barokke
toevoegingen. Mense Ruiter onderscheidde zich in Assen echter in positieve zin: hij bleek een orgel gecreëerd te hebben dat geschikt bleek
voor veel orgelliteratuur uit haast alle stijlperiodes. Zijn toevoegingen bleken niet dun en schril te klinken, zoals zo vaak in die tijd,
maar ze mengden over het algemeen goed met het andere pijpwerk: vooral zijn Sesquialter, Nasard 11/3 vt en Tertiaan. Andere registers van hem,
zoals de Trompet, Mixtuur, Scherp en Bazuin waren goed bruikbaar, maar behoorden niet tot de klasse van Van Gruisen. Overigens kan dat ook niet
gezegd worden van de toevoegingen van Van Dam in 1863: een Salicet 4 vt, een Roerfluit 4 vt en een Clarinet 8 vt: allemaal goed bruikbaar,
maar echte ontroering brachten ze niet teweeg. De Clarinet was nauwelijks bruikbaar omdat hij niet op stemming te houden was. Vermeldenswaardig
is dat Mense Ruiter uit zeer heterogeen samengesteld pijpwerk een goed klinkend vrij pedaal wist te realiseren. Hij gebruikte het materiaal
dat aangekocht was uit IJsselstein en Scheveningen, aangevuld met twee nieuwe registers. Ondanks de zeer verschillende mensuren wist hij een
eenheid te creëren, hetgeen iets zegt over zijn intonatiekwaliteiten. Tot slot werd de kas door Ruiter aangepast: het zeer brede schijnonderpositief
van Van Dam werd versmald en de beelden kregen een andere plaats, vanwege de geringere hoogte van de kerk.
Binnen Assen kreeg het orgel al snel een goede naam bij luisteraars: haast iedereen sprak lovend over het instrument, zowel
Bachliefhebbers als liefhebbers van meer populaire bewerkingen van geestelijke liederen. Het instrument bleek organisten telkens weer te inspireren.
Afscheid van Assen
Toen in het Samen-op-Wegproces een hervormde en een gereformeerde wijkgemeente samen gingen moest er worden gekozen tussen twee
kerkgebouwen. Het was een zeer lastig proces van afwegen van vele belangen. Voor orgelliefhebbers was de keus eenvoudig: natuurlijk
moest je kiezen voor de Marturiakerk met dit fraaie orgel. In de hervormde kerk Het Anker, slechts 200 meter verderop, stond een
klein positief van Leeflang, meer voor een huiskamer dan voor een kerk geschikt. Toch werd, ondanks veel gelobby, gekozen voor Het
Anker. Ook deze kerk was een moderne kerk uit de jaren ‘60, maar bescheidener en minder prominent dan de Marturiakerk. Niemand was
echt gelukkig met de - na veel strijd gevallen - keus.
Toen de kogel eenmaal door de kerk was ging alles snel. Oudejaarsavond 2002 was de laatste dienst, daarna zou de Marturiakerk leeg
komen te staan. De kerkrentmeesters besloten dat het orgel als meest waardevolle interieurstuk zo spoedig mogelijk daarna uit de kerk verwijderd
moest worden. Het overviel mij en velen. Al geruime tijd speelde ik met de gedachte dit bijzondere orgel vast te leggen op een cd, ik dacht echter
dat er meer tijd voor zou zijn. Ik besloot vlak voor de demontage de klanken van dit orgel toch nog vast te leggen. Ik moest daarbij putten uit
repertoire dat ik op dat moment paraat had, veel studietijd was er niet. Pas in 2008 zijn deze opnames op een cd uitgebracht. De klank van het orgel
is dus nog steeds te beluisteren! De cd is te bestellen via mijn website: www.wietsemeinardi.nl.
Twee dagen na de laatste opnames stond Sicco Steendam met zijn ploeg op de stoep om het orgel te demonteren. Men ging zeer voortvarend te werk
en binnen enkele dagen was er niets meer van het orgel in de kerk over. Slechts 30 jaar heeft het instrument in Assen mogen klinken. Het orgel
werd opgeslagen in Roodeschool, in afwachting van verdere ontwikkelingen. Al gauw was duidelijk dat dit orgel te groot zou zijn voor Het Anker.
Er circuleerden vage plannen om het orgel elders in Assen te plaatsen, maar die waren allemaal niet erg realistisch. De kerkrentmeesters wonnen
advies in over de waarde van het orgel en wat er mee zou kunnen gebeuren. Er zat waarschijnlijk niet veel anders op dan het te verkopen.
Nieuwe ontwikkelingen
Plotseling deden er zich in Assen rond 2005 nieuwe ontwikkelingen voor: er werden plannen gemaakt om op de plek van de Marturiakerk
en een naastgelegen school een geheel nieuw complex te bouwen, waarin een school, een gezondheidscentrum, appartementen, alsmede
een kerk een plaats zouden krijgen. De protestantse gemeente van Assen-West die in Het Anker kerkte zou daarbij verhuizen naar de
nieuwe kerk. Daarbij zou Het Anker verkocht worden aan een projectontwikkelaar. Dat bood nieuwe kansen! Zou het orgel dan toch nog in Assen
blijven klinken? In de eerste ontwerpen voor de kerkzaal werd het orgel dan ook ingetekend en er werd een galerij ontworpen waarop het grote
orgel zou kunnen staan. Na lang wikken en wegen is uiteindelijk toch besloten om het orgel niet in de nieuwe kerk, die later ‘De Bron’ zou gaan
heten, te plaatsen. Het oude Marturia-orgel was net een maatje te groot. Even nog speelde het plan om het orgel in afgeslankte vorm te plaatsen.
Vooral vanwege financiële overwegingen is hiervan afgezien. Maar ook esthetische overwegingen speelden een rol in de besluitvorming.
De kerkrentmeesters sloten een overeenkomst met orgelmaker Steendam, die in 2008 een gedeeltelijk nieuw orgel bouwde voor De Bron. Een orgel met
een spraakmakend front waarbij de pijpen als een waaier opgesteld staan. Steendam kwam hierdoor in het bezit van het orgel van de Marturiakerk.
Onverkoopbaar in Nederland
Steendam bood het orgel op zijn website te koop aan en had daarbij een reconstructie naar de situatie van 1861 in gedachten. In dat
jaar had de firma Van Dam & Zonen het orgel, dat toen nog in Heerenveen stond, ook al drastisch verbouwd. Daarbij was onder andere
het Rugwerk verdwenen. Het Rugwerkfront was vermaakt tot een wel erg breed schijnonderpositief. De kas werd toen dieper gemaakt, de
speeltafel verhuisde naar de linker zijkant, de rugwerklade werd als bovenwerk geplaatst en er vonden diverse dispositiewijzigingen
plaats. Steendam was van plan alles wat Mense Ruiter veranderd en toegevoegd had terug te draaien. Dat betekende op technisch gebied veel werk:
er zou een nieuwe windvoorziening moeten komen, de mechanieken zouden gedeeltelijk gereconstrueerd moeten worden en ook zou er op gebied van
intonatie en dispositie veel moeten veranderen. Dat alles zou vanzelfsprekend kostbaar zijn.
Ondanks dat er van diverse kanten belangstelling getoond werd voor dit instrument, bleek het op die manier toch niet verkoopbaar.
Kerken deinsden terug voor de hoge kosten en kozen voor bijna hetzelfde geld liever voor nieuwbouw. Ik denk dat, als belangstellenden het orgel
hadden kunnen horen, ze anders besloten zouden hebben. Het orgel klonk tot het laatst prima en technisch functioneerde alles ook probleemloos,
ook al was er wel het een en ander op de technische aanleg van Mense Ruiter aan te merken: windkanalen waren van PVC-buis, het orgel bezat
regulateurbalgen in plaats van magazijnbalgen en op diverse plaatsten was inferieur materiaal gebruikt. Wellicht was het orgel beter te verkopen
geweest als in de bestaande dispositie alle pijpen waren gehandhaafd en daarbij alleen de noodzakelijke technische verbeteringen waren doorgevoerd.
Deze optie lijkt niet serieus overwogen te zijn. Al met al bleek er voor het orgel veel minder belangstelling te bestaan dan werd verwacht en zag
het er naar uit dat het orgel nog jarenlang in opslag zou moeten blijven liggen.
Naar Madrid
Uit onverwachte hoek kwam ineens serieuze belangstelling. Via bemiddeling van de in Spanje wonende Nederlandse orgelmaker Gerard de
Graaf toonde de kerk Real Oratorio del Caballero de Gracia te Madrid belangstelling. Omdat er - binnen afzienbare tijd - geen uitzicht was op
plaatsing in Nederland besloot Steendam het orgel van de hand te doen. Alleen het vrije pedaal van Mense Ruiter bleef achter in Roodeschool;
daar had men geen belangstelling voor. In 2010-2011 is het orgel door de Spaanse orgelbouwer Luis Magaz gerestaureerd en in de Madrileense kerk
geplaatst. Hoewel men aanvankelijk van plan was het orgel te reconstrueren, heeft men uiteindelijk toch de dispositie uit Assen integraal gehandhaafd.
Een nieuw vrij pedaal met 4 registers werd toegevoegd. Er vonden diverse verbeteringen plaats: het orgel kreeg een nieuwe windvoorziening, nieuwe
kanalen en gedeeltelijk nieuwe mechanieken. De kas werd gerestaureerd, maar de wijzigingen in het onderpositief die Mense Ruiter doorvoerde bleven
gehandhaafd. De redactie van de Friese Orgelkrant had niet het budget om mij een reis naar Spanje aan te bieden, zodoende kan ik u hier weinig melden
over het klinkend resultaat. Ik zag op YouTube een slechte opname, waaruit ik niet kon opmaken of de klank van het orgel verbeterd is. Wel herkende
ik exact dezelfde registerknoppen en klavieren die ik in Assen gewend was. Het pedaalklavier en de bank zijn nieuw gemaakt. Het enige waar ik goed
over kan oordelen is dat het orgel nu een harmonieus geheel vormt met de ruimte. Een groot verschil met Assen! Mooi voor Madrid dat ze daar kunnen
genieten van Friese Orgelkanken. Jammer voor Heerenveen en Assen.
Toch is er nog klein restant van dit fraaie orgel in Nederland aanwezig: de beelden die in Heerenveen boven op de Hoofdwerkkas stonden zijn nu te
vinden op het orgel van de Koepelkerk in Leeuwarden, die mogelijk binnenkort dicht gaat. Wie meer over het Van Gruisen-Van Damorgel wil lezen kan
terecht op de website www.orgelsindrenthe. nl: naast een uitgebreid historisch overzicht zijn er foto’s te vinden van de demontage in Assen en tevens
links naar relevante Spaanse websites.