Herinnert u zich de Barend Servetshow nog? Het was een tv-programma van de VPRO in de zeventiger jaren. Ik had nog geen
televisie, maar aan de hit die IJf Blokker alias Barend Servet met het liedje ‘Hoe zal het gaan? Waar moet dat heen?’
scoorde, viel niet te ontkomen. Bovendien was de Barend Servetshow hot news: de VPRO kreeg vanwege deze show begin januari
1973 voor de tweede maal in haar bestaan
een officiële berisping van de minister van CRM.
Barend Servet stelde zich deze vragen vanwege de vervuiling op straat. Orgelliefhebbers stellen diezelfde vragen ook
regelmatig, maar dan gaat het om hun bezorgdheid aangaande de toekomst van hun geliefde instrument. In het eerste nummer
dit jaar van ‘Het Orgel’, uitgave van de Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging (KNOV), lanceert Joost Langeveld,
organist van de Grote of Sint Stevenskerk in Nijmegen, een zestal stellingen over de toekomst van de Nederlandse
orgelcultuur. Hij begint ermee te poneren, dat het goed gaat met de Nederlandse orgelcultuur, immers ons land mag zich
verheugen in een ongekend aantal uitstekende en indrukwekkende orgels. De vele orgelrestauraties in de afgelopen 25 jaar
hebben tot een prima muzikale infrastructuur geleid. Over het aantal orgelconcerten hoeven we - ook in Friesland - niet te
klagen.
Aan de andere kant is het echter zo, dat er verschillende monumentale orgels in kerkgebouwen staan die niet meer als
kerk gebruikt worden, waardoor die orgels steeds minder vaak bespeeld worden. Kerken worden – niet alleen door het
SOW-proces – gesloopt en op de muziekscholen zijn bijna geen orgelleerlingen te bekennen.
Door de ontkerkelijking raken steeds minder mensen van jongs af aan met het orgel vertrouwd en daarbij is de innige band
die in de loop der geschiedenis tussen kerk en orgel is ontstaan, in een nadeel voor het orgel en de orgelcultuur verkeerd.
Ook andere maatschappelijke factoren spelen een rol in de ‘neergang’ van het orgel. Belangrijk daarbij is , dat het orgel
zijn monopoliepositie in de muziekvoorziening van grote ruimten zoals kerken, bioscopen, paleizen en theaters, heeft verloren.
Door technische ontwikkelingen zijn er nu verschillende manieren om eenvoudiger en goedkoper volumineuze muziek aan te bieden.
Buiten kerkelijk verband functioneren pijporgels niet of nauwelijks meer, misschien hier en daar nog in een museum. Niet alleen
de órgelcultuur heeft het moeilijk, ook andere kunstproducten en kunstuitingen eroderen. Zo las ik in het tijdschrift Luister
een bericht over de sterk gedaalde populariteit van de contrabas, nota bene een instrument dat in verschillende muziekgenres
goed uit de voeten kan.
Opschroeven van het aantal concerten vermag het tij voor het orgel niet te keren, zo is de stellige
mening van Langeveld. Hij bepleit meer ‘functioneel orgelgebruik’, dat wil zeggen een in het alledaagse leven klinkend orgel,
om de belangstelling voor orgel en orgelcultuur gaande en levendig te houden. Daarom moeten nieuwe vormen van functioneel
orgelgebruik ontwikkeld worden. Kerkgebouwen worden steeds meer gebruikt voor tentoonstellingen, symposia, prijsuitreikingen,
recepties etc. Waarom zouden bij dergelijke evenementen de orgels in die kerkgebouwen geen rol kunnen spelen? Overbodig
geworden orgels zouden geplaatst kunnen worden in publieke ruimten als aula’s, stadhuizen, scholen, cultuurcentra en zelfs
in pretparken, stations en meubelboulevards, als het aan Langeveld ligt. Daarmee is tevens aangegeven, dat voor het orgel
nieuwe doelgroepen moeten worden gezocht en het spreekt vanzelf dat daarbij vooral jongeren weer voor het orgel ‘teruggewonnen’
moeten worden.
We merkten het al eerder op, niet alleen de belangstelling voor het (kerk)orgel is tanende, ook andere
instrumenten leiden onder een tanende interesse. Afkeer van klassieke muziek is onder de adolescente jeugd een wijdverbreid
verschijnsel. Klassiek is saai.
Toch zijn er ook andere geluiden: volgens wetenschappelijk onderzoek zou klassieke muziek goed zijn voor jonge kinderen.
Er verschijnen CD’s als ‘Baby needs Bach’ of ‘Baby needs Mozart’ met rustgevende andantes waaraan jonge kinderen behoefte
schijnen te hebben. Klassieke muziek zou bijdragen aan de intellectuele ontwikkeling van het kind: veel luisteren naar
klassieke muziek betekent beter kunnen rekenen en redeneren.
Ook bij minder hooggespannen verwachtingen omtrent het nut van klassieke muziek, wordt een opvoeding met klassieke muziek
vaak als gunstig beoordeeld. In de nieuwe middle classes hoort klassieke muziek evenals bijvoorbeeld ballet erbij. Scholen
voor voortgezet onderwijs spelen daarop in. Met hun klassieke schoolorkesten, brass- of bigbands proberen ze meer nieuwe
leerlingen te trekken. Het nieuwe vak in de tweede fase, CKV (Culturele en Kunstzinnige Vorming), ondersteunt deze ontwikkeling.
Welke motieven ook in het geding mogen zijn, cultuur en klassieke muziek lijken in het voortgezet onderwijs terreinwinst te
boeken. Wie de agenda van het concertgebouw(orkest) er op naslaat, ontdekt een veelvoud aan activiteiten: naast de reguliere
concerten zijn educatieve concerten door individuele leden van het orkest (ook voor jongeren), master classes, lezingen,
cursussen en rondleidingen. Helaas ben ik daarbij nog geen orgelactiviteiten kunnen tegengekomen.
Toch valt ook op orgelgebied een paar nieuwe ontwikkelingen te melden. Joost Langeveld werkt mee aan het project ‘ Alice in
Orgelland’. Dit project behelst een muzikaal verhaal voor kinderen van 4 tot 10 jaar dat kan worden uitgevoerd in kerken of
concertzalen met een orgel. Een verteller doet het verhaal over een nieuwsgierig meisje dat iemand volgt, in een kerk terecht
komt en vervolgens op en in het orgel belandt. Daar ontmoet zij uiteenlopende personages die muziek maken: kap’tein Cornet,
varkentje Viola, quizmaster Kwint, Brombeer Bazuin, Bert Balg en Robbie Rugwerk. Op die manier worden enkele registers ten
gehore gebracht, waarbij de aanwezige kinderen op de muziek van het orgel kunnen zingen en bewegen. Het muzikale verhaal
duurt een klein uurtje en biedt een sympathieke poging buiten de eredienst jonge kinderen met het orgel bekend te maken.
Daarnaast is bij de Stichting Groningen Orgelland lesmateriaal voor schoolkinderen verschenen, waarbij ook in een orgelbezoek
is voorzien. Dit lesmateriaal, dat uit een theorieboek en een werkboek bestaat, is bij genoemde stichting te bestellen.
Het spreekt vanzelf dat een stichting als Organum Frisicum zich op verschillende doelgroepen moet richten. Naar aanleiding
van haar jubileum volgend jaar hoopt zij met een paar spraakmakende activiteiten te komen. Een daarvan is het jubileumboek
over Friese orgels, dat Jan Jongepier gaat schrijven. Bovendien hopen we volgend jaar nieuwe activiteiten te ontplooien om
nog meer mensen, zowel jong als oud, voor het orgel te winnen.