Feestelijkheden rond de ingebruikname van een orgel zijn er altijd geweest. Wij kennen het hapje en drankje na afloop van
de toespraken en de presentatie van het nieuwe of gerestaureerde instrument. Van een aantal eeuwen geleden is de gewoonte
bekend om bij een orgelinwijding zoveel wijn te nuttigen als de grootste pijp van het orgel kon bevatten. Het ligt voor de
hand dat ter gelegenheid van orgelfeesten de dichters (of de rijmelaars?) ook wel eens van zich lieten horen. De resultaten
van hun inspanningen konden heel erg uiteenlopen.
Van het rijmpje in Oppenhuizen (het Bakker en Timmenga-orgel werd opgeleverd in het jaar waarin Juliana werd geboren) tot
de dominees-dichtkunst: in Holwerd werd het orgel handig ingevlochten in een degelijke preek (in 1852 bij de voltooiing van
het Scheuer-orgel); in Leeuwarden (waar in 1869 de Lutherse Kerk met een nieuw Van Dam-orgel werd verrijkt) komt het orgel
nergens in de tekst voor, maar siert wel een prachtige lithografische afbeelding van het nieuwe instrument de omslag van de
dichtbundel.