Hebt u dat ook? Op een feestje ontdekt men dat je organist bent en word je de vraag gesteld wat nu het mooiste orgel is in Nederland of dichter bij
huis in Fryslân. Dat is best een lastige vraag, want wat is nu mooi?
Is mooi een orgelfront dat indruk maakt, zoals het overrompelende front van het Müller-orgel als je de Bavokerk in Haarlem binnenstapt, het imponerende geluid van het orgel
in de Martinikerk in Groningen of is het de eenvoud van de 'schreeuwer van Krewerd' of de 'Martini van het Hogeland', het orgel in de Petrus en Pauluskerk in Loppersum? Is het,
om in Fryslân te blijven, het krachtige Müllerorgel van de Jacobijnerkerk in Leeuwarden, de 'kleurklankdoos' van Hinsz in Bolward of het kleine, pure Van Gruisen-orgel in het
nabije Hichtum of toch het zuidelijke Robustelly-orgel in de Meinardskerk van Minnertsga?
Op dit moment ben ik bezig de orgels in de gemeente Noardeast-Fryslân te inventariseren en daarbij ook van een aantal instrumenten een klankopname te maken ten behoeve van de
monumentenwebsite van de gemeente. Het gebied telt 52 dorpen en strekt zich met bijna 40 km van oost naar west uit van de provinciegrens met Groningen bij Burum met zijn Van
Oeckelen-orgel uit 1876 tot in het westen het dorp Hallum, waar in de Grote of Sint-Maartenkerk een Van Gruisen-instrument pronkt. In de gemeente zijn meer dan 75 orgels te
vinden en bijzonder is, dat bijna de helft als afdankertje van elders afkomstig is of is gemaakt met gebruik van oudere materialen.
Orgelrecycling pur sang. Dat maakt het orgelbezit natuurlijk heel divers en interessant. Bij de vraag naar het mooiste orgel in de gemeente is er de verleiding de grotere
instrumenten als Dokkum (Helman/Flentrop) of Ferwert (Adema/Verschueren) te noemen. Daar zijn de concerten, dus dat zullen ook de mooiste orgels zijn.
Subjectieve vraag
Het blijft een subjectieve en moeilijk te beantwoorden vraag, omdat het antwoord met emotie en de beleving van een orgel, de klank in de ruimte en het gebouw te maken
heeft. Eigenlijk moet u zich zonder vooringenomenheid laten verrassen. Als u deze zomer op orgelspeeldagen op pad gaat, laat u dan eens imponeren door minder bekende
instrumenten. Neem om 'speeltijd' te winnen een aantal orgels op rij, om zo mogelijk weinig reistijd te verspelen. En als u samen met een maat gaat, schrijf dan samen
in voor iets meer luister- en speelgenot. Zo kan de ene luisteren terwijl de andere speelt.
Vanuit Leeuwarden rijd je over de N357 via het kleine terpdorp Hijum (Bakker & Timmenga, 1913) alras de gemeente Noardeast-Fryslân binnen bij Hallum. De forse kerktoren
met spits, ze huisvest twee zware luidklokken uit de 16de en17de eeuw, valt snel op. Het Van Gruisen-orgel met 25 stemmen is nog niet zo lang geleden in oude luister
hersteld en de aanwezigheid van een vrij pedaal geeft mogelijkheden tot literatuurspel waarbij een zelfstandig pedaalspel wordt gevraagd.
Rijden we door naar Marrum, dan zien we de contouren van een voormalige gereformeerde kerk (het orgel hieruit is naar het Amerikaanse Seattle verhuisd) en de Godeharduskerk
in het centrum met een Hillebrand-orgel uit 1831. Hier ook een klassiek front met hoofd- en rugwerk, evenals in Hallum. Het is een goed klinkend orgel en geschikt voor
muziek uit de klassieke periode. In het koor staat ook nog een klein orgeltje.
Net noordelijk van Marrum ligt Westernijtsjerk, waar de firma Bakker & Timmenga in 1880 haar allereerste orgel bouwde. In het volgende dorp Ferwert valt de enorme
zadeldaktoren op, die het imposante middeleeuws drie-gelui van de Sint-Martinuskerk herbergt. Zo'n grote kerk moet ook een groot orgel hebben. Met liefst drie klavieren en
een stevig vrij pedaal is het op romantische voet geschoeide instrument het grootste binnen de gemeente. Hier kan de 19de-eeuwse literatuur prima vertolkt worden.
Vergeet ook niet de voormalige gereformeerde Liudgerkerk te bezoeken. Daar staat een werkstuk van de laatste generatie Van Dam (1921), van Pietje Precies zoals organoloog
Jan Jongepier hem noemde. En dan niet denken: 'vervalperiode, 't zal wel niks zijn', maar ga er maar eens spelen.
Van Dam in Blije
We laten het hoogste Friese terpdorp Hegebeintum (Van Dam, 1862), de Flieterpen (een aantal terpdorpen) en Burdaard rechts liggen en vervolgen de N357. Even later pas
seert men Blije. De Nicolaaskerk met haar zadeldak valt zeker op. De kerk heeft een fraai klinkend Van Dam-orgel van de derde generatie uit 1870. Het frontontwerp zult u
zeker elders weleens zijn tegengekomen, maar dat wil niet zeggen dat al deze orgels gelijk klinken. De ruimte doet ook hier goed mee. Mocht de Paadwizer (NGK) open zijn
dan treft u hier een orgel van Knipscheer uit 1869 aan, dat daar via een omweg terecht is gekomen.
We rijden verder op Holwert aan. De kerk valt met een hoge spitse toren en een hoekige vorm op. Achter het hoge front bevindt zich een Scheuer-orgel (1852). Bij Holwert
hebben we de keuze rechtsaf richting Dokkumde N356, dan passeren we Waaksens (Bakker & Timmenga, 1925 met ouder materiaal), Brantgum (Hardorff, 1878) en Foudgum,
waar ooit François Hamerschmidt (dichter Piet Paaltjes) predikant was. Maar in zijn tijd had het nog niet het fraaie kabinetorgel (mogelijk gemaakt door Hageman rond 1775).
De andere keuze is linksaf richting Hantum en Hantumhuizen (Bakker & Timmenga, 1907) of Hiaure (Flaes, 1887). Orgelmaker Harfdorff is in Noardeast-Fryslân ook actief
geweest, zoals in de Petruskerk van Wânswert (1877). De moeite waard om te bezoeken. Ook in de kerk van Hantum (1876) en de doopsgezinde kerk van Dokkum (1852)
heeft hij werkstukken achtergelaten.
Bij Holwert gaan we richting Ternaard. Uit de zeer fraaie, rijk besneden orgelkast heeft ooit een binnenwerk van Tobias en Conrad Bader uit 1660 geklonken. In 1864 bestelde
de kerkvoogdij een nieuw orgel bij Van Dam, maar het moest wel in de bestaande orgelkast. Het is een instrument waar veel muziek zich goed op laat klinken. Het oude binnen
werk heeft later nog dienstgedaan in Leeuwarden en Harlingen, waar het helaas bij een kerkbrand verloren is gegaan.
Doorrijdend komen we in Mitselwier terecht. Hier werd in 1634 Balthasar Bekker geboren, een verlicht theoloog die ten strijde trok tegen bijgeloof en heksenvervolging en
bekend is vanwege zijn bestseller 'De betoverde weereld' uit 1691. De kerk in het oude dorpscentrum bezit een Radersma-orgel uit 1819, afkomstig uit de kerk van Spannum en
in 1913 hier geplaatst. In 1986 werd door vrijwilligers in samenwerking met orgelmakerij Mense Ruiter en op instigatie van Jan Jongepier een nieuwe rugwerkkas (en onderkas
voor het hoofdwerk) vervaardigd zodat de oude situatie weer werd hersteld. Ook hier laten partita's en variatiewerken van oude
meesters zich goed horen.
Schwartzburg
Rechtsaf kunnen we naar Easternijtsjerk met een twee klaviers Hillebrand-orgel uit 1814, geplaatst in een hoofdwerk met een onderpositief. Iets eerder ligt rechtsaf Morra,
waar Michaël Schwartzburg in 1740 in de eenvoudige dorpskerk een buitengewoon instrument neerzette. Het bespelen ervan is volop genieten. Schwartzburg was meesterknecht
bij Christian Müller. Hij bleef na de bouw van het orgel in de Grote Kerk in Leeuwarden in die stad achter om als zelfstandig orgelmaker verder te gaan.
Rechtdoor rijdend komt men via Lioessens (Ypma, binnenwerk uit 1876) in het tweelingdorp Paesens-Moddergat. Deze laatste plaatsnaam spreekt menigeen tot de
verbeelding. Er is een orgel van de Duitse orgelmaker Gilman terechtgekomen. Oorspronkelijk werd het in 1758 voor een rooms-katholieke schuilkerk in Alkmaar gebouwd.
Daarna heeft een tijdje in Volendam dienstgedaan en is het in 1908 in Paesens geplaatst. Voorheen zat de organist achter het orgel te spelen, nu heeft het een zijkant
bespeling. Een klein instrument, maar met name geschikt voor de Zuid-Duitse manualiter muziek. Deze muziek kunt u ook goed op de vele andere kleine orgels kwijt.
Oostwaarts de N361 overstekend kan Eanjum u niet ontgaan. Ooit bezat ook de Michaelkerk een Bader-orgel (1667), waarvan later delen in Kollumerpomp en Echtenerbrug
klonken. Conrad Bader stierf tijdens de bouw van het orgel en zijn grafsteen is nog in de kerk te vinden. In 1875 plaatste Van Dam hier een geheel nieuw instrument met een
zeer monumentaal front met een quasi-rugwerk en dito pedaaltorens. Het is geschikt voor de orgelsonates van Mendelssohn of zijn leerling Samuel de Lange en zelfs Guilmant of
Lefébure-Wély laten zich hier prima klinken. De Dobbe, voorheen gereformeerde kerk De Bron, bezit een Leeflang-orgel (1972).
Binnendoor en dwars door een van de grootste vogelfourageergebieden van Europa nu naar Ie met zijn fraaie dorpscentrum rond de Sint-Gangulfuskerk. Het oorspronkelijke Van
Gruisen-orgel uit 1794 bevindt zich in Zeeland in Burgh en een Leeflang-orgel (1957) neemt nu zijn plek in. Rechtsaf zou men nog naar het kleine Jouswier kunnen waar
in 1916 een huisorgel van Adema (1872) terechtkwam. Maar we rijden op de N358 naar het naburige Ingwierrum. Het is even zoeken naar de kerk uit 1746 met de lage
zadeldaktoren uit de 13e eeuw. Deze valt haast niet op, maar het is wel een rijksmonument, mede vanwege de fraaie kuippreekstoel, de gebrandschilderde ramen van de gebr.
Staak en natuurlijk het deftige orgel met Empire-versiering van Van Dam uit 1823, die bij de bouw onder andere pijpwerk gebruikte afkomstig uit het Leeuwarder Müller-orgel.
Hier werden in 1822 vier vulstemmen door Van Dam vervangen.
Kollumer monumenten
Via de Lauwersmeerweg gaan we richting Kollum en laten Kollumerpomp (Bakker & Timmenga, 1913) en Munnekezijl met zijn opus 174 uit 1920 van de Fa. Rohlfing uit Osnabrück
even links liggen. Het voormalige orgel uit de Zijlsterkerk klinkt sinds 2021 in Terkaple. Dit orgel met een rococokast heeft al in meerdere regio's in ons land dienst
gedaan. In Kollum steken twee kerktorens boven het dorp uit. Beide kerken zijn monumenten. De Oosterkerk, naar ontwerp van architect Egbert Reitsma uit 1924 is beroemd
vanwege zijn plafond, gemaakt door De Ploeg-schilder George Martens, en bezit een Fonteijn & Gaal-orgel uit 1969. De oude Maartenskerk heeft een instrument uit 1841
met hoofdwerk en onderpositief van Willem van Gruisen.
Nu even doorrijdend komt men in Aldwâld. Aan het einde van de Foarwei ligt de kerk met haar Van Dam-orgel uit 1856. Ook hier geldt: klein maar fijn. Mede door de
halveringen kun je hier heel kleurrijk spelen, zoals bijvoorbeeld uit de 'Tallis to Wesley'-serie het deeltje 'Twelve Short Pieces' van Samuel Wesley. Aldwâld is één
kerkelijke gemeente met het naburige Westergeast. Hier staat een éénbeukige romaanse kerk uit de 13de eeuw. Die is, zoals zoveel kerken in het noorden, gewijd aan Martinus,
Maarten of Martini. Er wordt wel gezegd dat dit de oudste bakstenen kerk in Nederland is. Bakker & Timmenga bouwde er in 1891 een orgel met één manuaal en tien registers. Het in
strument klinkt robuust in de ruimte en met een handige registrant erbij laat veel romantische muziek van Dubois, Lemmens, Guilmant en Boëllmann zich er prima vertolken.
Voordat we op Dokkum aanstevenen langs de trekvaart, gaan we even in Kollumersweach aan. Even niet naar de oude middeleeuwse kerk met een Bakker & Timmenga-orgel uit 1904,
maar wat nu de Grote Kerk heet. Het daar aanwezige Mense Ruiter-orgel (1980) heeft onlangs door een herintonatie een ware metamorfose ondergaan. Beslist de moeite waard om
te bezoeken en te bespelen. Het orgel heeft een derde klavier dat als koppelklavier fungeert.
Lang de Strobosser- of Dokkumertrekvaart rijdt men naar Dokkum terug. Deze vaart werd omstreeks 1655 aangelegd om een betere vaarverbinding met Groningen te hebben. Ging je
vroeger vanuit Groningen via Dokkum naar Leeuwarden, dan ging je 'bij Dokkum om'. Spreekwoordelijk betekent dit een omweg maken, met een omhaal van woorden. Dokkum ging
door de aanleg van de vaart failliet. Bij het trage luiden van de klok van de Grote Kerk zong men op haar ritme 'ar-rem-Dok-kum'. Schuldeisers hadden daarom tolhuizen langs
de vaart. Bij de brug bij Oostwoud staat er nog eentje. Je zou hier kunnen afslaan naar Driezum en het vroegere Dantumawoude vanwege de beide Hinsz-orgels, waarvan dat in
de Benedictus-kerk het meest gaaf bewaarde Hinsz-orgel in Nederland is.
Binnenstadskerken
In Dokkum aangekomen resteren ons nog drie kerken in de binnenstad, en eentje net buiten de grachten (CGK De Oase met een aardig Mense Ruiter-orgel uit 1977). Aan de
Legeweg staat de doopsgezinde kerk naar ontwerp van de Friese architect Thomas Romein uit 1852. Een nieuwe kerk, dus ook een nieuw orgel zou je zeggen. Nee toch niet,
enkel een nieuw front. Hardorff maakte dit in 1852 en daarachter werd het oude kabinetorgel geplaatst. Dit voldeed echter niet en zo voorzag Van Dam het in 1863 van een nieuw
binnenwerk. In de nabije rooms-katholieke H. Martinus en H.H. Bonifatius en gezellen vindt men een twintig jaar jonger Van Dam-orgel uit 1883. Dit is geheel aangepast aan
de koorpraktijk in de roomse liturgie: zachte kleurrijke stemmen om een koor of solist te begeleiden.
We sluiten af in de Grote- of Sint Martinuskerk aan de Markt naast het elfstedenkunstwerk de IJsfontein. Rond 1580 kocht het gemeentebestuur voor deze parochie, de
oude veel grotere kloosterkerk stond er pal naast, een orgel uit de afgebroken Vituskerk in Leeuwarden, die naast de toen nieuwe Oldehove stond. Dit orgel met Hoofdwerk
en Rugpositief deed na de bouw van het Helman-orgel in 1688 nog bijna honderd jaar dienst in Minnertsga. In 1892 werd het Helman-binnenwerk verwijderd en kwam er
een Van Dam-orgel voor in de plaats. Na de kerkrestauratie in 1968 werd voorlopig het Van Dam-hoofdwerk herplaatst in de oude kas. In 1979 herkreeg de fraaie orgelkas een
passend binnenwerk. Toen werd het huidige Flentrop-orgel in gebruik genomen. Vooral de Noord-Duitse orgelmuziek laat zich hier goed klinken. Neem hier dus de vier
grote B's mee. Op het aanwezige koororgel komt de galante muziek goed tot zijn recht. In de zomermaanden zijn er op de vrijdagavond concerten voorafgegaan door een
recital op de stadhuisbeiaard. Via de N361 of de Centrale As kunt u weer richting Leeuwarden rijden.
Kortom: in Noardeast-Fryslân valt van veel orgelschoonheid te genieten!