ok2026menu



Veranderend Fries Orgellandschap Friese Orgelkrant 2026
 

Grote orgelrestauraties, waarin alle onderdelen en alle facetten van het instrument zijn betrokken, werden in 2025 in onze provincie niet voltooid. In het overzicht dat we begin 2025 presenteerden, werd melding gemaakt van de aanvang van twee zulke restauraties (in Goënga en in Pingjum). Die zullen in de loop van 2026 worden afgerond en in de krant van 2027 aandacht krijgen.

Vijf jaar na het Bakker & Timmenga-orgel van Goënga kwam een door dezelfde firma gebouwd orgel in Ureterp gereed. De orgels kregen dezelfde dispositie (8' 8' 8' 8' 4' 4' 2'). In Ureterp werd plaats gereserveerd voor een extra register. Er moet aan een Cornet gedacht zijn. Deze is eind vorig jaar, 120 jaar dus na de bouw van het orgel, geplaatst.

Werkzaamheden die geen volledige restauratie maar wel veel omvattend waren, werden in december afgerond in Scharnegoutum. Aan het eind van 1862 of in het begin van 1863 voltooide de orgelmaker Willem Hardorff daar de bouw van een tweeklaviers orgel, waarin hij delen van het P.J. Radersma-orgel dat in de vorige kerk gestaan had, opnieuw gebruikte. Aan dit orgel is gewerkt door Valckx & Van Kouteren (1944), Pels (1962) en Vermeulen Alkmaar (1972). Al geruime tijd liet de conditie van het instrument te wensen over. Daarom is het in het voorbije jaar grondig onder handen geweest. De balgen zijn geheel gerestaureerd. Verbeteringen zijn uitgevoerd aan o.m. mechanieken, sleepafdichtingen, klaviatuur en intonatie. Aan de aanblik van het orgel aan de klaviatuurzijde is veel verbeterd door sanering van elektrische leidingen en door nieuwe bekleding in Hardorff-stijl van de orgelbank. Het orgel van Westernijtsjerk zal binnen afzienbare tijd een volledige restauratie ondergaan. Dit tweeklaviers instrument stamt uit 1880. Het is het eerste orgel dat door de firma Bakker & Timmenga werd gebouwd.

Een wel zeer bijzonder instrument is het kabinet-orgel dat de kerk van Oldeholtpade siert (zie het artikel elders in deze krant). In het kader van de herinrichting van het kerkinterieur krijgt het orgel binnen de kerk een andere plaats. Er wordt nagedacht over mogelijkheden om het wat meer onder de aandacht te brengen dan in de afgelopen jaren is gebeurd.
Door kerksluitingen verdwijnen elk jaar weer orgels uit onze provincie. Niet altijd wordt daar in deze rubriek melding van gemaakt. Maar aan de emigratie van het Bakker & Timmenga-orgel van de Leeuwarder Opstandingskerk kan niet stilzwijgend worden voorbijgegaan. Dit fraaie orgel werd in 1966 gebouwd. Het was het eerste tweeklaviers instrument dat tot stand kwam nadat de firma enkele jaren eerder door H.P. Dam en W. Yedema was overgenomen van Bernard Timmenga. De twee nieuwe firmanten sloten in hun stilistische keuzes aan bij de neo-barok, die sinds de jaren '50 voor orgelnieuwbouw de leidende ideologie was. Het orgel van de Opstandingskerk legde getuigenis af van het hoge niveau dat door hen bereikt werd. In de royale akoestiek maakte het een vorstelijke indruk. Toen een paar jaar na de ingebruikneming van dit orgel de Leeuwarder Grote Kerk wegens bouwvalligheid en daaropvolgende restauratie werd gesloten, werd de Opstandingskerk een kleine tien jaar lang het centrum van de Leeuwarder orgelcultuur. Gedurende een deel van die periode werd het format van de orgelserie van de Grote Kerk voortgezet. Al spoedig zette de organist van de kerk, Jan Veninga, een zondagmiddagserie op, waarin ook koren en kamermuziekensembles optraden. Daarnaast werd het orgel ingezet voor de orgellessen van de Muziekpedagogische Academie (later Conservatorium). Toen in 1978 het gerestaureerde Müller-orgel weer tot klinken kwam (de restauratie van de Grote Kerk was enige jaren eerder voltooid), kwam langzamerhand een einde aan de culturele betekenis van de Opstandingskerk. Toen de kerk (die gebouwd was voor de Nederlands-hervormde eredienst) in 1993 gesloten werd en later werd overgenomen door een kerkgenootschap dat voor zijn diensten het orgel niet gebruikte, kwam het instrument tot zwijgen. In 2025 is het opnieuw in gebruik genomen in de rooms-katholieke kerk van Niedersteinbach in de Elzas (Fr).

Het is jammer dat dit uitstekende instrument, dat een zo bijzondere betekenis heeft gehad voor de orgelcultuur, onze contreien heeft verlaten. Gelukkig kan niet worden ontkend dat het op zijn nieuwe locatie ook een luisterrijke indruk maakt. Voor mij persoonlijk heeft dit orgel grote betekenis gehad. Ik kreeg in de Opstandingskerk mijn eerste orgellessen van Jan Veninga en beluisterde er vele malen Piet Post, maar ook gasten: Dirk Donker, Jacques van den Dool, Addie de Jong, Wim van Beek. Het orgel heeft mijn beroepskeuze mee bepaald. Misschien wil de lezer mij vergeven dat ik het zoveel jaren later niet kan laten er deze regels aan te wijden.

De werkzaamheden in Goënga, Pingjum, Oldeholtpade, Scharnegoutum, Ureterp en Westernijtsjerk werden/worden uitgevoerd door Orgelmakerij Reil (Heerde).

THEO JELLEMA


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard