ok2026menu



De Najaarsexcursie Friese Orgelkrant 2026
 

Het excursieseizoen wordt dit jaar iets later afgesloten dan gebruikelijk. Omdat we eind september altijd moeten concurreren met tal van andere culturele activiteiten, hebben we de excursie dit jaar twee weken later gepland op 10 oktober. De excursie voert ons naar Easterlittens, Baaium, Zweins en Tzum.

Easterlittens
De geschiedenis van het dorp Easterlittens, de Sint-Margryttsjerke en het Hardorff-orgel uit 1867 zijn uitvoerig beschreven door Johan Sjoukema in de Friese Orgelkrant van 2015. Omwille van de beperkte ruimte in deze krant wordt de lezer daarnaar verwezen. Hier wordt volstaan met de dispositie:


Dispositie (registers met Van Gruisen-pijpwerk zijn aangegeven met vG)

Hoofdwerk (C-g3): Bourdon 16' (vG), Prestant 8' (vG), Holpijp 8' (vG), Octaaf 4', Roerfluit 4' (vG), Prestantquint 3' (vG),
Octaaf 2' (vG), Cornet III (d), Basson 8' (b), Trompet 8' (d)

Bovenwerk (C-g3): Prestant 8' (d), Fluit does 8', Viool de Gambe 8', Salicet 4' (vG), Fluittravers 4', Gemshoorn 2'; Gereserveerde plaats voor tongwerk

Pedaal (C-d1): aangehangen

Werktuiglijke registers: Klavierkoppel, Afsluiter Hoofdwerk, Afsluiter Bovenwerk, Tremulant Bovenwerk, Ventiel.



De dorpskerk van Baaium
Het dorp Baaium komt al relatief vroeg voor in de geschiedschrijving. Al in de dertiende eeuw staat de naam Baym op schrift, in 1329 Bayum. Vermoedelijk verwijst de dorpsnaam naar het hiem (erf) dat de familie Badinga hier bewoont. De voorganger van de huidige dorpskerk stamt uit de middeleeuwen. In 1865 wordt er een nieuwe toren gebouwd en in 1876 volgt ook nieuwbouw van de kerk. De kerk is een waterstaatskerk, wat betekent dat de bouw onder toezicht van de Rijksoverheid stond en deels ook gefinancierd werd. Dat laatste zal in Baaium niet zozeer nodig zijn geweest, want de buiten- en binnenkant van de kerk laten blijken dat geld geen rol speelde.
Met name het interieur is bijzonder rijk versierd in een eclectische stijl: maniërisme, barok, rococo, (neo-)classicisme en eigen inbreng van de architect (S. van Veen) komen langs. Naast de lambrisering met imitatiemarmer en de twee met baldakijnen overhuifde kerkenraadsbanken, is ook de kansel de moeite waard. Het is een verbluffend spreekgestoelte met trapjes aan weerskanten, holle en bolle welvingen, gestucte cartouche met engelen tegen het plafond van het klankbord en de veelheid aan andere ornamenten. Het loont ook de moeite om naar beneden te kijken, naar de vloer. Daarin zitten bijzondere tegels, met een soort Escher-motief. Boch Frères uit Frankrijk maakt ze. Het bedrijf bestaat nog als onderdeel van Villeroy & Boch. Al met al is duidelijk dat er in 1876 een sterke ambitie is - waarbij geld vrijwel geen rol speelt - om een uitzonderlijk gebouw te realiseren.

Het Hardorff-orgel
Ook wat het orgel betreft mochten de guldens rollen. De eerdere kerk bevatte al een orgel van Willem Hardorff uit 1860. Dit was een instument met één klavier en 9 registers. Dit orgel is thans in gewijzigde vorm nog te beluisteren in de Hervormde Kerk van Achterberg. Achttien jaar later, toen de bouw van de nieuwe kerk was afgerond, kreeg Hardorff opnieuw de opdracht een orgel te bouwen, maar deze keer aanzienlijk groter, het was twee keer zo groot. Het werd opgeleverd in 1878, met 16 registers verdeeld over hoofd werk en bovenwerk, met een aangehangen pedaal.

De dispositie van het orgel is op twee punten opmerkelijk. Het hoofdwerk bevat een Mixtuur (door Hardorff gespeld als Mixture), wat op Friese orgels van deze omvang aan het eind van de 19e eeuw vrijwel niet meer voorkomt. Het bovenwerk, met maar liefst vier achtvoetsregisters, bevat een Melophone. Dit register, met een luide, strijkende klank, was nieuw in het Friese orgellandschap en werd daarna nog geregeld op andere orgels gedisponeerd.

In 1893, 1926 en 1947 werden er onderhoudswerkzaamheden verricht aan het orgel, maar die hebben niet geleid tot grote veranderingen. De laatste restauratie van het orgel vond plaats in 2022-2023 en werd uitgevoerd door Orgelmakerij Bakker & Timmenga, onder advies van Theo Jellema. Tijdens de restauratie werd het pijpwerk onder zocht en kwam er aan het licht dat niet alle registers door Hardorff zelf waren gemaakt. Een aantal registers bleek te zijn ingekocht bij toeleveranciers van elders, mogelijk zelfs bij verschillende bedrijven. Het orgel geeft daardoor een interessant klankbeeld, waarin het krachtige volle werk opvalt.


De dispositie is als volgt:

Hoofdwerk (C-f3): Bourdon 16', Prestant 8', Gedakt 8', Octaaf 4', Speelfluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixture III, Trombone 8' (b/d)

Bovenwerk (C-f3): Roerfluit 8', Salicionaal 8', Viola 8', Melophone 8', Fluit harmonique 4', Quintfluit 3', Gemshoorn 2',
Dulciaan 8'.

Pedaal (C-c1): Aangehangen

Werktuiglijke registers: Manuaalkoppel. 2 Afsluiters, Ventiel



Zweins
Het dorp Zweins heeft geen echte kern, maar bestaat uit een paar verspreide buurtjes en boerderijen. Het dorp heeft echter wel een duidelijk zichtbare kerkterp en is, doordat er nauwelijks bebouwing rondom is, van verre te zien. Op de terp staat de Reginakerk, een relatief jong gebouw voor Friese begrippen. Het is gebouwd in 1783 en valt op door de driezijdige afsluiting aan beide kanten van de kerk. Het werd gebouwd ter vervanging van de middeleeuwse kerk met gele kloostermoppen. Midden op het dak staat een oker geel, houten koepeltje met een in 1471 door Steven Bütenduc gegoten klok.
Het oorspronkelijke interieur uit de bouwtijd is nog geheel intact, zoals de door Hermanus Berkenbijl gesneden preekstoel uit 1783, een doophek en twee herenbanken van Lycklama à Nijeholt Glinstra en Beijma thoe Kingma. Ook het houtwerk heeft haar originele kleur behouden. Uit de oude kerk zijn ook nog een paar rouwkassen, een epitaaf en de oude grafzerken overgenomen in de nieuwe kerk.

Een buitenlands orgel
In 1785 krijgt de nieuwgebouwde kerk een zeer bijzonder orgel. Het werd gebouwd door de uit Emden afkomstige orgelmaker Johann Friedrich Wenthin. Een buitenlands orgel in een Friese kerk is op zich geen bijzonderheid, maar meestal werden die 'tweedehands' verkregen. Het orgel in Zweins werd echter direct uit het buitenland besteld.

Emden (in Oost-Friesland) had een bijzondere band met het protestantse Nederland. Men spreekt wel van de moederkerk, omdat in het begin van de Reformatie veel Nederlanders uitweken naar Emden en daar hun theologische opleiding volgden. Emden bezit de grootste calvinistische bibliotheek van Europa, de Johannes a Lasco Bibliotheek, die nu ondergebracht is in het gerestaureerde deel van de in de oorlog verwoeste Grote Kerk. Deze kerk speelt ook een rol in het levensverhaal van Johan Friedrich Wenthin. Van zijn vroege jaren is niets bekend, maar op het moment dat de kerkenraad van de Grote Kerk in Emden besluit een orgel aan te schaffen zien we zijn naam verschijnen. Wenthin krijgt de opdracht om het orgel te maken. We weten niet welke referenties Wenthin had, maar wel dat de oude orgelmaker Heinrich Wilhelm Eckmann hem aanbeval. Het is mogelijk dat Wenthin misschien bij hem het vak heeft geleerd. In Emden bouwde hij een orgel met 40 registers, verdeeld over twee klavieren en vrij pedaal. Qua grootte dus vergelijkbaar met de orgels van Sneek, Bolsward en Leeuwarden. Daarmee was zijn naam in één klap gevestigd. Bovendien liet hij een stijl zien die totaal nieuw was in OostFriesland. Hij maakte geen rugwerk, destijds nog gebruikelijk, maar een bovenwerk. Dat was een nieuw idee en is daarna in Noord Nederland door velen nagevolgd.

Het is niet bekend hoe men in Zweins Wenthin heeft leren kennen, maar klaarblijkelijk zijn er daar goede berichten gekomen. Wenthin bouwde een fors orgel voor de kleine Reginakerk en het zal de Friezen destijds zeer verbaasd hebben. Het frontontwerp was voor Friese begrippen extravagant en de klank bevatte allerlei noviteiten. De klank was elegant en zacht en had relatief veel fluit- en strijkregisters, waaronder moderne registers als de dwarsfluit.

De oorspronkelijke dispositie was:
Bourdon 16' (d), Praestant 8', Holpyp 8' (b/d/), Fluit Travers 8', Praestant 4', Gemshoorn 4', Violon 4', Nassat 3', Salicet 2', Woudfluit 2', Mixtuur III-IV-V (b/d/), Clairon 8' en Vox Angelica 8' (b/d/).

Helaas treffen we het orgel thans niet meer in deze staat aan. In 1877 werd het orgel ingrijpend verbouwd door L. van Dam & Zonen uit Leeuwarden. Daar waren twee mogelijke redenen voor. Er waren voortdurend klachten over de waterhuishouding in het muurwerk van de kerk. Er stond schimmel op de balgen. En er ontstond lekkage in de balgen die tegen de westgevel stonden. Maar ook de kerk zelf had problemen. De muren moesten versterkt worden met ijzeren trekstangen, die in de driezijdige afsluiting in het midden bij elkaar komen. Precies waar vroeger de pijpen stonden.

Van Dam verplaatste het klavier naar de zijkant en legde onderin de orgelkast een balg en daarboven een windlade met pijpen. Achter het front is het nu bijna leeg en in de onderkast staat nu het klinkende orgel. De trekstangen konden op die manier gewoon blijven zitten. Van Dam gebruikte daarbij een windlade die in 1787 door Albertus van Gruisen was vervaardigd. Die windlade had maar de helft van het aantal plaatsen als de oorspronkelijke en Van Dam kon dus maar een beperkt aantal registers kwijt. Daarop werden alle bruikbare pijpen van Wenthin geplaatst, in een concept dat meer op Van Dam dan op Wenthin lijkt. Gelukkig zijn er desondanks nog veel Wenthin-pijpen over en dus ook veel Wenthin-klanken te beluisteren. Het orgel in Zweins heeft daardoor nog steeds, ondanks het feit dat het tot een kleiner orgel is teruggebracht, geluiden die je in Fryslân nergens anders te horen krijgt. En daarbij komt dat de pijpen van Wenthin prachtig bewaard zijn gebleven, er is weinig aan geretoucheerd en ze hebben dus nog steeds hun oude waarde.


Dispositie:

Manuaal (C-f3): Bourdon 16' (d), Prestant 8', Viola di Gamba 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit Travers 4',
Gemshoorn 2' (discant 2 2/3' + 2'), Trompet 8' (d), Tremulant

Pedaal (C-g0): Aangehangen



Tzum
Het terpdorp Tzum is van heinde en ver te herkennen aan de hoge kerktoren. De toren werd gebouwd in 1548-1549 onder leiding van Cornelis Claesz. De romp met drie geledingen meet 31 meter en de ingesnoerde naaldspits 41 meter, met een totale hoogte van 72 meter. Het is, na de toren van de Sint Bonifatiuskerk van Leeuwarden, de hoogste van Fryslân. Het is opvallend dat de kolossale toren even breed is als de kerk. In de toren hangt een luidklok uit 1525, gegoten door Geert van Wou en Johannes Schonenborch. De kerk, oorspronkelijk gewijd aan Johannes de Doper, heeft een eenbeukig romaans schip uit de 12e eeuw en een vijfzijdig gesloten gotisch koor uit de 14e eeuw. Aan de noordkant van de kerk is de middeleeuwse oorsprong nog goed zichtbaar door het nog zichtbare tufsteen. De zuidmuur werd in 1881/82 opnieuw bekleed met baksteen.
Ook het interieur van de kerk stamt uit die tijd. De trekbalken werden vervangen door trekstangen en nagenoeg de gehele inrichting werd vernieuwd. De banken dateren uit die tijd, evenals de drie herenbanken tegenover de preekstoel met overhuivingen op gietijzeren zuiltjes met composietkapitelen. Ook het doophek met gietijzeren balusters en de trap van de preekstoel, waarvan de leuning op eveneens gietijzeren balusters steunt, werden toen vervaardigd. De eikenhouten preekstoel is vervaardigd door Agge Jans Monsma uit Sneek en dateert uit 1699. De kuippanelen zijn versierd met loofwerk, bloemen en festoenen van een onbekende houtsnijder. Bij de verbouw in 1881 en 1882 werd het koor door een wand van het schip afgescheiden. Bij de restauratie in 1973 werd het koor weer bij de kerkruimte gevoegd. Voor de oostelijke koormuur bevindt zich op gemetselde onderstukken een restant van vermoedelijk een sarcofaag. Een oude avondmaalsbank is eveneens in het koor opgesteld. In de vloer van het koor is een groot aantal fraaie zerken bijeengebracht, die hoofdzakelijk uit de 16e en de 17e eeuw dateren. De beschilderde houten wijzerplaat uit 1722 aan de noordelijke koorwand, bevond zich oorspronkelijk tegen de westmuur boven het orgel. De grote koperen kroon en twee kleinere dateren uit het eind van de 17e eeuw.

De kerk van Tzum bezat al voor de Reformatie een orgel. In 1538 wordt Jacob Lamberts als “orgelist” genoemd. Over dit orgel is niets bekend. Claas Douwes werd in 1667 schoolmeester in Tzum. Hij was bevriend met de orgelbouwers Harmen Jans en zijn zoon Jan Harmens. Met hen bouwde hij in 1690 op zijn kosten een orgel, bestaande uit hoofdwerk en rugwerk, in de kerk van Tzum. Later kocht de kerkvoogdij het orgel van Claas Douwes. Hij maakte vooral naam met zijn boek “Grondig Onderzoek van de Toonen der Musijck”, dat in 1699 verscheen. Tot zijn dood omstreeks 1724 was Claas Douwes organist in Tzum. Het orgel werd in 1759 in de Leeuwarder Courant te koop aangeboden, maar pas in 1776 verkocht aan de kerkvoogden van Oosthem. Intussen was in 1760 aan Gerhard Steevens uit Den Haag opgedragen een nieuw orgel te bouwen. Deze werkte een jaar aan het orgel. Na onenigheid met de kerkvoogdij werd besloten hem de opdracht af te nemen. Hinsz maakte het instrument af en breidde het uit met een rugpositief. De kas is duidelijk een ontwerp van Hinsz, zodat het maar de vraag is of er veel van het werk van Steevens is terug te vinden. Het instrument werd in 1764 opgeleverd en was het eerste tweeklaviersorgel van Hinsz in Fryslân. Hierna maakte hij nog drie tweeklaviers orgels in Fryslân; in Hallum in 1768 (verwoest in 1804 door het instorten van de kerktoren), Minnertsga in 1778 (verloren gegaan in 1947 als gevolg van kerkbrand) en Sexbierum in 1767. In Sexbierum is enkel nog de kas te bewonderen, het binnenwerk werd in 1924 vervangen door een nieuw orgel van Bakker & Timmenga. Hierdoor is het orgel in Tzum het enige nog werkende tweeklaviers orgel van Hinsz in Fryslân.

Halverwege de 19e eeuw volgen de eerste wijzigingen aan het orgel. In 1857 werkt L. van Dam en Zonen aan het orgel en moet de Sexquialter plaatsmaken voor een Viola di Gamba 8'. Na de kerkverbouwing van 1882 werkt Van Dam weer aan het orgel. De samenstelling van de Mixtuur wordt gewijzigd waarin de pijpen van de Quint 3' worden verwerkt. Op de daardoor leeggekomen plaats wordt een Violon 8' geplaatst. Door de verlaging van het gewelf moesten de beelden op de hoofdwerkkas worden verwijderd, en er worden drie nieuwe gesneden kuiven aangebracht. Deze beelden (twee bazuinblazende engelen) werden op de balk achter het orgel geplaatst. Ook worden nu waarschijnlijk de spaanbalgen vervangen door een magazijnbalg. In 1919 wordt er aan het orgel gewerkt door Bakker & Timmenga. De Octaaf 2' wordt nu vervangen door een Voix Céleste 8' en er worden nieuwe klavieren en registerknoppen gemaakt.
Ondanks al deze wijzigingen bleef heel veel materiaal van Hinsz bewaard, waaronder zelfs alle drie tongwerken. In 1985 kreeg de firma Gebroeders Reil te Heerde de opdracht om het orgel te reconstrueren naar de oorspronkelijke toestand. Dezelfde firma had het orgel al in 1981 gekopieerd voor een nieuw instrument in de Immanuelkerk te Ermelo, maar dan uitgebreid met een vrij pedaal. Onder advies van Klaas Bolt werden er nieuwe klavieren, registertrekkers en -knoppen gemaakt naar het voorbeeld van andere Hinszorgels, met name dat in Wassenaar. De registers die bij eerdere werkzaamheden waren verplaatst werden weer op hun originele plek gezet en het ontbrekende pijpwerk werd gereconstrueerd. De oude klankopbouw is daarmee in veel opzichten herwonnen. De windladen zijn nog steeds de originele van Hinsz.


Dispositie:

Hoofdwerk (C-d3): Bourdon 16', Prestant 8', Baarpijp 8', Quintadena 8', Octaaf 4', Roerfluit 4', Quint 3', Flageolet 2',
Mixtuur III-IV-V (b/d), Cornet III (d), Trompet 8' (b/d), Vox Humana 8' (b/d)

Rugwerk (C-d3): Holpijp 8', Prestant 4', Roerfluit 4', Octaaf 2', Gemshoorn 2', Sexquialter II (b/d), Dulciaan 8' (b/d)

Pedaal (C-d1): Aangehangen

Werktuiglijke registers: Manuaalkoppel (schuifkoppel), Tremulant Hoofdwerk, Tremulant Rugwerk




PETER VAN DER ZWAAG


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard