De Voorjaarsexcursie brengt ons naar de gemeente De Fryske Marren waar we Langweer, Sint Nicolaasga en Lemmer bezoeken. Naast orgels uit de
18e en 19e eeuw horen we tijdens deze excursie ook een orgel uit de tweede helft van de 20e eeuw.
De Hervormde Kerk van Langweer
De eerste kerk die we bezoeken is de Hervormde Kerk van Langweer. Deze kerk vormt een markant element in het dorpsbeeld. Het huidige kerkgebouw dateert uit 1777 en staat
op een omheind kerkhof aan de rand van het oude dorpscentrum. Hoewel het gebouw relatief jong is in vergelijking met de meeste Friese kerken, kent de locatie een lange
en bewogen geschiedenis die teruggaat tot circa 1200. Op deze plek stond aanvankelijk een middeleeuwse kerk die in 1517 tijdens plunderingen door Bourgondische troepen
werd verwoest. Daarna volgden meerdere pogingen om een nieuw kerkgebouw op te richten. Een tweede kerk werd gebouwd op de resten van het oude fundament, maar
voldeed niet aan de verwachtingen van de gemeenschap. Uiteindelijk werd in de 17e eeuw opnieuw een kerk gebouwd, die later weer plaatsmaakte voor het huidige gebouw
uit 1777. Dit is een ruim, eenbeukig bouwwerk met een toren, opgetrokken in een sobere maar evenwichtige stijl die kenmerkend is voor protestantse kerkarchitectuur uit de
18e eeuw. De gevels worden geleed door pilasters en de toren bestaat uit meerdere geledingen waarin verschillende klassieke orden zijn toegepast. Deze subtiele toepassing van
klassieke elementen verleent het gebouw een statige uitstraling zonder overdadige ornamentiek.
Het interieur van de kerk is bijzonder rijk uitgevoerd. De eikenhouten preekstoel uit 1684, compleet met achterschot en klankbord, herinnert aan een eerdere bouwfase.
Daarnaast bevinden zich in het interieur diverse historische banken, een herenbank en een doophek met sierlijk gedraaide balusters.
Het Van Dam-orgel
Het orgel in de kerk is gemaakt door Lambertus van Dam. Hij was nog niet zo lang zelfstandig orgelbouwer, toen hij het orgel voor de Langweerder kerk maakte. Het was
zijn tweede orgel. Het eerste bouwde hij voor de kerk van Aldeboarn, maar dat orgel is om onduidelijke redenen niet helemaal door hem afgemaakt. Het werd in 1779 zonder
Bourdon 16' en beelden opgeleverd en pas in 1807 door Albertus van Gruisen voltooid. Het orgel in Langweer was Lambertus' eerste volledig voltooide orgel; opgeleverd in
1784. Het vormt daarmee het begin van een lange periode waarin vier opeenvolgende generaties Van Dam het Friese orgellandschap bepaalden.
Lambertus (ook wel Lammert) was afkomstig uit de provincie Groningen. Zijn vader was een kruidenier. Als jongetje werd hij gezel bij een kistenmaker en in 1764 was hij
te Leiden, mogelijk in de leer bij orgelmaker Hendrik Hermanus Hess. Hij keerde daarna terug naar Groningen en ging werken voor Albertus Anthoni Hinsz. In 1776 vestigde hij
zich als orgelbouwer te Groningen, maar aangezien daar voldoende orgelbouwers waren, verhuisde hij in 1779 naar Leeuwarden.
Het eerste orgel van Lambertus, voor de Doelhôftsjerke in Aldeboarn, was qua ontwerp en klankconcept nog sterk schatplichtig aan Hinsz, met name het orgel dat Hinsz
rond dezelfde tijd bouwde voor de Catharinakerk in Roden (1780). In Langweer zien we daarentegen al wat verschillen. De orgels in Roden en Aldeboarn hebben een zevendelig
frontontwerp, maar in Langweer is het front vijfdelig, zonder de buitenste pijpenvelden. Het oogt daardoor iets strenger. Waar Hinsz in de klankopbouw de voorkeur gaf aan hoge
fluitregisters, kiest Lambertus voor prestanten: zowel hoofdwerk als rugpositief hebben een Octaaf 2'. In de samenstelling van de Mixtuur en de Cornet neemt Lambertus wel
de stijl van Hinsz over door (lage) tertskoren op te nemen. In Langweer is dat opvallend daar de dispositie geen Bourdon 16' bevat. Daardoor mist feitelijk de 'grondtoon' voor de
vulstemmen, maar bij de begeleiding van samenzang is dat niet storend.
Het orgel heeft lang dienst gedaan zonder wijzigingen, maar in 1889 wordt het iets aangepast door L. van Dam & Zn. De frontpijpen worden vernieuwd, het dubbelkoor van de
Prestant 8' vervalt en enkele Mixtuurkoren worden verwijderd. Ingrijpender zijn de werkzaamheden door N.V. v/h Van Dam in 1923. Twee hoge registers moeten wijken voor wat
zachtere strijkende registers, erg populair in die tijd. De Quint 3' maakt plaats voor een Cello 8' en de Sexquialter verdwijnt ten gunste van een Aeoline 8'. In 1967 volgt
een restauratie door Bakker & Timmenga waarbij de situatie van 1784 wordt hersteld, zij het op een wat hogere winddruk. In 1997 wordt de winddruk weer wat verlaagd en en de
intonatie gecorrigeerd.
Werktuiglijke registers: M koppeling HW-RP, afsluiters HW en RP, tremulant, windlossing, calcant
Sint Nicolaasga
De Sint-Nicolaaskerk en het Ypma-orgel uit 1871 zijn uitvoerig beschreven door Roelof van Luit in de Friese Orgelkrant van 2016. Deze is te raadplegen op
www.organumfrisicum.frl. Omwille van de beperkte ruimte in deze krant wordt de lezer daarnaar verwezen. Hier wordt volstaan met de dispositie:
Werktuiglijke registers: Klavierkoppel (1871), Pedaalkoppel (1975), Tremulant (reconstructie van de oorspronkelijke kanaaltremulant, 2010), Calcant.
Het Papageno Huis
Het Papageno Huis Fryslân is een bijzonder project in het centrum van Lemmer waarin zorg, cultuur en erfgoed samenkomen. Het huis is gevestigd in de neogotische, voormalige
Gereformeerde Kerk uit 1889, die na een grondige restauratie een nieuwe maatschappelijke functie heeft gekregen. In mei 2023 opende het Papageno Huis officieel zijn deuren.
Het initiatief maakt deel uit van de Stichting Papageno, die zich inzet voor kinderen en jongeren met autisme. Het concept is bedacht door dirigent Jaap van Zweden en zijn
vrouw Aaltje van Zweden-van Buuren. Hun doel was om een plek te creëren waar jongeren met autisme stap voor stap kunnen werken aan een zo zelfstandig mogelijk leven.
In Lemmer heeft dit idee een bijzondere vorm gekregen. Het complex biedt zeventien appartementen waar jongeren tijdelijk kunnen wonen onder begeleiding. Daarnaast kunnen
tientallen jongeren er terecht voor dagbesteding, zoals muziek, creatieve activiteiten, horeca, sport en andere vormen van talentontwikkeling. Door deze combinatie van wonen,
leren en werken ontstaat een veilige omgeving waarin jongeren zich kunnen ontwikkelen. Wat het Papageno Huis extra bijzonder maakt, is dat het nadrukkelijk openstaat voor de
samenleving. In de gerestaureerde kerkzaal bevinden zich Café Papageno en Podium Papageno, waar bezoekers terechtkunnen voor koffie, lunch, concerten, exposities en andere
culturele activiteiten. De jongeren helpen mee met de organisatie en het runnen van het café, waardoor ze praktijkervaring opdoen en tegelijkertijd in contact komen met
bezoekers uit het dorp en de regio. Zo heeft het voormalige kerkgebouw een nieuwe betekenis gekregen. Waar het vroeger een religieus centrum was, is het nu een plek van
ontmoeting, ontwikkeling en verbinding. Het Papageno Huis laat zien hoe historisch erfgoed een eigentijdse maatschappelijke rol kan krijgen en tegelijk een belangrijke
functie kan vervullen voor zowel bewoners als de lokale gemeenschap.
Een 20e-eeuws orgel
Omdat muziek uiteraard een belangrijke rol speelt in het Papageno Huis, is het orgel dat de kerk reeds bezat bewaard gebleven. Het is gebouwd door een orgelmakerij waarvan
we voor het eerst een instrument tijdens een excursie te horen krijgen. Dit orgel werd gebouwd in 1961/62 door de firma Fonteijn & Gaal en werd in gebruik genomen met een
bespeling door Feike Asma.
De firma werd in 1950 opgericht door André Fonteijn en Julius Gaal. Fonteijn had het vak geleerd bij Theo Strunk in Rotterdam. Dit bedrijf deed
voornamelijk onderhoudswerk. Gaal had eerst bij de firma Standaart gewerkt en later ook bij Strunk. De firma Fonteijn & Gaal had een kantoor in Rotterdam en eveneens een
atelier in Amsterdam.
De orgels van Fonteijn & Gaal waren qua klankconcept beïnvloed door de Orgelbewegung en de neobarok, maar in constructie nog niet vooruitstrevend.
Waar andere orgelbouwers, zoals Flentrop, in de jaren 50 en 60 instrumenten met mechanische sleepladen gingen maken, behielden de orgels van Fonteijn & Gaal nog een
elektro-pneumatische tractuur. De orgels hadden daardoor veelal een losstaande speeltafel en de fronten bestonden meestal uit een open pijpopstelling.
Ook maakten ze geregeld gebruik van het unit-systeem (vooral in de pedaaldispositie), waarbij uit één grote reeks pijpen meerdere registers konden klinken. Hierdoor waren de
orgels van de firma relatief scherp geprijsd en was er met name in de Gereformeerde Kerk een goed werkveld; meer dan honderd instrumenten verlieten de werkplaats. Vanaf
het einde van de jaren 60 begon de firma uiteindelijk ook orgels met mechanische sleepladen te bouwen. In 1971 overleed Julius Gaal en zette Fonteijn de firma onder eigen
naam voort en verhuisde in 1974 de werkplaats naar Kampen. Eind 1978 ging de firma failliet en zetten twee medewerkers de activiteiten voort onder de naam Kaat & Tijhuis.
Het orgel in het Papageno Huis heeft een elektro-pneumatische tractuur, maar heeft geen open pijpenfront. Het orgel in Lemmer heeft een complete orgelkas, met hoofdwerk
en rugwerk, waarbij de speeltafel tegen de hoofdwerkkas is geplaatst. Het pedaal bevat drie unit-transmissies. In 2023 werd het orgel door de firma Kaat & Tijhuis gereviseerd en
verbeterd. De Quint 1 1/3' werd hierbij opgeschoven naar 2 2/3'.
Tsjerke oan it Dok
De Hervormde Kerk van Lemmer, Tsjerke oan it Dok genaamd, kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de 13e eeuw. Het huidige gebouw is al de vierde kerk die op deze locatie is gebouwd.
De eerste kerk, vermoedelijk nog van hout, brandt af in 1413 toen Lemmer door de troepen van de bisschop van Utrecht werd verwoest. In 1540 wordt de kerk weer door brand getroffen en ook de
Tachtigjarige Oorlog ging niet zonder schade voorbij. Uiteindelijk wordt die kerk wegens bouwvalligheid in 1715 afgebroken. De eerste steen van de huidige kerk wordt al gelegd in 1716.
Zij krijgt een éénbeukig schip, met aan drie zijden een ingang. In 1759 wordt de kerk vergroot met een dwarsbeuk aan de noordzijde. De toren, met achthoekige lantaarn, wordt in
1798 bezit van de burgerlijke gemeente. Hij dient dan als uitkijkpost en baken voor de scheepvaart op de Zuiderzee.
De kerkruimte wordt overdekt door een fraai, houten tongewelf. Tijdens de kerkrestauratie in 1984 komt de oorspronkelijke beschildering weer tevoorschijn. Op een blauw-groene
ondergrond zijn met bladgoud verschillende sterrenbeelden (Grote Beer, Orion), de Pleiaden, de zon en de maan aangebracht, en wolken en vogels geschilderd.
De barokke preekstoel is ook een bezienswaardigheid. Dit pronkstuk is in de jaren 1743 tot 1745 gemaakt door Gerben Jelles Nauta. Er is in Fryslân geen preekstoel waarop zoveel
thema's in de versiering zijn verwerkt; te zien zijn onder andere de vier evangelisten, vier Bijbelverhalen en zes vrouwenfiguren met elk een symbolisch voorwerp in de
hand. Het is de moeite waard dit eens van dichtbij te bekijken.
Een andere Ypma
Evenals de kerk van Sint Nicolaasga bevat de Tsjerke oan it Dok ook een orgel van Ypma. Maar niet van dezelfde. Het orgel in Sint Nicolaasga werd gebouwd door Lodewijk Sjoerds Ypma,
het orgel in Lemmer door zijn broer Dirk Sjoerds Ypma. De rooms-katholieke Sjoerd Tedde Ypma was timmerman in Bolsward en had drie zonen, Dirk, Eeltje en Lodewijk. Alle drie oefenden
zelfstandig het orgelmakersvak uit. Dirk had het vak geleerd bij Willem van Gruisen en begon in 1836 een orgelmakerij in Bolsward. Vlak voordat hij zich in Alkmaar gaat vestigen,
levert hij het orgel voor Lemmer op. Het is een groot, tweeklaviers orgel met vrij pedaal, waarvan de firma Van Dam mogelijk het front heeft ontworpen. Helaas zijn er weinig
instrumenten van Dirk overgebleven, doordat er in de 20e eeuw veel orgels in de Rooms-Katholieke Kerk werden vernieuwd en omdat de kwaliteit van de orgels van Dirk ook niet altijd
uitstekend was. Zo wordt het orgel in Lemmer al in 1863 verbouwd door Van Dam, waarbij de mechanieken en windladen volledig nieuw worden gemaakt. In 1884 worden ook alle tongwerken
vernieuwd. Desondanks heeft het orgel een eigen identiteit behouden, met zeer klassieke elementen in het klankbeeld.