ok2025menu



Voorjaarsexcursie in de Waadhoeke Friese Orgelkrant 2025
 

De voorjaarsexcursie op 5 april 2025 brengt ons in de gemeente Waadhoeke. Hier werd vorig jaar door de gemeenteraad besloten extra geld vrij te maken voor de promotie van de orgels in de gemeente. Elders in deze krant is hier meer over te lezen. We bezoeken achtereenvolgens Dronryp, Menaam, Minnertsga en Franeker. Twee van deze plaatsen, Dronryp en Minnertsga, herbergen zeer bijzondere instrumenten die een unieke plaats innemen in het Friese orgellandschap.

Dronryp
In 2015, tijdens de najaarsexcursie, brachten we al eens eerder een bezoek aan Dronryp. Maar met het oog op de aanstaande restauratie die gepland staat voor 2026 nemen we graag de gelegenheid om het orgel nog een keer te horen. Bij de komende restauratie bestaat er een goede kans dat een deel van het originele pijpwerk vervangen moet worden door nieuwe, gekopieerde pijpen. Dit is dus onze laatste kans om tijdens een excursie al het originele Bader-pijpwerk te horen.

De Salviuskerk, plaatselijk bekend als 'd'Alde Wite' (de oude witte), is oorspronkelijk gewijd aan Sint-Salvius. Salvius van Amiens was de vijfde bisschop van de Franse stad Amiens. Hij leidde een sober leven en was zeer goed voor zijn medemens. Volgens de overlevering zou hij een aantal wonderbaarlijke genezingen hebben verricht, die na zijn dood ook doorgingen bij zijn graf.

De eerste stenen kerk op de huidige locatie dateert uit de 12e eeuw en was gebouwd in romaanse stijl. Restanten van deze oorspronkelijke structuur zijn nog zichtbaar in de noordmuur van de huidige kerk. In 1386 werd de kerk aanzienlijk uitgebreid: het koor werd verbreed en de kerk werd met 18 meter verlengd naar het oosten, wat leidde tot de huidige afmetingen. Deze uitbreiding behield de romaanse stijl, met ramen met ronde bogen, hoewel de nieuwe ramen hoger waren dan de oorspronkelijke. In de tweede helft van de 14e eeuw werd aan de noordkant van het koor een sacristie toegevoegd. Rond 1504 onderging de kerk een ingrijpende verbouwing. De gehele structuur werd met bijna drie meter verhoogd en voorzien van een nieuw dak. In de zuidmuur werden gotische spitsboogvensters geplaatst, wat de kerk een gotisch karakter gaf. Dit leidde tot een opvallend contrast tussen de gesloten noordmuur met kleine vensters en de open zuidmuur met grote ramen.
De huidige toren werd in 1544 gebouwd door meester Anthonisz en bestaat uit twee vierkante geledingen met daarop een achtzijdige lantaarn en een fantasievolle spits. In de toren hangt een klok uit 1493, gegoten door Geert van Wou, afkomstig uit de oudere kerk. In de 19e eeuw werden diverse aanpassingen gedaan, waaronder het vernieuwen van vensters en het bepleisteren van het gehele gebouw, wat het laat-gotische karakter aantastte. Tijdens restauraties van 1997 tot 2001 werden onder de pleisterlaag muurschilderingen ontdekt en twee extra grafkelders gevonden, wat wijst op een rijkere geschiedenis dan voorheen bekend.
De zuidingang heeft een fronton met een doodshoofd tussen twee obelisken, en naast deze ingang bevindt zich een memoriesteen ter nagedachtenis aan Eise Eisinga, de maker van het planetarium in Franeker. Boven de oostingang zijn drie beelden van de deugden geplaatst.
Het interieur van de kerk is rijk aan historische elementen. De kerk beschikt over zeven overhuifde herenbanken uit de 17e eeuw, geplaatst tegen de noordmuur en de oostelijke wand die het koor afsluit. Daarnaast zijn er vijf 18e-eeuwse psalmborden en een groot aantal grafzerken uit de 16e, 17e en 18e eeuw. Maar het belangrijkste interieurstuk is natuurlijk het orgel.

Daniël Bader en zijn vier zoons waren afkomstig uit Westfalen en kwamen rond 1635 naar Nederland. Twee zonen, Arnold en Tobias, vestigden zich in Fryslân. Zij bouwden een aantal nieuwe orgels die een grote invloed uitoefenden op de Friese orgelbouw tot in de 18e eeuw. Helaas is daar veel van verloren gegaan. In een aantal orgels is nog pijpwerk van de Baders te vinden, maar Dronryp is het enige orgel dat bewaard is gebleven. Dit is dan ook de reden waarom dit instrument zo'n belangrijke plaats inneemt. Niet alleen in Fryslân, maar zelfs in Europa.

Het Bader-orgel is opgeleverd in 1657 en daarmee het oudste orgel van de provincie. Het zal geen verbazing wekken dat het dus ook een lange geschiedenis van verbouwingen, renovaties en reconstructies door diverse orgelbouwers heeft.
In 2002 werd het grotendeels hersteld naar de oorspronkelijke situatie. In de Friese Orgelkrant 2015 is op de pagina's 18-19 een uitvoerige beschrijving te lezen van deze geschiedenis. U kunt dit digitaal raadplegen op www.organumfrisicum.frl.

Helaas is het verhaal nog niet afgelopen. Sinds de laatste restauratie kampt het orgel met ernstige loodcorrosieproblemen, waarbij zowel oude als gereconstrueerde pijpen worden aangetast. Het pijpwerk heeft, zoals gebruikelijk in heel oude orgels, een zeer hoog loodgehalte, vrijwel 100%. In latere orgels wordt pijpwerk meestal gemaakt van zogenoemd 'orgelmetaal', een legering van lood en tin. Inmiddels is bekend dat pijpen van 'hoog-lood' bijzonder vatbaar zijn voor loodcorrosie. Door een combinatie van vochtige lucht en omgevingszuren uit vooral het hout wordt het metaal 'opgevreten' en ontstaan er gaten in de pijpen en scheuren in de soldeernaden. Dit proces is, met de huidige kennis van zaken, helaas onomkeerbaar. Dit probleem speelt ook een rol in andere oude Europese orgels, maar in Dronryp gaat dit afbraakproces opmerkelijk snel.
Het uitgangspunt voor de komende restauratie is de conservering van het buitengewoon fraaie monumentale instrument.
In een intensief overleg tussen de orgeladviseur, de orgelmaker en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt afgestemd hoe dat precies moet gebeuren. Een aantal pijpen zal moeten worden vervangen door kopieën. Als die niet van hoog-lood worden gemaakt maar van een legering met een gering percentage tin, is het metaal veel beter beschermd. Ter discussie staat nog hoe groot het aandeel nieuwe pijpen zal zijn, omdat met name de Rijksdienst hecht aan behoud van historisch pijpwerk. Voortdurend worden resultaten bij andere orgels waar loodcorrosie het hoofd moet worden geboden in de discussie meegenomen.


Dispositie:

Hoofdwerk (CDEFGA-c3): Bourdon 16', Prestant 8' (discant dubbelkorig), Baarpijp 8', Octaaf 4' (discant dubbelkorig), Quintfluit 3', Waltfluit 2', Sexquialter II sterk, Mixtuur IV-V-VI sterk, Trompet 8'

Onderpositief (CDEFGA-c3): Holpijp 8', Quintadeen 8', Prestant 4', Fluit 4', Octaaf 2', Spitsfluit 2' (D), Sifflet 1 1/2', Mixtuur III-IV sterk, Voxhumana 8', Tremulant

Pedaal (CDEFGA-d1): Aangehangen

Werktuiglijke registers: Manuaalkoppel (schuifkoppel), Afsluiting Hoofdwerk, Afsluiting Onderpositief

Toonhoogte: a = 415Hz

Stemming: Middentoon


Draagt u dit orgel een warm hart toe en wilt u de restauratie financieel ondersteunen, breng dan een bezoek aan https://baderorgeldronryp.nl/doneren, met alle informatie om een donatie te doen.

In 2023 zijn er met kunst- en vliegwerk wat herstelwerkzaamheden verricht door de firma Reil. Daarbij zijn vier registers van het Onderpositief buiten werking gesteld, omdat dit pijpwerk al te veel is aangetast door corrosie. Door deze werkzaamheden is het voorlopig weer even mogelijk om de zeer indrukwekkende klank van het orgel te beluisteren.

Menaam
De huidige kerk van Menaam is in 1874 gebouwd op de fundamenten van de vorige kerk, die aan de Heilige Lambertus gewijd was. De toren was al in 1866 gebouwd ter vervanging van de oude en deze is van verre te zien, met zijn hoogte van 46 meter en staande op de oude dorpsterp. De zaalkerk met rondboogvensters, een transept en een consistoriekamer werd gebouwd in eclectische stijl. Het interieur wordt gedekt door een tongewelf. Het gebouw heeft een forse uitbouw aan de noordzijde, waarin een transept en sacristie zijn ondergebracht. Opvallend is dat het steenformaat, de kleur en de detaillering van de transeptarm en sacristie van elkaar verschillen, wat zou kunnen duiden op twee verschillende bouwfasen.

Het interieur van de kerk maakt een ruime en statige indruk, versterkt door het uitgebouwde dwarspand aan de noordkant. De strakke witte muren en plafonds worden verlevendigd door decoratief stucwerk langs kroonlijsten en bogen. Blikvangers zijn het monumentale orgelfront, de rijkversierde kansel en het doophek. De preekstoel en het doophek zijn in 1672 vervaardigd door meesterkistenmaker Gerryt Nijhoff en meester-handtycksnijder Hendrick Jansen, beiden uit Leeuwarden. De kansel is versierd met ondiepe, boogvormige nissen waarin allegorische vrouwenfiguren staan die Geloof, Hoop, Liefde, Gerechtigheid en Standvastigheid verbeelden. Bij deze panelen is naast eikenhout ook ebbenhout gebruikt. Uit 1672 stamt ook de herenbank, schuin tegenover de preekstoel, met gewrongen zuilen en bekroond met het wapen van Camstra-Aebinga. De eenvoudige herenbank aan de oostkant is van iets latere datum. Het overige meubilair en de reeks hangende petroleumlampen stammen uit 1874, de tijd van de nieuwbouw.

In 1727 werd de kerk verrijkt met een tweeklaviers orgel van Christian Müller. Het orgel bestond uit een Hoofdwerk met 8 stemmen en een Rugwerk van 5 stemmen met waarschijnlijk een aangehangen pedaal. In 1861 wordt dit orgel “ouderwets” bevonden en komt er een geheel nieuw orgel; van het Müller-orgel is niets bewaard gebleven. Het nieuwe orgel wordt gebouwd door Willem Hardorff uit Leeuwarden en is het grootste dorpsorgel dat in Fryslân gebouwd werd. Omdat Hardorff een kleine werkplaats had met weinig of geen medewerkers wordt samenwerking met de orgelmakers Van Dam niet uitgesloten. Samenwerking met de Adema's is met name bij dit orgel met zekerheid vastgesteld. Het front toont overeenkomsten met de orgels van Van Dam; zo lijkt het bovenfront sterk op het orgel van Hitzum en het onderfront op dat van Oudwoude. Het geheel wordt omlijst door achtvoets zijtorens.

In 1929 werd het orgel door de firma Bakker & Timmenga gerestaureerd, waarbij de Fagot 16' op het hoofdwerk werd vervangen door een Cello 8' en de Quint 3' op het bovenwerk plaatsmaakte voor een Voix Céleste 8'. Vorig jaar werd de laatste restauratie afgerond, uitgevoerd door de firma's Bakker & Timmenga en Reil, onder advies van Peter van Dijk met assistentie van Wietse Ouwejan. Balgen, klaviatuur, mechanieken en pijpwerk werden hersteld, en het schilderwerk van de kas werd 'opgefrist'. Voorafgaand aan deze werkzaamheden is zorgvuldig gewikt en gewogen over de uitgangspunten ervan. Omdat er geen authentieke voorbeelden van de Hardorff-tongwerken Fagot 16' en Clarinette 8' bewaard zijn gebleven, en het werk uit 1929 van zeer goede kwaliteit is, werd unaniem besloten om de toestand van 1929 te handhaven.


Dispositie:

Hoofdwerk (C-g3): Bourdon 16', Violon 16' (vanaf f0), Prestant 8', Holpijp 8', Cello 8' (B/D), Octaaf 4', Roerfluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur III-IV sterk, Cornet IV sterk (D), Trompet 8' (B/D)

Bovenwerk (C-g3): Prestant 8', Roerfluit 8', Gedakt 8', Viola 8', Voix Céleste 8', Salicet 4', Flûte travers 4', Speelfluit 2', Clarinette 8'

Pedaal (C-d1): Prestant 16', Subbas 16', Octaaf 8', Gedakt 8', Octaaf 4', Open Fluit 2', Bazuin 16', Trombone 8'

Werktuiglijke registers: Manuaalkoppel, Pedaalkoppel, Afsluiting hoofdwerk, Afsluiting bovenwerk, Afsluiting pedaal, Tremulant bovenwerk, Zweltrede bovenwerk


Minnertsga
De Meinardskerk, ook bekend als de Sint Martinuskerk, werd oorspronkelijk gebouwd in de 13e eeuw. In de 15e eeuw onderging de kerk een aanzienlijke uitbreiding en herbouw, waarbij het schip werd verlengd en verbreed, en een vijfzijdig gesloten koor werd toegevoegd. De kerk is opgetrokken in een laatgotische stijl, gekenmerkt door afwisselende lagen rode en gele baksteen, wat een decoratief effect creëert. Zowel het schip als het koor zijn voorzien van grote spitsboogvensters met natuurstenen traceringen in dubbele vorkvorm. Een opvallend element is de ingang in de noordmuur, met een rechthoekige omlijsting en getordeerde rondstaven, en een spitsboognis met kepervormig siermetselwerk. De robuuste, ongelede toren werd in 1505 gebouwd, zoals blijkt uit een stichtingssteen van roze Bremer zandsteen. In 1818 werd de oorspronkelijke spits vervangen door een sterk verjongde opbouw met een zadeldak.

In 1947 werd de kerk zwaar getroffen door een brand, waarbij de kap en het interieur verloren gingen. Het muurwerk bleef echter behouden, en tussen 1951 en 1955 werd de kerk herbouwd. Het huidige interieur omvat een houten tongewelf met gewelfschotels, vervaardigd door A. Bergman, die onder andere de evangelistensymbolen en het Lam Gods afbeelden. De preekstoel is afkomstig uit de doopsgezinde vermaning van Blije. Daarnaast zijn er vijf gesneden 18e-eeuwse gezangborden en een verzameling grafzerken uit de 16e tot 18e eeuw, waarvan een deel afkomstig is uit de gesloopte Galileërkerk in Leeuwarden.

Bij de kerkbrand ging helaas ook het Hinsz-orgel uit 1788 verloren. Dit orgel vertoonde qua kas en dispositie grote gelijkenissen met het orgel in de Johanneskerk van Tzum (1764). In 1955 was de herbouw van de kerk dermate gevorderd dat er weer een orgel geplaatst kon worden. Maar gezien de omstandigheden was er slechts een klein budget. Gelukkig kwam er in Wjelsryp een oud orgel beschikbaar. Dit instrument kwam daar destijds ook als tweedehands orgel en was daar in 1874 geplaatst en verbouwd door de orgel maker Ypma. Bernard Pels & Zn. bouwde in 1955 een nieuw (elektropneumatisch) instrument voor de kerk in Wjelsryp en zodoende kwam het oude orgel beschikbaar en kon het worden aangekocht voor Minnertsga.
De firma Vaas & Bron uit Leeuwarden plaatste het orgel over naar de nieuwe bestemming en voegde daarbij een nieuw vrij pedaal toe. Het orgel werd op de westgalerij geplaatst op een speciale verhoging, omdat het anders niet goed zichtbaar was. Daardoor moest er wel het nodige verbouwd worden, waarbij helaas ook historisch materiaal verloren ging.
In 1987 verkeert het orgel in slechte staat. Wegens geldgebrek wordt alleen de hoofdwerkwindlade gerestaureerd, zodat in ieder geval een deel van het orgel weer goed bespeelbaar zou zijn. Tien jaar later was er weer wat geld om de rest van het orgel ook te restaureren. Maar tijdens de voorbereidingen hiervan kwam er opeens een genereuze gift binnen, waardoor het mogelijk werd het orgel een volledige en grondige restauratie te geven.

Tijdens de restauratie door de firma Flentrop in 2000/2001 bleek, uit onderzoek door onder meer Jan Jongepier, dat het orgel vrijwel zeker het werk is van de Luikse orgelma ker Guillaume Robustelly, die het rond 1785 maakte voor de kerk in Vreren bij Tongeren (België). Daarmee had Minnertsga opeens een orgel van een beroemde orgelmaker.
Bij deze restauratie werd het orgel van zijn sokkel gehaald en in de balustrade geplaatst. De klank werd zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat en ontbrekende pijpen werden bijgemaakt. De registers die in de 19e eeuw werden vervangen werden niet gereconstrueerd. En daarmee heeft Fryslân nu een uniek orgel, waar de Frans-klassieke orgelliteratuur goed uitgevoerd kan worden.


Dispositie:

Grand Orgue (C-g3): Montre 8', Bourdon 8', Prestant 4', Flûte 4', Nasard 2 2/3', Doublette 2', Tierce 1 3/5', Sesquialtera 2 rangs, Cornet 4 rangs (D), Fourniture 4 rangs, Trompette 8' (B/D)

Positif (C-g3): Bourdon 8', Salicional 8', Mélophone 8', Prestant 4', Flûte 4', Nasard 3', Doublette 2', Fourniture 3 rangs, Cromhorne 8' (B/D)

Pédale (C-c1): Soubasse 16', Octavebasse 8', Octavebasse 4'

Koppels: Accouplement des Claviers, Accouplement à la Pédale


Franeker
Zoals vele kerken in het Noorden werd de Martinikerk van Franeker gewijd aan Sint Martinus. De kerk werd voltooid in 1421 en is gebouwd op de fundamenten van een kleinere voorganger. Het is een driebeukige pseudobasiliek, wat betekent dat het middenschip hoger is dan de zijbeuken, maar geen directe lichtinval heeft met vensters. Wat de kerk uniek maakt in Fryslân is de kooromgang, waardoor men rondom het koor kan lopen. Het interieur wordt gekenmerkt door dertig slanke pilaren tussen het middenschip en de zijbeuken, en twaalf pilaren rondom het koor, symbolisch voor de twaalf stammen van Israël en de twaalf apostelen. Op de pilaren zijn fresco's te vinden met afbeeldingen van heiligen zoals Dominicus, Franciscus, Lucas, Jakobus de Meerdere, Sebastiaan, Adrianus, Hubertus, Rochus, Clothilde, Catharina van Alexandrië, Sint-Margaretha en Apollonia van Alexandrië. Daarnaast bevat de kerk meer dan 300 grafzerken, waarvan de oudste dateert uit 1418. De 27 belangrijkste zerken zijn verticaal tegen de muur geplaatst.

Voor de beschrijving en geschiedenis van het Van Dam-orgel uit 1842 wordt de lezer verwezen naar het zeer uitgebreide artikel in de Friese Orgelkrant 2018 op pagina 2. Dit is digitaal te raadplegen op www.organumfrisicum.frl.


Dispositie:

Hoofdwerk (C-f3): Bourdon 16' (1842/ouder), Prestant 8' (1842/ouder), Holpijp 8' (1842/ouder), Octaaf 4' (1842/ouder), Quint 3' (1901), Octaaf 2' (grotendeels ouder), Cornet III-IV (D) (1842/1998/ouder), Mixtuur III-V (1842/1998/ouder), Fagot 16' (1998), Trompet 8' (1842/1998)

Bovenwerk (C-f3): Prestant 8' (1842/ouder), Fluit Dolce 8' (1842/ouder), Viola di Gamba 8' (1885), Fluit d'Amour 4' (1842/ouder), Gemshoorn 2' (1842/ouder), Dulciaan 8' (1998), Tremulant.

Pedaal (C-d1): Prestant 16' (1842), Octaaf 8' (1842/ouder), Octaaf 4' (1842/ouder), Bazuin 16' (1842, sommige bekers ouder), Trompet 8' (1842, sommige bekers ouder).

Koppelingen: Manuaalkoppel (1842); Pedaalkoppel (1915)



PETER VAN DER ZWAAG


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard