ok2024menu



Dubbelinterview met Johan Smit en Rianne Meinardi Friese Orgelkrant 2024
 

‘Eigenlijk moet elke organist kerkmuziek studeren’

‘Ons plekje. Johan en Rianne’ staat op het bordje naast de voordeur. Ze doen samen open. Wat een warm welkom! We gaan aan de eetkamertafel zitten en voordat we er erg in hebben zitten we al volop in het gesprek over hun werk in Leeuwarden. Veel vragen hoef ik niet te stellen, ze vertellen wel. Vooral Johan heeft veel te vertellen en doet dat met een aanstekelijk enthousiasme. Later in het gesprek blijkt dat hij al 3 à 4 jaar voor de lokale omroep in Wapenveld - de plaats waar hij opgroeide - een sportprogramma presenteert of verslag langs de lijn doet. ‘Dat laatste is het allerleukste’. Hij doet dit nog steeds! ‘Dat doet hij echt heel goed’, zegt Rianne. Ik geloof het meteen.

Johan Smit
Johan Smit is opgegroeid in Wapenveld. Daar deed hij ook zijn eerste ervaring op als kerkorganist en als begeleider van een aantal koren. Hoewel hij nu in Leeuwarden woont, speelt hij nog altijd zo’n 15 à 20 diensten in Wapenveld. Meestal twee op één zondag i.v.m. de reistijd.
Na de middelbare school studeerde Johan eerst commerciële economie en ging daarna werken in die sector. Toen uitzicht kwam op een betere baan vroeg Johan zich af of hij carrière wilde maken in de commerciële wereld of wilde hij toch liever de muziek in? Hij bezocht een open dag van het conservatorium in Groningen en maakte de overstap naar de opleiding Docent Muziek (voorheen Schoolmuziek) met daarbij zoveel mogelijk orgelstudie. Op die orgelstudie legt hij veel nadruk. Het lesgeven op scholen tijdens stages kon hem niet echt bekoren. En zodra de studie Hoofdvak Orgel binnen bereik kwam, pakte hij die op, hoewel hij Docent Muziek nog moest afronden. In het tweede jaar van zijn orgelstudie deed hij in Utrecht kerkmuziek erbij. ‘Dat was echt helemaal geweldig! Eigenlijk moet iedereen kerkmuziek studeren. Je leert zoveel over kerkgeschiedenis, liedgeschiedenis, harmoniseren, improviseren, over katholieke traditie en protestantse traditie.’
Vanaf 2020 is Johan kerkmusicus in de protestantse gemeente te Meppel en organist van diverse kerkelijke gemeentes in Epe en Wapenveld. Verder dirigeert hij het christelijk mannenkoor De Dorpelwachters uit Wapenveld en is begeleider van het Agricola Consort uit Groningen.
Tot zover even de voorgeschiedenis van Johan.


Doe geen dingen waar je geen plezier uit haalt


Rianne Meinardi
In hetzelfde waarin Johan startte met de opleiding Docent Muziek, startte ook Rianne Meinardi met die opleiding, alleen dan met piano. Rianne ontdekte toen ze in de vierde klas van de middelbare school zat, dat er op het conservatorium een opleiding Docent Muziek bestond. Vanaf dat moment was het haar doel die opleiding te gaan volgen. Lesgeven vond ze leuk. Ook wel spannend (ze lag er wel eens wakker van en was van tevoren altijd heel zenuwachtig), maar het gaf haar ‘een wereld aan energie. Ik leefde helemaal op. Ik vond het heel leuk.’
Tijdens haar studie zong ze in een a capellakoor. Hierdoor, en door de koorklas en dirigeerlessen van Louis Buskens op het conservatorium, ‘ontdekte ik dat ik zingen ook heel leuk vond, en ook het dirigeren. Dat ging mij best goed af. Toen ik klaar was met Docent Muziek was ik 21. Jong nog, dus toen ben ik nog koordirectie gaan studeren.’
Gedurende haar studie ging Rianne ook kerkdiensten begeleiden op piano. Al gauw werd ze dirigent van de cantorij in Vries, in Drenthe. ‘Het was mijn eerste koor. Daar ben ik begonnen als kerkmusicus. Ik wist er wel wat van; mijn vader is kerkmusicus en dan krijg je er best wel wat van mee en ik kom uit een liturgische traditie, dus ik wist wel een beetje wat ik aan het doen ben.’
Circa een jaar later vraagt Jaap de Kok, interim-cantor van de Grote Kerk in Leeuwarden, aan Johan Smit – ze studeren allebeide orgel in Groningen – of hij iemand weet die de leiding van de cantorij over kan nemen. Johan wijst op Rianne. Ze neemt de cantorij over. Rianne is nu bezig haar opleiding koordirectie en de kerkmuziekopleiding af te ronden.


Als er een paar mensen zijn die zingen, dan gaat de rest ook wel meedoen


Kerkmusicus
Johan: ‘Ik heb eerst twee jaar in Meppel als kerkmusicus gewerkt, 5 uur in de week. Ik speelde zeker de helft van de diensten en leidde de cantorij. Ik had een goede fluitist en trompettist waarmee wat extra’s gedaan kon worden. Op papier 5 uurtjes, maar in de praktijk veel meer. Maar ik was allang blij dat ik in de kerkmuziek wat werk had. Dat vond ik fijn. Na twee jaar ben ik gestopt in Meppel en werd kerkmusicus in Goutum, een prachtige plek, een mooi orgel, de liturgie is fijn, men zingt uitstekend. Ik vond het heerlijk om daar te zijn. Maar ik moest daar stoppen, want ik had werk teveel.’

Binnen een half jaar na de benoeming in Goutum volgde die bij de Sint-Vitusparochie in Leeuwarden. Rianne vertelt: ‘Ik werkte al in Leeuwarden, in de Grote Kerk. Toen zagen we een keer een vacature online staan voor de Sint-Vitusparochie. Johan heeft daarop gereageerd, maar hoorde niets. Hij zat net in Goutum en wilde wat meer werk in het noorden. Tijdens een oecumenische viering waar het koor van de Grote Kerk en het koor van de katholieke kerk zong, kwam de vacature weer ter sprake.’
Johan: ‘Toen is het balletje gaan rollen en werd een baan voor 18 uur aangeboden: organist plus directie van alle vijf parochiekoren. We wilden dit samen wel oppakken, mits we zelf een verdeling van de werkzaamheden mochten maken. Dat mocht.’

Muziektheoriedocent
Rianne: ‘Naast mijn werk in de Grote Kerk en het kinder- en jeugdkoor van de Sint-Vitusparochie heb ik nog twee andere koren: één in Ten Boer en de Leeuwarder Bachvereniging. En ik ga met mijn eindexamen het Magnificat van Bach doen. Ik ben dat aan het voorbereiden. Ik ben nu bezig het orkest te regelen. Dat is heel veel werk.
Na het afstuderen lopen die koren wel door, maar ik zou wel graag wat meer in de pr van het jeugd- en kinderkoor willen steken, dat die wat meer bekendheid krijgen in Leeuwarden. Het is gratis, dus in feite kun je gratis muziekles krijgen. Dat is heel mooi, maar mensen moeten wel weten dat het er is! Iedereen is welkom. Ze zongen de afgelopen jaren ook mee met de Mattheus in Bolsward. Dit jaar hebben het kinder- en jeugdkoor aan een voorstelling van Holland Opera meegewerkt. Dat zijn best leuke dingen.
Rianne vindt lesgeven op scholen heel leuk. Ze heeft niet voor niets bewust gekozen voor Docent Muziek. ‘Ik ben een jaar vakleerkracht geweest op twee scholen in Drenthe. Dat vond ik superleuk. Dus dat zou ik er misschien ook nog wel bij willen doen.’
Na de zomer neemt Rianne de directie van meer koren van de Sint-Vitusparochie onder haar hoede.

Koordirectie
Rianne: ‘Naast mijn werk in de Grote Kerk en het kinder- en jeugdkoor van de Sint-Vitusparochie heb ik nog twee andere koren: één in Ten Boer en de Leeuwarder Bachvereniging. En ik ga met mijn eindexamen het Magnificat van Bach doen. Ik ben dat aan het voorbereiden. Ik ben nu bezig het orkest te regelen. Dat is heel veel werk.
Na het afstuderen lopen die koren wel door, maar ik zou wel graag wat meer in de pr van het jeugd- en kinderkoor willen steken, dat die wat meer bekendheid krijgen in Leeuwarden. Het is gratis, dus in feite kun je gratis muziekles krijgen. Dat is heel mooi, maar mensen moeten wel weten dat het er is! Iedereen is welkom. Ze zongen de afgelopen jaren ook mee met de Mattheus in Bolsward. Dit jaar hebben het kinder- en jeugdkoor aan een voorstelling van Holland Opera meegewerkt. Dat zijn best leuke dingen.
Rianne vindt lesgeven op scholen heel leuk. Ze heeft niet voor niets bewust gekozen voor Docent Muziek. ‘Ik ben een jaar vakleerkracht geweest op twee scholen in Drenthe. Dat vond ik superleuk. Dus dat zou ik er misschien ook nog wel bij willen doen.’
Na de zomer neemt Rianne de directie van meer koren van de Sint-Vitusparochie onder haar hoede.

Twee protestantse kerkmusici
Hoe is het om als van huis uit protestantse kerkmusicus die functie te vervullen in de katholieke kerken van Leeuwarden?
Rianne: ‘Een groot verschil tussen de protestantse kerk en de katholieke kerk is het verschil in autonomie. Bij ons in de katholieke kerk bepaal je als kerkmusicus alles: jij maakt een liturgie en die stuur je naar de pastoor. Dat is anders dan in veel protestantse kerken.’
Johan: ‘In het algemeen is de houding van de katholieke kerkganger passiever dan van de protestant. Ze reageren langzaam, zingen bijna niet mee, zeker niet als iets onbekend is. In de protestantse kerk wordt veel meer meegezongen, zelfs bij onbekende liederen.’
Johan zou in de katholieke kerk de parochianen wel wat meer mee willen hebben, veel meer samen doen; dat kennen de katholieken niet zo.
Johan: ‘De pastoor van Leeuwarden verbaasde zich erover hoe katholiek wij spelen. Ingetogen en met de juiste kleur. Als ik vrij speel, speel ik graag een beetje in de Franse stijl. Dat vond ik ook wel een beetje de kick om te laten zien dat ik dat best kan.’
Johan heeft z’n draai wel gevonden in de katholieke kerk; hij vindt het heerlijk. Het volk zingt spontaan het Rorate Caeli mee, a capella. Dat weer wel. Prachtig!
‘Met advent speelde ik in de protestantse kerk mooie kerstmuziek bv. van Bach, maar die ruimte was er niet zo in de katholieke kerk.’ Ook moet Johan nog wennen aan het idee dat door sommige mensen zijn zorgvuldig gekozen muziek tijdens bv. de offerande als ‘wachtmuziek’ wordt ervaren en dat men liever heeft dat het koor zingt of dat er samenzang is. Orgelmuziek wordt dus anders gewaardeerd dan koormuziek.

Van twee kerken naar één?
Er is sprake van dat de Bonifatiuskerk in Leeuwarden over een paar jaar dicht gaat.
Rianne: ‘De koren gaan wel door. Als de Bonifatius dicht gaat, blijft de Dominicus open.’
Johan: ‘Ik vind de Dominicus ook een prachtige kerk. De lichtinval door de ramen is schitterend. Het is spijtig als één van de kerken dicht moet.’
Rianne: ‘Voor het aanzien van je kerk in de stad is de Bonifatius een belangrijke kerk. Als je het hebt over de katholieke kerk, denk je meteen aan de Bonifatius. Veel mensen kennen de Dominicus niet. De Bonifatius is zichtbaar.‘
Johan: ‘De Bonifatius is woensdags open en als ik er woensdagmiddag kom voor de koorrepetitie, lopen er altijd mensen in de kerk; er zijn altijd bezoekers. De kerk heeft een enorme aantrekkingskracht. Maar er zijn ook heel veel dingen waarom de kerk wel gesloten zou moeten worden. Veel parochianen zullen erg gehecht zijn aan de kerkgebouwen. Voor ons persoonlijk is dat anders.’ Johan is vooral erg gecharmeerd van het koororgel van de Bonifatius (Cavaillé-Coll). ‘Dat is zo’n pareltje. We hebben de luxe dat we in beide kerken twee orgels hebben, waardoor we in beide kerken goed onze kerkmuzikale dingen kunnen doen.’


Voor en na de dienst wil je wel graag iets goeds spelen, en daarvoor moet je je orgelspel goed en actief onderhouden


Plannen, ambities
Rianne: ‘Ik hoop vooral op nieuwe aanwas van het kinder- en jeugdkoor, maar zeker het kinderkoor. Dat zou ik wel wat willen uitbouwen.’
Johan: ‘Dat geldt ook voor de volwassenkoren. Maar die staan niet onder druk, al houdt het niet over. En ik zou wel willen dat de gemeente wat meer gaat zingen. Ik ben als organist ook voorzanger, en dat vind ik wel leuk om te doen, maar ik heb het gevoel dat men bijna niet meezingt. En dan kom ik na de viering beneden en zeggen de mensen: Wat heb jij weer mooi gezongen vandaag.’
Rianne: Aswoensdag werd er goed gezongen. ’t Was ook goed bezet. En mensen zeggen wel dat ze het fijn vinden dat wij ons actief omdraaien en er uitnodigend voorstaan. Het scheelt ook wanneer er mensen van de koren in de kerk zitten. Als er een paar mensen zijn die zingen, dan gaat de rest ook wel meedoen.’
Johan: ‘De overdracht van ons werk in de Sint-Vitusparochie is echt supergoed geweest; heel dienstbaar, heel meedenkend, meegaand. Dat is bij organisten wel eens anders; dat ze elkaar de ruimte niet gunnen, zeg maar. De samenwerking met collega-organisten is heel goed en ook met de predikanten, bv. van de Grote Kerk, en de voorgangers in de Sint-Vitusparochie. Het helpt dat je een goede band met elkaar hebt.’
Rianne: ‘Maar het zijn ook kerken, gemeentes die in muziek investeren.’


Als je eenmaal begint, als je drie minuten bezig bent, merkt je hoe fijn het is en je bent alle sores van de dag kwijt


Johan doet veel koorbegeleiding, bv. bij cantatediensten, en hij voelt zich heel erg kerkmusicus. ‘Maar er liggen bergen muziek die ik nog heel graag zou willen spelen. Ik moet er echt de tijd voor hebben. Dus komende zomer een paar grote concerten spelen, daar kom ik gewoon niet aan toe met het werk dat ik nu heb. Ik moet voor elke week muziek uitzoeken en dat minimaal vier weken van te voren, want je moet het ook nog instuderen, dat is gewoon veel werk. En dat wil ik allemaal heel graag goed doen, zeker het eerste jaar. Dan heb ik nog mijn theorielessen op het conservatorium en ze willen graag dat ik nog muziektheorie ga studeren… Dan kom ik niet toe aan heel veel spelen, terwijl ik dat superleuk vind, en het in zekere zin ook wel mis. Ik heb het geluk dat ik goed kan improviseren, dus als ik moet spelen in Wapenveld of in Groningen – ik ben ook organist in de Martinikerk daar – dan gaat het begeleiden moeiteloos. Voor en na de dienst wil je wel graag iets goeds spelen, en daarvoor moet je je orgelspel goed en actief onderhouden.’

Tot slot
Johan en Rianne zouden graag de drempels voor het zingen en bespelen van het orgel willen wegnemen. ‘Kom vooral zingen. Ga vooral orgelspelen, en als dat niet hip genoeg is, is piano natuurlijk ook prima. Maar speel vooral! En als je eenmaal begint, als je drie minuten bezig bent, merkt je hoe fijn het is en je bent alle sores van de dag kwijt.’

SIETSE VAN DER HOEK


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard