ok2021menu


  Een Engels orgel en zijn voorgangers in de parochiekerk te Wolvega Friese Orgelkrant 2021


“Een kleurrijke noot in het kerkinterieur”

De afgelopen decennia zijn er dankzij de nodige kerksluitingen in Engeland heel wat orgels in ons land terechtgekomen. Ze werden geplaatst door diverse orgelmakerijen, waarvan er zelfs één orgelmakerij (F.R. Feenstra Orgelrestauratie) zich vanaf het begin vrijwel geheel heeft gespecialiseerd in de restauratie en herplaatsing van dit soort orgels. In Fryslân is het aantal Engelse orgels tot nu toe beperkt gebleven tot de instrumenten die door Feenstra werden geplaatst in Frieschepalen (De Paedwizer, 1988), Wirdum (gereformeerde kerk, 1991; in 2002 verkocht naar Bergschenhoek) en Roodkerk (’t Roodkerkje, 1996). Daaraan kan nu het instrument worden toegevoegd dat eind februari 2020 in de r.-k. parochiekerk te Wolvega in gebruik werd genomen, na daarheen vanuit de voorgaande standplaats Kornhorn te zijn overgeplaatst door Orgelmakerij Van der Putten (Winschoten/Stapelmoor). Alvorens de blik te werpen op dat instrument, kijken we eerst naar de instrumenten die voorheen de huidige kerk en de voorgangers daarvan sierden en zo de opmaat vormden voor de komst van het nieuwe orgel.

De vroegere orgels

De huidige Sint-Franciscusparochie in Wolvega ontstond, nog als statie, in Oldeholtpade in 1745. In 1860/61 werd een nieuwe parochiekerk gebouwd in Wolvega zelf, welke in 1914 werd vervangen door een nieuw gebouw. Op zijn beurt kwam daar, met uitzondering van de toren, in 1939 een nieuwe kerk voor in de plaats.
Vergeleken met de andere omstreeks 1860 aanwezige rooms-katholieke parochies in Fryslân, werd de kerk in Wolvega pas erg laat van een orgel voorzien. Het eerste orgel in deze kerk werd in 1863 vervaardigd door Gebr. Adema (sinds 1855 gevestigd in Leeuwarden). Het was een tweeklaviers instrument in een op dat moment voor ons land unieke vormgeving, namelijk in twee kassen aan weerszijden van het westraam in de toren. Voor zover bekend, was dit in de 19e eeuw een primeur voor ons land. Hoe de orgelmakers aan deze opzet waren gekomen, is niet bekend. Mogelijk heeft Petrus (Piet) Adema dit type leren kennen in de jaren 1853-1854 toen hij in België werkte bij de orgelmaker F.B. Loret; in Vlaanderen kwam dit fronttype meerdere malen voor bij de 18e-eeuwse orgelmaker Van Petegem
In elk geval was, zij het vergeefs, het bouwen van een orgel in deze vorm enkele jaren eerder door de Adema’s ook al voorgesteld aan de parochie in Harlingen. Daar koos men toch liever voor een wat kleiner orgel, met qua front een traditionele opzet en vormgeving. Van het bijzondere front in Wolvega bleef een (slechte) foto bewaard, die aan weerszijden van het raam twee driedelige vlakke pijpvelden toont, aan de buitenkanten geflankeerd door een beeld op een console. Of er boven het raam tussen beide orgelkassen ook een verbinding was (eventueel met daarin opgenomen een klein frontje, zoals we in Zuid-Duitsland wel tegenkomen), is helaas niet te zien. De klaviatuur was tegen één van beide kassen (die met de C-kant van het Manuaal en Positief) aangebouwd; in de andere kas lagen de Cis-kant van het Manuaal en de magazijnbalg. Volgens een zeer positief bericht uit september 1863 over de ingebruikneming, had het orgel een “colossaal geluid” en was men zeer met het resultaat ingenomen.

De dispositie was als volgt:
Manuaal (C-f3): Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt, Baarpijp 8 vt, Holpijp 8 vt, Octaaf 4 vt, Ged. Fluit 4 vt, Octaaf 2 vt en Trompet 8 vt (gereserveerd);
Positief (C-f3): Violon 8 vt, Viola 8 vt, Roerluit 8 vt, Roerfluit 4 vt, Gemshoorn 2 vt;
Pedaal (C-c1): aangehangen.
Er was een Manuaalkoppel. De balg werd bediend door middel van een zwengel (of draaiwiel) aan een krukas, een systeem dat wellicht ook de Belgische invloed verried.

Met enige kleine onderbrekingen bleef het orgel tot aan de afbraak in 1939 in onderhoud bij de Adema’s. Omdat het instrument door de plaatsing tegen de kerkmuur nogal last van vocht had, werd het in 1906 – een jaar na het overlijden van hun vader – door de zonen van C.B. Adema hersteld, waarbij windlades en windvoorziening geheel uit elkaar werden gehaald; de baspijpen van de Bourdon werden op een aparte windlade geplaatst om voortaan ook als Pedaal-stem dienst te kunnen doen. Op de gereserveerde plaats voor een Trompet werd een toegeleverde Gemshoorn 3 vt (fabriekspijpwerk) geplaatst. Het gehele orgel werd nu in één kas geplaatst. In hoeverre daarbij delen van de afgedankte orgelkassen weer werden gebruikt, is onbekend.
In 1914 volgde voor 400 gulden een overplaatsing (zonder wijzigingen) naar de nieuwe kerk. In 1927 plaatsten de Adema’s een elektrische windmotor. Toen men in 1939 de huidige kerk bouwde, besloot men het orgel niet in de bestaande vorm over te plaatsen, maar grondig te moderniseren. Dankzij een royale schenking van 4000 gulden (in 1944 nog aangevuld) door Roelof de Groot en diens vrouw, kreeg de firma Bern. Pels & Zoon de opdracht voor de bouw van een modern orgel met elektrische kegelladen, overigens wel met gebruikmaking van het aanwezige Adema-pijpwerk.

De dispositie zou als volgt worden:
Hoofdwerk: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Baarpijp 8 vt, Holpijp 8 vt, Octaaf 4 vt, Roerfluit 4 vt, Kwint 2 2/3 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur 4-6 sterk (gereserveerd), Trompet 8 vt (gereserveerd);
Zwelwerk: Viool Prestant 8 vt, Viola di Gamba 8 vt, Voix Celeste 8 vt, Roerfluit 8 vt, Fluit 4 vt, Gemshoorn 2 vt, Sesquialter 2 sterk, Hobo 8 vt; Tremolo;
Pedaal: Subbas 16 vt, Zacht Gedekt 16 vt, Fluitbas 8 vt, Prestant 4 vt, Bazuin 16 vt;
Manuaalomvang: C-g3, Pedaal: C-f1;
Koppelingen: Man I - Man II, Man I - Man II 16’, Man II – Man II 16’, Ped – Man I, Ped – Man II; 2 vrije combinaties, vijf vaste combinaties (pp-p-mf-f-tutti); tongwerken af, automatische pedaalomschakeling, generaal crescendo.

Door de oorlogsomstandigheden werd slechts het Hoofdwerk geplaatst, Zwelwerk en Pedaal zouden later moeten volgen. Het Hoofdwerk was geheel bezet met pijpwerk van het vorige orgel (aangevuld met nieuwe pijpen voor fis3 en g3). Het resterende Adema-pijpwerk werd voorlopig opgeslagen achter het nieuwe orgel om later te kunnen gebruiken bij de voltooiing van het instrument. Zover is het echter nooit gekomen. Ondanks een speeltafel, die veel meer beloofde, is het altijd een éénklaviers orgel gebleven. Het ‘overtollige’ Adema-pijpwerk bleef vele jaren achter het orgel staan. Zo was het in de tachtiger jaren ook goed bereikbaar voor nader onderzoek door de huidige adviseur en de auteur in het kader van hun Adema-onderzoek.
In 1983 werd een nieuw Walcker-orgel aangeschaft, dat beneden in de kerk werd geplaatst. Het Pels-orgel bleef op de galerij achter, maar werd buiten gebruik gesteld. Het binnenwerk werd in 2000 verkocht aan orgelmaker Sicco Steendam. Die gebruikte het Adema-pijpwerk, samen met de klaviatuur van het vroegere Adema-orgel (1866) in de Sint-Dominicuskerk te Leeuwarden en het vroegere pedaalklavier van het Adema-orgel (1867) uit de parochiekerk te Kuinre voor de bouw van een zeer goed geslaagd nieuw orgel in Adema-stijl (2003) voor de kerk van de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Terneuzen.

In 1983 was geld geschonken voor een nieuw orgel, met min of meer als verplichting dat het een orgel van Walcker (Murrhardtshausen en Kleinblittersdorf, D) moest zijn. Vanwege de verhuizing van het parochiekoor van de orgelgalerij naar beneden, werd het nieuwe orgel ook beneden bij het koor geplaatst. De inspeling vond plaats op 26 en 27 maart 1983.
De dispositie van het Walcker-orgel, dat een asymmetrisch vlak driedelig front heeft, was:
Hoofdwerk (C-g3): Prinzipal 8 vt, Hohlpfeife 8 vt, Prinzipal 4 vt, Octav 2 vt, Mixtur 3-4 fach;
Positief (C-g3): Gedackt 8 vt, Rohrflöte 4 vt, Waldflöte 2 vt, Flageolet 1 vt;
Pedaal (C-f1): Bordun 16 vt. Koppelingen: HW-Pos, Ped-HW en Ped-Pos.

Sinds 2000 staat het front van het Pels-orgel als een loze pijpenschutting op de vroegere orgelgalerij en dekt het daarmee het raam in de toren deels af.

De aankoop van het Engelse orgel

Onvrede over het functioneren van het Walcker-orgel leidde er toe, dat de KKOR, aanvankelijk in de persoon van consulent Frits Haaze, later opgevolgd door dr. A.A.M.J. (Ton) van Eck te Voorburg, werd verzocht uit te kijken naar een beter passend instrument. Dat werd uiteindelijk – na een tip door de auteur – in 2019 gevonden in het Atterton-orgel in de gereformeerde kerk te Kornhorn (Westerkwartier Groningen).
Aangezien elders al ruimschoots in detail aandacht is besteed aan de hoedanigheden en samenstelling van dit instrument, zullen we ons hier beperken tot de hoofdzaken: het instrument werd in 1895/96 gebouwd door de Engelse orgelmaker Samuel Atterton voor de Baptistenkerk in Dunstable (Bedfordshire, GB), met gebruikmaking van enig ouder pijpwerk. Het werd daarna nauwelijks gewijzigd en kon in 1984 van een orgelhandelaar worden aangekocht door harmoniumdeskundige/orgelliefhebber Wim Olthof te Kornhorn voor plaatsing in de gereformeerde kerk aldaar, waar het een unit-orgel van de firma Pels verving. Het werd met eigen krachten in Kornhorn opgebouwd, waarbij de Hoofdwerklade werd gerestaureerd door Bakker & Timmenga; een niet originele Voix Celeste van zink werd vervangen door een 2-voetsregister (Fifteenth) van de Engelse orgelmaker Walker (géén familie van de Duitse orgelmaker Walcker). Op de Swell werden twee open plaatsen opgevuld met een Mixture (Walker) en (in 1990) een tongwerk Cornopean. Het instrument fungeerde in Kornhorn tot aller tevredenheid tot 2017. Toen werd besloten het kerkgebouw af te stoten en het orgel werd te koop gezet.
Na een eerste bezoek van adviseur en auteur (begin 2019), werd de mogelijkheid tot aankoop en overplaatsing in Wolvega op tafel gelegd. Uiteindelijk werd Orgelmakerij Van der Putten te Winschoten/Stapelmoor benaderd voor een nader onderzoek, dat ze uitvoerden op 18 maart; na aankoop van het orgel door de parochie werd op basis van de uitgebrachte offerte van genoemde orgelmakerij aan dit bedrijf de opdracht gegeven tot plaatsing (met waar nodig enig herstel en aanpassing) van dit instrument in Wolvega.


De dispositie van het orgel luidt:
Great (C-g3)  
Open Diapason 8 ft  
Stopt [=Stopped] Diapason Bass 8 ft (C-H)
Dulciana 8 ft (c0-g3)
Clarabella Treble 8 ft (c0-g3)
Principal 4 ft  
Flute 4 ft  
   
Swell (C-g3)  
Open Diapason 8 ft C-H hout gedekt; c-g3 metaal, open
Lieblich Gedackt 8 ft hout, C-H gecombin. met Open Diapason
Principal 4 ft  
Fifteenth 2 ft  
Mixture III  
Oboe 8 ft  
Cornopean 8 ft  
   
Pedals (C-f1)  
Bourdon 16 ft  
   
Couplers: Swell to Great Swell super octave Great to Pedals Swell to Pedals
Er zijn 4 vaste combinatie(treden), Zweltrede en Tremulant (pneumatisch)
Samenstelling Mixtuur: C 1 1/3’ – 1’ – 2/3’ c 2’ – 1 1/’3 – 1’ c’ 4’ – 2 2/’ – 2‘
Windvoorziening: magazijnbalg (A. Führer, 1938); winddruk: 63 mm
Toonhoogte (bij 20 °C): 440 Hz Temperatuur: gelijkzwevend
 

Herstelwerkzaamheden en overplaatsing naar Wolvega

Demontage in Kornhorn vond plaats van 17 tot 19 juni 2019. Het instrument werd deels al naar Wolvega overgebracht; de bestaande grote magazijnbalg, een schokbalg, pijpwerk en klaviatuur werden echter eerst vervoerd naar de werkplaats in Stapelmoor om daar te worden hersteld. Het pijpwerk werd schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd. Enkele stoppen van houten pijpen moesten worden vervangen en enkele houtscheuren werden hersteld. Van de overigens in goede staat verkerende metalen pijpen moesten vooral afgescheurde stemvoorzieningen van de zinken frontpijpen worden hersteld.
Stond het orgel in Kornhorn fraai opgesteld op een balkon, in Wolvega werd gekozen voor een plaats op de begane grond nabij het priesterkoor, waarnaast ook plaats is voor zangkoren. Vanwege de nieuwe opstelling werd de te herstellen (niet-originele) zeer grote magazijnbalg vervangen door een wat kleiner gebruikt exemplaar (eveneens voorzien van een inliggende en uitslaande vouw), afkomstig van het orgel in het Duitse Altenesch (bij Bremen); deze balg (vermoedelijk daar geplaatst door Alfred Führer in 1938) was vrijgekomen bij de restauratie/reconstructie door Van der Putten in 2007/2008 van het historische Wilhelmiorgel. Deze ’nieuwe’ balg ligt in Wolvega half in de onderkas en is aangesloten op het bestaande hoofdkanaal. Hoger achter het orgel werd de windmotor geplaatst in een nieuwe motorkist, vervaardigd door Mense Ruiter Orgelmakers; medewerkers daarvan assisteerden ook bij de demontage in Kornhorn en de opbouw in Wolvega.
Bij het opstellen van het orgel werd de orgelkas wat verstevigd en door metalen steunen met de muren verbonden. De nieuwe loopplank (met onderbouw) voor stemmen en onderhoud van het Swell, alsmede nieuwe luiken voor de achterkant van dit zwelwerk en enkele kleinere timmerwerken (waardoor het effect van de zwelluiken verbeterd is) werden vervaardigd door timmerbedrijf Koning te Wolvega. Plaatsing van het orgel en bijkomende werkzaamheden in Wolvega vonden plaats vanaf 4 november 2019, nadat op 17 oktober het Walcker-orgel was gedemonteerd en opgeslagen in Almere; daar is het, na enige aanpassingen aan de nieuwe standplaats, inmiddels opgesteld in de nieuwe r.-k. Sint-Bonifatiuskerk. De ingebruikneming van het Engelse orgel in Wolvega vond plaats op zondagmiddag 23 februari 2020, met o.a. een bespeling door adviseur Ton van Eck en drie lokale organisten, alsmede de zang van twee koren.

Korte beschrijving van de huidige toestand

Het orgel kreeg een opvallende standplaats ‘om de hoek’ in het noordertransept, met het front schuin naar het priesterkoor toe gekeerd. Op die manier zijn de in het transept aanwezige muurschilderingen en het Antoniusbeeld goed in het zicht gebleven Wie de kerk binnenkomt ziet het instrument aanvankelijk niet staan. Gelukkig heeft de kerk een excellente akoestiek, zodat deze ongewone plaats van het orgel geen nadelige invloed heeft op de klankuitstraling naar het schip. Met zijn ranke, naar boven sierlijk uitkragende kleurige onderkas en de beschilderde frontpijpen voegt het orgel een kleurrijke noot toe aan het kerkinterieur. Curieus is de plaatsing van de Oboe aan de voorzijde van de windlade van het Swell (direct achter de jaloezieën), terwijl de Cornopean op de ‘gewone’ plaats staat, aan de achterkant.
Het nog bij het orgel in twee dozen opgeslagen pijpwerk van Gamba en Celeste, destijds weggenomen bij dispositiewijzigingen, blijft bij het instrument bewaard. Curieus is het aantreffen in een Engels orgel van een register met een Duitse naam (Lieblich Gedackt), hetgeen te danken is aan de invloed van met name de Duitse orgelmaker Schulze en zijn zonen (Paulinzella) op de orgelbouw in Engeland in de 19e eeuw.

VICTOR TIMMER & TON VAN ECK

Voor meer informatie: Victor Timmer en Ton van Eck (met een bijdrage van Ingrid Noack-Kirschner),
‘Het Atterton-orgel en zijn voorgangers in de St.-Franciscuskerk te Wolvega’, Wolvega 2020 (uitgave van de parochie).



stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard