ok2019menu


  Het Noordmans-orgel terug in Fryslân Friese Orgelkrant 2019


Zaterdag 16 juni 2018 was voor de protestantse gemeente Burchwerd-Hartwerd-Hichtum een bijzondere dag: toen vond de ingebruikneming van een rond 1860 door de Gebroeders Adema te Leeuwarden gebouwd huisorgel plaats, in het koor van de kerk van Burchwert. Het gaat om het instrument dat bijna een halve eeuw het eigendom geweest is van de bekende theoloog dr. Oepke Noordmans (1871-1956). Tijdens de bijeenkomst vond samenzang van Psalm 21 plaats onder begeleiding van Noordmanstelg en organist Harmen Westra. Daarnaast was er orgelspel door Wim Kuipers en Dick Sanderman. De laatste speelde werken uit een ‘Orgelalbum’ van Noordmans. Tevens verzorgde hij een improvisatie over Psalm 24. Drs. Victor Timmer, kenner van de orgels van de firma Adema, vertelde over het instrument in Burchwert en over de restauratie ervan door Henk Hoekjen te Nijverdal (de kast, de windvoorziening en de kruk) en mensen van de firma Pels & Van Leeuwen te Rosmalen (de klaviatuur, de windlade en het pijpwerk). Dr. Liuwe H. Westra, oudpredikant van de gemeente, las de meditatie ‘Deze drie’ van Noordmans. Zelf hield ik onderstaande toespraak.

"Op het orgel in mijn ouderlijk huis stonden drie lange en wijde eikehouten pijpen. Zij waren eigenlijk een toegift van de orgelbouwer. Want zij hoorden thuis op een 16-voets register, waarvoor overigens in dit instrument geen plaats was. Alleen deze drie konden er nog net staan: de a, de bes en de b. Zij gaven grond aan het hele spel. Wanneer ik op stille avonden, op het uur waarop de avondpsalm gezongen werd, van elders thuis kwam, drongen deze drie stemmen reeds op een halve mijl afstand tot mijn oor door. Dan werd ik van verre reeds opgenomen in deze kathedraal van geluid. Ik ging er binnen, lang voordat ik de deur der woning had bereikt. Rondom het huis, naar alle zijden en naar boven, stond de hele atmosfeer hoorbaar in trilling en het hart beefde mee vanwege de heiligheid van deze tempel, waarin ik minuten lang kon gaan, voor ik de zangers en de speellieden bereikte. Geen domorgel heeft mij ooit een zo sterk gevoel van wijding kunnen geven als deze drie, wanneer zij rondom die woning een tempel deden rijzen. En geen kerk bracht mij ooit een zo grote zekerheid bij van thuis te komen bij God.” Aldus Noordmans in een meditatie over 1 Korintiërs 13:13a. In de ‘Dankrede’ bij zijn promotie honoris causa in 1935 in Groningen zei hij met het oog op ‘de hele levenssfeer’ die rondom de huiskerk van zijn jeugd in beweging was: “Symbool daarvan blijft mij een zeldzame ervaring toen ik eens van de academie terugkerende op een afstand van nog geen vijf minuten gaans van mijn ouderlijke woning de 64 trillingen van de lage C van de bourdon op het huisorgel kon waarnemen. Zo heb ik de kerk leren kennen, vol sfeer en stemmen.”

Het gaat om het orgel dat volgens familieoverlevering voor G.O. (Gerbrig Oepkes) de Roos is gebouwd, mogelijk bij gelegenheid van haar huwelijk in 1860 met Pieter Jorrits de Jong uit Hijlaard. Na diens overlijden in 1862 werd de waarde van het instrument in de boedelinventaris gesteld op 300 gulden. In 1870 hertrouwde weduwe De Jong-de Roos, en wel met D.P. (Durk Piers) Noordmans, die de vader van O. Noordmans zou worden. Het gezin Noordmans-de Roos woonde eerst in Oosterend in Friesland, vanaf 1879 in Scharnegoutum, eveneens in Friesland.

Reeds als jongen speelde Noordmans orgel, zo is uit enkele brieven uit de tijd van zijn jeugd op te maken. Ook op latere leeftijd deed hij dat. Een collega, ds. R. Dijkstra, schreef in 1956 over het instrument, ‘een vaderlijk erfdeel’: “Bij dit orgel hebben wij samen veel gezongen, vooral toen hij te Lunteren kwam wonen en ik hem dus gemakkelijk vanuit Putten kon bereiken, als slot bijna altijd psalm 21, de koningspsalm:

O, Heer de Koning is verheugd Om uw geducht vermogen. Uw heil zweeft hem voor d’ogen En met wat blijde zielevreugd Zal Hij door al uw daan Verrukt ten reie gaan.

Dan liet hij zijn pijporgeltje jubelen, met de drie lange en wijde eikenhouten pijpen.”

Nadat het orgel van Noordmans jarenlang in zijn pastorie gestaan heeft, kreeg het een plaats in de woning in Lunteren, waar hij als emeritus-predikant woonde. Nadat hij en zijn vrouw waren overleden, bleef het daar staan. Want hun zoon J.A. Noordmans bleef er wonen. Uit zijn nalatenschap heb ik het instrument, dat toen in een deplorabele staat verkeerde, gekocht. Kort daarvoor had orgeladviseur Aart Bergwerff mij verzekerd: “In ongerestaureerde staat heeft het instrument thans alleen symbolische waarde. (…) Na restauratie zal het een klinkend voorbeeld zijn van de opleving van de huisorgelbouw in het midden van de negentiende eeuw.” Medio 2014 heb ik opdracht gegeven tot restauratie.

Het is nooit mijn bedoeling geweest het Noordmans-orgel met winst te verkopen, aan wie dan ook. Wel is het altijd mijn wens geweest er een publieke locatie voor te vinden, bij voorkeur in Friesland, waar het instrument tenslotte vandaan komt. In 2016 toonde het college van kerkrentmeesters van de protestantse gemeente Burgwerd-Hartwerd-Hichtum via dr. Westra belangstelling. Men was bereid het orgel te over te nemen voor de aankoopprijs, vermeerderd met restauratie- en vervoerskosten. Zo kreeg het instrument begin 2018 een plaats in deze kerk. Ik hoop dat het nog veel gebruikt zal worden, voor liturgische bijeenkomsten en concertante uitvoeringen. Misschien zijn er dan mensen die net zo’n ervaring bij het orgel krijgen als Noordmans in zijn vroege jeugd.

dr. JAN DIRK WASSENAAR

Meer informatie: J.D.Th. Wassenaar, ‘Vol sfeer en stemmen’. Het Adema-huisorgel van de familie Noordmans, Uitgave van de Stichting tot behoud van het Nederlandse Orgel, publicatie nr. 88, voorjaar 2018; mede op basis van J.K.G. Brouwer en V.H.M. Timmer, ‘Huisorgels. 38. Salonorgel’, in: de Mixtuur 39 (augustus 1982), p. 359-362.



stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard