ok2014menu


  Najaarsexcursie 2014 Friese Orgelkrant 2014

Najaarsexcursie 2014 Organum Frisicum in en rondom Heerenveen

De najaarsexcursie in 2014 van Stichting Organum Frisicum vindt plaats op zaterdag 27 september in de gemeente Heerenveen. Het is voor het eerst in het twintig jarig bestaan van de stichting dat de gemeente Heerenveen wordt bezocht.

Inleiding

Naast de hoofdplaats Heerenveen bestaat de gemeente uit nog zeventien andere dorpen. Het dorp Heerenveen dankt haar bestaan aan de turfgraverij. In 1551 werden door een aantal ingezeten de rondom liggende Veenen opgekocht. Zij werden het Koopgenootschap der Heeren Compagnons of der Heeren Veenen genoemd. Als eerste werd de Heeresloot gegraven en daarna de haaks op de Heeresloot gelegen Schoterlandse Compagnonsvaart. Naarmate de turfwinning toenam groeiden de vaarten en kwamen er steeds meer dwarsvaartjes. Op de kruising van deze vaarwegen ontstond in de 17e eeuw een handelscentrum met regionale functie. Naast welgestelde burgers vestigden er zich ook veel middenstanders. Met het nabijgelegen Oranjewoud werd en wordt Heerenveen ook wel “Het Friese Haagje” genoemd. De gemeente Heerenveen werd omringd door de gemeenten Schoterland, Aengwirden en Haskerland. In 1828 werd de rijksweg Leeuwarden-Zwolle aangelegd en in 1867 de spoorweg tussen deze beide steden. Dit had tot gevolg dat het dorp Heerenveen een langgerekte vorm kreeg van ruim zes kilometer. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werden de woonwijken ten westen van de spoorlijn gebouwd. Vervolgens werd Rijksweg 3200 meter verlegd in oostelijke richting en werd een vierbaans snelweg. Daar weer ten oosten van ontstond de nieuwe woonwijk Skoatterwâld, die overloopt in het dorp Oranjewoud. Sinds 2004 is in Oranjewoud ook Museum Belvedère gevestigd, een museum voor moderne en hedendaagse kunst in Friesland. Samen met Oranjewoud, De Knipe, Luinjeberd, Terband, Oudeschoot, Nijeschoot en Nijehaske vormt Heerenveen een vrijwel aaneengesloten geheel. In 1934 werden de gemeenten Aengwirden en Schoterland en een gedeelte van Haskerland bij Heerenveen gevoegd. De laatste toevoeging betreft per 1 januari 2014 drie dorpen van de gemeente Boarnsterhim, een gemeente die op dezelfde datum wordt opgeheven.

Skoattertsjerke Oudeschoot

De najaarsexcursie begint in de kerk van Oudeschoot, ooit de hoofdplaats van de gemeente Schoterland. Oudeschoot ontstond aan het riviertje de Tsjonger en was een gewilde plaats voor de elite die fraaie buitenplaatsen aanlegden. In januari 1965 werd Oudeschoot een wijk van Heerenveen en werd vanaf dat moment Heerenveen-Zuid genoemd. In 2003 kreeg het dorp de naam Oudeschoot weer terug. In het Fries is dat Âldskoat. Rijdend over de A32 is over de geluidschermen heen de kerk van Oudeschoot, de Skoattertsjerke goed zichtbaar omdat zij is gebouwd op een hoog gelegen kerkhof. De huidige kerk dateert uit 1752 en verving de in 1610 gebouwde kerk die in dat zelfde jaar wegens bouwvalligheid is afgebroken. De kerk is gesticht door de grietman van Schoterland Menno van Coehoorn van Scheltinga en zijn vrouw Martha Kinnema. Hun wapens zijn te zien boven de ingang van de kerk. Een jaar na de ingebruikneming werd de kerk voorzien van gebrandschilderde ramen van de hand van de vermaarde Friese glazenier Ype Staak. In 1795 kreeg een timmerman opdracht om de glazen te verwijderen. Ze zijn nooit teruggevonden. (In de zeventiger jaren van de 20e eeuw kreeg de kerk twee gebrandschilderde ramen gemaakt door Chris Fokma. Bij het 250-jarig bestaan van de kerk in 2002 kwamen daar nog twee ramen bij gemaakt door Ton de Bruin.)

Het orgel dateert uit 1871 en is geschonken door Jhr. Andringa de Kempenaer, een telg uit een adellijk geslacht van bestuurders. Het is gebouwd door de Leeuwarder orgelbouwer Willem Hardorff. Het is één van de acht éénklaviers orgels die Hardorff tussen 1860 en 1878 bouwde. Het orgel in Oudeschoot bezit één klavier en een aangehangen pedaal en is op de windvoorziening na nog helemaal authentiek en bezit de volgende dispositie:
Manuaal (C-f3): Prestant 8 voet, Bourdon 16 voet, Holpijp 8 voet, Viool d’Gamba 8 voet, Octaaf 4 voet, Fluit d’Amour 4 voet, Salicet 2 voet, Cornet 3 sterk.
Pedaal (C-g): aangehangen.

Hervormde kerk Terband

Terband is het laatste streekdorp in de reeks dorpen Gersloot, Tjalleberd, Luinjeberd en (dus) Terband. Tezamen vormden zij de gemeente Aengwirden die in 1934 bij de gemeente Heerenveen werd gevoegd. Oorspronkelijk stonden er vijf kerken in dit gebied waarvan alleen die van Terband en Tjalleberd zijn overgebleven. In de loop van de 17e eeuw werd in Terband een nieuwe kerk gebouwd dankzij een schenking van de grietman van Aengwirden, Johannes Crack. De naam Crack leeft nog voort in Crackstate, een in opdracht van een andere telg uit deze familie gebouwde en nog altijd bestaande stins in Heerenveen. Het gebouw maakt nu deel uit van het gemeentehuis van Heerenveen en staat vlakbij de deze dag ook te bezoeken rooms-katholieke kerk van Heerenveen. De huidige kerk van Terband is gebouwd in 1843 en is ontworpen door de Leeuwarder architect Thomas Romein. In april 1992 was de kerk Monument van de Maand en werd in het begeleidende boekje omschreven als “(…) een fraai voorbeeld van het neoclassicisme; het blokvormig gebouw heeft zuilen en een fronton, de gevel is helder en geel gepleisterd, alle kenmerken uit de klassieke bouwgeschiedenis”. Enigszins frivool steekt daarbij het rode torentje af. Onder het fronton staat de tekst “Zalig zijn degenen die het woord hooren en hetzelfde bewaren”.

In 1640 is er voor het eerst sprake van een orgel in Terband. Dat orgel was gebouwd door een lid van het orgelmakersgeslacht Bader. Zij waren afkomstig uit Westfalen maar hadden zich gevestigd in Friesland. Zij bouwden onder meer ook orgels in Dronrijp en Ternaard. Het door Bader in 1661 in Terband gebouwde orgel werd meegenomen naar de nieuwe kerk. In 1844 werd het daar geplaatst door G.W. Lohmann waarbij de dispositie werd gewijzigd. In 1887 bouwde Lambertus van Dam een compleet nieuw orgel met één klavier en een aangehangen pedaal. Het instrument is tot vandaag de dag in de originele staat. Wel is de mahonie geschilderde kast twee keer overgeschilderd. Vroeg in de 20e eeuw werd een eikenimitatie aangebracht. In 2003 voerde de firma Bakker & Timmenga onder adviseurschap van Jan Jongepier een restauratie uit waarbij een Trompet 8 voet B/D werd toegevoegd op de daarvoor sinds 1887 bestemde sleep. De orgelkast werd daarbij opnieuw in mahonie geschilderd. De dispositie is als volgt:

Manuaal (C-g3): Bourdon 16 voet D, Prestant 8 voet, Holpijp 8 voet, Violon 8 voet, Octaaf 4 voet, Roerfluit 4 voet, Octaaf 2 voet, Cornet 3 sterk D, Trompet 8 voet B/D.
Pedaal (C-g): aangehangen.

Heilige Geestkerk Heerenveen

In 1727 is er voor het eerst sprake van een rooms-katholieke kerk in Heerenveen. Voor die tijd moesten de paters in het geheim de mis opdragen en hun werk doen onder de roomskatholieke bewoners van Heerenveen en omstreken. Het eerste kerkje stond aan Het Meer en kon met recht “kerkje” worden genoemd: de afmetingen waren 18 bij 7 meter. Onder Koning Willem I werd in het begin van de 19e eeuw de verdeling van de kerken onder de protestanten en rooms-katholieken geregeld. Voor nieuwbouw werd door de overheid financiële steun verleend waarbij ontwerp en bouw onder toezicht van Rijkswaterstaat stond. De zo gebouwde kerken werden “Waterstaatkerken” genoemd. De rooms-katholieke parochie van Heerenveen was van plan om een stuk grond te kopen aan het Gemeenteplein voor het bouwen van een nieuwe kerk, maar de realisatie daarvan zou afhangen van de subsidie uit Den Haag. Notaris Metz maakte in februari 1840 een reis naar Den Haag om de subsidie te bepleiten bij koning Willem I. Toen die twee maanden later werd toegekend kon de bouw beginnen en op 10 december 1841 kon de kerk in gebruik worden genomen. De nieuwe kerk was een verbetering, maar er waren ook bezwaren. Het plein voor de kerk werd gebruikt voor de Pinksterkermis en voor circussen. En men had last van de dieselmotoren van de in 1915 gebouwde watertoren. Er werd rondgekeken naar een plaats voor nieuwbouw en die werd gevonden nabij Crackstate. De kerk werd ontworpen door H.C.M van Beers, een architect die meerdere rooms-katholieke kerken heeft ontworpen. In april 1932 werd begonnen met de bouw. Die zal ongetwijfeld met belangstelling zijn gevolgd door de kleine Bernard Smilde die daar vlakbij opgroeide. Op 15 mei 1933 werd de kerk ingezegend.

In de Waterstaatkerk stond een kabinetorgel dat afkomstig was uit de schuilkerk. Volgens een beschrijving uit 1855 had het “8 doorloopende registers en blaasbalg” en het werd klein en slecht genoemd. In 1867 leverde de gebroeders Adema uit Leeuwarden een nieuw orgel dat over twee klavieren en een aangehangen pedaal beschikte. De kas was volgens de oud-Hollandse traditie. In 1873 werd het orgel uitgebreid met twee registers maar dat is in het begin van de 20e eeuw weer ongedaan gemaakt. Toen het orgel werd overgebracht naar de huidige kerk werd het voorzien van een elektrische windvoorziening. Het instrument werd geplaatst op de zangzolder voor het roosvenster en daardoor moest de opstelling worden veranderd. Hierbij verdween de oude orgelkas. Nadat er gedurende lange tijd weinig onderhoud aan het orgel was gepleegd, vond in 1986 een restauratie plaats door de firma Reil. Hans van der Harst was daarbij de adviseur. Ook vonden er toen en later in 1990 uitbreidingen plaats. Het hoofdwerk kreeg een Cornet 5 sterk, het bovenmanuaal een Woudfluit 2 voet en het orgel kreeg een vrij pedaal met drie stemmen: Subbas 16 voet, Openbas 8 voet en Openfluit 4 voet. Nog ingrijpender was het verplaatsen van het orgel van de koorzolder naar de noordelijke zijbeuk, net voor de linker kruisarm. In 1986 werd aan de hand van de nog aanwezige tekeningen bij orgelbouwer Adema ook de oorspronkelijke kas gereconstrueerd. Het orgel heeft de volgende dispositie:

Hoofdwerk (C-f3): Bourdon 16 voet, Prestant 8 voet, Holpijp 8 voet, Octaaf 4 voet, Fluit 4 voet, Octaaf 2 voet, Cornet 5 sterk (Reil)
Bovenklavier (C-f3): Roerfluit 8 voet B/D, Violon 8 voet (C-H Roerfluit), Voix Celeste 8 voet, Roerfluit 4 voet, Woudfluit 2 voet (Reil)
Pedaal (C-c1): Subbas 16 voet, Openbas 8 voet, Openfluit 4 voet. Alle pedaalregisters van Reil.
Manuaalkoppel, pedaalkoppel.

Trinitaskerk Heerenveen

De laatste kerk die tijdens de najaarsexcursie wordt bezocht is de Trinitaskerk van de Protestantse Gemeente van Heerenveen. Deze kerk is in 2012 in gebruik genomen op de plaats van de toenmalige gereformeerde Europalaankerk. Het tot die tijd toe in gebruik zijnde hervormde kerkgebouw aan de Fok en de gereformeerde Kruiskerk werden toen voor de erediensten gesloten. Het orgel uit de Kruiskerk werd geplaatst in de Trinitaskerk. In de gereformeerde kerk van Heerenveen werd in 1900 een orgel gebouwd door orgelmaker Jan Proper uit Kampen. Dit instrument werd in 1922 vervangen door een orgel van Rohlfing. Ook dit orgel was niet een lang leven beschoren, want in 1959 kreeg de kerk een orgel van de firma Reil uit Heerde. Het was het laatste orgel van orgelbouwer Johann Reil, die een jaar later overleed. Hij was één van de pioniers van het na de Tweede Wereldoorlog ingezette orgelbouwprincipe waarbij alle onderdelen van het orgel een rol speelden: een geheel omsluitende orgelkas kwam de klank ten goede en de mechanische tractuur leidde door het directe contact tussen speler en instrument tot beter orgelspel. Een ander kenmerk was het ‘werkenprincipe’ waarbij iedere afdeling van het orgel een op zich zelf staand geheel diende te zijn en wat aan de buitenkant te zien moest zijn. Verder werd een heldere klank nagestreefd, dit in tegenstelling tot de orgelklank uit de periode voor de Tweede Wereldoorlog. In Heerenveen leidde dat, met gebruikmaking van een groot aantal Rohlfingpijpen, tot een orgel met een hoofdwerk met 10 stemmen, een rugwerk met 8 stemmen en een pedaal met 5 stemmen. Mede door het gebruikmaken van de stemmen uit het oude orgel bedroegen de kosten slechts f 28.000 -,. In de Friese Koerier van 1 juli 1959 wordt geschreven over “een fraai instrument, modern en strak van vorm”. De dispositie werd ontworpen door de heer R. Teule, één van de organisten van de kerk. Verder meldt de Friese Koerier dat “de orgelcommissie het instrument vrijdag zal overdragen in een feestelijk getinte samenkomst, waarna een kort orgelconcert zal worden gegeven door de heer Koos Bons uit Maassluis”.

Voor de overplaatsing naar de Trinitaskerk heeft het orgel een opknapbeurt gehad bij de firma Reil in Heerde. Het orgel heeft een nieuw windsysteem gekregen en het pedaal heeft nu een eigen windvoorziening. De oorspronkelijke zinken frontpijpen zijn vervangen door tinnen pijpen en de orgelkas is in mahoniekleur geschilderd. De overplaatsing van het orgel naar de nieuwe kerk is volgens de ingewijden de klank van het instrument ten goede gekomen.

De dispositie:

Hoofdwerk (C-f3): Bourdon 16 voet, Praestant 8 voet, Holpijp 8 voet, Viola (da gamba) 8 voet, Octaaf 4 voet, Gedekt fluit 4 voet, Quint 3 voet, Octaaf 2 voet, Mixtuur 3-5 sterk, Trompet 8 voet.
Rugwerk (C-f3): Preastant 8 voet (C-H in Roerfluit), Roerfluit 8 voet, Octaaf 4 voet, Baarpijp 4 voet, Woudfluit 2 voet, Scherp 3 sterk, Sesquialter 2 sterk, Dulciaan 8 voet.
Pedaal (C-f1): Subbas 16 voet, Gedekt 8 voet, Koraalbas 4 voet, Fagot 16 voet.
Tremulant, 3 koppels.

Geraadpleegde literatuur:
- Peter Karstkarel: 419 x Friesland. Van Slijkenburg tot Moddergat
- Skoattertsjerke: Brochure samengesteld ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de kerk in Oudeschoot
- Neoclassicisme in Friesland: Monument van de Maand april 1992
- In de geest van de tijd: Heilige Geestkerk Heerenveen 1933-2008
- Jan Jongepier: Vijf eeuwen Friese orgelbouw, Leeuwarden 2004

Willem Sprik & Geert van der Heide



stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard