ok2012menu


  Rheinbergersonates op Van Damorgels Friese Orgelkrant 2012

Atze Veldhuis neemt initiatief in cd -project

Van Damorgels lopen als een rode draad door zijn leven. Als veertienjarige jongen speelde Atze Veldhuis (1945) zijn eerste dienst op het Van Damorgel van de Nederlandse Hervormde kerk te Tzummarum. Hij had toen al een paar jaar les van Wim Eppinga en ontving die lessen – toevallig of niet – op het Van Damorgel van de dorpskerk te Britswerd. De hechte samenwerking tussen leraar en leerling zou duren tot aan het plotselinge overlijden van Eppinga in 1974. Tien jaar eerder was Veldhuis benoemd tot opvolger van Gerben Bergstra aan de hervormde Agneskerk van Goutum, waarin eveneens een fraai instrument staat, dat gebouwd werd door het vermaarde Leeuwarder orgelmakersgeslacht. En toen de organist in 2005 verhuisde naar Zuid-Scharwoude, volgde in de regio al snel een benoeming tot organist van een drietal instrumenten van dezelfde firma. De orgels van Berkhout, Nieuwe Niedorp en Twisk kennen in hem sedertdien hun vaste bespeler. Atze Veldhuis nam in 2006 tijdens een feestelijke afscheidsdienst afscheid van Goutum waar hem toen een gouden draaginsigne werd uitgereikt. In de loop van de jaren kreeg Atze Veldhuis steeds meer belangstelling voor de orgelsonates van Gabriel Joseph Rheinberger. Zijn contacten met Wim Verburg – tot aan zijn vroegtijdige overlijden in 2010 organist van de Grote of Sint-Andrieskerk te Amerongen – met wie hij regelmatig orgeltochten ondernam, droegen daaraan het nodige bij. Verburg speelde veel Rheinberger en vond daarvoor bij Veldhuis een gretig oor. Tijdens een concert in de eeuwenoude Agneskerk te Goutum, ter gelegenheid van zijn vijftigjarig organistenjubileum in 2009, klonk ook Rheinberger. Jan Kobus – naast Jelle Visser, Balt de Vries en Wim Verburg één van de executanten – speelde het eerste deel uit Rheinberger’s vijfde sonate. En toen ontstond het idee, om de liefde voor het Van Damorgel en de belangstelling voor Rheinberger te combineren in een prachtig CDproject, waarbij diens twintig sonates door twintig organisten zouden worden vastgelegd op Van Damorgels.

Internationaal vermaard contrapuntist Gabriel Joseph Rheinberger werd op 17 maart 1839 geboren in Vaduz (Liechtenstein), als zoon van Johann Peter Rheinberger en diens tweede vrouw Maria Elizabeth Carigiet. Reeds in 1844 ontdekte de muziekonderwijzer Sebastian Pohly zijn muzikale begaafdheid. Die werd onderstreept door zijn benoeming tot organist van de Parochiekerk te Sankt Florian op negenjarige leeftijd. In 1854 vertrok Rheinberger naar München om daar aan het conservatorium bij Franz Lachner te gaan studeren. Aan datzelfde conservatorium werd hij in 1859 benoemd tot pianoleraar. Hij verwierf grote bekendheid als pedagoog. Daarnaast was hij koordirigent en organist. Rheinberger liet een omvangrijk oeuvre na van bijna tweehonderd composities: een symfonie, een celloconcert, kamermuziek, koorwerken en liederen maken deel uit van zijn oeuvre. Daarvan genieten voornamelijk nog de orgelwerken bekendheid en daaruit blijkt ook zijn internationale vermaardheid op het gebied van de contrapuntiek. De eerste orgelsonate ontstond in 1868, de laatste in 1901, het laatste levensjaar van de componist. Rheinberger heeft zijn project van vierentwintig sonates voor alle toonaarden naar voorbeeld van Bach’s ‘Das wohltemperierte Klavier’ niet kunnen voltooien.

CD-project

Inmiddels heeft Atze Veldhuis twee CD’s van zijn omvangrijke Rheinbergerproject kunnen realiseren: in het voorjaar van 2011 werd de eerste CD gepresenteerd. Daarop zijn de organisten Bert Wisgerhof (Sonate nummer 4 in a), Dirk S.Donker (Sonate nummer 7 in f) en David de Jong (Sonate nummer 17 in B) te horen. Zij bespelen de orgels van respectievelijk Anjum (1875), Zuid-Scharwoude (1881) en Gramsbergen (1898). Als hommage aan Wim Verburg werd als bonustrack een Intermezzo van Rheinberger toegevoegd. Het is een geluidsregistratie, door organist Verburg zelf opgenomen tijdens een orgeltocht met de initiatiefnemer. En zo zijn er nog vier delen uit verscheidene Rheinbergersonates die aan de serie zullen worden toegevoegd.

De tweede CD werd in het afgelopen najaar op de markt gebracht. Deze is gevuld door Balt de Vries (Sonate nummer 3 in G), Gijs Boelen (Sonate nummer 6 in es) en Dick Sanderman (Fantasie-Sonate nummer 14 in C). Dit drietal legde zijn aandeel vast op de instrumenten van respectievelijk Nunspeet (1872), Mantgum (1879) en Enschede (1892). Een boeiend geheel, waarbij de interpretaties soms prachtig tegenover elkaar staan: zo kan er gewezen worden op de heldere, labiale voorkeur die Bert Wisgerhof op het Anjumer orgel aan de dag legt. Een groter contrast met David de Jong op het orgel te Gramsbergen, die zijn interpretatie sterk kleurt vanuit een warmbloedig tongwerkenpalet, is nauwelijks denkbaar.

Contrastrijk is ook de keuze van de instrumenten: de tamelijk bescheiden dispositie van de ruim 20 stemmen van het orgel te Mantgum versus de 41 registers van het monumentale opus magnum van Van Dam in de Grote kerk te Enschede, waar Dick Sanderman het orgel met haar rijke coloriet in alle schoonheid weet te ontvouwen. Afgezien van wat ‘kinderziekten’ in onder andere een enkel opnamefragment een uitstekende start van een opmerkelijk project. De CD’s zijn te bestellen bij Atze Veldhuis via zijn email-adres: veldhuis232@hotmail.com

Johan Koers


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard