ok2012menu


  Veranderd Fries orgellandschap Friese Orgelkrant 2012

De orgelbouwactiviteiten die het afgelopen jaar zijn afgerond of gestart, vertonen een heel divers beeld. Dat betekent dat alle varianten die men zich op dat gebied kan voorstellen aan de orde zijn: zorgvuldige restauratie van een ongewijzigd orgel, reconstructie (geheel of gedeeltelijk) van een verloren gegane oorspronkelijke toestand, restauratie van een gegroeide situatie, verplaatsing van een orgel en nieuwbouw. We laten hier de activiteiten volgen in een volgorde die wordt gedicteerd door de bouwjaren van de orgels.

BOKSUM, Sint-Margaretakerk

De oudste delen van het orgel in deze kerk dateren van 1675. De ‘auteur’ ervan is Jan Harmensz. Maar liefst 11 activiteiten van orgelbouwers zijn sinds dat moment gedocumenteerd; de laatste in 1913 toen Bakker & Timmenga het instrument nogal grondig herzag. Het orgel was al heel lang ernstig in verval, restauratie werd allengs onontkoombaar. Enige tijd geleden werd aan de restauratiewerkzaamheden begonnen door Pels & Van Leeuwen onder advies van Aart van Beek. De gegroeide situatie zal in grote trekken blijven bestaan.

BURGWERD, Johanneskerk

De reconstruerende restauratie van het Schwartzburgorgel van Burgwerd door Flentrop Orgelbouw onder advies van Theo Jellema werd in juni 2011 afgerond. In de afgelopen winter werd door A. Bloemhof Schilderwerken na een zorgvuldig kleurenonderzoek door B. Jonker (Zwolle) en adviezen van S. ten Hoeve (Nijlân) met betrekking tot de wapens op het rugstuk de oorspronkelijke kleur weer aangebracht. Het heeft geleid tot een heel feestelijk resultaat.

BOAZUM, Sint-Martinuskerk

Het orgel van Boazum (Bozum) is volstrekt uniek. Gottlieb Heineman, iemand van wie we weinig weten, begon aan de bouw in 1783. De uit Oost-Friesland afkomstige Rudolf Knol zette de werkzaamheden voort en bracht ze in 1791 tot een goed einde. Daarna is veel gebeurd (onder meer werkzaamheden van Radersma, Van Dam, Vaas & Bron en Bakker & Timmenga). Al jaren brengt de klank van het orgel niemand in verrukking. Te verwachten valt dat de tweede fase van de restauratie, die in 2011 werd begonnen en in 2012 zal worden voltooid, daar verandering in zal brengen. Zij wordt uitgevoerd door Bakker & Timmenga naar plannen van wijlen Jan Jongepier. Theo Jellema begeleidt de werkzaamheden.

HARLINGEN, Grote Kerk

Tot de grootse prestaties in Fryslân van de Groninger orgelbouwer Abertus Anthoni Hinsz hoort het monumentale orgel dat hij in 1776 voltooide in de Grote Kerk te Harlingen. Aan dat orgel is in de 19e en 20e eeuw heel vaak gewerkt. Van grote betekenis waren werkzaamheden door Petrus van Oeckelen in 1864, die het klankbeeld sterk ombogen in romantische richting. In 1938 woei de orgelwind weer uit een heel andere hoek en werd in het kader van een restauratie door J. de Koff de oorspronkelijke dispositie op het hoofdwerk enigszins hersteld. Doordat oriëntatie op de bouwwijze van Hinsz in het geheel niet had plaatsgehad, bleef de reconstructie een papieren zaak en deed de totaalklank van het orgel maar heel weinig aan Hinsz denken. In 2010 en 2011 is de Hinsz-situatie geheel gereconstrueerd door Flentrop Orgelbouw. Het rapport dat aan de reconstructie ten grondslag lag, werd geschreven door Jan Jongepier. Cees v.d. Poel begeleidde de werkzaamheden.

Vier 19e-eeuwse Van Damorgels

Vier Van Damorgels (Jelsum, Grou, Hilaard en Terwispel) waren in het afgelopen jaar in onze provincie voorwerp van zorg. De orgels van Jelsum, Terwispel en Hilaard waren er al jaren slecht aan toe. Zij zijn na restauraties door Bakker & Timmenga nu alle drie weer luisterrijk klinkende monumenten. Elk ervan – en dat geldt voor alle Van Damorgels – heeft zijn eigen charme; steeds blijkt dat de Van Damorgels familie van elkaar zijn, maar óók allemaal een eigen persoonlijkheid bezitten. Het Jelsumer orgel kreeg al aandacht in de Orgelkrant van 2011. Voorjaar 2011 was de restauratie voltooid, de ‘inspeling’ vond plaats op 2 mei 2011. Anders dan het Jelsumer orgel met zijn gecompliceerde (en nog steeds niet écht ontraadselde) bouwgeschiedenis zijn de instrumenten van Hilaard en Terwispel volbloed Van Damorgels. Het orgel van Hilaard onderging wijzigingen in het kader van een restauratie door Eppinga in 1967. De recente restauratie heeft de Eppingasporen weer kunnen uitwissen. Op de plaats van de in 1967 verdwenen Violon 8 vt kon een historische strijker worden geplaatst. De werkzaamheden in Grou bestonden in de eerste plaats uit het rechtzetten van het zeer verzakte orgelmeubel. Daarnaast zijn de mechanieken onder handen genomen en is de klank licht gecorrigeerd op punten waar duidelijk was dat Van Dam wat uit beeld geraakt was. De pedaalkoppel (in de jaren '20 of '30 van de vorige eeuw minder handig aangelegd) is gereconstrueerd naar Van Damvoorbeeld. Daardoor kon de lelijke scheve stand van het knieschot ook gecorrigeerd worden.

Twee 20e-eeuwse orgels

De pure ongereptheid van een nooit gewijzigd orgel maakt een voorbije tijd bijna tastbaar. Die ervaring ontroert in Terwispel, maar ook bij een bezoek aan het ruim 30 jaar later door Bakker & Timmenga gebouwde orgel van It Heidenskip. De vraag hoe in een kerk met zo weinig hoogte een orgel met drie 8-voets registers een plaats moest vinden en hoe een front tóch goed kon worden geproportioneerd, zal Arjen Timmenga wel een paar slapeloze nachten gekost hebben. Het bereikte resultaat is uiterst charmant. Bakker & Timmenga herstelde begin dit jaar de gebruiks- en uitdrogingsschade die het instrument gedurende een eeuw trouwe dienst opliep. Tot de ‘bijwerkingen’ van het samengaan van hervormden en gereformeerden en van de kerkverlating behoren de kerksluitingen en daarmee het verdwijnen van orgels. Het is verheugend dat het Reilorgel (1959) dat in Heerenveen in de Gereformeerde Kruiskerk stond, de afbraak van de kerk overleeft en voor Heerenveen behouden blijft. Het instrument getuigt tamelijk compromisloos van de orgelbouwidealen van de neobarok. Kenmerkend in die zin zijn onder meer de opzet hoofdwerk, rugwerk, vrij pedaal in twee vrij geplaatste pedaaltorens en de hoofdwerkdispositie op basis van een Quintadeen 16 vt. We mogen veronderstellen dat de overname van een aantal registers uit het ‘voorganger-orgel’ (van Rohlfing uit Osnabrück) destijds als een compromis gevoeld werd. Nú wordt het orgel er historisch alleen maar belangwekkender door. De overplaatsing wordt verricht door de Orgelmakerij Reil bv, die daarmee de toekomst zeker stelt van een instrument waar de stamvader van het bedrijf uitermate trots op was. Het orgel wordt geheel nagezien, technisch verbeterd en krijgt een tinnen front ter vervanging van de oorspronkelijke zinken frontpijpen.

Joure, Mattheuskerk

De bouw van een nieuw orgel is helaas zo langzamerhand opzienbarend nieuws geworden. Nadat in Joure in 1978 en 1997 fraaie nieuwe orgels tot stand kwamen (respectievelijk in de Hobbe van Baerdtkerk een instrument van Ahrend en in de Oerdracht een instrument van Reil) is nu ook de rooms-katholieke kerk van een nieuw orgel voorzien. Het werd gebouwd door de Firma Van Vulpen en is opgesteld op de begane grond. De dispositie telt 13 stemmen, verdeeld over twee klavieren en pedaal. Het erg onbevredigende orgel op de koorzolder kan zijn laatste dagen nu in rust slijten. Dispositie:

Hoofdwerk, C - f ''' Borstwerk, C - f '''
Prestant
Holpijp
Octaaf
Quintfluit
Octaaf
Sesquialter
Mixtuur
Dulciaan
8'
8'
4'
3'
2'
II
II-III
8'
Gedekt
Spitsfluit
Woudfluit
Cornet (vanaf g)
8'
4'
2'
III
Pedaal, C - d ' Werktuiglijke registers
Subbas 16' Tremulant Hoofdwerk
Tremulant Borstwerk
Schuifkoppel Hoofdwerk-Borstwerk
Koppel Pedaal – Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Borstwerk
Calcant

Toonhoogte: a1 = 440 hertz.
Stemming: evenredig zwevend
Winddruk: 61 mm wk.

SNEEK, Martinikerk

In 1711 voltooide Arp Schnitger in de Martinikerk in Sneek een heel belangwekkend orgel, een instrument dat met zijn drie klavieren en vrij pedaal een volstrekt nieuw element aan het Friese orgellandschap toevoegde. In de drie eeuwen van zijn bestaan is het orgel niet ongewijzigd gebleven. De belangrijkste momenten in zijn historie zijn de grote verbouwing van 1898 (het borstwerk en rugwerk verdwenen, er kwam een bovenwerk voor in de plaats; het oorspronkelijke drieklaviers orgel met 36 registers werd een tweeklaviers orgel met 29 registers) en de restauratie in 1988 door Bakker & Timmenga (het weer toevoegen van een rugwerk met zeven registers). Het overtuigend 18e-eeuwse klankbeeld van het rugwerk stelde het hoofdwerk sindsdien een beetje in de schaduw. In het voorjaar van 2011 is in het hoofdwerk een aantal Schnitgerpijpen dat Van Dam in 1898 buiten gebruik had gesteld, weer aangesloten en tot klinken gebracht. De hoofdwerkklank heeft hierdoor enorm aan kwaliteit gewonnen en de totaalklank heeft een nieuw en veel overtuigender evenwicht gevonden.

Jirnsum, Mauritiuskerk

Het Van Damorgel (1869) in de voormalige Hervormde kerk van Jirnsum is verkocht aan de protestantse gemeente van Zoeterwoude. Het instrument krijgt aldaar een plaats in de laat 15e-eeuwse Laurentiuskerk. Eind oktober 2011 besloot de kerkenraad van de protestantse gemeente Ingwert om zowel het Jirnsumer kerkgebouw als het orgel te koop aan te bieden. Er bestond ruime belangstelling voor het instrument omdat het eigenlijk een monument zou moeten zijn, maar dat ‘keurmerk’ niet kreeg vanwege het feit dat aan het Jirnsumer kerkgebouw de monumentenstatus nooit werd toegekend. Slechts bij uitzondering worden vergelijkbare instrumenten te koop aangeboden. Het orgel verkeert nog in originele staat. Doorslaggevend bij de verkoop van het instrument aan Zoeterwoude was voor de kerkrentmeesters de toezegging van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, dat het orgel onmiddellijk na plaatsing in Zoeterwoude een monumentenstatus zou krijgen. Daarmee is de toekomst van het fraaie instrument – ook al verdwijnt het jammer genoeg uit Fryslân – veilig gesteld. Wat er met het kerkgebouw zal gebeuren, is nog onzeker.

TJ


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard