ok2011menu


  Huiselijke studie-instrumenten voor organisten. Gesprekken met twee bouwers. Friese Orgelkrant 2011
Over het klavichord

Hoe studeerden organisten toen er nog geen elektriciteit was? In de kerk werd nauwelijks gestudeerd, immers balgentreders moesten betaald worden. De kerk was wandel- en marktplaats. Vaak was het er bitter koud en met name rooms-katholieke kerken golden als heilige plaats. Tot ver in de 18e eeuw werd er, zeker in de noordelijke landen, gestudeerd op klavichorden (en in veel mindere mate klavecimbels) met een aangehangen of vrij pedaal. Uit later tijd is bekend dat bijvoorbeeld Mozart, Robert en Clara Schumann en César Franck over een piano met pedaal beschikten. In landen waar het pedaalspel tot in de 19e eeuw niet veel voorstelde, bestond het studieprobleem niet.

Voordelen van het klavichord als studie-instrument zijn dat het zeer stemvast is, weinig plaats in beslag neemt, een bescheiden geluidsvolume heeft en goedkoper is dan een klavecimbel (dat je veel vaker moet stemmen). Klavecimbels met twee manualen waren een grote zeldzaamheid, zeker bij musici. Een klavichord heeft altijd één manuaal, maar je kunt twee op elkaar zetten en er eventueel nog een apart pedaal onder plaatsen. Het grootste voordeel is wel de overeenkomst in speeltechniek tussen orgel en klavichord, de verschillen in speeltechniek tussen orgel en klavecimbel zijn veel groter. Dat je binnen het bescheiden geluidsniveau van het klavichord behoorlijk grote dynamische verschillen kunt aanbrengen is bepaald leerzaam voor organisten. Bekijk maar eens het bekende Praeludium in C uit "das wohltemperierte Klavier" (deel I): elk gebroken akkoord wordt letterlijk herhaald, je kunt dus bijvoorbeeld echo's maken, maar ook bij toenemende en afnemende dissonantie crescendo en decrescendo spelen.
Een klavichord is altijd dubbelkorig, dat wil zeggen dat als je een toets aanslaat, je twee snaren tot klinken brengt (alleen sommige reisinstrumenten zijn enkelkorig). De vorm van het instrument is rechthoekig met de toetsen aan de lange voorkant links. De snaren lopen evenwijdig aan de voorkant vanaf de aanhangstiften links, over de toetsen, de zangbodem (rechts van het toetsenbord) en de kam op de zangbodem naar de stempennen aan de rechterzijde. Aan de linkerzijkant is vilt door de snaren gevlochten. Achter op de toets staat een metalen pennetje, de zogenaamde tangent. Bij de aanslag brengt de tangent het gedeelte van de snaar tussen de tangent en de kam tot trilling, bij het loslaten van de toets dempt het vilt de hele snaar. Er zijn gebonden en vrije klavichorden. Bij een gebonden klavichord worden de snaren voor meerdere toetsen gebruikt, bij het vrije klavichord (dat vooral in de 18e eeuw voorkwam) heeft elke toets eigen snaren. Bij een gebonden klavichord zijn de meest voorkomende bindingen c-cis, e-es, f-fis, g-gis en b-bes; d en a en het hele onderste octaaf zijn vrij.
Er zijn helaas nauwelijks pedaalklavichorden en dito klavecimbels bewaard gebleven, maar bij veel instrumenten kun je zien dat ze wel een aangehangen pedaal hebben gehad. In het Muziekinstrumentenmuseum in Leipzig staat een pedaalklavichord van Johann David Gerstenberg uit 1766, het zelfstandige pedaal is vierkorig (2 keer 16 voet en 2 keer 8 voet). In onze tijd zijn daar diverse kopieën van gemaakt (o.a. in ons land door Dick Verwolf, Leiden, - alsmede door Joel Speerstra, GOaArt workshop Göteborg, voor opdrachtgevers in Göteborg en Bremen).

Sander Ruys 'in klavichorden'

In Fryslân worden al een aantal jaren klavecimbels en klavichorden vervaardigd door Broer de Witte (zie www.broerdewitte.nl). De lezers kennen hem vanwege zijn activiteiten voor de Stichting Organum Frisicum. Ook Sander Ruys woont in Fryslân en wel in Dongjum, vlak ten Noorden van Franeker. Begin 2010 bouwde hij een klavichord met aangehangen pedaal voor Pieter van Dijk, de organist van de Grote Kerk en van de Lutherse kerk te Alkmaar. Dit instrument was aanleiding tot een tweetal bezoeken aan de bouwer om nader met hem kennis te maken. Sander Ruys studeerde in 1981 als pianist af in Amsterdam en Tilburg. Hij ging lesgeven (dat doet hij nog steeds), maar omdat hij zich zeer interesseerde voor historische uitvoeringpraktijk en een technische knobbel had, bouwde hij in 1992 een fortepiano. De onderdelen daarvan waren als bouwpakket te krijgen!! In dezelfde tijd kwam hij in contact met bespelers van het klavichord. De klavichordpionier Koen Vermeij (speler en bouwer) was helaas met het geven van bouwcursussen gestopt. Een andere klavichordpionier, Jack Schroevers, hielp hem met materiaal, tekeningen, gereedschap en advies. In 1999 ging Sander Ruys met een instrument naar een open dag van de in 1982 opgerichte Vereniging Het Nederlands Klavichord Genootschap. Zijn instrument werd zo gewaardeerd, dat hij vervolgens samen met Koen Vermeij een aantal instrumenten ging bouwen.
Het bouwen van een klavichord kost 200 tot 250 uur, afhankelijk van het gekozen voorbeeld. Natuurlijk is daarbij wel de nodige ervaring vereist. Het oudste voorbeeld dat Sander Ruys tot dusver gebruikte is een instrument met viervoudige binding van Pisaurensis uit 1543. Hiervoor is cypressenhout nodig, dat nogal moeilijk te krijgen is. Een ander voorbeeld werd gevormd door een Zuid-Duits instrument uit 1650 met een drievoudige, maar onregelmatige binding. Voorbeelden uit de late 18e eeuw vormden instrumenten van Hubert en van Johann Heinrich Silbermann uit Straatsburg. Opvallende details: het voorbeeld uit 1772 is vrij met de omvang FF-f3 en dat uit 1784 is gebonden met de (kleinere) omvang C-f3.

Tijdens mijn tweede bezoek in juli 2010 was Sander bezig met het bouwen van een instrument voor de tentoonstelling tijdens het festival van Brugge in augustus. Dit instrument is een kopie van een 18e-eeuws instrument van Straube, dat zich bevindt in het gemeentemuseum in Den Haag. Hierbij loopt de zangbodem, die normaliter de rechterhelft van het instrument inneemt, over de toetsen naar de linkerzijkant. Zeer interessant is het effect dat dit op de klank zal hebben. Uiteraard was Sander vertegenwoordigd op de jaarlijkse Oude Muziekmarkt in Utrecht (in september 2010 tijdens het Festival Oude Muziek).
Wie over klavichorden contact met Sander Ruys wil opnemen, kan dat telefonisch doen (0517-39069) of per email (s.ruys@hetnet.nl). Het bekijken waard is ook zijn website www.sruysklavichorden.nl. Ook voor onderhoudswerkzaamheden aan klavecimbels kan men bij Sander terecht, dit tot genoegen en grote tevredenheid van de schrijver van dit artikel (ik speel graag klavecimbel, maar het verrichten van onderhoud is voor mij een nachtmerrie).

Jacques van 't Veer en zijn instrumenten

Op het laatste donateursconcert van Organum Frisicum (4 juni 2010) in de Waalse kerk te Leeuwarden bespeelde Theo Jellema niet alleen het Schwarzburgorgel, maar ook een door Jacques van 't Veer uit Oosthem gebouwd bijbelregaal. Interessant genoeg om in de Friese Orgelkrant aandacht aan te schenken. We bezochten hem voor een interview in zijn woonplaats Oosthem, onder de rook van Sneek.
Jacques van 't Veer werd tijdens de oorlog in Amsterdam geboren. Heel jong verloor hij zijn vader, zijn moeder verhuisde kort daarop met haar kinderen naar Kampen. Na de oorlog kwam er een harmonium in huis, dat de jonge Jacques deskundig sloopte en ook weer in elkaar zette. Hij kreeg een aantal jaren les, onder andere van Haite van der Schaaf. Dat was één van de eerste organisten in ons land die zich op het authentieke pad begaf. De voordrachtstekens bij een aantal door hem gecomponeerde koraalbewerkingen doen echter nogal 19e-eeuws aan. Toen schrijver dezes hem daar eens naar vroeg, moest hij even nadenken en zei vervolgens: "Speel mijn composities met barokke speelmanieren, dat klinkt veel beter."
Jacques van 't Veer volgde een technische opleiding. Na de HTS en de militaire dienst ging hij werken bij een bedrijf voor kwaliteitsgeluidsapparatuur. Hij beschouwt zichzelf niet als een begenadigd orgelspeler, maar was als kind al gefascineerd door de technische kant van het orgel. Als jongen kreeg hij eens van een loodgieter enkele metalen buisjes, daar werden door hem orgelpijpjes van gemaakt. In Kampen kwam hij in contact met Theo van Dijk, de bekende organist van de Burgwalkerk. Zo kreeg hij de gelegenheid af en toe in orgels te kijken en deed hij veel kennis op inzake bouw en dispositie. In die tijd begon hij ook kerkdiensten te begeleiden, iets wat hij eigenlijk liever aan anderen overliet. Hij bouwde zijn eerste orgel; het staat nu thuis in zijn werkplaats opgesteld. De metalen frontpijpen daarin zijn van koperplaat [!] gemaakt.
In 1968 werd Jacques - inmiddels getrouwd - docent elektrotechniek en elektronica aan de MTS te Sneek. Hij schreef een viertal lesboeken voor zijn vakgebied. Daarnaast bouwde hij een kistorgel, dat nog steeds op veel plaatsen als continuo-instrument wordt gebruikt. Op zekere dag werd dat bespeeld door Jos van der Kooij (organist van de Westerkerk in Amsterdam en stadsorganist te Haarlem). Deze was zeer tevreden over het instrument en vroeg Jacques of hij een studieorgel voor een leerlinge kon bouwen. Het hoefde maar klein te zijn: twee manualen met elk een gedekte 8 voet en een aangehangen pedaal. Dat is voldoende om een Triosonate van Bach en alle mogelijke andere orgelliteratuur te studeren. Uiteindelijk werd de dispositie iets groter. Op het eerste manuaal kwamen een enge Gedekt 8 voet en een Fluit 4 voet te staan, op het tweede manuaal een (wijdere) Holpijp 8 voet en een Prestant 2 voet. Het pedaal werd aangehangen aan het eerste manuaal, de manualen konden gekoppeld worden door een schuifkoppel. Zo heeft hij er twaalf gebouwd, gewoonlijk maakte hij twee tegelijk. De latere instrumenten kregen op het eerste manuaal er nog een Quint 3 voet in de discant bij. Alle pijpwerk maakte Jacques van hout, de instrumenten werden onderhoudsarm gemaakt en hoeven daardoor zelden te worden gestemd. De eigenaars kunnen dat gewoonlijk zelf doen.
Verder heeft Jacques enkele klavecimbels gebouwd. Heel interessant is een kopie van het reisklavecimbel van Marius. Dit instrument kan in drie delen in elkaar worden gevouwen (middels scharnieren) en dus gemakkelijk worden vervoerd. Het klavier houdt de drie delen van het instrument bij elkaar en is eenvoudig uitneembaar om het instrument in elkaar te vouwen. Het is wel zo, dat tengevolge van deze constructie de intonatie op enkele plaatsen wat minder is. Dit instrument wordt regelmatig door het barokensemble "Ab libitum" gebruikt. Het heeft 1 snaar per toets en is op 415 Hertz gestemd. Voor kleine bezettingen is het sterk genoeg, maar plaatsing van een tweede 8-voet snaar is mogelijk. Een transpositiemechaniek kan niet worden aangebracht, maar mocht het nodig zijn het instrument op 440 Hertz te gebruiken, dan zou je een tweede klavier kunnen maken. Dat tweede klavier zou dan zo worden gemaakt, dat de toetsen een snaar aantokkelen die een halve toon hoger klinkt dan nu het geval is (de huidige a-toets tokkelt een a van 415 Hertz aan, bij dat tweede klavier zou de a-toets de bes aantokkelen en deze bes komt overeen met een a van 440 Hertz).
Jacques bouwde een aantal klavichorden naar historische voorbeelden uit diverse periodes. Een ervan staat bij hem thuis, dat is een vrij klavichord gebouwd naar een instrument (1790) uit het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. Een dergelijk laat model is zeer geschikt voor muziek van Haydn en Mozart. Dit museum heeft een grote collectie historische toetsinstrumenten (de Beurmann-sammlung). Voor geïnteresseerden geeft het museum regelmatig rondleidingen en vaak is er daarbij gelegenheid zelf te spelen.
Dan nog iets over het bijbelregaal dat de aanleiding tot dit interview vormde. Dit orgeltje beschikt over 1 register, een regaal (d.w.z. een tongwerk met hele korte bekers). De opengeslagen "bijbel" bevat de twee schepbalgen. Die worden met de hand bediend, maar het instrument beschikt ook over een ventilator. Het met de hand bedienen van de blaasbalgen is een secuur werkje, wat niet zo maar door iedereen gedaan kan worden. Er moet eerst wel even geoefend worden.

Tot slot: Jacques is sinds enkele jaren vutter en nu ook zijn vrouw haar werk als kleuterleidster heeft beëindigd, is hij gestopt met het bouwen van instrumenten. We betreuren, maar respecteren uiteraard Jacques' besluit met instrumentenbouw te stoppen. Zich vervelen is er niet bij. Hij maakt nog wel veel geluidsopnames, daarbij aansluitend bij het begin van zijn loopbaan. Ook is het kistorgel nog veel onderweg. Verder houdt de familie Van't Veer veel van reizen (vooral als daarbij ook mooie orgels bezocht kunnen worden). Wij wensen hun nog vele goede jaren met veel reisplezier en ook muzikale vreugden toe.
FOLKERT BINNEMA

Noot van de redactie:
  • Enkele CD-opnames: het pedaalklavichord van Dick Verwolf bespeeld door Erik van Bruggen met werken van Bach op het label M.R.S. CD 9310012;
  • het instrument te Göteborg bespeeld door Harald Vogel ("Rund um Bach, Vol. 1") op het label
    Organeum OC-29701, ook met werken van J.S. Bach, onder andere de 8 kleine Praeludien und Fugen.

Op www.youtube.com kan men via '(pedaal)klavichord', dan wel 'regaal' diverse voorbeelden van dergelijke instrumenten horen en zien (en uiteraard ook vele opnames met klavecimbel en orgel).



stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard