ok2010menu


  Orgels in de Hervormde kerk van Warns
Over het huidige Dekkerorgel en de drie voorgangers daarvan
Friese Orgelkrant 2010


Vergezeld van een fraaie foto van het feestelijk versierde orgel, werd in de Friese orgelkrant 2009 in de rubriek "Veranderend orgellandschap in Friesland" uitgebreid aandacht geschonken aan het gerestaureerde Dekkerorgel in de protestantse (vroeger hervormde) Johannes de Doperkerk van Warns. Ook verscheen ter gelegenheid van de ingebruikneming van het herstelde instrument een lezenswaardige brochure van de hand van adviseur Stef Tuinstra.

Wie had ooit kunnen denken dat een instrument van een bedrijf dat in de afgelopen decennia werd verguisd als typische exponent van de vervaltijd in onze orgelbouw (de eerste helft van de 20ste eeuw), nog eens (deels) met steun van diverse overheden en 'Monumentenzorg' zou worden gerestaureerd!

Wat echter niet werd vermeld, was het feit dat het gerestaureerde instrument niet het eerste pijporgel in deze kerk was. Stef Tuinstra stelde in zijn brochure: "Tot aan het jaar 1917 was er geen orgel aanwezig in de oude dorpskerk te Warns". Dat blijkt echter onjuist te zijn. Navraag bij de adviseur leerde, dat er bij deze restauratie geen historisch onderzoek was gedaan en dat men zich vooral had gefocused op het herstel van het instrument zelf. Dat aan dit instrument een ander Dekkerorgel was voorafgegaan en dat het huidige orgel daardoor niet uit 1917 stamt, heeft men dan ook volledig over het hoofd gezien! Dat staat gelukkig uiteraard los van de kwaliteit van de in 2008 afgeronde restauratie als zodanig. Overigens was dat vorige Dekkerorgel al evenmin het eerste orgel in deze kerk! Dit alles leek een goede aanleiding om ter wille van een meer complete beeldvorming een overzicht te geven van wat momenteel bekend is over de totstandkoming van het huidige Dekkerorgel en zijn voorgangers in deze kerk.

Het 18e-eeuwse orgel

In welke tijd er voor het eerst een orgel in deze kerk heeft geklonken is niet bekend. Het oudste bericht stamt uit 1716. In dat jaar werd aan S. Muselaar een bedrag van 5 gulden gerestitueerd wegens "de oncosten van sekere orgel wanneer 't selve geplaatst is in de kerk".
Het is opmerkelijk dat noch in de jaren daarvoor, noch daarna ook maar wordt gerept over de aanwezigheid van een orgel: was het een schenking? Ook staan nergens uitgaven genoteerd voor een organist. Was die post gecombineerd met die van koster of schoolmeester (en dus niet apart vermeld) en werd het orgel pro eo bespeeld? In elk geval moet het zijn verdwenen zonder te zijn vervangen, een situatie die zich in de 18e eeuw wel vaker heeft voorgedaan (zoals in Zurich en Brantgum). Er schijnt daarna tot in de tweede helft van de 19de eeuw geen pijporgel meer aanwezig te zijn geweest.

Het orgel uit Middenbeemster

In 1884 besloten de kerkvoogden toch weer een pijporgel aan te schaffen, mede op aandringen van dominee Oosterhuis, die in 1883 memoreerde: "dat toen hij als beroepen predikant de gemeente bezocht de begeerte bij hem opkwam, dat zoo hij het aannam er een orgel geplaatst werd op 'de kraak'. Met persoonlijke consideratien heeft men echter niet te rekenen, maar toch meent hij dat op grond van de H. Schrift hij pogingen in 't werk mag stellen ter verkrijging van een orgel in de kerk".
In maart 1884 was er al ongeveer 1000 gulden ingetekend, terwijl .W. Muizelaar (nazaat van de heer Muselaar uit 1716?) het instrument 'uit liefde' gratis wilde bespelen. Men kwam aan de weet dat het orgel in de rooms-katholieke parochiekerk te Middenbeemster te koop was en van orgelmaker Eeltje Ypma uit Bolsward werd dit instrument voor f. 825,- overgenomen. Bij de plaatsing in Warns door Ypma werden nog wat extra uitgaven gedaan aan onder meer Jacob de Jong (f. 20,83 voor "timmeren aan het orgel") en A. Zeldenrust (f. 27,50 wegens "vergulden van 't orgel"). De ingebruikneming vond plaats op 2 juni 1884. Het betreffende instrument was in 1780 gebouwd door de bekende Amsterdamse orgelmaker Johannes Stephanus Strumphler. Naam van de orgelbouwer en het jaartal werden veel later ontdekt op de grootste pijp van de Octaaf 4 vt. Het instrument had omstreeks 1850 volgens het handschrift-Broekhuyzen als dispositie: Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt, Octaaf 4 vt, Fluit 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet 4 sterk discant, Mixtuur. Het instrument had geen pedaalklavier en de wind werd geleverd door twee blaasbalgen.

Strumphler – wiens werkterrein vooral lag in Amsterdam en omgeving en die naast kerkorgels ook kabinetorgels vervaardigde - bouwde in de tweede helft van de 18e eeuw diverse orgels voor rooms-katholieke (schuil)kerken in het Hollandse polderland boven het IJ. Hij leverde aan de statie in Purmerend zelfs twee instrumenten: het eerste in 1778; na een verblijf in Rozenburg is het sinds 1949 te bewonderen in de kerk van de Vrije Zendingsgemeente te Ossenzijl bij Steenwijk. Het grotere, tweede instrument (uit 1794), werd in 1884 door de firma Van Dam als gebruikt orgel geplaatst in de gereformeerde kerk te Drachten. De kas van dit orgel doet tegenwoordig dienst als hoofdwerkkas van het nieuwe Reilorgel in de Vrijgemaakte kerk te Harlingen. Pijpwerk is nog aanwezig in een ander orgel in Drachten en een windlade bleef bewaard in Weesp (zie hierover meer in de Friese Orgelkrant 2007, blz. 20, of op deze website).
Het orgel in Warns werd de eerste jaren nog onderhouden door Ypma, vervolgens door zijn schoonzoon Willem Postma en vanaf 1901 door Bakker & Timmenga. Aardig gegeven is dat men - ondanks de aanwezigheid van het nieuwe orgel - in Warns nog tot zeker in 1894 ook gebruik bleef maken van de diensten van voorzanger H.J. de Jong.
Het Strumphlerorgel deed in Warns dienst tot 1917, toen werd het vervangen. Het bleef deels bewaard, want het werd door Dekker in 1918 als occasion geleverd aan de Hervormde Evangelisatie in Tweede Exloërmond. In 1938 werd het in een nieuw kerkgebouw geplaatst, waarbij een nieuw front met zinken pijpen werd geplaatst. In 1950 (restauratie door Van Vulpen) kreeg het een nieuwe kas en kwam er een nieuwe Cornet. In 1978 werd het orgel afgebroken, waarna het oude binnenwerk in 1983 een nieuwe plek kreeg in de Doopsgezinde kerk te Krommenie achter een front van Strumphlerleerling P.J. Teves, een gelukkige combinatie omdat diens kassen sterk lijken op die van zijn leermeester.

Het eerste Dekkerorgel

De tijd stond niet stil en omstreeks 1917 ontstond er behoefte aan een moderner instrument en dat meende men gevonden te hebben bij de firma A.S.J. Dekker te Goes. Mogelijk kwam men bij hem terecht naar aanleiding van het orgel dat Dekker in 1916 had geleverd aan de gereformeerde kerk in Warns.

Van dit orgel bleef in onze tijd alleen het front bewaard, na de verkoop van het gebouw en de herinrichting tot een theater, 'dorpscultuurhuis De Spylder' (geopend in 2002). Omdat over dit orgel vrijwel niets bekend is, volgen hier enkele bijzonderheden: het instrument moest worden afgeleverd vóór augustus 1916, het zou een mechanische sleeplade krijgen met de volgende dispositie:
Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt (vanaf c), Holpijp 8 vt, Viola di Gamba 8 vt (C-H in Holpijp), Vox celeste 8 vt, Prestant 4 vt, Flute dolce 4 vt, Cornet 3 sterk discant. Manuaalomvang: C – f'''. Aangehangen pedaal: C – c'

Dekker bouwde vanaf 1909 vooral pneumatische orgels, van 1915 – 1918 bijna alleen maar mechanische sleeplades, daarna weer vooral pneumatiek. Door de oorlog konden de voor de pneumatiek benodigde onderdelen niet worden ingevoerd en 'viel men tijdelijk terug' op de oude vertrouwde sleeplade. Het instrument dat de kerkvoogden in Goes bestelden was dan ook weer een 'ouderwets' sleeplade-orgel. Het werd besteld op 2 mei 1917, met een levertijd van 6 tot 7 maanden, en kreeg de volgende dispositie: Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt (vanaf c), Holpijp 8 vt, Viola di Gamba 8 vt,
Voix Celeste 8 vt, Octaaf 4 vt, Fluit Douce 4 vt, Mixtuur en Open plaats. Manuaal: C - f'''. Aangehangen pedaal: C - d'

Naar het tweede Dekkerorgel

Al direct na de ingebruikneming bleek dat het orgel onvoldoende draagkracht kon ontwikkelen ter ondersteuning van de fors zingende gemeente. Hoe dit op te lossen? Men vroeg B. Wielinga uit Workum om raad en deze stelde het volgende rapport op:

Rapport over het nieuwe orgel in de kerk der Ned. Herv. Gem. te Warns

Het instrument is soliede samengesteld en heeft in het mechanisch gedeelte; voor zoover ik heb kunnen nagaan, gene gebreken.
De geluidgevende onderdelen zijn alsmede solied afgewerkt.
De prestant is krachtig, vol en zangrijk en voor de schakeering door de viola gamba, en de vox celeste aangebracht, heb ik niets dan lof, terwijl ook het effekt, zoowel als de intonatie van de overige registers over het algemeen de vergelijking met andere van dezelfde substantie wel kan doorstaan.
Echter zijn er in de samenstelling van het geluid eenige onvolmaaktheden welke hadden moeten worden vermeden. Het geheel zou daarbij aan eenheid van samenstelling en het volle werk aan kracht hebben gewonnen.
Deze onvolmaaktheden zijn:
1e Het instrument mist de noodige grond. De Holpijp alleen is als grondstem tegenover het bovengeluid onvoldoende, daardoor heeft het instrument gebrek aan "ziel"; vooral met den bourdon 16-v in den discant.
2e Het moest meer "glans" hebben, wat in verband met een beteren grond, had kunnen worden verkregen door in de bovenstemmen een andere schakeering aan te brengen. Mijns inziens hebben wij hier met een mixtuur als kop, en lichaam, waaraan de hals, (immers cornet of trompet) ontbreekt; wel een geheel dus maar geen schoon geheel.

Mogelijke middelen ter verbetering, die misschien zonder, dat het orgel als geheel behoeft te vervallen, kunnen worden aangewend.
Art. 1 Het aanbrengen van 12 groote Bourdon 16-pijpen (C – c). Deze zouden geplaatst moeten worden op een eigen windlade, met een klein reservoir in de onmiddelijke nabijheid daarvan. Dit reservoir te vervaardigen met dubbele vouwen en door een draaiende inlaatklep te reguleren om windverdunning voor de andere registers te voorkomen.
Art. 2 De mixtuur moet worden vervangen door een cornet, niet om meer kracht, maar om meer schoonheid aan het geheel te schenken.
Art. 3 Vervanging van fluit 4-v door een clarinet zou ik u, daar u geen beroepsorganist rijk zijt, niet aanbevelen. De oplettendheid die dit register vereischt, zal daaraan te uwent niet steeds worden geschonken en dan hebt u er niets aan. Misschien zou vervanging door prestant 4-v aan te bevelen zijn.
Art.4 Andere verbeteringen zijn alleen aan te brengen, wanneer uw orgel van een tweede windlade wordt voorzien, waarop plaats is voor meer registers, terwijl dan in verband daarmede de tegenwoordige blaasbalg zou moeten worden vervangen door een andere met grootere capaciteit.

Workum 29 dec 17
[w.g.] B.J. Wielinga


Terwijl met Dekker werd overlegd over een eventuele dispositiewijziging, dan wel over de mogelijkheden het orgel te vergroten teneinde voldoende draagkracht te krijgen, werden ondertussen ook inlichtingen ingewonnen en prijsopgaven gevraagd bij de firma's Standaart en Bakker & Timmenga. Hoewel adviseur Wielinga bij vergelijking van de ingezonden offertes een voorkeur had voor Bakker & Timmenga, kwam men toch weer terecht bij Dekker, die duidelijk met het probleem in zijn maag zat en bereid was enig water in de wijn te doen. Uiteindelijk kwam men in februari 1918 met hem overeen, dat deze het oude orgel voor de volledige aankoopsom terug zou nemen en dan een nieuwer, groter, orgel zou leveren. Aldus geschiedde later dat jaar en dit werd ook financieel geboekstaafd in het kasboek van de kerkvoogdij, dat een uitgave van f. 3096,- vermeldt.

Tot de plaatsing van het nieuwe orgel mocht men zolang het 'oude' Dekkerorgel blijven gebruiken. De verdere geschiedenis van het nieuwe orgel is al beschreven. Het eerste Dekkerorgel vond gelukkig toch nog een passend onderdak: het werd in 1919 door Dekker geplaatst in de hervormde kerk in het Zeeuwse Wilhelminadorp, waar het nog steeds nagenoeg onveranderd te bewonderen is [zie www.orgelsite.nl voor enkele afbeeldingen]

Besluit

Dat ook een eenvoudige kerk als die in Warns een aparte orgelhistorie kan opleveren, is hopelijk gebleken uit het voorgaande. Het is in elk geval in Friesland de enige kerk die kan bogen op de plaatsing van twee orgels van de Firma A.S.J. Dekker. Dat het huidige orgel binnen een jaar werd geplaatst na het eerste doet daaraan niet af. Met de aanwezigheid van het front van het Dekkerorgel in de voormalige gereformeerde kerk vormt Warns zelfs een echt Dekkerbolwerk in Friesland en daarmee heeft het een eigen plaats in de orgelgeschiedenis!

Bronnen:
  • Archief Hervormde gemeente Warns (deels ter plaatse, deels in Tresoar, Leeuwarden; op beide plaatsen geraadpleegd in 1988).
  • Dekker-documentatie Ton van Eck & Victor Timmer (dossier Warns).
  • Victor Timmer & Ton van Eck, ‘Waar zijn ze gebleven …..? Gebruikte orgels geleverd door de fa. A.S.J. Dekker (1)’, Het Orgel, 89/3 (maart 1993), 82 – 91; idem (2), Het Orgel, 89/4 (april 1993), 111 – 121.
  • Victor Timmer & Ton van Eck, ‘Werklijsten van twee orgelmakerijen uit de eerste helft van de 20ste eeuw: de firma A.S.J. Dekker en de door haar overgenomen ‘Orgelfabriek P. van Dam’, Het Orgel, jg. 101/ 3, 2005, p. 5 – 14.
  • Stef Tuinstra, Het Dekkerorgel in de Johannes de Dooperkerk te Warns, z.pl., 2008.

Victor Timmer   


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard