ok2009menu


  Veranderend orgellandschap in Fryslân Friese Orgelkrant 2009

In de protestantse kerk van Warns werd op vrijdag 3 oktober 2008 het gerestaureerde orgel officieel opgeleverd en weer overgedragen aan het college van kerkrentmeesters. De restauratie werd uitgevoerd door de orgelmakerij Bakker & Timmenga uit Leeuwarden onder adviseurschap van Stef Tuinstra uit Groningen. Met de restauratie was een bedrag van bijna € 100.000,- gemoeid. Naast een bescheiden subsidie van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (de vroegere RDMZ), van de Provincie Fryslân en de Gemeente Nijefurd ontvingen de rentmeesters bijdragen van een tiental particuliere fondsen c.q. stichtingen.

Het orgel in Warns is een mechanisch orgel uit 1917 van de firma A.S.J. Dekker te Goes. Anton Samuel Jan Dekker (1869-1918) opende in 1892 in Goes een klein reparatiebedrijf annex harmoniumhandel. Door het aantrekken van medewerkers met een orgelmakersopleiding was hij vanaf 1906 in staat orgels in eigen beheer te maken. Na 1918 werd het bedrijf voortgezet door zijn zonen Jacobus Cornelis (1900-1969) en Jan Adriaan (1902-1991). De in de vooroorlogse jaren aanvankelijk bloeiende orgelafdeling kwam geleidelijk op het tweede plan en stierf direct na de Tweede Wereldoorlog (1945) een stille dood. De firma Dekker concentreerde zich meer en meer op het maken van onder meer turntoestellen (De Schelde, Goes). Van het orgelarchief van de firma bleef zeer weinig bewaard. Wel zijn de werklijsten met de werkzaamheden vanaf 1906 redelijk compleet overgeleverd.

Tot 1900 voorzagen de Leeuwarder orgelmakerijen Friese kerken van orgels. In het begin van de 20e eeuw wisten de orgelmakers Mart Vermeulen uit Woerden, Dekker uit Goes en Standaart uit Schiedam tot de Friese 'markt' door te dringen. Deze ontwikkeling was een gevolg van de overgang naar een fabrieksmatige orgelproductie die goedkope orgels voor de 'kleine luyden' van de recentelijk ontstane gereformeerde kerken (een samengaan van afgescheiden en dolerende gemeenten in 1892) binnen bereik bracht. Dekker werd de kampioen van de pneumatische kegellade-orgels, maar in Warns bouwde hij een geheel mechanisch orgel. Het was een éénklaviersorgel met een 'catalogusfront', tien registers en een aangehangen pedaal. Bijzonder aan het orgel zijn onder andere: een piano-fortetrede voor drie achter op de windlade geplaatste registers Octaaf 2 vt, Cornet en Trompet 8 vt. Die werkt als een soort vrije combinatie. Boven de trede staat dan ook 'comb'. Het manuaal is ingelegd in een uit de kas stekende schijnspeeltafel met een afsluitend deksel, waarop een opklapbare boekensteun is bevestigd als muzieklessenaar. Toen de firma Dekker in 1945 ophield te bestaan, is het onderhoud waarschijnlijk overgenomen door Bakker & Timmenga. In 1947 voerde deze orgelmakerij uit Leeuwarden een grote herstelbeurt uit, waarbij ondermeer de dispositie gewijzigd werd: zo verving vanaf dat moment een Quint 3 vt. de Voix Celeste, werd de Bourdon 16 vt als transmissie ook op het pedaal bespeelbaar, en kreeg het orgel een tremulant. De orgelkas kreeg een nieuwe beschildering. In de halve eeuw die sinds deze restauratie verstreek, onderging het orgel schadelijke gevolgen van de heteluchtverwarming en van een kerkrestauratie. Restauratie bleek op den duur onontkoombaar. In november 2006 kon de opdracht worden verstrekt aan de firma Bakker & Timmenga. Deze is uitgevoerd met het grootste respect voor het oorspronkelijke Dekkerorgel zonder dat alle elementen uit 1947 die een Bakker&Timmenga-signatuur dragen, werden geëlimineerd.

De dispositie van het orgel is:

Manuaal, C - g3: Prestant 8 voet  , Viola di Gamba 8 voet  , Bourdon 8 voet  , Holpijp 8 voet, Octaaf 4 voet  , Fluit dolce 4 voet  , Quint 3 voet  , Octaaf 2 voet  , Cornet 3 st.  , Trompet 8 voet

Pedaal, C - d1: Aangehangen

Pedaal: Prestant 8 voet, Bourdon 16 voet, Fagot 16 voet

Werktuiglijke registers: Tremulant (1947)
Ventiel
Pianoforte trede

Toonhoogte a1: ± 435 Hz
Stemming: evenr. zwevend
Winddruk: 82 mm

 1917
 1947 geplaatst, pijpwerk ca. 1920
 1917; (4'  2 2/3'  2'; dus zonder terts!)

Restauratie van het Van Damorgel in Noordwolde (Frl.)

Weststellingwerf dateert vermoedelijk van 1640. De kerk is gebouwd als eenbeukige stenen zaalkerk met rondboogvensters. In 1853 werd de kerk vergroot met een dwarsbeuk aan de noordzijde. Na deze uitbreiding werd aan een orgel gedacht. Een kleine 25 jaar later was het zover: in 1876 kon bij de orgelmakers L. van Dam en Zonen te Leeuwarden een orgel worden aangeschaft. Het orgel werd in de noordwaarts uitgebouwde dwarsbeuk tegenover de kansel geplaatst. De bouw van het orgel kostte destijds fl. 3400,-. Een dergelijk bedrag kon de kerkelijke gemeente alleen opbrengen na een legaat van fl. 1000,- van Maria Kuyper, ongetrouwde dochter van een predikant die voorheen in Noordwolde had gestaan. In 1967 werd de dwarsbeuk afgebroken. De hele kerk moest daardoor onder handen worden genomen. Het orgel werd toen gerestaureerd (door E.R. Ottes) en aan de torenzijde op de galerij achter de balustrade geplaatst. Eerder was het orgel in 1940 door Vaas en Bron gerestaureerd. De restauratie die de Leeuwarder orgelmakerij Bakker & Timmenga het afgelopen jaar verrichtte, werd zaterdag 25 oktober 2008 officieel afgerond. Bij deze restauratie is het orgel niet alleen helemaal schoongemaakt, ook het hele mechaniek is gecontroleerd en waar nodig hersteld of vernieuwd. Verder zijn de windladen geheel hersteld en er is ook een nieuwe elektrische windmachine aangebracht. Het orgel is naar voren geplaatst en in de balustrade geïntegreerd. Curieus is dat een balk die vóór het orgel langs liep, nu door de orgelkas loopt, precies langs de pijpen in de kas. Op het hoofdwerk werd op de door Van Dam gereserveerde positie een nieuw Cornetregister (3 sterk - discant) geplaatst. Dit kwam in de plaats van het in 1967 door E.R. Ottes aangebrachte Sexquialterregister (2 sterk – discant). De vleugelstukken die in 1967 verwijderd maar gelukkig wél bewaard werden, zijn weer aangebracht. De consoles onder de beide fronttorens die in 1967 verloren gingen, zijn nieuw gemaakt door houtsnijwerker Tico Top uit Kruisweg (Groningen). Gedurende de restauratie werd in de erediensten een in bruikleen gegeven tweeklaviers harmonium gebruikt. Met het hele restauratieproject was zo'n 150.000 euro gemoeid. Het rijk betaalde 70 procent daarvan. De protestantse gemeente van Noordwolde nam zelf zo'n 30.000 euro voor haar rekening. Het resterende bedrag werd bij elkaar gebracht door de provincie, het Prins Bernhard Cultuurfonds en enkele andere particuliere stichtingen. De restauratie vond plaats onder advies van Jan Jongepier uit Leeuwarden.

Nijland op de bres voor kerk, toren en orgel

De Hervormde Gemeente (PKN) én de dorpsbewoners van Nijland hebben zich het afgelopen jaar ingespannen voor de restauratie van 'hun' kerk en het orgel. Het dorp, dat zo'n 1100 inwoners telt, wist ruim 75.000 euro bij elkaar te krijgen. In het weekend van 29 en 30 november 2008 kon iedereen het resultaat bewonderen. Het dorp Nijland is in de 13e eeuw gesticht in het zuidelijk deel van de drooggevallen Middelsee. De eerste kerk werd al snel gebouwd. Van deze kerk resteert de zware, ongelede toren. Oorspronkelijk was deze lager dan de huidige met zijn 48 meter. Ook aan de toren – eigendom van de gemeente Wymbritseradiel – zijn herstel- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. In 1986 onderging de toren in opdracht van de gemeente al een uitgebreide restauratie. De 13e-eeuwse kerk werd in het begin van de 16e eeuw vervangen door de huidige, die grotendeels werd gebouwd uit afbraakmateriaal van de eerste. In de noordmuur bleven restanten van de oude kerk bewaard. Het ruime laatgotische gebouw is opgetrokken uit gele en rode baksteen, meest van het kloostermopformaat. Nadat het kerkinterieur in 1968 was hersteld, onderging de kerk in 1981 en 1982 nog een ingrijpende restauratie. Het ging toen vooral om bouwtechnisch herstel van het exterieur (kap, muren, vensters). Door het verwoestende werk van de bonte knaagkever moest de kerk nu alweer ingrijpend gerestaureerd worden. De eeuwenoude balken van de kerk zitten sinds 1870 achter stucwanden en boven een stucgewelf. Door kou en vocht in de afgesloten ruimten ontstond er op veel plaatsen schimmel op het hout. De bonte knaagkever voelt zich in zo'n omgeving thuis. De larven boren zich in het hout. Dat proces herhaalt zich voortdurend waardoor de houtconstructie steeds zwakker en kwetsbaarder wordt. Op een bepaald moment kan die de muren en het dak niet meer steunen, waardoor dan instortingsgevaar dreigt. Zo ver was het in Nijland nog niet, maar een restauratie was wel noodzakelijk. Eerst moesten de larven en de kevers worden weggehaald. Vervolgens werd het aangetaste hout hersteld, en werden (delen van) nieuwe balken geplaatst. Dat was een tijdrovende en ingrijpende operatie omdat het stucinterieur gedeeltelijk moest worden weggebroken. Daarna is het stucwerk weer in de oorspronkelijke vorm aangebracht.

De kerk is ook opnieuw geschilderd, zowel van binnen als van buiten. Het interieur was wit, en is weer wit geschilderd. In het koorgedeelte van de kerk zijn tijdens de restauratie enkele interessante voorwerpen aan het licht gekomen, onder meer een ingemetselde kruik uit 1516. Niet alleen de kerk is gerestaureerd, ook het orgel heeft een grondige opknapbeurt gehad. Het instrument is in 1840 door Willem van Gruisen voor 3750 gulden gebouwd, inclusief kast en snijwerk. De drie beelden die het orgels sieren, werden in Amsterdam gekocht voor 156,30 gulden. Ze stellen het Geloof, de Hoop en de Liefde voor. De restauratie, uitgevoerd door de firma Bakker & Timmenga onder advies van Jan Jongepier, richtte zich op herstel van handklavieren, pedaalklavier en mechanieken. De frontpijpen werden gepoetst en van nieuw bladgoud op de labia voorzien. Van twee registers werd het pijpwerk vernieuwd in de stijl van Van Gruisen en de totale intonatie werd hersteld. De kosten van de totale restauratie – kerk, toren en orgel – komen uit op net geen miljoen euro. Van het Rijk en de Provincie ontving de Hervormde Gemeente 680.000 euro subsidie, en van verschillende stichtingen en instellingen nog eens 185.000 euro. De restauratiecommissie zamelde daarnaast liefst 75.000 euro in. Daarvan is 30.000 euro opgebracht door allerlei acties, zoals rommelmarkten, verkoop van planten, kaarsen en wijn en verzamelen van oud ijzer. De kerk is letterlijk het middelpunt van het dorp, en zo wordt dat ook bij niet-kerkelijke inwoners ervaren. Op zondagmorgen zitten er doorgaans 100 à 120 mensen in de kerk. De gemeente behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland, maar is geen fusiegemeente. Dat heeft te maken met het feit dat de gereformeerden uit het dorp in Bolsward kerken en daar kerkelijk betrokken zijn. Op vrijdag 28 november was de officiële ingebruikname voor genodigden. Na een terugblik op de restauratie bespeelde adviseur-organist Jan Jongepier het orgel weer voor het eerst.

Dispositie Van Gruisen-orgel:

Hoofdwerk, C - f3: Bourdon 16 voet, Prestant 8 voet, Holpijp 8 voet, Octaaf 4 voet, Fluit d' amour 4 voet, Quint 3 voet, Octaaf 2 voet, Mixtuur 3-4 st., Trompet B/D 8 voet

Onderpositief, C - f3: Fluitdoux 8 voet, Viola di Gamba 8 voet, Prestant 4 voet, Roerfluit 4 voet, Woudfluit 2 voet

Pedaal, C - h: Aangehangen

Restauratie van orgel in particulier bezit

Zolang er Bakker & Timmenga-orgels bestaan (sinds 1880), is de degelijkheid van hun makelij geprezen. Het is dan ook opvallend dat de vroege Bakker & Timmenga-orgels vaak pas nu – ruim honderd jaar na hun ontstaan – restauratie nodig hebben. Dikwijls is het dezelfde orgelmakerij die voor de restauratie tekent. Eén van de vroege éénklaviers Bakker & Timmenga-orgels werd in 1902 voor de toenmalige gereformeerde kerk te Oosterend (Easterein) gemaakt. Het instrument werd op 21 mei 1903 opgeleverd en kostte destijds 1.425 gulden. Het originele bestek en contract zijn nog aanwezig in het bedrijfsarchief van Bakker & Timmenga. Latere werkzaamheden bestonden uit schoonmaken, plaatsen van de elektrische windvoorziening en vervanging van enkele mechaniekonderdelen. Vrijwel al deze werkzaamheden werden door Vaas & Bron uitgevoerd in 1937 en 1955. Het voormalige kerkgebouw en het orgel zijn thans particulier bezit. Vorig jaar is het orgel door Bakker & Timmenga gerestaureerd. De restauratie omvatte de volgende werkzaamheden:

  • Restauratie van de windlade
  • Aanpassing en verbetering van de elektrische windvoorziening
  • Winddicht maken van de balg
  • Aanbrengen van een pneumatische tremulant (op knop Ventiel met nieuw porseleinplaatje)
  • Herstel van het klavier: beleg opnieuw gelijmd en aangevuld
  • Opnieuw bevoeren van het pedaalklavier
  • Zwart verven van de registerknoppen
  • Nazien en stellen van de mechanieken. Er is een veerconstructie op het pedaalmechaniek gemaakt waardoor de pedaalabstracten niet meer meelopen bij manuaalspel
  • Nazien van het pijpwerk: de houten pijpen deels verlijmd, frontpijpen gepolijst en labia verguld.
Het 106-jarige orgel is weer een lust voor oog en oor!

Uitbreiding van het Steendamorgel in Opeinde

In de oude gereformeerde kerk van Opeinde stond een pneumatisch orgel met 12 stemmen, in 1914 geleverd door P. van Dam te Leeuwarden. Het bevatte ouder, 19e-eeuws pijpwerk. Al snel na de overplaatsing van dit orgel naar de nieuwe kerk ging de tractuur zoveel gebreken vertonen, dat besloten werd in de bestaande orgelkast een nieuw tweeklaviers mechanisch orgel tot stand te brengen. Deze opdracht werd verleend aan Sicco Steendam te Roodeschool. Bij de ontmanteling van het oude orgel kwam echter aan het licht dat de hele orgelkast hevig was aangetast door houtworm. Na deze tegenvaller werd besloten tot de bouw van een nieuw orgel. De kerkelijke gemeente van Nijega, Opeinde en De Tike heeft financieel een enorme impuls gegeven voor de nieuwbouw van het orgel. Zonder haar enthousiasme en medewerking waren de nieuwbouwplannen niet te realiseren geweest. Het uitgangspunt van het nieuwe orgel was het 19e-eeuwse pijpwerk dat hergebruikt kon worden. Sicco Steendam kwam met het plan om het nieuwe orgel te kopiëren naar een historisch voorbeeld, namelijk het Bätz-Witteorgel uit 1850 van de Oude Kerk te Rotterdam-Delfshaven. Voor dit orgel had Steendam grote bewondering en de inpassing van het bestaande pijpwerk was geen enkel probleem. Ziedaar de uitgangspunten voor het nieuwe orgel in Opeinde. Op 1 september 1989 kon het instrument in gebruik worden genomen met een bespeling door Geert Bierling, organist van het Witte-orgel in Delfshaven.

Uit het Opeinder orgel blijkt dat Steendam zijn eerste orgel met veel zorg maar vooral met liefde voor het vak heeft gemaakt. Dat is te zien aan de detaillering van de claviatuur, de met leer beklede bank en de profielen van het orgelmeubel. Maar bovenal is het een inspirerend muziekinstrument met een volle warme klank. Na de ingebruikname was er veel belangstelling uit binnen- en buitenland voor het eerste nieuwe orgel van Sicco Steendam. In april 2009 worden een paar gereserveerde registers geplaatst. Het gaat daarbij om de Dulciaan op het bovenwerk en de Bazuin op het pedaal. Bovendien zal een tremulant aangebracht worden. De uitbreiding zal worden uitgevoerd door de bouwer van het orgel, orgelmaker Sicco Steendam.

Dispositie:

Hoofdwerk, C - f3: Prestant 8 voet, Bourdon 16 voet, Roerfluit 8 voet, Octaaf 4 voet, Fluit 4 voet, Quint 3 voet, Octaaf 2 voet, Cornet B/D 5 st., Mixtuur 3-5 st., Trompet B/D 8 voet

Zwelwerk, C - f3: Prestant 8 voet, Holfluit 8 voet, Gamba 8 voet, Salicet 4 voet, Roerfluit 4 voet, Gemshoorn 2 voet, Dulciaan 8 voet (gereserveerd)

Pedaal, C - d1: Subbas 16 voet, Octaafbas 8 voet, Octaaf 4 voet, Bazuin 16 voet, Trombone 8 voet

REDACTIE


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard