ok2005menu


  Muziekboekhandel Boeijenga Friese Orgelkrant 2005

Muziekhandel Boeijenga verhuist en gaat door.

Het zal de meeste lezers van de Friese Orgelkrant niet zijn ontgaan, dat de heer Fedde Boeijenga van de bekende boek- en muziekhandel Boeijenga aan het Sneeker Kleinzand op 6 april 2004 plotseling is overleden. Ongetwijfeld hebben vele lezers ook gehoord, dat de zaak in andere handen is overgegaan. In dit artikel gaan we kort in op de geschiedenis van deze zaak en stellen we de nieuwe eigenaar aan u voor.

Vier generaties Boeijenga

In 1887 begon de overgrootvader van Fedde in Sneek een kantoorboekhandel, die later werd omgezet in een gewone boekhandel. Steeds ging de zaak over van vader op zoon. J.W. Boeijenga, de vader van Fedde, was een zeer actief organist. Hij had les gehad van onder andere de Leeuwarder organisten Paardekoper en Stam en speelde aanvankelijk in de gereformeerde kerk te Sneek, later in de kapel van Bloemkamp te Bolsward. Hij was vaste continuospeler bij de cantatemiddagen van de Bolswarder Martinicantorij, die haar grootste bloei beleefde onder leiding van Gezinus Schrik. Bovendien gaf hij in jonge jaren regelmatig orgelconcerten. J.W. Boeijenga las veel vakliteratuur op orgelgebied en had, mede door zijn bestuursfuncties, vele contacten in de orgelwereld.

Fedde, de vierde generatie Boeijenga, kwam in 1969 bij zijn ouders in de zaak, die langzamerhand een muziekhandel werd met een unieke hoeveelheid orgelmuziek, waar ook vaak buitenlanders kwamen. J.W. Boeijenga is in het harnas gestorven. Hij overleed in 1984 tijdens het orgelconcours in Nijmegen, waar vader en zoon met een stand stonden. Fedde Boeijenga had veel steun aan zijn moeder, die altijd al in de zaak bezig was, maar dat werd minder, toen zij ouder werd. Zij overleed in december 1993. Een grote klap was ook het overlijden – na een ongeneeslijke ziekte – van zijn trouwe huishoudelijk hulp in december 2003. De huishouding was niet bepaald Fedde's hobby! Na het overlijden van Fedde Boeijenga, die ongehuwd was gebleven, had de familie geen opvolger. Wel meldde zich spoedig iemand, die de voorraad wilde overnemen, wat het einde van de zaak zou betekenen. Tot vreugde van Fedde Boeijenga's zuster en haar echtgenoot – en zeker ook tot grote blijdschap van vele organisten en orgelliefhebbers – kwam er kort daarop iemand die de zaak wilde overnemen en voortzetten. Nog in april begon het overleg. Men werd het spoedig eens en al gauw kon de mededeling "voor onbepaalde tijd gesloten" van de deur worden gehaald. Op 25 juni heropende de nieuwe eigenaar, Wybe O. Sierksma, de zaak, voorlopig voor vier middagen in de week.

Nieuwe eigenaar

Wybe Sierksma werd in 1956 geboren. Zijn grootvader, die wagenmaker van beroep was, bespeelde in zijn woonplaats Suameer het kerkorgel. Alle kinderen kregen harmoniumles. Grootvader overleed jong. Tijdens de oorlog woonde beppe in Leeuwarden aan de Bleeklaan. Hoewel de vader van Wybe niet een erg ijverige leerling was geweest, stond hij erop, dat zijn kinderen ook allemaal muziekles kregen. Zo had Wybe harmoniumles van zijn 6e tot zijn 16e. Grote indruk maakte het Reilpositief dat een tante bespeelde tijdens de kerkdiensten in de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk, waartoe de familie behoort. Wybe volgde na het atheneum een opleiding tot registeraccountant en werkte als zodanig tot 1992 in Haarlem. In 1992 verhuisde hij met zijn gezin naar Leeuwarden. Zowel in Haarlem als in Leeuwarden diende hij zijn kerkgenootschap als organist. Het huiselijk harmonium was al eens vervangen door een moderner apparaat, maar dat voldeed niet erg en zo kwam er een huispijporgel van Van Vulpen (2 manualen met elk 3 registers en een Sordun 16' in het pedaal). Voor iemand met een drukke werkkring, die zijn diensten serieus voorbereidt, is zo'n orgel een kostbaar bezit. Dit gold temeer, toen Wybe 5 jaar geleden weer les nam. Het contact met de klant, dat altijd één van de aantrekkelijke kanten van het accountantswerk is geweest, wordt formeler en vluchtiger en lijdt bovendien onder de toenemende regelgeving. Voor Wybe Sierksma reden om iets anders te gaan doen!

De verhuizing

Een groot probleem aan het Kleinzand was al jaren het ruimtegebrek. Immers, wil je de voorraad zo onderbrengen, dat een zoekende klant en de verkoper iets gemakkelijk en snel kunnen vinden, dan moeten componisten op alfabet liggen, moeten koraalbundels, verzamelbanden, lesmateriaal hun eigen plaats hebben. Daarvoor was aan het Kleinzand geen plaats. Voor Fedde Boeijenga met een fotografisch geheugen voor zulke zaken was dat geen probleem, voor een ander wel. Nu had Wybe al een belang in Gobelin Music Publications, de in Akkrum gevestigde uitgeverij van muziek voor brassband, harmonie en fanfare. Ook de eigenaar van dat bedrijf, Sytze van der Hoek, kampte met ruimtegebrek. Besloten werd samen een nieuw pand te zoeken. Een ideale mogelijkheid deed zich voor in Veenhuizen, waar het leegstaande voormalige Directiehotel beschikbaar kwam.

Tot 1980 was Veenhuizen een afgesloten gebied. In het begin van de 19e eeuw ontwikkelde de Maatschappij tot Weldadigheid programma's ter bestrijding van armoede door arbeid. Het dorp Veenhuizen ontstond, doordat mensen een huis met stal en een stukje grond konden krijgen. Naast de vrije landbouwkolonisatie kwamen er semi-penitentiaire gestichten voor asocialen en kleine criminelen. In 1823 werd er gestart met 4000 kinderen, 1500 bedelaars en 500 gezinnen. Veenhuizen moest een autarkie worden, d.w.z. een gemeenschap, die op zichzelf staat en niet afhankelijk is van de buitenwereld. De eigen landbouw moet voorzien in de eigen voedselvoorziening. Er komen eigen ambachtelijke werkplaatsen, eigen onderwijsinstellingen, zelfs een eigen politie en een eigen munt. De strafinrichting, de rijkswerkinrichting en de noodzakelijke huizen en andere gebouwen – waaronder een hervormde en een rooms-katholieke kerk – verrijzen snel en krijgen een karakteristieke architectuur. Na 1980 trekt justitie zich gedeeltelijk terug. Er zijn nog wel de gesloten inrichtingen, maar in het dorp kunnen nu ook mensen wonen, die geen band met justitie hebben. Door de gemeente Noordenveld en de provincie Drenthe wordt samen met het ministerie van Justitie en de Rijksgebouwendienst een stuurgroep ingesteld om nieuwe ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het karakter van de bebouwing moet niet verloren gaan, voor leegstaande gebouwen wordt een nieuwe bestemming gezocht. Daarbij wordt gedacht aan bedrijven, ateliers, een zorghotel, het nationaal gevangenismuseum en toeristische voorzieningen. Er zijn of komen recreatieve routes door het fraaie, bosrijke landschap. Zo wordt erover gedacht de zes wijken (zijkanalen van de Kolonievaart) weer uit te graven. Het realiseren van allerlei grootse plannen kon beginnen, toen het Ontwikkelingsbureau Veenhuizen eind september 2004 bericht kreeg, dat de aangevraagde Kompassubsidie was toegekend.

Het eerste bedrijf, dat zich in Veenhuizen gevestigd heeft, is het Muziekinstituut Veenhuizen, op dit moment bestaande uit Muziekhandel Boeijenga en Gobelin. In oprichting is een derde bedrijf, Music Consultancy, een adviesbureau voor het organiseren van concerten, festivals, masterclasses, cursussen enz. De rooms-katholieke kerk in Veenhuizen heeft een zeer goede akoestiek en leent zich uitstekend voor optredens van bijvoorbeeld een brassband. Het orgel in de hervormde kerk is in 1821 door J. A. Hillebrand gebouwd voor de hervormde kerk van Akkrum. Toen Van Oeckelen in 1856 een nieuw orgel in Akkrum leverde, plaatste hij het Hillebrand-orgel in Veenhuizen. Dit orgel bestaat uit een hoofdwerk en een loos rugpositief. Momenteel wordt het gerestaureerd door Bernhard Edskes. Tot de Veenhuizer plannen behoort ook het organiseren van restauratiecursussen voor orgelbouwers: Bernhard Edskes is voornemens vanuit Veenhuizen restauratiecursussen te organiseren. Overwogen dient te worden orgelbouwers uit het Noorden des lands tijdig bij deze plannen te betrekken.

Tekst

Muziekhandel Boeijenga was in feite een familiebedrijf. Ook nu is dat voor een deel nog het geval. Geert Jan Pottjewijd verzorgde voor Fedde Boeijenga de website. Voor Wybe Sierksma blijft hij dat doen. Wybe Sierksma heeft weliswaar het accountantsvak eraan gegeven, maar tot eind maart 2005 is hij nog twee dagen in de week belast met het management van de Fryske Akademy en het is niet uitgesloten, dat hij nog eens voor een dergelijke opdracht zal worden gevraagd. In de komende tijd wil hij de grote buitenlandse muziekuitgevers gaan bezoeken. Toch komt de klant dan niet voor de dichte deur. In zulke gevallen past soms zijn vrouw, Fenny, op de zaak, maar meestal zoon Arjen. Omdat de schrijver van dit artikel de laatste tijd verscheidene middagen besteedde aan het sorteren van en het zoeken naar een nieuwe bestemming voor "het Boeijenga-archief" was hij vaak aan het Kleinzand. Daar heeft Arjen met grote inzet de voorraad geïnventariseerd en in de computer ingevoerd. Al doende moest hij zich inwerken in een voor hem nieuwe en vreemde wereld (een vakopleiding muziekhandelaar bestaat er tot dusver niet). Voortaan is in één opslag te zien of een bepaalde uitgave aanwezig is. Aanvulling van de voorraad gaat dan automatisch, bovendien geeft dit inzicht hoe groot de voorraad van bepaalde uitgaven moet zijn. Dit is zeer bevorderlijk voor een vlotte levering en een effectieve service. Tot de plannen waarmee reeds begonnen is behoort de uitbouw van de 'uitgeverspoot'. Boeijenga gaf incidenteel eens wat uit, in de nabije toekomst zal dit meer structureel gebeuren. Hiervoor biedt de huisvesting in één gebouw met Gobelin uitstekende mogelijkheden.
Wij wensen Wybe Sierksma en zijn medewerkers veel succes bij het voortzetten van Boeijenga's Boek- en Muziekhandel. De toekomst van deze voor de orgelcultuur in onze regio onmisbare boek- en muziekhandel zien wij met vertrouwen tegemoet.
Folkert Binnema


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard