ok2005menu


  Frits Haaze 40 jaar kerkmusicus Friese Orgelkrant 2005

"De kerk moet een beetje beter geluid geven dan de maatschappij"

Het afgelopen jaar vierden enkele bekenden uit de Friese orgelwereld een jubileum. Op het jubileum van Frits Haaze willen we hier at nader ingaan. Frits Haaze woont in Lemmer en werkt in Lemmer en Sneek. Velen zullen hem kennen als de organist van het majestueuze Maarschalkerweerd-orgel n de Sint-Martinuskerk te Sneek. Aan deze kerk is hij tevens verbonden als koordirigent. Op 28 november vorig jaar is zijn jubileum in de Sint-Martinuskerk van Sneek gevierd met een concert door 'zijn' koor Intermezzo, dat de Hoogmis en een aantal werken van de jubilaris uitvoerde. Medewerking verleende de fluitiste Ellen Hielkema, met wie Frits Haaze al twintig jaar samenwerkt. Pastoor Van Ulden hield een leuke toespraak en speldde Frits Haaze de gouden medaille van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging op. Een geanimeerde receptie sloot de jubileumviering in kerkelijk verband af.

Zijn jubileum als concertgevend organist wordt dit jaar gevierd met twee bijzondere concerten in de Sneker Sint-Martinuskerk: zondagmiddag 5 juni geeft de jubilaris een concert op het Maarschalkerweerd-orgel. Medewerking aan dat concert wordt verleend door de Gregoriaanse vrouwenschola Sint Martinus. Alle ten gehore gebrachte werken zullen in het teken van het Gregoriaans staan. En maandag 12 september komt zijn vroegere docent van het Rotterdams Conservatorium, Jet Dubbeldam, een orgelconcert in de Sint-Martinuskerk geven. Ik zocht Frits Haaze in zijn woonplaats Lemmer op voor een interview over zijn drukke muziekleven

Wie jou ontmoet en spreekt, heeft onmiddellijk in de gaten met een niet-Fries van doen te hebben. Mijn eerste vraag is daarom: Wie is Frits Haaze en waar komt hij vandaan?'

'Ik ben op 23 juli in Den Haag geboren. Dat wil zeggen in het Statenkwartier tegen Scheveningen aan. Ik kom uit een 'liberaal' katholiek gezin waar helemaal niet aan muziek werd gedaan. Mijn vader had een garagebedrijf en noch mijn ouders noch mijn broers deden of doen iets aan muziek. Mijn jongste broer heeft een poosje redelijk piano gespeeld, maar dat is allang verleden tijd. Aanvankelijk had ik ook helemaal geen muziekloopbaan in gedachten. Als jongen aan het eind van de basisschool was het mijn grote droom elektrotechnicus te worden. Het liep echter anders toen ik op 12-jarige leeftijd lid werd van het jongenskoor van de Sint-Antonius Abtparochie in Scheveningen, waar Han van Koert dirigent en organist was. Al spoedig bleek mijn muzikaliteit en mijn muzikale interesse, gevoed door het grote drieklaviers Vermeulen-orgel van de Sint-Antoniuskerk. Twee jaar lang – tot mijn veertiende dus – heb ik mijn ouders aan de kop gezeurd om muzieklessen te mogen nemen. We hadden thuis geen muziekinstrument en daarom werd uiteindelijk besloten dat ik pianolessen bij mijn tante thuis zou krijgen. Ook studeren moest bij mijn tante thuis: elke dag minstens een uur lang. Deze situatie heeft zo’n twee jaar geduurd, toen kregen we thuis een piano. Ik ging naar de rooms-katholieke muziekschool Sancta Maria in Den Haag. Aan het studeren op de piano ging ik fors meer tijd besteden, vaak ten koste van het huiswerk voor school. Maar ik heb de middelbare school toch netjes afgemaakt. Toen steeds duidelijker werd dat ik de muziek in wilde, heeft niet alleen mijn tante maar ook mijn moeder me in die keus gesteund en gestimuleerd. Mijn vader vond het weliswaar leuk dat ik piano kon spelen, maar zag er voor mij geen droog brood in zitten.'

'Toen vaststond dat je van de muziek je beroep wilde maken, wat heb je toen na je eerste pianolessen aan vervolgopleiding gedaan?'

'Op mijn achttiende ging ik naar de interne opleiding van het Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek (NIKK) in Utrecht. Ik volgde die opleiding in het schooljaar 1962-1963. Daarna hield ik het er voor gezien. Anton Vernooy noemt 1962-1963 in zijn boek 'het rampjaar van het NIKK'. Door de ontluikende strijd om inspraak en democratie maar ook om andere redenen liep het dat jaar in Utrecht behoorlijk fout. Voor mij is dat ene jaar toch van onschatbare waarde geweest, want desondanks heb ik er veel geleerd, onder andere van docenten als Bernard Bartelink en Maurice Pirenne.'

"Om de rooms-katholieke kerkmuziek ben ik 't muziekvak ingegaan"

'Nadat ik het NIKK verlaten had, heb ik vier jaar lang privé lessen gehad bij Joop Schouten in Rijswijk. Hij onderwees mij piano, orgel, theorievakken en compositie. Aan hem heb ik veel te danken, eigenlijk heb ik van hem het vak geleerd. Vervolgens ging ik naar het Rotterdams Conservatorium. Ik bleef bij mijn ouders wonen en pendelde dus elke dag van Den Haag naar Rotterdam. Daar studeerde ik piano bij Lily van Spengen en orgel bij Jet Dubbeldam. Examen A deed ik in 1971 en examen B in 1974. Ik heb veel aan piano gedaan, maar ik heb de piano altijd als middel gezien en het orgel als doel. Toen ik al in Friesland woonde heb ik nog een tweejarige opleiding lichte muziek gedaan en op mijn achtendertigste ben ik nog een studie klavecimbel aan het stedelijk conservatorium in Leeuwarden begonnen. Onder leiding van Henk Dekker heb ik daar de akte Docerend Musicus behaald.'

'Waar is je muziekloopbaan begonnen en hoe ben je in Friesland beland?'

'Ik ben uiteraard in de buurt van mijn geboorteplaats begonnen. Advent 1964 werd ik organist aan de Sint-Jozefkapel in Scheveningen, op een lek harmonium. Daarna ben ik assistent-organist geweest aan een aantal Haagse parochiekerken. In september 1965 kreeg ik een vaste plaats als organist van de Heilige-Familieparochie in Den Haag. Verder schnabbelde ik veel bij huwelijken en uitvaarten en als het zo uitkwam trad ik als barpianist in een kroeg op. Tevens was ik zeven jaar organist van de strafgevangenis in Scheveningen. Daarnaast begeleidde ik koren en was ik dirigent van de interkerkelijke zang- en samenspelgroep van het stiltecentrum "De Schakel" in Leidschendam. Ook had ik een kleine particuliere lespraktijk en tenslotte was ik nog verbonden aan de muziekscholen van Gouda, Den Haag en de Bollenstreek als docent piano.

In november 1967 kwam ik op mijn laatste standplaats in 'het Haagse': de Christus Koningparochie in Den Haag Mariahoeve, tegen Wassenaar aan. Daar heb ik zeven jaar met veel plezier gewerkt. Ik heb er mijn echtgenote ontmoet, die er in één van de koren zong. Mijn vrouw is erg muzikaal en heeft veel zangles gehad, in Friesland nog van onder andere Netty Otter. Zij zingt nog steeds bij mij in het koor. Enige tijd geleden is zij begonnen met klarinetlessen. Ik heb als student zonder beurs dus steeds tijdens mijn muziekstudie op enigerlei wijze in de muziek gewerkt. Aan het eind van mijn Rotterdamse conservatoriumstudie stond er een advertentie in het vakblad "Samenklank" van de KNTV (voor rooms-katholieke toonkunstenaars) met de vacature van docent toetsinstrumenten aan de Streekmuziekschool HALEDO te Joure. Ik solliciteerde en werd aangenomen in een volledige betrekking, dat was toen dertig lesuren per week. Deze muziekschool voor de gemeenten Haskerland, Lemsterland en Doniawerstal heet nu SKV It Toanhûs en heeft een dependance in Lemmer. We gingen in Lemmer wonen. Na korte tijd overleed de dirigent van het Lemster parochiekoor. Zodoende stond ik binnen enige weken al weer voor een koor. Na twee jaar kwam ik op de orgelbank van de Lemster katholieke kerk terecht. Helaas verkeerde het oude en verpeste Adema-orgel in een deplorabele staat. In 1978 werd het vervangen door een nieuw Flentrop-orgel. In 1984 had ik genoeg van het conservatisme in de Lemster parochie en stapte ik over naar de Sint-Martinusparochie in Sneek, waar ik nu nog steeds als koordirigent en organist werk.'

'Wat zijn je belangrijkste muzikale activiteiten in Friesland geweest?'

Ik ben vaste begeleider van de Sneker Cantorij, waarvan Bob Pruiksma de dirigent is. Het programma is wisselend, soms a capella, soms met piano- of orgelbegeleiding. Weerkerend element is de kerstvesper op Eerste Kerstdag in de Sint-Martinuskerk te Sneek. Met deze cantorij heb ik een aantal bijzondere projecten gedaan, zoals "Lieten foar it libben" van Wim van Ligtenberg en Jan Dotinga, het project "Kryst in Boazum" in samenwerking met Omrop Fryslân en het project "Sûnder Mis". Het afgelopen jaar hebben we in Sneek twee keer het Requiem van Duruflé uitgevoerd. De producties "Kryst in Boazum" en "Sûnder Mis" zijn ook op cd uitgebracht. Als de Sneker Cantorij een buitenlandse concertreis onderneemt, dan ga ik als begeleider altijd mee. In de herfstvakantie van 2004 waren we bijvoorbeeld in Polen. Incidenteel begeleid ik bij andere koren. Het geven van orgelconcerten heb ik een paar jaar geleden op een laag pitje gezet vanwege een deuk in mijn gezondheid. Ik moest van de dokter schrappen in mijn overvolle agenda. Inmiddels gaat het wel weer wat beter met mijn gezondheid en pak ik de draad van de orgelconcerten wel weer gedeeltelijk op, maar ik houd het rustig: niet meer dan een stuk of twee concerten per jaar.

Veel "buiten de deur" heb ik niet gespeeld. Daarvoor was mijn baan aan de muziekschool te omvangrijk en mijn organistschap bij een bepaald bruisende parochie te druk. Bovendien is het orgel van de Sint-Martinuskerk fantastisch. Als ik over mijn orgel begin, ben ik wel een uur bezig, dan heb ik loftrompetten te weinig. Ook toen het in deplorabele staat verkeerde, was het nog een beauty. Nu het een paar jaar geleden zo fraai gerestaureerd is, ben ik helemaal in de wolken. De parochianen houden ook van hun orgel. Pastoor Van Ulden en ik hebben er hard voor geijverd om het zover te krijgen. Veel hobbels moesten er worden genomen. Zelfs toen bleek dat de gemeente Sneek er – ondanks een subsidiabiliteitsverklaring van Monumentenzorg – geen cent voor gaf, zijn we stug doorgegaan. De zaak is nu voor het grootste deel door de parochie zelf gefinancierd en dat heeft ook zijn voordelen: we zijn nu volledig eigen baas. Geen geld van de overheid betekent ook geen zeggenschap voor de overheid. We hoeven dus geen kerkonwaardige concerten van bijvoorbeeld Frans Bauer of Ivan Rebroff te organiseren. De kerk moet een beetje beter geluid geven dan de maatschappij. Ook zakenontbijten hoeven niet. Onze kerk in Sneek is nog gewoon gebedshuis en huis van God.'

"Onze kerk is nog gewoon gebedshuis en huis van God"

'Van de orgels in andere rooms-katholieke kerken in Fryslân ken ik die in Heerenveen en Sint Nicolaasga het beste. In Heerenveen heb ik nogal eens geconcerteerd en ook wel de mis gespeeld. In Sint Nicolaasga heb ik jaren op het orgel lesgegeven. Incidenteel speelde ik in rooms-katholieke kerken in andere Friese plaatsen. Ik heb het idee dat het met de rooms-katholieke orgels in Fryslân redelijk gesteld is, al zitten er ook een paar slechte bij. Het pas gerestaureerde orgel in de Sint-Werenfriduskerk van Workum is schitterend. Heerenveen heeft één van de oudste Adema-orgels. Dokkum heeft een mooi Van Dam-orgel, evenals Wytgaard. Alleen staat het orgel in Wytgaard helaas te verkommeren. Van Sint Nyk hoop ik dat het in potentie prachtige Ypma-orgel eindelijk eens goed afgewerkt wordt. En Leeuwarden? De Leeuwarder Bonifatiuskerk verdient natuurlijk een goed orgel. Eigenlijk vind ik dat het Van Dam-orgel uit de voormalige Westerkerk in Leeuwarden erheen moet.'

'Je bent niet alleen muzikaal actief. Op internet ontdekte ik, dat je ook bestuurlijk actief bent in de KDOV. Heb je nog andere bestuurlijke functies binnen de katholieke muziekwereld?'

'Ik ben al elf jaar bestuurslid van de KDOV, de Katholieke Dirigenten en Organisten Vereniging. Dat is de in 1917 opgerichte vakvereniging voor de professionele rooms-katholieke kerkmusicus. Mensen met de bevoegdheid Kerkmusicus III mogen er overigens ook lid van worden. Sedert 1996 ben ik eveneens eindredacteur van het KDOV-blad. Verder ben ik 9 jaar penningmeester geweest van de diocesane Sint-Gregoriusvereniging van het bisdom Groningen. Tevens was ik zo'n tien jaar bestuurslid van de KKOR, de Katholieke Klokken- en Orgelraad. Beide functies heb ik om gezondheidsredenen opgegeven. Bij de KDOV zit ik mijn laatste termijn uit. Ik heb dat dan twaalf jaar gedaan en ik wil geen bestuurs-museumstuk worden. In plaats van mijn lidmaatschap van de KDOV komt dan eind dit jaar het bestuurslidmaatschap van de KNOV district Friesland, niet katholiek maar wél belangrijk. Ik doe weer wat dingen voor de diocesane Sint-Gregoriusvereniging en sinds kort werk ik ook incidenteel voor de KKOR. Mijn eerste klus voor de KKOR was de overplaatsing van het Koch-orgel van de gereformeerde kerk in Noardburgum naar de katholieke kerk van Burgum. Weliswaar geen groot project, maar toch leuk om te doen.'

'Dat is een hele werklijst, als je al je activiteiten opsomt. Over een jaar ga je met pensioen. Blijft een gepensioneerde Frits Haaze zo actief betrokken bij het rooms-katholieke kerkmuziekleven?'

'Ik blijf absoluut betrokken bij de rooms-katholieke kerkmuziek. Zoals gezegd, blijf ik een aantal bestuurlijke taken doen en natuurlijk blijf ik spelen en dirigeren in Sneek. Ik hoop in elk geval tot mijn zeventigste en daarna zien we wel weer verder. Het zijn dingen die best veel tijd kosten. Financieel brengen ze meestal geen fluit op, maar het is wel je lust en je leven. Om de rooms-katholieke kerkmuziek ben ik het muziekvak ingegaan.'

"Kerkmuziek brengt financieel geen fluit op, maar 't is wel je lust en je leven"

'Daarnaast heb ik nog mijn hobby's. Ik ben jarenlang basgitarist in diverse jazzensembles geweest. De laatste vijftien jaar speel ik in een kleine combo, dat vanwege de toegenomen gemiddelde leeftijd, niet zoveel meer optreedt. We maken gewoon muziek voor de lol. En dan heb ik nog hobby's die niks met muziek te maken hebben. 's Zomers ben ik in de tuin bij huis bezig, maar dan vooral met mijn modelspoorbaan. Zowel op zolder als in de tuin heb ik een grote modelspoorbaan. De laatste paar jaar ben ik ook weer behoorlijk fanatiek gaan tekenen en schilderen. Voorts neem ik cd's in eigen beheer op en ik mag ook graag de videocamera hanteren en dan daarna er het nodige mee uithalen op de computer. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: techniek zit kennelijk in de genen. Niet voor niets droomde ik er als jongen van elektrotechnicus te worden. Het is de muziek geworden. Hoewel ik eerder wist wat een steeksleutel is dan een G-sleutel, heb ik nog steeds geen spijt van die keus, want bij de kerkmuziek ligt mijn hart.'

We hebben het interview via e-mail voorbereid en dingen tevoren voor elkaar op papier gezet. Ons gesprek is daarom vlot verlopen. Als we de koffie op hebben en ik aanstalten maak om op te stappen, komen we, omdat ik eveneens in Den Haag heb gewoond, nog even op 'de residentie' terug. Net als ik blijkt ook Frits Haaze een liefhebber van voetbal te zijn. Maar een fan van ADO Den Haag is hij niet. Dicht tegen Scheveningen aan geboren, was hij altijd een aanhanger van SHS (Scheveningen Holland Sport), waar, zo weet hij te vertellen, beroemdheden als Wim Landman, Mick Clavan en Guus Haak nog gespeeld hebben. Toen ADO en SHS fuseerden tot FC Den Haag en al spoedig bleek dat mensen van het vroegere ADO de nieuwe club domineerden, wendden vele SHS'ers zich van FC Den Haag af. Zo heeft ook Frits Haaze FC Den Haag, dat nu ADO Den Haag heet, al ver vóór de supportersrellen de rug toegekeerd. Nu is hij voor Feijenoord, want een Hagenees voor Ajax, dat is voor hem een brug te ver.
JSJ


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard