ok2002menu


  Intonateur Henk Braad: 'Je moet niet de
intentie hebben een orgel je wil op te leggen'
Friese Orgelkrant 2002

Henk Braad is intonateur bij de orgelmakerij Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Als zodanig is hij een belangrijke schakel in het proces, waarbij een orgel zijn uiteindelijke klankkleur krijgt. Verantwoordelijk en dankbaar werk. Vele orgels zijn onder zijn handen door gegaan. Bijvoorbeeld de recentelijk gerestaureerde orgels in het hervormde kerkje van Duurswoude (Wijnjewoude) en in de Waalse kerk van Leeuwarden. Binnenkort gaat hij met het Baderorgel in Dronrijp aan de slag. Alweer een fantastische uitdaging. Wat doet een intonateur eigenlijk? Als geïnteresseerde leek had ik wel een flauwe notie, maar het fijne wist ik er niet van. Na lezing van enkele passages uit de orgelboeken 'De toegang tot het orgel' en 'Luisterrijk' durfde ik een afspraak te maken voor een interview. Ik zocht Henk Braad op in de hervormde kerk van Aldtsjerk, waar hij met een orgel uit 1883 aan het werk was.

Om vier 's middags heb ik met Henk, die ik nog nooit eerder heb ontmoet, afgesproken. Ik kan dan in de kerk van Aldtsjerk, halverwege Leeuwarden en Dokkum, nog wat rondkijken en uit eigen waarneming zien en horen wat een intonateur zoal doet. Als Henk om een uur of half vijf die dag klaar is met zijn werk, kan het interview beginnen. Ik kan die middag niet over de auto beschikken, dus neem ik de bus naar Aldtsjerk. Ik ben aan de vroege kant, het is net half vier geweest. Dat geeft me de gelegenheid het exterieur van de kerk plus zadeldaktoren eens nader onder de loep te nemen. De kerkmuren laten een allegaartje van steensoorten, pleisterwerk en dichtgemetselde ramen en poortjes zien. Het wekt de indruk van een lange, veelbewogen historie. Op het mededelingenbordje aan het hekwerk rond de kerk staat vermeld, dat er in juni, juli en augustus tussen 14.00 en 16.00 uur rondleidingen in de kerk zijn. Een bevestiging van het gerezen vermoeden dat van een oude en interessante kerk sprake moet zijn. Ik ga naar binnen en onderga de weldadige rust van een Friese dorpskerk. Die rust duurt echter niet lang, want al gauw klinkt het indringende geluid van orgeltonen tot me door. Ik kijk op naar het orgel waarin diverse lampen branden. Ergens daarbinnen in het orgel moet Henk Braad, de intonateur, zich bevinden. Een collega drukt één voor één een toets in, zoals dat bij het stemmen van een orgel hoort. Er komt allerlei gepiep, gefluit en gekraak vanuit het binnenste van het orgel. Na 'ja' wordt het letterlijk en figuurlijk eentonige indrukken van een toets vervolgd. Ik krijg klanken te horen, die de kwalificatie muziek niet verdienen.

Ik maak van de gelegenheid gebruik enkele aantekeningen over het interieur te maken en enkele foto's te nemen, natuurlijk ook van het front van het Bakker & Timmenga-orgel uit 1883. Ik zie drie herenbanken, waarvan één met werkelijk bijzonder fraai houtsnijwerk. In het achterschot van de herenbank in het koor staan de tien geboden vermeld. Dat achterschot wordt geflankeerd door twee wandborden, één uit 1782 en één uit een jaar, dat ik met moeite uit de oud-Romeinse cijfers weet te destilleren: 1834. Als ik weer thuis ben, wil ik alles in 'Het Friese kerkinterieur' (Friese Pers Boekerij, Leeuwarden 1995) nog eens nalezen. Als ik de kansel en de grafzerken op de vloer nader heb bekeken, is Henk Braad kennelijk uit het orgel te voorschijn gekomen, want ik hoor nu echte muziek. Hij heeft zich aan de klaviatuur van het orgel gezet en speelt welluidende korte stukjes met steeds maar één register open. Ik hoor twee verschillende fluiten, een viola de gamba en een hoorn, denk ik. Dat laatste register blijkt straks een cornet te zijn geweest. Een opvallend mooie, sonore en ronde klank. Henk is organist in Oldemarkt, vlak over de grens met Friesland in Noord-west Overijssel. Harmonieuze melodieën komen schijnbaar gemakkelijk uit zijn vingers. Na een kwartier duikt hij opnieuw het orgel in, terwijl zijn collega weer aan de klaviatuur plaats neemt. Er klinken commando's als 'b1, c groot' en de tonen die het orgel vervolgens geeft, worden hoorbaar aangepakt. Eén en ander gaat vergezeld van een zacht geklop uit het orgel.

Het is inmiddels ruim over vieren en ik zoek de trap naar het orgel. Daarbij valt mijn oog op het bord van de predikanten die in deze hervormde kerk van Aldtsjerk hebben gediend. Het bord vermeldt, dat na de Reformatie van 1517 priester Sicco Wibius als aanhanger van 'de nieuwe leer' in 1567 nog naar Makkum moest vluchten. Vervolgens worden de hervormde predikanten van 1609 tot heden opgesomd. Ook hieruit blijkt dus dat het inderdaad om een oude kerk gaat.
Boven tref ik Henk Braad en zijn collega aan. Het orgel waaraan zij werken, is een B&T-orgel uit 1883. Waarschijnlijk het derde orgel van Bakker en Timmenga (B&T) als zelfstandige orgelmakerij. Het is een tweeklaviersorgel met een aangehangen pedaal. Het bovenwerk heeft 6 stemmen en het hoofdwerk 9, waaronder een Bourdon 16 voet. De orgelkas is zwart, hetgeen een plechtige uitstraling geeft.
Henk vertelt enthousiast één en ander over het orgel, dat nog volledig in de oorspronkelijke staat verkeert: alle pijpen staan nog op dezelfde plaats als in 1883.
Met vanzelfsprekend gemak vertelt hij over de rijen pijpen en pakt af en toe één uit het orgel om te laten zien hoe gaaf het pijpwerk in Aldtsjerk gebleven is. Overal weet hij interessante details toe te voegen: over de glans van het orgelmetaal, over de bolling van het onderlabium, over het herstel van een kop als een tong teveel ruimte krijgt, over bewaard gebleven mallen om de kop van de pijp te gieten en over het traditionele 'strijkijzer' om pijpen mee te polijsten of te 'ronden' en ga zo maar door. Alle karakteristieke kenmerken van groepen pijpen of zelfs individuele pijpen houdt Henk bij. Hij heeft daarvoor speciale dagboeken, zoals hij ze noemt, aangelegd. Het dagboek in wording van Aldtsjerk ligt op een stoel en wordt erbij gepakt. Het staat vol met aantekeningen, verwijzingen en foto's. Eén functie die zo'n dagboek kan hebben, is het bieden van voorbeelden voor het maken van replica's van pijpen uit een bepaalde periode. Ook in andere opzichten kan Henk Braad zijn voordeel doen met de bijgehouden dagboeken. Misschien gaan die dagboeken later nog eens in de computer, maar vooralsnog handt deze ouderwetse vorm van erslaglegging het beste.
Opzij van het orgel liggen de pijpen van de trompet keurig op een rijtje. Ergens op een bovenrand liggen al even keurig de pijpen van de woudfluit. Die twee registers moeten nog geplaatst worden.
Henk Braad speelt nog even wat om me de reeds geplaatste en al weer gestemde registers te laten horen. Hij is niet ontevreden met het resultaat tot nu toe. Het is al vijf uur geweest als we aanstalten maken om te vertrekken. Henk en ik zullen ons gesprek onder het genot van een kopje koffie elders voortzetten. Vóór we in de auto stappen wordt alle gereedschap nauwkeurig gecontroleerd. Geen enkel gereedschap blijft op een verkeerde plaats liggen, want door een windvlaag of trilling zou het kunnen vallen en iets in het orgel beschadigen.

Achter een kopje koffie praten we verder. Eén ding wil ik in elk geval nog weten: hoe word je vredesnaam intonateur? Een onalledaags beroep in een kleine bedrijfstak zonder geëigende opleiding. En dan blijkt Henk Braad al gauw geen uitzondering te vormen op de regel dat we erfelijk belast zijn. Opa Braad was een goeie amateur-musicus. Hij was organist in de hervormde kerk van Oldemarkt en tevens dirigent van twee muziekkorpsen. In 1960 werd 'zijn' orgel door Bakker & Timmenga uit Leeuwarden gerestaureerd. Zelf kreeg Henk orgelles vanaf zijn elfde jaar. Dat hij niet zonder aanleg was, blijkt uit het feit dat hij op zijn vijftiende al kerkorganist werd. Toen Henk in 1971 de middelbare school had doorlopen, was de grote vraag: 'Wat nu?' Welke beroepsrichting moest hij kiezen? Hij zou misschien de kant van de muziek op kunnen en ook de techniek trok hem wel. Een beroepskeuzetest moest uitkomst brengen. Die wees echter uit, dat Henk als zoon van een RABO-bankdirecteur zijn opleiding het beste in administratieve richting zou kunnen vervolgen. Zouden zijn 'dagboeken' van nu toch een zekere administratieve aanleg verraden? Maar Henk zag een administratief beroep eerlijk gezegd niet zo zitten. En toen was daar opeens die oom met de gouden tip: 'Zou je niet voor het werk van orgelbouwer voelen?' Dat was het: muziek en techniek in één. Op eigen initiatief reisde Henk weldra naar de dichtstbijzijnde orgelmakerij, die van Bakker & Timmenga in Leeuwarden. Die was bovendien bekend vanwege de restauratie van opa's orgel. Tot zijn verrassing werd hij meteen aangenomen. Weliswaar als een soort manusje van alles, eerst op proef voor drie maanden en tegen geringe vergoeding, maar tóch. In die periode kreeg orgelmakerij B&T veel werk. Zo werd in 1973 aan de restauratie van het Müller-orgel in de Grote Kerk van Leeuwarden begonnen. En dus mocht Henk blijven. En zoals u begrijpt, ook daarna is hij gebleven en hij is er nog steeds. Dierbare herinneringen bewaart hij aan de leerzame beginjaren, waarin hij veel met toenmalig directeur Dam optrok. Helemaal onderaan in het bedrijf begonnen, is hij opgeklommen tot wat hij nu is: een buitengewoon gerespecteerd intonateur. Tussen zijn werkzaamheden bij B&T door studeerde hij van 1981 en 1986 aan de Muziekpedagogische Academie (MPA) in Leeuwarden. Hij werd mede aangenomen dankzij het feit dat hij in 1980 te Joure meedeed aan een orgelconcours voor amateurorganisten en de derde prijs won. En dat nog wel met een Jos vd Kooy en een Theo Jellema in de jury. In zijn beroep heeft hij vooral profijt van vakken als algemene muziekleer en harmonieleer, die hij daar moest volgen.

Nadat ons een tweede kopje koffie is gebracht, ontvouwt Henk Braad zijn filosofie: 'Je moet je in dit werk onderwerpen aan de parameters van het orgel en niet de intentie hebben je wil aan een orgel op te leggen door te denken 'Ik zal dit orgel wel eventjes mooi maken.' Je moet de karakteristieken respecteren, ook die je in eerste instantie misschien minder mooi vindt. Alles alleen maar mooi maken, is niet goed. Dan wordt de klankkleur doods. Een koor met dertig verschillende stemmen is mooier, dan een gelikte opname waarbij dertig keer één en dezelfde stem is opgenomen. De consequentie is dat je daardoor vaak op de rand van het aanvaardbare balanceert'. Braad lijkt gemakkelijk met die spanning om te kunnen gaan. Hij straalt gedrevenheid uit, maar dan wel gepaard aan evenwichtigheid. Hij overweegt alles, hecht aan goed overleg met anderen, is bereid zijn keuzen ter discussie te stellen, maar loopt niet voor zijn verantwoordelijkheid weg. Dat Braad in zijn werk letterlijk en figuurlijk met overleg te werk gaat, blijkt ook uit de nadruk die hij legt op het feit, dat een orgelrestauratie teamwork is. Binnen de orgelmakerij moeten de houtafdeling en de metaalafdeling hun werkzaamheden optimaal op elkaar afstemmen en de samenwerking van de intonateur met de orgeladviseur, bijvoorbeeld Jan Jongepier, dient eveneens perfect te zijn. De technische gegevens die de adviseur aanlevert, moeten door de intonateur op papier tot werkopdrachten uitgewerkt worden, die hij voor een deel ook zelf uitvoert. Ook tussendoor moet de communicatie goed zijn.
Soms is ook samenwerking met andere orgelbouwers gewenst. Voor het maken van een nieuw register, een replica, in het Schnitger-orgel van Duurswoude reisde Henk samen met adviseur Jan Jongepier af naar Alkmaar om in het rugwerk van het grote Van Hagerbeer/Schnitger-orgel een voorbeeld te kunnen aanschouwen. Flentrop Orgelbouw uit Zaandam, die dat orgel in 1987 restaureerde en het in onderhoud heeft, werkte volop mee.
Dit illustreert overduidelijk twee dingen: ten eerste dat de werkzaamheden van een intonateur zich niet beperken tot de eindfase van een orgelrestauratie of -nieuwbouw. En ten tweede dat het werk van orgelbouwers in het algemeen en dat van een intonateur in het bijzonder - of althans het resultaat van hun werk - zich voor een groot deel in de openbaarheid afspeelt. Vakgenoten kunnen een orgel van binnen gaan bekijken, organisten gaan erop spelen en er wordt veel over geschreven. Foefjes en trucjes om een 'concurrent' af te troeven hebben voor een intonateur dan ook weinig zin. Het gaat er veeleer om op basis van inzicht, feeling en ervaring de klankkleur van een orgel optimaal te krijgen. Professionele kennis omtrent verschillende materialen, de invloed van variatie in de wanddikte van orgelpijpen, mensuren etcetera is daarbij niet meer en niet minder dan de basis. Om je inzichten te verrijken is een goede samenwerking met anderen noodzakelijk. Het grote werkgebied van orgelmakerij B&T met vele tientallen orgels staat borg voor een verdere uitbouw van Braads professionele kennis en ervaring.
Hij kijkt met genoegen terug op de recente restauraties. Zoals in Duurswoude, waar een Sexquialter, een Mixtuur en een Vox Humana nieuw gemaakt moesten worden. En zoals in de Waalse Kerk van Leeuwarden, waar tijdens de restauratie van 1950 de opsneden verlaagd waren. Na onderzoek in de overige Schwartsburg-orgels van Friesland zijn die verlagingen weer ongedaan gemaakt, zodat de oorspronkelijke klankkleur weer zoveel mogelijk teruggehaald is. Binnenkort volgt het unieke Baderorgel in Dronrijp. Daar gaat Henk Braad op afzienbare termijn met het afrondende stemmen en intoneren beginnen. Tijdens de najaarsexcursie zullen we ongetwijfeld volop kunnen genieten van het resultaat van de inspanningen van Henk Braad en van allen waarmee hij samengewerkt heeft.

JSJ


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard