ok2002menu


  Friese orgels gaan op reis Friese Orgelkrant 2002

Nu de kerkgangers "Samen op weg" gaan, worden er in veel plaatsen kerken gesloten. Daardoor komen er orgels te koop, die je - al hebben ze voor bespelers en kerkgangers vaak een grote emotionele waarde – in veel gevallen aan de straatstenen niet kwijt kunt, zelfs niet voor een prijs die ver onder de eigenlijke waarde ligt. Een tweetal Friese orgels vond echter een goede bestemming. Het orgel van de Gereformeerde Noorderkerk in Sneek verhuisde in 2001 naar de Lutherse Andreaskerk te Rotterdam. Dit orgel werd in 1967 door Blank gebouwd onder advies van Dirk Jansz. Zwart. Aanvankelijk had het 13 stemmen met 7 reserveringen. Na enige tijd werd de Trompet 8’ ingebouwd. In 1988 vond er herintonatie plaats door de gebroeders Reil, die tevens enige nieuwe registers plaatsten. Onder advies van Jan Jongepier verzorgde Reil de overplaatsing naar Rotterdam, waarbij de lege slepen eindelijk van pijpwerk werden voorzien. Dit orgel gold al als veel fraaier dan het twee jaar eerder eveneens door Blank gebouwde orgel met een identieke dispositie in de Oosterkerk van Sneek, In Rotterdam werd opnieuw aan de intonatie gewerkt. Dankzij adviseur en orgelbouwer is het nu nog mooier dan het in de Noorderkerk van Sneek al was.

Dispositie (zonder jaartal betekent 1967):
Hoofdwerk   Rugwerk
Prestant 8'   Holpijp 8'
Roerfluit 8'   Prestant 4'
Viola 8' (19e  eeuw)   Fluit 4' (1988)
Octaaf 4'   Woudfluit 2'
Speelfluit 4'   Sesquialtera II (vanaf c')
Octaaf 2' (2001)   Nasard 2 2/3' (tot 1988 op HW)
Mixtuur IV-V   Scherp III (2001)
Trompet 8'   Dulciaan 8' (2001)
     
Tremulant   Tremulant
     
    Pedaal
Manuaalomvang C-g'''   Subbas 16'
Pedaalomvang C-f'   Prestant 8'
    Fagot 16' (2001)
    Cornet 4' (2001)

Tot 1988 was het verschil van Prestant 8’ plus Octaaf 4’ met Prestant 8’ plus Octaaf 4’ plus Mixtuur wél erg groot. Daarom werd in dit jaar het 2’ koor uit de Mixtuur als aparte 2’ op de plaats van de Nasard gezet. Dit koor is nu weer in de Mixtuur teruggeplaatst.

Het orgel van de Gereformeerde kerk te Oudega (gemeente Wymbritseradiel) kwam begin 2001 te koop. De Christelijk Gereformeerde Kerk te Leeuwarden toonde belangstelling. Weliswaar staat in haar kerkgebouw aan de Huizumerlaan een goed en groter orgel, maar men zocht een instrument voor de nieuwe kerk van de Roemeense partnergemeente in een buitenwijk van Cluj. Hierop besloot Oudega het orgel gratis ter beschikking te stellen. Hiervoor is een woord van waardering op zijn plaats. In de week voor Pinksteren 2001 demonteerde de jonge orgelbouwer Joszef Albert uit Cluj met hulp van vrijwilligers het orgel. Het werd voorlopig opgeslagen bij de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk in Leeuwarden, waarna het in oktober 2001 door leden van de Christelijk Gereformeerde Kerk naar Cluj werd gebracht. Hoewel het orgel van Oudega nog net geen honderd jaar oud is, is het meerdere malen gewijzigd. Omdat men in Cluj het orgel wilde uitbreiden, was enig onderzoek naar de historie gewenst. Bouw en restauraties van het orgel zijn altijd een taak geweest van voor dat doel gevormde orgelcommissies, die het geld bijeenbrachten d.m.v. intekenlijsten, giften en collecten. Een belangrijke inkomstenbron was dan gewoonlijk het schapen- of lammerenfonds. De contracten met de orgelbouwers – die er zeker geweest zijn – bleven, als de commissie na bewezen diensten weer werd opgeheven, gewoonlijk bij mensen thuis en verdwenen in de loop der tijd. Vaak wordt in de notulen van de kerkenraad de naam van de orgelbouwer zelfs niet genoemd.
De advertentie, waarmee het orgel te koop werd aangeboden, spreekt over 7 registers in het manuaal en een pneumatische Subbas voor het pedaal, noemt als bouwers Vaas en Bron en als bouwjaar ongeveer 1890. Aangezien Vaas en Bron hun bedrijf stichtten in 1932 (daarvoor werkten zij bij P. van Dam), is het onwaarschijnlijk dat zij in 1890 al zelfstandig een instrument bouwden.
De Gereformeerde Kerk van Oudega-Wymbritseradiel is geïnstitueerd op 11 maart 1988 onder leiding van ds. dr. L.H. Wagenaar uit Heef. Er wordt een kaaspakhuis gekocht, dat ingericht wordt als kerk. Er moet spoedig een orgel of misschien een harmonium zijn geweest. In 1890 wordt er namelijk een koraalboek gekocht “bij het orgel” (kosten fl. 1,75) en 11 mei 1902 wordt er fl. 3,- betaald wegens orgelreparatie. In 1903 spreekt de kerkenraad over de aanschaf van een nieuw orgel. Het bestaande orgel voldoet niet. Dat zal worden afgeschaft en men wil proberen een gebruikt, maar goed orgel te vinden. Men denkt 1000 gulden nodig te hebben, dat wil zeggen een bedrag dat overeenkomt met het jaartraktement van de predikant.
In 1904 komt er inderdaad een nieuw orgel, dat op 18 juli van dat jaar door J. Proper uit Kampen boven de hoofdingang wordt geplaatst.

De dispositie in 1904:   De dispositie na 1980:
Prestant 8'   Prestant 8'
Roerfluit 8'   Roerfluit 8'
Viola di Gamba 8'  

Viola di Gamba 8'
Octaaf 4'   Octaaf 4'
Fluit 4'   Fluit 4'
Cornet 4 sterk discant   Sesquialter 2 sterk discant
Octaaf 2'   Octaaf 2'
     
Ventiel   Manuaalomvang ongewijzigd
     
Manuaalomvang C-f'   Pedaal C-d (27 toetsen)
    Subbas 16'
Pedaal C-b  (24 toetsen)    
aangehangen   Pedaalkoppel

In 1925 blijkt een reparatie van het orgel noodzakelijk. Klaas Doornbos uit Groningen krijgt de opdracht. De Kosten bedragen 375 gulden. In 1928 verplaatsen Bakker & Timmenga het orgel naar een nieuw galerijtje boven de preekstoel. Dit kost, samen met wat reparatiewerk, slechts 350 gulden. Een door B & T op fl. 1285,- begrote grondige onderhoudsbeurt wordt dus niet uitgevoerd. Na de verplaatsing kunnen organist en balgentreder hun plaats alleen buitenom bereiken, waarbij de balgentreder dan nog achter het orgel langs moet. Ter vergelijking: in 1925 bedroeg het jaartraktement van de predikant (gewoonlijk ruim de helft van het kerkelijk budget) fl. 3000,-. In augustus 1938 vindt voor het eerst sinds de verplaatsing weer een stemming plaats, hetgeen tot 1925 één keer per twee jaar gebeurde. Tot oktober 1945 is er dan geen onderscheid. In 1950 constateert de orgeladviescommissie van de Gereformeerde Organistenvereniging, dat het orgel in slechte staat verkeert. In 1951 en 1952 restaureren Vaas en Bron het orgel. Er komt een elektrische windvoorziening en de dispositie wordt als volgt gemoderniseerd:

1. De Cornet wordt omgewerkt tot Sesquialter 2 sterk vanaf c' door het 4'- en het 2'- koor van de Cornet te verwijderen en de intonatie aan te passen.
2. Het orgel wordt uitgebreid met een Mixtuur 2-3 sterk op een kantsleep, geplaatst aan de achterkant van de lade.
3. Het pedaal krijgt een nieuwe klaviatuur, omvang C – d' met een Bourdon 16' op de pneumatische kegellade. De pedaalmechaniek wordt gewijzigd in een vrij instelbare koppelmechaniek.
4. Er wordt een "Baskoppel" aangebracht. Dit is een pneumatisch transmissieapparaat, bestaande uit een windkastje achter het manuaal in directe verbinding met het koppelblok, ingebouwd in het pedaalwindkastje. Hierdoor kunnen de onderste 18 tonen van het pedaalregister in het manuaal klinken. In dat toongebied valt bij het koraalspel gewoonlijk de Bas, de andere stemmen vallen daarboven. Bij het gebruik van de Baskoppel klinkt het dan alsof de organist Pedaal speelt. Deze elegante vorm van 'concurrentievervalsing' heeft voor de zondagse praktijk in een dorpskerk veel voordelen.
Het aanbrengen van de kantsleep met Mixtuur en de Subbas voor het pedaal heeft als gevolg dat er achter het orgel geen ruimte is, de achterwand van het orgel vervalt (gedeeltelijk?), het pedaalregister staat tegen de buitenmuur van de kerk en het inwendige van het orgel is alleen bereikbaar door een smalle loopplank over de steunbalken. De totale kosten bedragen fl. 7000,-; de nota van de orgelbouwer is fl. 5645,-, de rest is rente en aflossing. In 1952 is het traktement van de dominee fl. 4150,- per jaar.
Ondanks regelmatig onderhoud blijven er klachten over het orgel, wat mogelijk te maken heeft met plaatsgebrek op de galerij (open achterwand en opstelling tegen een niet-geïsoleerde buitenmuur). In 1979 en 1980 vindt opnieuw een restauratie plaats, nu door Flentrop. De Baskoppel en de Mixtuur, die een kwalijke invloed op de windverdeling schijnt te hebben, komen te vervallen. De rekening van Flentrop bedraagt in totaal fl. 31.782,57 (inclusief 18% BTW). Oudega heeft dan al enige jaren geen eigen predikant meer – dat werd te duur - , maar ook dit bedrag komt zeker overeen met het traktement van een jong predikant in een kleinere gemeente.

Nadien heeft het orgel geen wijzigingen meer ondergaan. Het heeft gefunctioneerd tot en met de laatste dienst op 19 november 2000. De ingebruikname van het orgel in Cluj is gepland op 28 april 2002. Bij de opbouw wordt rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding met een Mixtuur, die gekoppeld zal worden naar de Mixtuur van het orgel in de christelijk gereformeerde kerk te Leeuwarden.
Roemenië heeft tal van orgels in de niet-orthodoxe kerken, al verkeren ze niet allemaal in even goede staat. Er zijn elf orgelbouwers in Roemenië. Er bestaat een gedegen orgelopleiding en er zijn tal van organisten, ook jonge. Het grootste probleem is, dat er in het hele land helaas geen orgelmuziek te verkrijgen is. Als u muziek over heeft en die wilt afstaan, laat dat dan even weten aan de administratrice van de Stichting Organum Frisicum (mw. J. de Vries, telefoon 0511 – 476042). De stichting bemiddelt graag voor het transport naar Roemenië.
Tot slot: omdat we de prijzen steeds hebben vergeleken met het traktement van de predikant volgt hier nog één vergelijking. De opbouw in Cluj is geschat op 750 DM, dat wil zeggen iets minder dan 3 maanden traktement van een Roemeens predikant.

Folkert Binnema

(Met dank aan de orgelbouwers Bakker en Timmenga, Flentrop, Pels en Reil voor de informatie uit hun archieven en aan Martin Verheij van het Dienstencentrum, die het grootste deel van de gegevens voor me opzocht.)


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard