ok2000menu


  Organist, klavecinist en klavecimbelbouwer Friese Orgelkrant 2000

In gesprek met Broer de Witte

Ergens in een achterafstraatje in de Leeuwarder binnenstad woont Broer de Witte. Wie niet weet dat hier een instrumentbouwer woont, wiens instrumenten zelfs in verre landen als Brazilië en Japan staan, landen zal het historische pand gewoon voorbij lopen. Trouwens ook zijn werkplaats, momenteel gevestigd in een groot gebouw aan de Emmakade, merkt de voorbijganger niet op. Wellicht is dit kenmerkend voor deze vriendelijke en bescheiden, maar ook begaafde musicus. Aangezien Broer de Witte in dit Bachjaar samen met Jan Jongepier 'Das wohltemperirte Clavier' in een viertal concerten ten gehore zal brengen, bestond er voor de redactie van de Friese Orgelkrant voldoende aanleiding om via een interview eens wat meer aandacht op deze musicus en instrumentbouwer te vestigen.

Broer Douwe de Witte heeft zijn hele leven in Friesland gewoond, behalve de eerste 9 maanden. Zijn ouders, echte Friezen, woonden tijdelijk in Twente toen in 1955 hun zoon geboren werd. Na negen maanden verhuisde de familie naar Bolsward. Broer kreeg daar al jong harmoniumles van Gerrit Abma, destijds een bekende koordirigent en docent voor toetsinstrumenten. Na enige jaren werden de harmoniumlessen ingewisseld voor echte orgellessen, en wel bij Frans Tersteeg eveneens aan de Bolswarder muziekschool. Vaak ging hij met zijn vader naar orgelconcerten.

Grote indruk maakte het klavecimbel met pedaalklavier, dat bij zijn leraar thuis stond. We zouden zo'n instrument nu misschien eerder een tokkelpiano noemen, omdat het niet naar historische principes gebouwd was. Als middelbare scholier 'verzoette' hij zijn leven door 's zondags naar dorpen in de omgeving te fietsen om daar als organist te fungeren. Zo kwam hij in Tjerkwerd en Dedgum en later ook (tot 1989) in Workum. Tijdens zijn middelbare-schooltijd was Broer bepaald niet eenzijdig in zijn muzikale activiteiten, hij speelde namelijk ook nog een tijdje als gitarist in een popgroepje! Na de middelbare school verhuisde Broer naar Leeuwarden, waar hij vanaf 1974 aan de Muziek Pedagogische Academie (MPA) orgel studeerde bij Jan Jongepier. Na enige jaren werd klavecimbel een nieuwe vak aan de MPA. Aanvankelijk doceerde Chris Farr dit instrument als bijvak. Na enige jaren nam Henk Dekker de lessen over van Chris Farr, wiens functie in Zwolle zwaarder werd. Klavecimbel werd tweede hoofdvak bij meerdere orgelstudenten, zo ook bij Broer de Witte. In 1979 studeerde Broer af voor orgel en in 1981 voor klavecimbel. Vervolgens reisde hij 2 jaar naar Zwolle om, opnieuw onder de hoede van Chris Farr, het diploma UM (uitvoerend musicus) voor klavecimbel te behalen. Nog enkele jaren interpretatielessen volgden bij de bekende klavecinist Bob van Asperen in Amsterdam.

Reeds als student was Broer de Witte verbonden aan de muziekscholen van Heerenveen en Buitenpost. In 1988 begon hij zelf instrumenten te bouwen. De weinige klavecimbels die tot 1965 in Friesland stonden, waren fabrieksinstrumenten, waarbij een aantal onderdelen op een pianoachtige manier gebouwd was. Toen er in de zestiger jaren grote belangstelling ontstond voor de "Oude Muziek" en de spelers zich steeds meer oriënteerden op een historisch verantwoorde speelwijze (veel aandacht voor zaken als articulatie, versieringen en oude vingerzettingen bij toetsinstrumenten) veranderden ook de opvattingen over de bouw van de voor die oude muziek benodigde instrumenten. De sindsdien gebouwde klavecimbels en klavichorden zijn kopieën van historische instrumenten.
Een week of zes per jaar is Broer voor de klavecimbelbouw op reis: hij staat dan met instrumenten op een expositie (o.a. in Brugge en Utrecht) of hij bestudeert instrumenten in musea (b.v. in Den Haag, Leipzig en Berlijn).

Hoe ziet de dagindeling eruit van iemand die zowel speler als bouwer is? Eén dag per week wordt er les gegeven (hoofdzakelijk bij Parnas, het centrum voor kunstzinnige vorming in Leeuwarden). Van de overige dagen gebruikt Broer de ochtend om te studeren, 's middags en 's avonds is hij bezig als bouwer.
Broer de Witte is vaste klavecinist bij twee ensembles. In Bremen speelt hij al jaren in "Cascade", dat alleen op projectbasis bijeenkomt (binnenkort bijvoorbeeld voor de Mariavespers van Monteverdi). Eind 1998 ontstond "Con Trije", een trio met de blokfluitiste Martijn van Dongen uit Baard en de gambiste Mathilde van Wijnen. In februari gaven ze concerten in Leeuwarden en Hantumhuizen. Mocht u die gemist hebben, dan hebt u inderdaad iets gemist, want het programma was uitermate boeiend.

Zoals we al even aanstipten is Broer de Witte als klavecinist ook te beluisteren in het Friese Bachgebeuren: samen met Jan Jongepier voert hij de beide delen van 'Das wohltemperirte Clavier' uit in een afwisseling van klavecimbel en orgel. Deze concerten worden op een viertal zaterdagavonden gegeven in de hervormde kerken van vier dorpen rond Leeuwarden, waarvan we de zeer fraaie historische orgels te weinig horen. Elders in deze krant kunt u lezen waar en wanneer deze concerten gegeven worden.
We noemden al enkele verre landen, waar Broer een instrument leverde. Nadat hij enkele kopieën van een Italiaans klavecimbel had gemaakt, oriënteerde hij zich op de Franse bouwer Blanchet (een kopie daarvan is te horen in juni) en op de Duitse bouwer Chr. Vater. Een kopie van diens instrument in Neurenberg werd geleverd aan de organist van Ottobeuren en een volgende kopie, die nu nog in de maak is, wordt mogelijkerwijs gebruikt in september.
Toen ik begin februari een gesprek met Broer had, stond het klavichord dat hij net voor het conservatorium van Zwolle had gebouwd bij hem thuis. Een klavichord heeft een simpele constructie. Achter op elke toets staat een tangent, een soort stomp beiteltje. Door een toets aan te slaan wordt de bijbehorende snaar in twee gedeelten verdeeld. Het rechter gedeelte wordt in trilling gebracht en geeft de bij die toets passende toon. Als je de toets los laat, wordt de snaar afgedempt door een strook vilt, die door het linker gedeelte van de snaren is gevlochten. Het instrument is dubbelkorig, de bas driekorig. Niet elke toets heeft eigen snaren; c-cis, e-es, f-fis, g-gis en b-bes gebruiken hetzelfde koppel snaren. Het geluidsvolume is zeer bescheiden, waardoor er midden in de nacht op gespeeld kan worden zonder iemand te storen. Binnen dat bescheiden volume is er echter veel dynamiek mogelijk. Het klavichord wordt dan ook beschouwd als het ideale studie­instrument, de subtiele toonvorming is van grote vormende waarde voor elke toetsenist. Bovendien vraagt een klavichord nauwelijks onderhoud en is het zeer stemvast. Verder neemt het weinig plaats in. Op 4 november 's avonds 8 uur geeft Broer een klavichordrecital in de Kosterij te Leeuwarden.

De redactie wenst Broer de Witte veel succes als speler en als bouwer. De lezers van de Friese Orgelkrant zijn van harte welkom bij de concerten waaraan Broer de Witte zijn medewerking verleent. Wellicht tot ziens.

F.B.


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard