ok1999menu


  Het waardevolle orgel van Oldeholtpade Friese Orgelkrant 1999

Onder de vele orgels van Friesland neemt het orgel van Oldeholtpade een bijzondere plaats in. Sinds kort spreekt dat des te meer, omdat het orgel nu ook te zien is. Dat lijkt een wat duistere bewering, die dan ook om uitleg vraagt.

Het orgel van Oldeholtpade is een kabinetorgel. Het kabinetorgel is een typisch Nederlands product uit de 18e en vroege 19e eeuw. Het is een uiting van de huismuziekcultuur. Huismuziek op orgels was al bekend in de 17e eeuw. Ook in Friesland waren in die tijd huisorgels aanwezig.

Maar in de 18e eeuw kwam de huisorgelcultuur tot ongemene bloei. In orgelbouwerscentra als Amsterdam, Rotterdam en Gouda, en in mindere mate ook Utrecht, werden huisorgels aan de lopende band gebouwd. Vaak maakten de bouwers de instrumenten voor eigen rekening en verkochten ze deze dan via advertenties in de krant. Als vorm voor de kast, het meubel dus, waar het instrument ingebouwd was, koos men voor aansluiting bij bekende en geliefde meubelvormen. Het grootste meubel, dat hiervoor in aanmerking kwam was het geliefde kabinet. Daarnaast werden ook orgels in de vorm van een secretaire of bureau gebouwd, maar deze instrumenten waren kleiner van omvang. De meeste van deze kabinetorgels bezaten maar één klavier. Een voorbeeld van zo'n orgel is in Friesland te vinden in de kerk van Foudgum.
De zeer vermogenden lieten echter kabinetorgels maken met twee klavieren en een groter aantal registers. Van dit tweeklaviers kabinetorgeltype zijn er maar drie overgebleven. En dat bijzondere orgel van Oldeholtpade is daar één van.

Er is nog een bijzonder tintje aan de geschiedenis van dit orgel. Het werd in 1800 gemaakt door de Amsterdamse maker Hendrik Anthonie Meijer. In de meeste gevallen is niet bekend, wie de eerste eigenaar van zo'n orgel was. Maar juist bij dit orgel is dat wél bekend. Meijer maakte het orgel voor een rijke Edammer familie, de familie Teengs. Het waren houthandelaren en een lid van de familie, tevens eigenaar van het orgel, heeft het nog tot burgemeester van Edam gebracht. Na het overlijden van deze laatste telg, Jan Teengs, werd het orgel in 1843 geveild. Koper was de kerkvoogdij van de hervormde gemeente te Haarlem die het orgel bestemde voor de Janskerk aldaar. Maar omdat zo'n kabinetorgel wat nietig leek in een stadskerk, moest het wat opgewaardeerd worden. Aan de orgelmaker B.J. Gabry werd gevraagd, een kerkorgelfront voor de kerk te maken, waar het kabinetorgel dan, als het ware verstopt. achter kon worden geplaatst. Zo is het kerkvolk eigenlijk een beetje om de tuin geleid! Tot 1883 heeft het kabinetorgel op deze manier in de Haarlemse kerk dienst gedaan. Vanwege de aanschaf van een groter instrument kwam het weer te koop te staan. In datzelfde jaar wordt het orgel door de firma W. Hardorff & Zoon geplaatst in de kerk van Oldeholtpade. Overigens op dezelfde wijze als in Haarlem: kerkorgelfront en kabinetorgel, het laatste achter het eerstgenoemde opgesteld.
In 1973 is het verwaarloosde orgel minutieus gerestaureerd door de firma Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Maar de opstelling achter het kerkorgelfront bleef. Daaraan is nu een eind gekomen.
In 1998 is het orgel weer nagekeken, omdat er droogteschade was ontstaan aan mechanieken en windladen. Dat alles is hersteld. Maar tevens werd door de kerkvoogdij besloten het orgel nu op de begane grond op te stellen. Daar staat het nu, toegankelijk voor oog en oor. Iedereen kan nu het prachtige, neoclassicistische meubel zien, een grote kabinetkast met een rechte bovenlijst. Bovendien kan men de prachtige klavieren bewonderen, met hun mooie houtsoorten en de vele, kunstig geordende registerknoppen.

Staand rond het orgel, kan aan geïnteresseerden de werking van het inwendige worden uitgelegd en verklaard. In alle rust kan men vervolgens luisteren naar het rijke palet aan mogelijkheden, de prestantregisters van het onderklavier, de vele fluiten van het bovenklavier en de Dulciaan, vlak achter de frontpijpen opgesteld. Met als bijzonderheid dan ook nog de ‘zwelder', zoals de registerknop dat noemt: een beweegbaar luik in het dak om crescendo en decrescendo te kunnen maken, één van de vroegste voorbeelden van zo'n inrichting in ons land.

Dat alles wordt gadegeslagen door Gabry's orgelfront van 1843, dat nu leeg is achtergebleven op de galerij als getuige van de periode 1843-1998, anderhalve eeuw tot elkaar veroordeeld geweest, nu van elkaar gescheiden.

Jan Jongepier


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard