Liuwe Tamminga (1953-2021) opende deuren naar sublieme ervaringen Friesch Dagblad
06 mei 2021
Theo Jellema

In memoriam

Het plotselinge overlijden van organist Liuwe Tamminga (67), vorige week in zijn woonplaats Bologna, is als een grote schok ervaren. Niet alleen in Fryslân, waar hij geboren is, en in Italië, waar hij al zo’n veertig jaar woonde en werkte.

In heel Europa – en zelfs daarbuiten – heeft de muzikale pers over zijn dood bericht. Zijn betekenis voor de orgelcultuur is dan ook heel groot geweest. Het beeld dat organisten van over de hele wereld van Italiaanse orgelmuziek hebben, is in belangrijke mate door de inspanningen van Liuwe Tamminga bepaald. Als speler, onderzoeker, ontdekker, publicist en conservator heeft hij daaraan zijn enorme bijdrage geleverd.
Liuwe Tamminga werd op 25 september 1953 geboren in Hemelum. Hij verhuisde toen hij zes jaar was naar Leeuwarden, waar zijn vader hoofd was van de lagere school in Leeuwarden-Huizum.
Het lijkt erop dat de verbinding Tamminga-Italië een beetje toevallig is ontstaan. De eerste schreden op het organistenpad zette hij in het Noorden. Als zoon van ouders die op zondag naar de gereformeerde kerk gingen, raakte hij onder de indruk van het orgel.
Er volgden orgellessen en er werd gekozen voor een vakstudie aan het conservatorium in Groningen. Daar bleek al snel dat Liuwe Tamminga tot de toppers behoorde. Dat betekende dat zijn conservatoriumstudie uiteindelijk bekroond zou worden met de Prix d’Excellence. Het jaar studie in het buitenland dat daar min of meer bij hoorde, bracht Tamminga door in Parijs, als student van André Isoir.

Waar bij de meeste studenten het buitenlandavontuur gevolgd wordt door de terugkeer in de veilige haven van het thuisland, heeft het kennelijk bij Liuwe Tamminga heel anders gefunctioneerd.
Gedreven door nieuwsgierigheid vergrootte hij zijn actieradius en zette hij zijn ontdekkingsreis in de orgelwereld voort in Italië. Daar, in de Noord-Italiaanse stad Bologna, ging hij in de leer bij Luigi Fernando Tagliavini, een vermaard specialist op het gebied van de oude muziek in Italië, iemand die vergelijkbaar is met Gustav Leonhardt in Nederland.
De verhouding leermeester-gezel werd daar al snel één tussen collega’s, wat bevestigd werd door Tamminga’s benoeming tot organist van de basiliek van San Petronio náást Tagliavini. Sinds Tagliavini’s overlijden, in 2017, was Tamminga de enige organist van deze immense kerk.

Bescheiden

De twee wereldberoemde orgels die Tamminga daar bespeelde waren éénklaviers instrumenten. Dat zegt veel over Liuwe Tamminga. Hij werd getroffen door schoonheid, niet door wat schijnbaar indrukwekkend was, niet door uiterlijk vertoon. Zoals hij ook in persoon was: bescheiden, bijna verlegen, en een man van weinig woorden.
De schoonheid van de beide orgels van de San Petronio inspireerde Tamminga enorm. Ik herinner me een zondag in Bologna midden jaren tachtig. Er waren drie missen achter elkaar, met net genoeg tijd ertussen om een snelle cappuccino te drinken. De Bolognese gelovigen zingen niet, maar er wordt wel orgel gespeeld in de diensten. Tamminga was voor de muzikale opluistering van alle drie missen verantwoordelijk. Virtuoos bracht hij een uitgebreid repertoire van oude Italiaanse meesters ten gehore.
Nauwkeurig noteerde hij in een schriftje wat hij had gespeeld, zodat doublures niet te vaak zouden voorkomen. De twee orgels klonken indrukwekkend in de kathedrale akoestiek van de ruimte. Als er een collega op zondag op de orgelgalerij op bezoek was, kon het gebeuren dat Tamminga hem een partituur in handen drukte. Dan konden de bezoekers van de mis genieten van muziek voor twee orgels. Vaak betrof het composities uit het rijke San Petronio-archief, door Tamminga ontdekt, zorgvuldig overgeschreven en later ook uitgegeven.
Om wat Bologna met de San Petronio en haar orgels te bieden had, en ook om wat hijzelf te bieden had, ging Tamminga met de hele wereld om; met grote musici, maar ook met de Nederlandse koninklijke familie. Prins Claus was diep onder de indruk van wat Tamminga’s vingers aan de orgels van San Petronio ontlokten. Bij de begrafenisdienst van Claus in Delft bespeelde Liuwe Tamminga het orgel.
Zo heeft deze begaafde musicus zijn leven in dienst gesteld van de schoonheid van de muziek. Dat heeft hij onbaatzuchtig gedaan. Voor velen heeft hij deuren geopend naar sublieme ervaringen.

Groninger orgelstudenten

Uit eigen ervaring weet ik dat hij zich niet te groot voelde om voor de bezoekers aan zijn orgel-eldorado ook praktische zaken met zorg te regelen. Zo was door hem een bezoek van Groninger orgelstudenten aan Bologna in 2020 zorgvuldig voorbereid. We besloten dat het vanwege corona niet kon doorgaan. Maar van uitstel hoefde geen afstel te komen, dachten we. We wisten niet dat Liuwe Tamminga ons nooit meer in Bologna zou ontvangen. Wat blijft is de dankbare herinnering aan een uniek musicus, die gedreven zocht naar schoonheid en die genereus met ons deelde.

(Theo Jellema (1955) is stadsorganist van Leeuwarden en docent aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen)

(Foto:s Anton Dommerholt, FD, Marco Caselli Nirmal)


   




Friese organist Liuwe Tamminga (67) overleden Friesch Dagblad
30 april 2021

BOLOGNA | De Friese organist en klavecinist Liuwe Tamminga (67) is woensdag plotseling overleden aan de gevolgen van een hartstilstand. De Fries om utens, die sinds 1982 woonde in Bologna, wordt internationaal beschouwd als een van de grootste kenners op het gebied van de Italiaanse orgelmuziek uit de zestiende en de zeventiende eeuw.

De in Hemelum geboren Tamminga groeide op in Leeuwarden. Hij werd in 1982, samen met de in 2017 overleden Italiaanse organist, klavecinist en muziekpedagoog Luigi Ferdinando Tagliavini, benoemd als bespeler van de twee historische orgels in de San Petronio in Bologna: een instrument uit 1475 van Lorenzo da Prato en een orgel uit 1596 van Baldassarre Malamin.

Tamminga studeerde aan het conservatorium in Groningen orgel en klavecimbel bij onder anderen Wim van Beek en Willem Frederik Bon. Als kerkorganist was hij in Fryslân actief in Mantgum (1973-1978). Wereldwijd gaf hij concerten en masterclasses.
Hij schreef diverse prijzen op zijn naam, waaronder de Premier Prix en de Prix d’Excellence voor orgel, maar ook het Nationaal Improvisatie Concours van 1980 in Bolsward. Meerdere van zijn cd’s met werken van Italiaanse en Vlaamse meesters werden eveneens bekroond. In 2002 speelde hij bij de uitvaart van Prins Claus, op verzoek van de koninklijke familie.
In 2018, het Culturele Hoofdstad-jaar, hield hij op één dag een Friese Orgel Elfstedentocht. Sinds 2010 was Tamminga conservator van de Collezione Tagliavini in het San Colombanomuseum in Bologna.

(Webm.: In de orgelkrant van 2013 vindt u een interview dat destijds met Liuwe Tamminga werd gevoerd) g


   




Strielje en gûle' achter het orgel Leeuwarder Courant
04 maart 2021
Maria Del Grosso

Hij speelde 3186 diensten, evenveel als er pijpen op het orgel zitten

In 65 jaar begeleidde Jan Mulder uit Bolsward meer dan 3186 diensten als amateurorganist. Begonnen in Arum zette hij in coronajaar 2020 een punt achter zijn carrière in de Martinikerk in Bolsward.

Jan Mulder (82) raakt 78 jaar nadat hij als vierjarig jongetje in de ban kwam van orgelmuziek nog steeds geëmotioneerd als je hem vraagt naar zijn band met het instrument. "Ik kin it net sizze", is het enige dat hij uit kan brengen. Zijn vrouw Japke vult aan: "Jan is ien stik muzyk."

De onderwijzer, later leraar wiskunde en daarna handelskennis, heeft naast muziek ook iets met cijfers. Vandaar die 3186. In een boek over de restauratie van het kerkorgel in de Martinikerk las Mulder dat het instrument 3186 pijpen telt. Op dat moment heeft hij bij 3029 diensten gespeeld, allemaal bijgehouden in een klein notitieblokje. Zijn doel wordt de 3186 te halen. Op 1 maart 2020 speelt hij zijn 3185ste dienst.
"En dan komt corona. Het kerkelijk leven wordt tot een minimum teruggebracht: ik ben niet meer nodig", schrijft Mulder in het fotoboek dat hij onlangs maakte over zijn organistenbestaan. Maar er komt weer ruimte in de maatregelen, waardoor Mulder in de drie kerken waar hij op dat moment organist is (Bolsward, Iens en Tjerkwerd) toch nog een aantal diensten begeleidt en uiteindelijk in oktober 2020 definitief stopt.
Veel publiek is er bij deze afscheidsdiensten vanwege de coronabeperkingen niet, maar dat deert Mulder niet zo. Hij is blij dat zijn zoons in Duitsland en Amerika de laatste dienst in Bolsward via een livestream mee kunnen maken. En blij met de cadeaus die de kerken hem gunnen: een glazen G-sleutel uit Tjerkwerd, een gouden speld en getuigschrift van 65 jaar organist in Bolsward en een bronzen G-sleutel van Iens. De aandenkens zijn eigenlijk voor het ‘orgelstel’, zoals een gemeentelid in Bolsward hen noemt. Want Japke was er bij alle diensten bij.
Zelfs onmisbaar om de bladmuziek om te draaien toen het voor Mulder moeilijker werd zijn hobby vol te houden vanwege steeds slechter zicht veroorzaakt door diabetes. Zijn gezichtsbeperking vormde de hoofreden om er na 65 jaar een punt achter te zetten.
Hij verhaalt met veel plezier dat zijn twee jongens ook eens hielpen. "Yn de Lemmer dêr’t ik mei in soad wille spile ha."
De staat van het orgel was "striemin", zo erg dat de toetsen weleens bleven hangen. Hij instrueerde zijn zoons zodra ze dat zagen de betreffende toets weer omhoog te drukken.
In Lemmer begeleidde Mulder ook het Lemster Mannenkoor en werkte mee aan de langspeelplaten die het koor destijds maakte.

Arum was de plek waar de fascinatie voor orgelmuziek voor Mulder begon. Als vierjarig jongetje ging hij met zijn ouders mee naar de gereformeerde kerk, zat omgekeerd op de banken om naar het orgel te kunnen kijken en tikte mee met de muziek.
Hij mocht op orgelles en werd later klaargestoomd door de toenmalige organist van Arum, Warner Pars. Die liet hem een keer onverwacht invallen en in augustus 1955 mocht Mulder volledig zijn eerste trouwdienst begeleiden.
Er volgden talloze rouw- en trouwdiensten en zondagse beurten, want waar ze ook woonden, vertelt Japke, bij een eerste bezoek aan hun kerk ging haar man altijd richting orgel. Zo werd zijn belangstelling binnen zo’n kerkelijke gemeente snel duidelijk en bijna altijd werd hij binnen korte tijd gevraagd om in te vallen of organist te worden.

Dat dat dertig jaar geleden ook zou gebeuren bij de Martinikerk in Bolsward had Mulder nooit durven dromen. Hij was er al die tijd tweede organist. "Sûnder oplieding, as amateur op sa’n grut, prachtich oargel."
Nooit ging dat onvoorbereid. "Ik bleau en bleau studearje op de stikken dy’t spile wurden moasten."
Zijn carrière omvatte uiteindelijk na Arum de orgels in Opeinde, Drachten, Lemmer, opnieuw Drachten en uiteindelijk Bolsward, met daarnaast Iens, Tjerkwerd, Kortehemmen, Beetsterzwaag, Oudega (Sm), Hichtum, Waaksens, Spannum en Itens.

In Bolsward kreeg hij de kans vele geschoolde organisten in te wijden op het Hinsz-orgel.
Hij kwam zelf met het initiatief om het instrument tegen betaling open te stellen voor andere organisten. De inkomsten daarvan vloeien terug naar het onderhoud van het orgel. "Ik ha der wol 500 ûntfongen. Guon wiene sa bliid, se sieten te strieljen of te gûlen."


   




Muzikale hoogstandjes en een verrassende uitsmijter Friesch Dagblad
09 januari 2021
Gerbrich van der Meer

Het afgelopen jaar hield corona ook de Friese kerken in zijn greep. Het virus was de reden dat Omrop Fryslân in 2020 28 online kerkdiensten uitzond vanuit de Martinikerk van Franeker. Vanaf begin maart 2020 passeerden tijdens deze diensten ettelijke predikanten uit Fryslân de revue, organist Jochem Schuurman bleek tijdens al die vieringen een vaste terugkomende kracht. Op 27 december, in de laatste dienst die Omrop Fryslân vanuit Franeker uitzond, liet Schuurman zich onverwacht van zijn beste kant zien. Een terugblik op een roerig en bijzonder jaar.

In de laatste minuut gebeurde het. Terwijl storm Bella om de kerk van Franeker heen raasde en het kerkgebouw lichtjes op zijn grondvesten deed schudden, de kroonluchters heen en weer zwaaiden, de kaarsen flakkerden en de wind zelfs binnen van zich liet horen, speelde Jochem Schuurman op het immense Van Dam-orgel geconcentreerd de laatste maten van Toccata, een virtuoos stuk van de Franse componist en organist Léon Boëllmann (1862-1897). "In wat unheimisch stik, wat hiel moai paste by de sfear fan dat stuit." Nog een paar maten en dan kon de titulair organist van de Martinikerk van Franeker een streep zetten onder dit project dat in maart begon. Maar bij het omslaan van een bladzijde in de partituur ging het mis. Plotseling wipte de legger van de standaard naar beneden en viel het papierwerk pardoes naar voren. Zat er een schroefje los? Terwijl de kijkers nog van de schrik moesten bekomen, speelde Schuurman - de partituur afwerend met zijn linkerhand - verder alsof er niets gebeurd was. Een paar tellen later stond alles weer op zijn plek, veegde Schuurman nog een flard papier van het toetsenbord en zette de laatste akkoorden in voor een gedenkwaardig afsluiting. "Eins wie it slot sa ek wol moai", blikt de organist van Franeker tevreden terug op zijn muzikale uitsmijter, "ik haw noch noait sa’n soad reaksjes hân."

Voor het eerst online

In maart had Schuurman zijn eerste kerkdienst die online werd uitgezonden door Omrop Fryslân. De organist herinnert zich het telefoontje van Sytze Ypma, predikant van Franeker, nog goed. "Hy fertelde dat de Omrop by ús delkomme soe yn ferbân mei koroana. Se woene de tsjinst útstjoere omdat de reguliere tsjinsten yn Fryslân hast net mear hâlden wurde koene. We hiene in pear dagen om ús ta te rieden." Goede raad was duur. Omdat gemeentezang niet meer mogelijk was, werd er snel een groepje zangers uit het Kwartettekoar opgetrommeld. Dat ging prima, "mar nei ôfrin fan de tsjinst waard dúdlik dat de tsjinst dochs net hielendal koroanaproof west hie. De sjongers hiene te ticht op elkoar stien en der wiene eins ek tefolle minsken yn tsjerke".

Al snel werd duidelijk dat Omrop Fryslân in een behoefte voorzag. Franeker maakte zich op voor een tweede dienst. "It moast oars, wisten wy. As sa’n tsjinst opnommen wurdt, krije jo automatysk in foarbyldfunksje. Dan kinne jo better wat te foarsichtich wêze as te rûch." In de tweede dienst was een fluitist aanwezig. "It sjongen waard no dien troch Margarethe Veen, ús oare dûmny fan Frjentsjer, en in tal tsjerkeriedsleden." Fijn voor het moment, maar toch niet ideaal, vond Schuurman. "As jo mei in tsjerke fol minsken sjonge, dan klinkt it gau goed, mar as jo mei in pear sjongers sjonge, dan komt it op in pear stimmen oan. As dy kwetsber binne, wurdt it al gau in toer om goed oer te kommen." Schuurman besloot om zijn netwerk aan te spreken. "Ik haw Jaap de Kok doe frege, in studint fan it konservatoarium." En zo stond er in de derde kerkdienst een professional voor in de kerk. Dat voldeed prima. "De kwaliteit fan it sjongen wie goed, kwa lûd hoegde ik my no ek net sa oan te passen. En wat ek moai wie: dy professionals kinne alles oan, dus we koene no alle tsjerklike lieten dwaan dy’t wy mar woene. Dêrby: Omrop Fryslân koe de sjonger no kwa byld en lûd hiel moai útljochtsje." Met een ondertiteling van de liederen erbij waren de zangers goed te verstaan. En wat nog een voordeel was van het werken met profs: "Ynienen hie ik de mooglikheid om moaie stikken fan Bach of Mozart nei de preek te dwaan."

Reacties uit Canada

De meeste zangers haalde Schuurman uit het klassieke circuit. "Doe’t dúdlik waard dat Omrop Fryslân trochsette woe mei dizze tsjinsten haw ik besletten om allinnich profesjonele sjongers yn te setten. Ik woe hûndert persint kwaliteit." Dat werd ook erg gewaardeerd. "Ik haw fia whatsapp, facebook en kaarten safolle reaksjes krigen út it binnen- en bûtenlân, sels oant yn Kanada ta. Der stie sels in kear in blommebesoarger by my op ’e stoepe mei in bosk blommen fan ien dy’t my sa betankje woe foar it spyljen."

De popzangers kwamen uit een andere hoed. "Trije kear hawwe wy in popsjonger hân: Syb van der Ploeg, Iris Kroes en Elske de Wall." Syb van der Ploeg zong naast eigen repertoire ook de kerkliederen. "Dat fûn ik hiel sportyf fan him." Kroes en De Wall durfden het niet aan. "Dat snap ik ek wol, hear. Se moasten dêrfoar hielendal út harren komfortsône en dan ek noch foar de Omrop. Dat is dan wat lestich."

Voor hem persoonlijk was de kerkdienstserie een groot cadeau. "Ik wie ien fan de pear musisi dy’t yn koroanatiid mear te dwaan hie as gewoanlik." Is hij inmiddels de bekendste organist van Fryslân geworden? Hij glimlacht. "It is noch altyd koroanatiid. It kin wêze dat ik der letter de fruchten fan plukke sil, mar no dus noch net."

Titulair organist

Drie jaar geleden werd Jochem Schuurman, geboren en getogen in Drachten, titulair organist van Franeker. "Yn 2013 bin ik ôfstudearre by Theo Jellema en Erwin Wiersinga." Zij zijn titulair organist van respectievelijk de Grote Kerk van Leeuwarden en de Martinikerk van Groningen. Op dat moment was hij nog als kerkorganist verbonden aan de gereformeerde kerken vrijgemaakt in Drachten. "Wat tsjerkegong oanbelanget, ferskilt it net sa’n soad, hear." Maar wel wat betreft de visie op muziek. "Yn de grifformearde frijmakke tsjerken giet it benammen om it wurd en de preek, dy’t dêr ek folle langer duorret. De muzyk komt op it twadde plak." Dat is in de Protestanse kerk anders. "Muzyk en wurd binne folle mear yn balâns. De oargelmuzyk foeget ek echt wat ta oan in tsjinst."

Als organist ben je niet alleen verantwoordelijk voor het orgelspel tijdens de kerkdiensten, maar ook voor de verdere muzikale invulling van een dienst. Schuurman regelde zo de muzikanten en solisten tijdens de online diensten. Hij zorgde ervoor dat ze de muziek kregen en repeteerde van tevoren met hen. "Op earste krystdei hawwe we útpakt mei trije sjongers en in trompettist. Foar it gebed haw ik doe in trijestimmige setting skreaun. Ek dat heart by myn wurk."

De dag van opname

Als de kijkers een paar minuten voor tien de televisie aanzetten, had Schuurman er al een paar uurtjes op zitten. "Om kertier oer achten stapte ik de tsjerke binnen." Even een kopje koffie en dan hup, met het hoofd gebogen door het onopvallend kleine deurtje, verscholen bij de ingang van de kerk, dat toegang geeft tot de middeleeuwse wenteltrap naar het orgel. "Sa’n oargel moat alle kearen wer stimd wurde, en dan doel ik op de tongwurken." Dus op de pijpen die het geluid van een trompet, bazuin of bijvoorbeeld fagot produceren. Dat was tijdens de online diensten best een gedoetje. "Wy hawwe gaskachels dy’t de tsjerke waarm hâlde, mar dy jouwe ek in sissend lûd. Tsja, en dat lûd woene de technisy fan Omrop Fryslân net op tillevyzje hawwe. Dat snap ik fansels wol, mar dat makke it ek spannend. Soe it oargel oan ’e ein fan de tsjinst noch suver wêze?" Een orgel reageert op warmte. "Wat waarmer, wat heger de toanen wurde." Andersom geldt hetzelfde. Om kwart over acht was de kerk warm, maar om tien uur ging de kachel dus uit. "Ik stimde altyd fan healwei njoggenen oant njoggen oere, as de tsjerke noch oan it opwaarmjen wie. Nei tsienen sette de kjeld stadichoan yn." Om negen uur werd alles doorgezongen en -gespeeld met de zangers en musici die hun instrumentarium via het smalle trappetje naar boven hadden gesjouwd. Ook was er altijd een soundcheck. "Soms hie de repetysje ek al op de sneon west, want dan wie ik ek altyd yn tsjerke te finen om alles op it oargel troch te nimmen."

Een geweldig orgel

Zo’n extra ritje naar het orgel van Franeker is voor Schuurman geen straf. "Yn Frjentsjer hawwe se in geweldich oargel. Hy is sá sjongryk. De klank beweecht him prachtich mei de muzyk mei." Dat heeft onder meer met zijn ouderdom te maken, vertelt de organist. "In oargel settelet him nei sa’n soad iuwen. Dêrby is klank ek ôfhinklik fan hoe’t de wyn yn de pipen komt." Het orgel is een zestienvoets orgel. "Dat wol sizze dat it oargel ek pipen fan sechtjin foet hat." Een voet is een oude lengtemaat voor 30 centimeter. We hebben het hier dus over orgelpijpen van bijna vijf meter lang. "It hiele oargel is bassearre op de lege toanen dy’t út dizze pipen komme, de hege toanen bouwe dêr fierder op. Dy 16-foets pipen soargje foar dy monumintale klank."

En er is nog iets bijzonders met dit orgel. "Dit oargel is yn 1842 boud troch de ferneamde firma Van Dam." Die verwerkte het pijpwerk van het voormalige orgel, gebouwd door Johannes Radeker in 1722, in de nieuwe pijpen. Het bijzondere is dat in dat Radekerorgel nog pijpwerk zat van het orgel uit de jaren 1528-1534. "It piipwurk is dus in prachtige gearmjuksel fan ferskillende iuwen ambacht. Dat soarget foar in prachtige lichte klank." Het monumentale orgel is zijn vaste maatje geworden. Een voorrecht.

Jochem Schuurman kijkt met veel plezier terug op de serie kerkdiensten. 28 keer stond hij borg voor de muzikale invulling. Gedurende het jaar nam het kijkerspubliek steeds meer toe. "Trochsneed wiene der sa’n fjirtich- à fyftich- tûzen sjoggers. Ungefear de helte dêrfan kaam fan bûten Fryslân." Waarom de diensten zo aansloegen? "Ik tink dat it in kombinaasje wie. We hiene goede dûmny’s en sjongers, it oargel yn dizze tsjerke is hiel moai, en de tsjerke sels is ek in pronkje."

En vergeet Omrop Fryslân niet. "Wy hiene hjir alle sneinen in grut team fan de Omrop, foar lûd, byld en rezjy. Boppe op de kreake hiene wy trije kamera’s. Ien fêste boppe myn holle en flak neist my twa bemande. Under wiene ek nochris trije kamera’s, wêrfan twa bemande. Sûnder Omrop Fryslân hiene wy as gewoane tsjerke dizze kwaliteit fan opname mei dat prachtige byld en lûd noait foar elkoar krigen." Inmiddels vaart Omrop Fryslân alweer een nieuwe koers. Dit jaar is iedere maand een andere Friese kerkelijke gemeente 'Tsjerke fan de Moanne'. Zondag was de Omrop zo al te gast in kerkgebouw Trinitas bij de protestantse gemeente Heerenveen. Schuurman vindt het een goede zaak dat ook andere kerken aan bod komen. En wat hemzelf betreft: "Ik haw in moaie tiid hân en it hat in soad minsken wat brocht. Ik bin foldien."


De vertolking van de Toccata van Léon Boëllmann door Jochem Schuurman op 27 december, is te zien op www.omropfryslan.nl/utstjoering/tsjerketsjinstop- tv-fan-27-desimber-2020-1000, te beginnen bij 01:00:23


   




Geeske Buma is al vijftig jaar organiste Leeuwarder Courant
12 oktober 2020
André Horjus

'Muzikale steun jaan, dat is myn ding'

Van voor naar achter, van links naar rechts. Geeske Buma is een en al beweging als ze het klavier en de pedalen van het bescheiden orgel van de Martinikerk in Koudum beroert. Al een halve eeuw is het begeleiden van samenzang haar passie.

"Dit is myn oargeltsje", zegt de organiste (69) en begint vol overgave de Engelse hymne Allelujah! Sing to Jesus te spelen. "Ik bin gek op dy Ingelske koralen, gean der hielendal yn op", zegt Geeske Buma na afloop. "De minsken sizze wolris: ‘do spilest mei dyn hert’ en dat is ek sa." Inmiddels al vijftig jaar lang.

Al op haar zevende probeerde ze regelmatig het trapharmonium in haar ouderlijk huis aan de praat te krijgen. "Ik siet der altyd efter."
De liefde voor muziek werd Geeske met de paplepel ingegoten. Vader was dirigent van verschillende koren en saxofonist en haar moeder zong mee als sopraan in een van de koren. "Myn sopraantsje, sei ús heit altyd." De muzikale kwaliteiten van Geeske vielen op en dus begeleidde ze al snel de zondagsschool, de jeugdclub en de catechisatie. "Ik spile oeral."

Martinikerk

In 1970 werd ze, hoewel zelf Nederlands hervormd, gevraagd om in de gereformeerde kerk van Koudum de diensten te begeleiden.
Negen jaar later stapte ze over naar de hervormde kerk waar ze ook nog een piano tot haar beschikking kreeg.
De mogelijkheden van het orgel in de Martinikerk zijn beperkt, weet ze. "As jo in echte organist binne – ik bin net sa uitmuntend – dan moatte jo in grutter oargel hawwe."
De moeilijkere stukken van bijvoorbeeld Bach komen hier niet uit de verf, weet ze, maar voor gewone psalmen en gezangen kan het instrument prima dienst doen. En daar gaat het de organiste ook om: de gemeenteleden muzikaal begeleiden bij gewone diensten, maar ook bij bijzondere gelegenheden: doop-, trouw- en rouwdiensten. "Dat is hielendal myn ding. Muzikale steun jaan oan de minsken."

Geliefde liederen

Voor de officiële liturgie begint en ook na afloop van de dienst speelt ze vaak zelfgekozen liederen, passend bij de sfeer van het moment en geliefd bij gemeenteleden.
Er schiet haar een nummer te binnen dat ze bijvoorbeeld vaak speelt bij rouwdiensten, alleen de titel is haar even ontschoten. Iets met ‘paarlen poorten’. "Hoe hjit dat ek alwer?" Geeske begint zacht te neuriën. "O ja: Lichtstad met uw paarlen poorten. Dat fine de minsken moai."
Behalve in de kerk speelt ze ook regelmatig voor de oudere bewoners van zorgcentrum De Finke, waar de liederen van Johannes de Heer favoriet zijn. "Net om’t ik se sels sa moai fyn, mar de minsken wurde der bliid fan."
En dan zijn er nog twee zanggroepen, Majim en Vox Humana, die door Geeske worden begeleid.

'Ik hie it drok genôch yn Koudum'

Het kerkbestuur heeft besloten om voorlopig geen diensten te houden in de Martinikerk omdat er slechts dertig mensen zo’n dienst zouden kunnen bijwonen. "Ferskriklik jammer", zegt Geeske, "mar goed, it moat no eefkes sa."
Desondanks hoeft ze zelf niet stil te zitten. De nabijgelegen PKN-gemeente in Warns deed onlangs een beroep op haar. "Yn sokke lytse plakjes sitte se ek altyd omheech. Wa wol der no organist wurde? Der sitte miskien mar tritich minsken, dus se kinne yn alle gefallen gewoan trochgean mei de tsjinsten. Earder woe ik noait nei in oar plak te spyljen, want ik hie it drok genôch yn Koudum. Mar no tink ik: ik help se mar gewoan."

Eigenlijk zou in april het jubileum van Geeske Bouma met een speciale dienst worden gevierd, maar het coronavirus gooide roet in het eten. Nu is het de bedoeling dat de organiste zondag 18 oktober op bescheiden wijze, zonder volle kerk, in het zonnetje wordt gezet.


   




Interview met Peter van der Zwaag Stichting Organum Frisicum
2020
Mars van 't Veer

Op 1 april van dit jaar werd Peter van der Zwaag benoemd tot organist van de Salviuskerk te Dronrijp. Reden om ook aan onze hoofdredacteur 8 vragen te stellen.


Introductie
Peter van der Zwaag (1986) studeerde orgel bij Theo Jellema en Erwin Wiersinga aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen. Hij won diverse prijzen, waaronder tweemaal de eerste prijs op het In-tenationale orgelconcours Jan Pieterszoon Sweelinck (2017 en 2019). Naast het organistschap heeft hij verschillende andere functies, zoals bestuurslid van de KVOK, artistiek adviseur van Organum Fri-sicum en hoofdredacteur van 'de 'Friese Orgelkrant'. Ook is hij eigenaar van de muziekhandel en -uitgeverij 'Boeijenga Music' te Leeuwarden.

1. Wat trok je aan in deze vacature?

Het was niet echt een officiële vacature. Ik hoorde dat een van de drie amateur-organisten wilde stoppen en heb daarom contact gezocht. Het is een bijzonder instrument, het oudste van Friesland, en omdat oude muziek een specialisatie van mij is zag ik hier een gelegenheid om zowel dit instrument als de oude muziek een bredere bekendheid te geven. Ik kom dus niet in een gespreid bedje maar kan dit zelf van de grond af opbouwen. Daarbij ben ik erg dankbaar dat de kerkrentmeesters van Dronrijp dit belangrijk vinden en een budget ter beschikkig hebben gesteld.

2. Het orgel van de Kerk van Dronrijp is in meerdere opzichten een bijzonder orgel, niet alleen het oudste van Friesland, maar het staat ook in een oude stemming. Ervaar je dit als een beperking, een verrijking of allebei?

Het is inderdaad het oudste van de provincie, gebouwd in 1657 (de kas is iets ouder), maar ook het enige originele instrument van Bader. Er zijn in de loop der jaren wel veel veranderingen aangebracht, maar dit betrof vooral verschuiving van de pijpen. Dus veel van het pijpwerk is, anders dan bijvoor-beeld in Zutphen waar later veel lpijpwerk is toegevoegd, nog origineel. Deze wijzigingen zijn bij de laatste restauratie in 2002 weer teruggebracht naar het oorspronkelijk concept. De middentoonstem-ming (muziek met meer dan drie kruisen of drie mollen wordt problematisch) heeft zijn beperkingen, maar je krijgt ervoor terug dat muziek met twee of minder voortekens veel 'schoner' klinkt in de dub-bele betekenis van het woord. Door de stemming krijgen bepaalde intervallen een extra spanning. En daar maakten de componisten tot aan de vroege barok dan ook gebruik van. De muziek van Sweelinck klinkt in Fryslân nergens mooier dan in Dronrijp!

3. Je bent aangesteld als kerkelijk organist, hoe zie je de rol van het orgel in de liturgie? Dat zal in de eerste plaats de begeleiding van de gemeentezang zijn. Ik vraag je dit om twee redenen: de gemeente zal steeds kleiner worden, maar de smaak en de keuze van de liederen verandert ook en zal niet altijd passen bij een in middentoon gestemd instrument.


Het orgel is voor de meeste kerkliederen het beste begeleidingsinstrument, maar een piano kan soms ook goed werken. Het belangrijkste is kwaliteit. Een combo of bandje kan ook prima, maar dan wel met goede musici. Er is natuurlijks niets mooiers dan de psalmen te spelen op een orgel in midden-toonstemming. Ze zijn daar als het ware voor gemaakt. Maar bij de liederen uit de meer romantische periode, zoals vele Engelse hymnen, moet je soms transponeren. Ook voorspelen kunnen best in een modern idioom. Je bent door de oude stemming misschien beperkt, maar het is ook een uitdaging. Je moet jezelf opnieuw uitvinden.

4. Het orgel wordt wel de koning van de instrumenten genoemd. Maar de meeste mensen, met name degenen die niet of niet meer in de kerk komen, ervaren het orgel als een afstandelijke koning. Niet weinigen zouden zelfs orgel-republikeinen kunnen worden genoemd die helemaal niets hebben met een orgel. Wat zou daarvan de oorzaak kunnen zijn en zou je in deze nieuwe functie daaraan iets willen/kunnen doen?

Het is de Nederlandse cultuur dat de bespeling van het orgel in de eredienst vaak door amateurs werd gedaan. Deze zijn vaak wel goedwillend maar niet altijd kundig. Daarom heeft het orgel voor sommigen het stigma dat ook de blokfluit ten deel is gevallen. Deze negatieve associatie komt ook voor bij mensen die de kerk hebben verlaten. Maar ontkerkelijking geeft ook kansen.Er is een generatie die deze nega-tieve associaties niet heeft. Het is belangrijk dat deze mensen, die misschien niet zo makkelijk een kerk binnenstappen, bekend worden gemaakt met het orgel. Bijvoorbeeld met excursies van schoolklassen. Je kunt het trouwens breder zien: het geldt ook voor klassieke muziek. Misschien hebben ze op deze jonge leeftijd nog andere muziekprioriteiten, maar als ze er maar van weten komt dat op een oudere leeftijd wel. En met de vergrijzing neemt dus ook de doelgroep toe. Ik ben daar dus helemaal niet pessimistisch over.

5. Ik ga je niet vragen wie je lievelingscomponist is, maar wie is dit na Bach?

Als ik er twee moet noemen, dan zijn dat Cesar Franck en William Byrd. Byrd heeft waanzinnig mooie muziek geschreven. Hij is de grondlegger van wat de muziek ook in latere jaren zo typisch Engels maakt. Velen kennen hem van zijn sacrale muziek, maar hij heeft veel geschreven voor toetsinstrumen-ten en muzikale ensembles.
En wat Cesar Franck betreft, mooiere romantische muziek is er niet. Het is een beperkt oeuvre, maar elke noot staat op de juiste plaats. Nooit overdadig, waar romantische muziek soms nog wel eens aan lijdt. En, net als bij Bach, hoe ouder je wordt hoe meer je de diepte ervan gaat ervaren.

6. Wat wil je in de komende 5 jaar bereiken?

Kort gezegd zijn dat twee dingen: ik wil graag zorgen dat het orgel van Dronrijp zijn verdiende plek krijgt in het Nederlandse orgellandschap. En ik wil me inspannen om het orgel weer in goede conditie te krijgen. Het orgel is ernstig ziek, aangetast als het is door loodcorrosie. Een probleem waar veel oude orgels die een hoog loodgehalte in de pijpen hebben, mee kampen. Aan restauratieplannen wordt gewerkt, maar volgend jaar is het Sweelinck-jaar! Dus er moeten al snel enige herstel plaatsvinden en een paar pijpen vervangen worden.

7. Wat denk je dat de kerkelijke gemeente voor jou zou kunnen doen om de zondagse eredienst zo goed mogelijk een echte viering te laten zijn?

Gemeentezang is kerkopbouw. En daar heb je als organist de leiding over. Je moet als organist dus mid-den in de gemeente staan en weten wat daar om gaat. Dus laagdrempelig en toegankelijk zijn. Maar vooral: de gemeente plezier geven in het zingen.

8. En als laatste vraag, je bent benoemt midden in de corona tijd: hoe is het kerkelijk organist te zijn zonder (zingende) gemeente?

Een ongebruikelijk begin, dus. Kennismaking met de gemeente is er nog niet geweest. En de weinige gemeenteleden die de dienst bezoeken worden volgens routeplan weer naar buiten geleid. Ik verlang dus erg naar een volle kerk.


Meer van Peter van der Zwaag vindt u op:

https://www.petervdzwaag.com
https://www.youtube.com/user/petervdzwaag


   




Interview met Bob van der Linde Stichting Organum Frisicum
2020
Mars van 't Veer

Op 1 januari van dit jaar werd Bob van der Linde (*1995) benoemd tot organist van de Martinikerk en Oosterkerk (PKN) in Sneek. Reden om nader kennis met hem te maken en hem 8 vragen te stellen.


Introductie
Bob van der Linde studeerde voor zijn Bachelor en Master of Music orgel en kerkmuziek bij Reitze Smits en Mark Lippe aan het Utrechts conservatorium en beiaard bij Frans Haagen aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort.
Vanaf 2018 is hij stadsbeiaardier van Arnhem, waar hij de beiaard van de Eusebiustoren bespeelt. Tevens is hij als organist verbonden aan de Anglican Church van Zwolle.

1. Wat trok je aan in deze vacature?

Verschillende redenen. Laten we beginnen met het instrument in de Martinikerk. En dan niet alleen de fraaie klank, maar ook het uiterlijk: de grote pedaaltorens en het rugwerk dat zo mooi naar voren komt en in het geheel past (Bob laat mij een schets van het eerder ontwerp zien waarbij er boven het hoofdwerk nog een bovenwerk uittorent en perfect past in de architectuur van de kerk). Dat oude ontwerp was nog imposanter, maar het orgel zoals het er nu uitziet is ook indrukwekkend en schitterend. Maar ook de gemeente: het is een fusie van verschillende kerkgemeenten met elk eigen tradities en opvattingen. Ook wat betreft de voorkeur voor de muziek in de kerk. Sommigen neigen meer naar de liederen van Johannes de Heer, anderen zijn meer georiënteerd op het liedboek of het evangelisch repertoire. Ik ben een nieuwkomer en kan de eventuele wrijvingen zonder bagage en met een professioneel oog bekijken en helpen tot een oplossing te brengen. Mijn doel is al deze stromingen zich thuis te laten voelen. En nog een reden: ik denk dat ik hier in Friesland ook meer kan betekenen dan in de drukkere gebieden in ons land.

2. Het orgel van Martinikerk is door Schnitger in 1710-1711 gebouwd , maar daarna naar de smaak van de tijd ingrijpend aangepast. Ervaar je dat als een verlies, of geeft je dit ook meer mogelijkheden voor het spelen van bijvoorbeeld romantische literatuur?

Mijn voorganger Dirk Donker had bij de restauratie in de negentiger jaren een vooruitziende blik. Het orgel is dan ook niet terug gerestaureerd naar een ‘oorspronkelijk’ Schnitger-orgel, maar heeft ook de klank die in de loop van de geschiedenis was toegevoegd of veranderd behouden. Het is niet een orgel waar je alles op kunt spelen maar niets karakter heeft, hier heeft het orgel verschillende kanten maar het klinkt steeds goed. Het rugwerk heeft bijvoorbeeld een typisch barokke intonatie, terwijl zeker het zwelwerk een Van Dam-factuur heeft. Bij de laatste restauratie zijn de frontpijpen van het hoofdwerk weer aangesloten. Deze oude prestant is erg uitgesproken en laat zich niet altijd mengen met de meer romantische stemmen van het hoofd- en zwelwerk. Voor een organist heeft dit orgel dus best zijn uitdagingen, maar met een goede registratie klinkt het orgel wonderschoon en kun je veel kanten op met dit instrument.

3. Hoe zie je als kerkelijk organist de rol van het orgel in de liturgie ? Dat zal in de eerste plaats de begeleiding van de gemeentezang zijn. Ik vraag dit omdat dit grote orgel een naar verwachting steeds kleinere gemeente zal moeten begeleiden.


Doordat verschillende gemeenten hier zijn gefuseerd zijn de kerkdiensten nog steeds goed bezocht. De opstelling van de banken vraagt wel enige aandacht van de organist. Een gedeelte van de gemeente zit onder het orgel, een ander gedeelte opzij en een klein gedeelte tegenover het orgel. Dat betekent dat de gemeente het orgel niet overal tegelijk hoort. Daarom gebruik ik bij de eerste coupletten vaak een stevige registratie, zodat de tactus duidelijk is.
Op maandag bereiden we de dienst van de komende zondag in grote lijnen met de predikanten voor, meestal ook in het kader van een rode lijn die voor een bepaalde periode al eerder is uitgestippeld. Op woensdag stellen we dan de liederen vast. Als organist ben ik daar dus vanaf het begin bij betrokken en kan ik dus zorgen dat de dienst ook muzikaal een eenheid vormt en niet de indruk van rommeligheid krijgt.
De vespers worden in het koor gevierd en daar staat mij een mooi koororgel ter beschikking. De jeugd heeft zijn eigen diensten, waar liederen met pianobegeleiding of met een combo worden gezongen. Ik vind dat een goede zaak en het ontslaat mij van de noodzaak om het orgel te gebruiken voor muziek die duidelijk voor andere instrumenten is geschreven.

4. Het orgel wordt wel de koning van de instrumenten genoemd. Maar de meeste mensen, met name degenen die niet of niet meer in de kerk komen, ervaren het orgel als een erg afstandelijke koning. Niet weinigen zouden zelfs orgel-republikeinen kunnen worden genoemd die helemaal niets hebben met een orgel. Wat zou daarvan de oorzaak kunnen zijn en zou je in deze nieuwe functie daaraan iets willen/kunnen doen?

Er is inderdaad een generatie die een negatieve associatie heeft bij kerk en orgel. Interessant is dat er nu een generatie opgroeit die, omdat ze niet kerkelijk zijn opgegroeid, die negatieve ervaring met kerk en orgel niet hebben. Doordat ze geen nare bijsmaak krijgen van het woord orgel staan ze open voor het instrument, zoals ze dat staan voor bijvoorbeeld een piano, of gitaar. Ik heb meegewerkt aan kindertheaterproducties van Stichting Voor de Wind, en Museum Speelklok. Het is mooi om te zien hoe kinderen onbevangen, en volledig onder de indruk naar een orgel kunnen luisteren.
Waar het orgel de achttiende en negentiende eeuw de tijd doorgekomen is dankzij de kerk, is het in de twintigste eeuw meegezogen in het negatieve en stoffige imago van de kerk(dienst), met lange preken en strenge verboden.
Met het horen van een orgel kunnen die minder positieve herinneringen weer boven komen. We zijn nu in een tijd dat we dat negatieve imago, voor zover dat nog speelt, kunnen veranderen. Voor wat betreft het gebruik van het orgel door bijvoorbeeld samen te werken met andere vormen van uitvoeringen zoals theater, dans of samenspel met andere instrumenten.
Dat zich open stellen geldt ook voor het kerkgebouw zelf. Wij staan hier in Sneek voor een verbouwing van de kerk, waarbij een open ingang wordt gecreëerd, met glazen deuren zodat de drempel om naar binnen te lopen letterlijk en figuurlijk minder hoog is. Het gevaar daarbij is dat de kerk zo meer op een winkelpand gaat lijken. Het is belangrijk dat daarachter toch ook het eigen karakter van een kerk worden bewaard.

Waarom de meeste mensen een beiaard wel waarderen en een orgel niet? Dat heeft ook met associatie te maken. Als je op zaterdagmorgen door de straten loopt om een vers croissantje te kopen en je hoort dan de beiaardier spelen, dan geeft dat een positieve associatie. Het moet mogelijk zijn om dit middels positieve ervaringen ook voor het orgel te bewerkstelligen.

5. Ik ga je niet vragen wie je lievelingscomponist is, maar wie is dit na Bach?

Dat wisselt heel sterk. Vaak is de muziek waar ik mee bezig ben of die ik bewerk op dat moment mijn favoriet. Nu is dat Duruflé, omdat zijn werk zeer doordacht is maar toch het gevoel aanspreekt. En Mendelssohn, die op dit orgel zo mooi klinkt. Maar op een klavecimbel in middentoonstemming klinkt Sweelinck weer prachtig. Het hangt dus ook van de omstandigheden af.

6. Wat wil je in de komende 5 jaar bereiken?

Dat hebben we hierboven eigenlijk al besproken. De kerkmuzikale traditie, die in deze kerk bestaat voortzetten en versterken. En ook het orgel binnen en buiten de kerk meer bekend, relevant en geliefd maken.

7. Wat denk je dat de kerkelijke gemeente voor jou zou kunnen doen om de zondagse eredienst zo goed mogelijk een echte viering te laten zijn?

Als organist ben ik onderdeel van het vormenspel in de liturgie. Binnen een dienst heb je verschillende functies, initiëren, begeleiden, ondersteunen, enz. Dat werkt alleen wanneer je dat samen doet, samen optrekt. Ik ben nog jong, en zie mijn taak vooral als begeleidend. Niet zozeer alleen van de gemeentezang, maar ook overdrachtelijk wanneer het gaat om discussies over de te zingen liederen of andere liturgische zaken. Met mijn professionele kennis kan ik bijdragen aan een discussie die al snel ook door gewoontes en gevoelens wordt gestuurd. Ik voel mij als mens en als organist in Sneek gewaardeerd, en serieus genomen. Dat moedigt mij aan om zo verder te gaan.

8. Je bent benoemd vlak voor de corona-tijd: hoe is het organist te zijn zonder publiek en kerkelijk organist zonder (zingende) gemeente?

De eerste maanden van het jaar gingen voortvarend. Ik leerde veel mensen kennen, kreeg langzaam een beeld van de ‘gang van zaken’, en allerlei ideeën kwamen op. De Corona-maatregelen hebben die ontwikkeling plots stilgezet. Opeens kwamen we op een punt waarbij het voor iedereen ‘nieuw’ was. Onwennigheid overheerste de eerste paar keren. Maar al snel kwamen er initiatieven en een vorm om binnen de nieuwe regels toch (online) diensten te organiseren.
We zijn nu een goed halfjaar verder, en hoewel we van alles weer op te pakken mis ik het vanzelfsprekende samen luisteren, musiceren en zingen.


Meer van Bob van der Linde vindt u op:

http://www.bobvanderlinde.nl/
https://www.youtube.com/user/bobapestaartje


   




Interview met Gerwin Hoekstra Stichting Organum Frisicum
2020
Mars van 't Veer

Op 1 januari van dit jaar werd Gerwin Hoekstra (*1992) benoemd tot organist van de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden. Reden om nader kennis met hem te maken en hem 8 vragen te stellen.


Introductie
Gerwin Hoekstra behaalde zijn Bachelor examen orgel aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Erwin Wiersinga en Theo Jellema, die hij nu opvolgt als organist van de Grote Kerk, waren zijn leermeesters. Zijn Master deed hij in de Verenigde Staten aan het conservatorium van Oberlin (Ohio), waar hij zich met name toelegde op de historische uitvoeringspraktijk van orgel en klavecimbel. Daarna keerde hij terug naar Groningen en volgde de opleiding kerkmuziek en bekwaamt zich verder bij Sietze de Vries (improvisatie) en Stef Tuinstra (interpretatie).
Gerwin deed mee aan verschillende internationale orgelconcoursen en won o.a. de eerste prijs van het zesde internationale orgelconcours Organi storici del basso Friuli in Italië.

1. Wat trok je aan in deze vacature?

Aan deze vacature zaten voor mij twee kanten. Allereerst natuurlijk het mooie Müller-orgel, maar daarnaast ook de kerkmuzikale mogelijkheden die deze aanstelling mij zou geven. Er zijn in de Grote Kerk, na meerdere kerksluitingen, verschillende gemeentes samengevoegd met ieder een eigen cultuur. Daardoor is er ook wat betreft de liturgie in de kerkdiensten variatie. Hier in de Grote kerk is van oudsher een sterke liturgische traditie geweest. In de noendienst, de cantatediensten en het avondgebed bijvoorbeeld heeft het orgel, naast de begeleiding van de cantorij en de gemeente, een zelfstandige liturgische taak in de viering. Na de stilte in het begin van de dienst, soms een orgelvers en na de lezing of meditatie. Voor en na de dienst is er daarentegen geen orgelspel. Je zoekt voor die momenten muziek uit die aansluit bij het kerkelijk jaar, het thema van de dienst of een lied dat wordt gezongen. Een dergelijke rijke liturgische traditie vind je niet in veel kerken.

2. Het orgel van de Grote Kerk is weliswaar een groot orgel, maar toch ook, meer nog dan zijn jongere maar grotere broer het Müller-orgel van de Bavo in Haarlem dat in de loop van de tijd meerdere wijzigingen en aanvullingen heeft gehad, een product van een bepaalde stijlperiode. Ervaar je dat ook als een beperking?

Met deze vraag ben ik het helemaal oneens! Bij de restauratie van 1978 is de Müller-dispositie weer hersteld, maar de omvang van de klavieren en het pedaal, die eerder door Van Dam waren vergroot, is gehandhaafd. Daardoor heb je de voordelen van twee werelden: het klankbeeld is behouden, maar het orgel geeft ook de mogelijkheden om latere literatuur te spelen. Door de onbeperkte klankschoonheid van dit orgel is bijna alles mogelijk. Waar het stilistisch misschien niet altijd klopt, zoals bij sommige romantische muziek, daar wordt dit door de schoonheid van de klank weer helemaal goedgemaakt. Dit orgel bewijst dat goede muziek gespeeld op een goed orgel altijd goed klinkt.

3. Je bent aangesteld als kerkelijk organist, hoe zie je de rol van het orgel in de liturgie? Dat zal in de eerste plaats de begeleiding van de gemeentezang zijn. Ik vraag dit omdat dit grote orgel een naar verwachting steeds kleinere gemeente zal moeten begeleiden?


In de Grote Kerk is de vroege ochtenddienst vaak goed gevuld. Dan kun je wel wat registers tegelijk open trekken. Maar ook wanneer de gemeente kleiner is heb je het voordeel dat je minder registers hoeft te gebruiken, maar meer variatie in klankkleur kunt maken. Spannend is de begeleiding van de gemeentezang, je zit ver weg, maar je moet wel leiding geven zonder te rigide in de maat te spelen. Je moet als het ware anticiperen op de adem van de gemeente.
Bij de voorspelen probeer je ook het karakter van de tekst of de melodie zoveel mogelijk te benaderen. Dat kan op veel verschillende manieren en je hebt daar soms zelf ook hele concrete beelden bij. Dat zal door de kerkganger lang niet altijd zo worden opgepakt als je het bedoelde, maar dat geeft niet. Het gaat er om dat het past in het geheel.
Wat betreft de te zingen liederen: de voorganger zoekt de liederen meestal uit op grond van de tekst. Soms probeer ik op grond van muzikale argumenten daarin te sturen. Het is niet fraai als je liederen van allerlei stijlen achter elkaar zingt. Het liedboek biedt vaak goede oplossingen om dan een ander lied met een soortgelijke inhoud te kiezen.

4. Het orgel wordt wel de koning van de instrumenten genoemd. Maar de meeste mensen, met name degenen die niet of niet meer in de kerk komen, ervaren het orgel als een afstandelijke koning. Niet weinigen zouden zelfs orgelrepublikeinen kunnen worden genoemd die helemaal niets hebben met een orgel. Wat zou daarvan de oorzaak kunnen zijn en zou je in deze nieuwe functie daaraan iets willen/kunnen doen?

Er zijn drie categorieën. De meestal wat ouderen die de kerk verlaten hebben en daar geen goede herinneringen aan over hebben gehouden. Voor hen is het orgel vaak het symbool van een ongelukkige jeugd. Die zul je moeilijk overhalen om naar een orgelconcert te komen. Dan de jongeren, veertigers en vijftigers, die minder of niet met een orgel zijn opgegroeid en vaak in een andere muziekcultuur leven. En tenslotte de kleine populatie die regelmatig orgelconcerten bezoekt. Vooral bij de tweede groep is veel te winnen. De afstandelijkheid wordt al vaak verminderd door tijdens de concerten de organist bezig te zien op televisieschermen in de kerk. Dat helpt ook bij de acceptatie van muziek van moderne componisten. Daarnaast is een goede PR van belang. Dat kun je bereiken door orgelconcerten bijvoorbeeld onderdeel te laten zijn van een festival, waar ook andere vormen van muziekmaken aan bod komen, zoals zang, dans en kamermuziek. In zo’n festival is een orgelconcert dan een onderdeel van een veel groter gebeuren. Ik ben er van overtuigd dat de interesse er best wel is.

5. Ik ga je niet vragen wie je lievelingscomponist is, maar wie is dit na Bach?

Mijn voorkeur gaat uit naar twee tijdsperioden: de 17e eeuw te beginnen bij Sweelinck, Frescobaldi en Byrd en de orgelmuziek uit het interbellum, zoals die van Alain, Dupré en Messiaen. Die oude muziek is niet alleen heel mooi, maar laat ook een zekere vrijheid in interpretatie toe. Deze muziek heeft vaak een improvisatorisch karakter. De 20e-eeuwse muziek verrast vooral door zijn klankidioom.
En als ik dan toch een componist moet noemen dan staat César Franck hoog genoteerd.

6. Wat wil je in de komende vijf jaar bereiken?

Dat vind ik moeilijk te beantwoorden. Want er is hier al zoveel. Ik hoop dat de Jacobijner zich met goede kerkmuziek ook in de toekomst kan blijven onderscheiden en vanaf de orgelbank wil ik daar graag een bijdrage aan leveren. En het orgel ook buiten de eredienst willen promoten. Misschien wel door een festival?

7. Wat denk je dat de kerkelijke gemeente voor jou zou kunnen betekenen om de zondagse eredienst zo goed mogelijk een echte viering te laten zijn?

Ik weet niet precies wat je met deze vraag bedoelt. Maar misschien, dat er voor een organist ook in figuurlijke zin een samenspel is met de gemeente. Bijvoorbeeld door laagdrempelig overleg en het uitwisselen van ideeën. Je moet met de gemeente op één lijn zitten en waar dat niet zo is de mogelijkheid en bereidheid hebben om naar elkaar te luisteren. Ik zou willen dat de gemeente mij op die manier helpt om ook dat samenspel zo goed mogelijk te laten lukken.

8. Je bent benoemd vlak voor de corona-tijd: hoe is het organist te zijn zonder publiek en kerkelijk organist zonder (zingende) gemeente?

De interactie met de gemeente en het concertpubliek heb ik de afgelopen maanden erg gemist, maar dat is ruimschoots goedgemaakt door online initiatieven zoals bijvoorbeeld de “Afstands- en Nabijheidsvieringen" met het Jacobijner Kerkmuziekensemble en een serie evensongs met de Schola Liturgica, allebei onder leiding van Geke Bruining-Visser. En niet te vergeten gestreamde orgelconcerten met bijzondere programma's, waarvan een aantal nog terug te kijken is op het YouTubekanaal “Orgelleeuw”. Die hebben met inmiddels al enkele duizenden views een veel groter publiek bereikt dan reguliere orgelconcerten. Uit de reacties daarop merk ik dat veel liefhebbers die Leeuwarden voorheen niet zo op de radar hadden nu opeens beseffen dat daar toch wel een heel mooi orgel staat en dat daar hele mooie dingen op gebeuren. Zo heeft de corona-situatie toch iets goeds gebracht.


Meer van Gerwin Hoekstra vindt u op:

http://www.gerwinhoekstra.com
https://www.youtube.com/user/gerwinhoekstra
https://tinyurl.com/orgelleeuw